Goed milieubeleid vermindert armoede

Egypte, Peru, Albanië, Nepal, Syrië, Thailand, Vietnam en Mongolië gaan een betere toekomst tegemoet dan veel andere arme landen. Ze stellen de zorg voor het milieu centraal in hun plannen om de armoede te bestrijden, en dat levert de beste resultaten op, zeggen de VN.
Landen die zich voornemen het milieu te ontzien en daar al hun ontwikkelingsplannen aan toetsen, slagen er beter in de armoede terug te dringen, zeggen het Milieuprogramma en het Ontwikkelingsprogramma van de VN (UNEP en UNDP). Ze onderzochten de ontwikkelingsresultaten van 158 landen. Milieubeleid en economische ontwikkeling leveren de beste resultaten op als ze hand in hand gaan, luidt de conclusie.

Peru levert een voorbeeld van ambitieuze milieudoelstellingen. Het land wil binnen negen jaar bijna een zevende van zijn totale oppervlakte als natuurgebied beschermen. Tegen 2024 wil Peru ook op 8.600 vierkante kilometer - ruim een vierde van België - nieuwe bossen planten. De regering in Lima investeert ook zwaar in de leefkwaliteit in steden en dorpen, onder meer via de uitbreiding van de drinkwaterdistributie en het rioleringnetwerk. Verstandige keuzes, loven het UNDP en het UNEP. Milieuproblemen kosten het arme Peru nu ongeveer vier procent van zijn bruto binnenlands product, en de ziekten die samenhangen met vuil water vallen nog veel duurder uit.

Egypte krijgt een pluim omdat het land goed bijhoudt hoe de erosie in het land zich ontwikkelt, hoe de toegang tot drinkbaar water voor de bevolking evolueert en hoe de afvalstromen verlopen. Al die gegevens dienen om het armoedebestrijdingbeleid bij te sturen.

“Een gezond en duurzaam milieu is levensbelangrijk voor elk land, en als het milieu achteruitgaat, lijden arme mensen het meest”, weet Kemal Dervis, de directeur van het UNDP. Heel wat landen maken vorderingen in de richting van een duurzaam ontwikkelingsbeleid. Maar veel meer landen zitten nog altijd op een foute koers, oordeelt het UNDP. “Als armoedebestrijdingplannen geen rekening houden met kwetsbare ecosystemen, worden alle inspanningen op termijn ondermijnd”, waarschuwt Dervis.

Een gebrek aan politieke wil, een slechte organisatie van overheidsdiensten, onvoldoende geschoolde ambtenaren en geldgebrek zijn enkele van de belangrijkste oorzaken waarom een krachtdadig milieubeleid op veel plaatsen uitblijft. De gebrekkige coördinatie onder donorlanden maakt het euvel vaak nog erger.

Van de 158 landen die het UNDP onderzocht, hebben er toch 85 minstens één specifieke milieudoelstelling geformuleerd waarvan ze de komende jaren speciaal werk willen maken. De meeste landen willen zich toeleggen op de verbetering van de drinkwatervoorziening en het sanitair op het platteland. Nogal wat landen willen ook hun bosareaal beschermen en uitbreiden, of de levensomstandigheden in krottenwijken verbeteren. Sommige landen nemen zich veel voor. Mongolië wil bijvoorbeeld het aandeel van de bevolking dat toegang heeft tot degelijke sanitaire voorzieningen tegen 2015 optrekken tot 50 procent - in 2000 haalde het land nog maar 25 procent. Vietnam wil tegen 2010 in geen enkele stad nog sloppenwijken of tijdelijke behuizingen. IPS MDG1 MDG7 (PD/ADR)

rapport
http://www.undp.org/fssd/docs/mdg7english.pdf

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3148   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift