Globaliseringsblues en buurtwarmte

Essay

Op de grote bedding van deze tijd, de globalisering en al haar dubbelzinnigheden, schuiven oneindig veel kano’s. Eentje vertrekt uit mijn buurt, waar de Leie in de Schelde stroomt, vlakbij het oudste gebouw van Gent, de Sint-Baafsabdij. Het is een nogal vrolijke kano.

Het was het jaar dat Lance Armstrong zijn laatste Tour won, en de Italianen –helaas niet voor het eerst– met saai voetbal wereldkampioen werden. De oorlog in Irak, met al zijn vreselijke geweld, was zijn vierde jaargang ingegaan. En onze atmosfeer bevatte op dat moment ongeveer 381 deeltjes koolstofdioxide per miljoen deeltjes, ruim dertig procent meer dan het gemiddelde van 280 deeltjes uit pre-industriële tijden.

In de o zo vredige Machariuswijk van mijn geliefde Gent, genoten we van een zachte herfstdag. Pier De Kock probeerde nog maar eens om met een van zijn sociaal-artistieke projecten de mensen op straat te krijgen. Dit keer liet hij getuigenissen van buren horen uit allerlei hoeken en kanten van de wijk: hij had geluidsboxen in rioolputjes gehangen, in de oude Sint-Baafsabdij en in de Machariuskerk, waar pastoor Marcel vertelde dat hij in zijn jonge jaren nog coureur was geweest.

Zo bracht het toeval enkele mensen –gelovigen en ongelovigen– bijeen in het portaal van de kerk. ‘Het is toch godgeklaagd dat de Sint-Baafsabdij dicht is’, zeide iemand. En ja, dat vonden we allemaal. Het oudste gebouw van Gent, de resten van een Romaanse abdij uit de elfde eeuw, was immers een oase van rust in de stad. Maar omdat Gent geen personeel meer kon betalen om de abdij open te houden, misten we al enkele jaren die lavende ervaring. ‘En dan te bedenken dat Gent juist hier ontstaan is!’, zuchtte een andere bijstaander. Tweeduizend jaar geleden lag hier, net ten oosten van waar de Leie in de Schelde vloeit, de nederzetting Ganda –Keltisch voor ‘samenvloeiing’. Zo gingen we nog een tijdje door met klagen en treuren en plechtig overwegen hoe belangrijk deze plek wel niet was. ‘Zouden we niet eens aan de stad voorstellen dat wij de abdij op zondag openhouden?’ Ja, dat vonden we een goed idee.

Enkele maanden later zaten we bij de verantwoordelijken van de stad Gent – de dienst Monumentenzorg en zijn monument van een directeur, Geert Van Doorne – en die steunden ons meteen. En zo waren we vertrokken. Al spoedig ondervonden we dat heel wat buren de abdij misten en wilden meewerken aan het initiatief dat we “Buren van de Abdij” doopten. Ook gedreven ambtenaren van de stadsdiensten staken een handje toe. We kregen wat geld van Wijk aan Zet, een subsidieluik voor wijkinitiatieven. De paaseitjes voor ons allereerste initiatief kwamen van nog een andere stadsdienst. Excuus voor het al te positieve verhaal maar het was niet anders.

Op de zonnige Paasmorgen van 2007 gingen we van start: de kinderen van de buurt raapten paaseitjes in de schilderachtige abdijtuin terwijl de klokken van de Machariuskerk loos gingen. En de grote mensen slurpten koffie en zagen dat het goed was.

Een paar maanden later organiseerden we met steun van De Centrale een eerste concert. Onder de titel “Twee religies zingen” waren er optredens van een Gregoriaans Koor en een Turks soefi-ensemble, telkens ingeleid door de lokale pastoor en imam. Eén ding viel op: veel Belgen, weinig “Turken” in het publiek. Was het omdat we vijf euro inkom hadden gevraagd? Sindsdien vragen we geen inkom voor onze activiteiten, in de hoop ook mensen aan te trekken die niet vertrouwd zijn met onze werking, en om geen financiële drempels op te werpen.

Augustus 2007. De huizenprijzen in de Verenigde Staten begonnen te dalen en dat zette een kettingreactie in gang. Hoge huizenprijzen waren immers de waarborg voor almaar meer hypothecaire en consumptieleningen. Wie een lening niet meer kon afbetalen, ging gewoon een nieuwe, grotere lening aan, tegen de alweer gestegen waarde van zijn woning. Die kredietexplosie kwam er omdat veel Amerikanen al decennia niet of nauwelijks mee hadden geprofiteerd van de economische groei. 58 procent van de groei tussen 1976 en 2006 ging naar de één procent rijksten, zo berekende professor Raghuram Rajan, voormalig hoofdeconomist van het Internationaal Muntfonds. De American dream leek over voor een groeiende groep burgers. Omdat herverdeling via belastingen politiek onhaalbaar was, en betere toegang tot onderwijs voor iedereen veel tijd vergt, koos de politiek voor de makkelijke, snelle oplossing: krediet. Ze moedigde openbare en private financiële instellingen aan om zoveel mogelijk mensen woningkredieten te geven. De publieke en private banken waren best bereid om op die vraag in te gaan. Ze bevroedden immers –terecht bleek achteraf– staatsdekking voor de waanzinnige acties die ze weldra ondernamen: geld lenen aan mensen waarvan ze vooraf wisten dat ze niet kunnen afbetalen. En die waanzin dan verpakken in allerlei zogenaamd vernieuwende producten zodat hij onzichtbaar wordt.

Krediet was zo al meer dan tien jaar het geheim achter de onvermoeibare consumptiemachine-genaamd-Verenigde-Staten-van-Amerika, die de wereldeconomie aanvuurde. Het geld voor dat krediet kwam vooral van landen die bakken dollars wisten te sparen dankzij hun handelsoverschotten met onder meer diezelfde VS: China, Japan, Duitsland, de Golfstaten. En het was de “gesofisticeerde” Amerikaanse geldsector die bemiddelde tussen pakweg de Duitse tandarts en de vele Amerikaanse “ninja’s”: de mensen met no income, no job, no assets die leningen aangingen.

De burgers van de VS kochten dus met buitenlandse krediet veel ingevoerde producten: alsof je winkelier je geld leent om bij hem te kopen. Zo ontstond in het hart van de globalisering een groot en onhoudbaar onevenwicht.

Zodra de woningprijzen gingen dalen, werden nieuwe leningen onmogelijk en moesten mensen afbetalen met wat ze echt verdienden. En dat bleek voor velen niet te volstaan om de leningen af te betalen. Zij zouden hun huizen verliezen en naarmate de woningprijzen bleven zakken, zonken ook steeds meer van hun schuldeisers/financiële instellingen weg in het moeras. We wisten het nog niet maar de grootste crisis van het kapitalisme in zeventig jaar zat eraan te komen.

In september 2007 organiseerden de Buren van de Abdij hun eerste debat in de abdijrefter. Onder de noemer “Wordt zuinigheid hip?” nodigden we een vrijzinnige, een moslim en een katholiek uit om te spreken over wat hun levensbeschouwing te vertellen heeft over de zorg voor ons milieu. We vinden het oudste gebouw van Gent een goede plek om over duurzaamheid te spreken. Er was veel volk voor een zondagnamiddag maar het debat viel wat tegen omdat de levensbeschouwingen kennelijk nog niet zo veel te melden hadden over duurzaamheid.

December 2007. Op het Indonesische eiland Bali staken vertegenwoordigers van meer dan 180 landen het zogenaamde Bali-actieplan in elkaar. Ze spraken af om met elkaar te onderhandelen over een samenwerking op lange termijn om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, technologie uit te wisselen, geld samen te brengen voor de ontwikkelingslanden om hen te helpen versneld hun uitstoot te verminderen… Het actieplan kwam er slechts op de valreep.

In het voorjaar van 2008 gingen de voedsel- en grondstoffenprijzen door het dak. Een teken dat de wereld en zijn grondstoffenvoorraden kleiner worden voor een almaar groeiende wereldeconomie, waarin ook het Zuiden meer consumeert. Een teken ook van hoe de financiële sector eveneens op grondstoffen speculeerde. 2008 werd het jaar waarin het aantal ondervoede mensen in de wereld opnieuw beduidend steeg. Volgens de Verenigde Naties rondden we de kaap van de 900 miljoen hongerige mensen.

We begonnen ons tweede jaar als Buren van de Abdij met ons eerste jaarlijkse etentje. Meer dan veertig bezoekers in het buurtschooltje, met daarbij toch wel wat diversiteit: oud, jong, man, vrouw, rijk, arm… de allochtone medemens hadden we niet mee, behalve dan de Nederlanders. Zou het kunnen dat een “gedeeld verleden” –of iets dat je als dusdanig ervaart want vele Buren zijn ongelovig en lopen dus niet echt hoog op met het abdijleven– toch een band schept waar je mensen kan op aanspreken?

Ons tweede jaar nam een vliegende start met de paaseitjes, twee zangkoren en draaiende Derwisjen –het begin van een samenwerking met de Turkse gemeenschap in onze wijk. Hoewel het regende, werd het toch een mooie ervaring. ‘Iedere druppel is een engel’, bezwoer de imam die de derwisjen vergezelde. Gelukkig bleef het aantal engelen relatief beperkt. Dit keer waren er evenveel “Turken” als Belgen. Het idee voor de derwisjen kwam van onze Turkse winkelier, Tuncer, die op zijn manier begon mee te werken met de Buren van de Abdij: hij lanceerde goede ideeën en maakte publiciteit voor onze initiatieven in zijn druk bezochte winkel.

Eind juni organiseerden we samen met de Groendienst van Gent ons eerste midzomerevenement in ons “Stonehenge van Gent”. De dienst wilde de “groene kerk” inhuldigen, de beukhaagjes die hij net had geplant op de plek waar vanaf de elfde eeuw een reusachtige abdijkerk stond, die keizer Karel in 1545 sloopte om er zijn dwangburcht – het Spanjaardenkasteel– te bouwen. Octocelli, acht cellisten van de Vlaamse opera, speelde in de abdijrefter. We stonden, net als de cellisten, perplex van het fantastische geluid. De refter had kennelijk een uitmuntende akoestiek.

September 2008. In de VS liet de regering Lehman Brothers failliet gaan. Zo leerden we een andere kant van globalisering kennen: de vervlochtenheid tussen de grote westerse banken bleek zo groot dat Lehman Brothers de hele financiële sector dreigde mee te sleuren in zijn val. De wereldeconomie stond aan de rand van de afgrond; een nieuwe Grote Depressie wenkte.

‘Iedere druppel is een engel’, bezwoer de imam die de derwisjen vergezelde. Gelukkig bleef het aantal engelen relatief beperkt.
Met gigantisch veel geld redden de westerse landen hun banken. Zo werd de crisis “slechts” de Grote Recessie. De neoliberale mantra dat de staat zo weinig mogelijk moet doen, werd snel opgeborgen. De westerse landen die zo gedweept hadden met vrijheid voor de financiële sector, betaalden daar nu de prijs voor: werkloosheid, overheidstekorten, tragere groei. Opkomende landen waar banken niet die vrijheid hadden, moesten niet zo’n gigantische reddingsoperaties doen. Hun economieën begonnen snel weer te groeien. Zo versterkte de crisis wat al bezig was: het Zuiden kwam op, het Noorden verloor aan macht. Het einde van tweehonderd jaar westerse dominantie kwam in zicht.

De G8 werd vervangen door de G20 als “cockpit van de wereldeconomie”. De staatshoofden van deze twintig belangrijkste economieën van de wereld spraken af dat de banken moesten worden gered door de staten en dat de economie moest worden gestimuleerd met openbare investeringen. Sommigen hoopten dat dit aanleiding zou geven tot veel groene investeringen: een Green New Deal. Dat gebeurde volgens de VN vooral in Zuid-Korea en China.

April 2009. Er kwamen almaar nieuwe medewerkers bij de Buren. Op onze eerste zondagnamiddag van het jaar stelden we ons eerste boek voor. Er daagde heel wat volk op en het boek was tegen de avond half uitverkocht. De burgemeester kwam langs en zwaaide met wierook: ‘Jullie helpen ons om de abdij een bestemming te geven want Gent heeft zoveel oude gebouwen dat we eigenlijk niet wisten wat hiermee aan te vangen. Jullie zijn uniek: ik ken geen buurtvereniging die zo’n monument openhoudt.’

Later dat voorjaar werd Van den Vos Reynaerde in het Gents voorgelezen in de abdijrefter en bracht Al Palna op midzomeravond een knap concert.

We leidden een groep internationale studenten rond in de abdij. Achteraf liet de docent ons weten dat een Syrische studente, een moslima, hem vertelde dat ze na het bezoek aan de abdij voor het eerst sinds lang weer gebeden had. Of hoe de site kennelijk mensen, over de cultuurgrenzen heen, aanspreekt. Indonesiërs, Japanners, Schotten, Canadezen of Brazilianen… allemaal pennen ze in het gastenboek neer wat het gebouw met hen doet.

In het najaar organiseerde een van de Buren een tentoonstelling met vier moderne kunstwerken. Toen de blaadjes vielen, sloten we voor het eerst het jaar af met een pannenkoekenbak. Onze levens dobberen voort op de seizoenen en met de Buren proberen we hartverwarmende buurtgebruikjes aan die seizoenen vast te haken.

December 2009. Kopenhagen was helemaal in de stemming om een nieuw klimaatakkoord te baren. Maar het akkoord dat de vergroening van de wereldeconomie een enorme push zou geven, kwam er niet. Europa wilde dat iedereen zich zou binden tot bepaalde emissieverminderingen. Het omgekeerde gebeurde: de VS verleidden iedereen tot een veel losser akkoord op een moment dat de EU niet eens in de zaal zat.

2010 werd alweer een goed jaar voor de Buren van de Abdij. Onze rangen groeiden aan: dit keer telden we 67 bezoekers op het etentje. Later op het jaar meldde zich zelfs een Londerzeelnaar om mee te werken. En waarom niet? Zo’n verre Buur kan een verfrissend licht werpen, vond de stuurgroep die het dagelijks bestuur waarneemt. De stuurgroep van ruim tien mensen is een positieve groep met wie vergaderen een plezier is.

Onze Turkse winkelier deed een nieuwe suggestie: de Osmaanse fanfare. Zo’n grote groep muzikanten bleek een dure grap maar de Centrale, de vzw Kardelen, het Buurtcentrum met zijn buurtwerker Abdulah Bulgur, de Turkse middenstand van onze buurt, en de grote buurtmoskee organiseerden mee. Het werd een mooie dag met veel “Turken” en Belgen.

Europa worstelt met immigratie, een van de meest zichtbare aspecten van globalisering. Een buurman zegt me dat hij misselijk wordt van al dat vreemde tuig op de tram. In het Verenigd Koninkrijk wil de nieuwe regering de immigratie terugbrengen van honderdduizenden per jaar naar tienduizenden. In Duitsland scoort “auteur” Tino Sarrazin een megasucces met een xenofoob boek: schaft Duitsland zichzelf af met massale immigratie? Frankrijk zet Roma uit. In Nederland haalt een partij die de Koran wil verbieden groot electoraal succes. Ook in België groeien de rangen der islamofoben aan en van de weeromstuit worden ook sommige moslims kwader. De polarisering lijkt te groeien.

Maar onze wijk heeft een eigen bioritme. Op de evaluatievergadering van het feest met de Osmaanse fanfare beslisten we om voortaan elk jaar een Belgisch-Turks feest te organiseren in de wijk, met een evenement uit de Turkse cultuursfeer, maar ook iets anders. Zo leren de twee kanten iets bij. Een van de Turkse middenstanders wilde zelfs op de Belgische feestdag iets doen. ‘Om te tonen dat we ook Belgen zijn.’ We vroegen hem wat geduld te oefenen. Het was de eerste keer in de twintig jaar dat ik in de buurt woon dat Belgen en “Turken” afspraken om elk jaar samen iets te doen. De diversiteit nam ook op andere dimensies toe: onze jongste leden waren ondertussen elf jaar en de oudere leden… worden elke dag een beetje ouder. Is dat stokoude gebouw in staat een buurt een beetje dichter bij elkaar te brengen?

Dat kan niet gezegd worden van de crisis en de landen van deze wereld. De crisis heeft de spanningen tussen landen vergroot. Toen de G20 eind 2010 in Seoel bijeenkwam, slaagde die er niet in daaraan veel te verhelpen. Waar is de tijd dat globalisering als probleemloos wonderverhaal kon worden geserveerd en geconsumeerd? Voorbij. Vrij verkeer van geld, goederen en mensen staan onder druk.

Landen proberen hun eigen economie aan te vuren door de waarde van hun munt laag te houden: zo maken ze hun producten goedkoper en die van anderen duurder, en voeren ze werkloosheid uit. Ze doen dat elk op hun manier. China en andere opkomende landen doen dat door gigantische reserves aan te houden in dollars en euro’s, en zo de waarde ervan hoog te houden. De rijke landen drukken geld – “quantitative easing” in het jargon - om hun munt te devalueren. Er is sprake van muntoorlogen. De tijd dat vrij kapitaalverkeer als het nirwana gold, lijkt voorbij.

De VS willen dat China zijn munt opwaardeert om het opnieuw oplopende handelstekort tussen de twee landen tegen te gaan. De Chinese regering probeert wel de binnenlandse consumptie te verhogen door lonen op te trekken en meer sociale bescherming… maar een snelle revaluatie is voor China onbespreekbaar. De Chinese/Indiase/Indonesische werkmens moet eigenlijk meer zelf kunnen kopen wat hij of zij maakt. Dat veronderstelt een betere verdeling van de koek in die landen. Daar wordt wel aan gewerkt maar nogal timide. Altijd spelen de belangen van rijke mensen en de looncompetitie met andere landen als tegenargument.

De crisis verscherpt het gevoel dat globalisering winnaars en verliezers heeft. In Europa beginnen de staten, mede onder druk van de geldmarkten, hun begrotingstekorten af te bouwen: dat klinkt vredig maar eigenlijk wordt de welvaartstaat minder welvarend gemaakt. Het Duitse exportsucces is gebouwd op de afbouw van sociale bescherming.

In de VS staat de werkloosheidsteller op tien procent. Als je alles meetelt, gaat het eigenlijk om bijna twintig procent. Een meerderheid van de Amerikanen gelooft dat vrijhandel slecht is voor hen. Begrijpelijk: wat heeft de westerse industriearbeider te winnen bij globalisering? Het verlies van zijn goedbetaalde baan die doorgaans vervangen wordt door een minder goed betaalde dienstenjob. Overal staan de lonen onder druk. Het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden stemde in september 2010 een wet die het bedrijven mogelijk maakt om invoerbelastingen op Chinese producten te eisen vanwege de Chinese muntmanipulatie. Vraag is of de senaat volgt. Is dat het begin van nieuw protectionisme? Hoe zou China daarop reageren? Sommigen vrezen dat 2011 het begin van het einde van de globalisering wordt.

We beslissen om voortaan elk jaar in de abdij een Jenny Walrygesprek te organiseren –genoemd naar een lieve en onlangs overleden, sociaal actieve buurvrouw. De gesprekken zullen gaan over haar thema’s: sociale ongelijkheid, ecologie en democratie.

De crisis heeft de CO2-uitstoot verminderd maar dat blijkt amper reden tot blijdschap. Economisten en ecologisten leven vaak nog op andere planeten. Nochtans zal economie meer en meer ook ecologie worden: zorgzaam omspringen met schaarse natuurlijke rijkdommen. De klimaattop in Cancun werd geen succes: het proces is gered maar reële stappen naar een vermindering van de uitstoot zijn ook dit keer niet gezet.

We hebben de voorbije jaren veel mensen zien glimlachen en genieten in de abdij: de Buren van de Abdij dragen kennelijk bij tot het Bruto Nationaal Plezier(BNP). En brengen mensen bij elkaar, niet spectaculair maar eenvoudig. “Turken” en Belgen leven nog goeddeels in eigen werelden, maar we doen ook dingen samen. Eén ding is duidelijk: de Buren van de Abdij maken onze buurt warmer.

En dat is niet omdat onze lucht ondertussen plusminus 389 koolstofdioxidedeeltjes per miljoen deeltjes bevat.

Benieuwd waar die vrolijke kano ons in de toekomst brengt.


www.burenvandeabdij.be

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3099   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur