Goede cijfers voor slechte bescherming

De Internationale Vakvereniging (IVV) is bijzonder ontgoocheld dat Doing Business, de Wereldbankpublicatie met de grootste verspreiding, nog altijd landen goede cijfers geeft voor de afbraak van sociale verworvenheden.
‘Als de Wereldbank echt meent dat landen hun sociale bescherming moeten verbeteren om de gevolgen van de crisis te bestrijden, dan is het hoog tijd dat zijn jaarlijkse Doing Business-rapport ophoudt met het aanprijzen van het schrappen van sociale en arbeidsrechten’, stelt Guy Ryder, secretaris-generaal van het IVV.
Doing Business rangschikt landen naar het gemak waarmee een bedrijf kan worden opgezet, een krediet of een bouwvergunning kan worden verkregen, of de mate waarin contracten afdwingbaar zijn. Omstreden zijn vooral de kijk van Doing Business op het aannemen van personeel en het betalen van belastingen. Nieuwe sociale wetten en belastingen worden doorgaans meegeteld als bedrijfsonvriendelijk.
De OESO-landen scoren gemiddeld het best in het Doing Business-rapport, gevolgd door Oost-Europa en Centraal-Azië, en Oost-Azië. Latijns-Amerika en het Midden-Oosten scoren gemiddeld. Zuid-Azië en vooral Afrika zijn volgens de bank het minst ondernemingsvriendelijk.
De top vijf bestaat uit Singapore, Nieuw-Zeeland, Hongkong, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Bij de ontwikkelingslanden staan Thailand, Bahrein, Mauritius en Maleisië voorin. Onder de ontwikkelingslanden is Rwanda dit jaar de grootste stijger, omdat het land op verschillende terreinen goede hervormingen doorvoerde. Egypte, Moldavië, Liberia, Kirgizië en Tadzjikistan worden door Doing Business ook tot de goede hervormers gerekend.
Het IVV stelt dat Cambodja bij de slechte leerlingen wordt gerangschikt omdat het verplichte sociale zekerheid heeft ingevoerd. Georgië ging erop vooruit omdat het een sociale belasting afschafte. Het Honduras van de ondertussen afgezette president Zelaya krijgt slechte cijfers omdat het de opzegvergoeding optrok en Portugal omdat het de opzegtermijn met twee weken verlengde.
Doing Business erkent zelf dat het gemak waarmee mensen ontslagen kunnen worden en de hoogte, of liever laagte, van de minimumlonen goede cijfers opleveren. Ook als er weinig regels zijn in verband met nachtwerk, vakantie, overwerk wordt dat als positief geduid. Als er minder dan 21 dagen betaalde vakantie per jaar zijn, is dat volgens de Wereldbank beter.
De Wereldbank weet dat haar werkgelegenheidsindicator veel kritiek kreeg en wijst op enkele aanpassingen. ‘Beperkingen op nacht- en weekendwerk worden enkel nog als negatief bestempeld als het om industriële activiteit gaat, waarvoor continu werk noodzakelijk is. Economieën met een opzegvergoeding van minder dan acht weken, zonder werkloosheidsuitkering krijgen geen betere score meer. Een land krijgt niet langer betere cijfers als het zijn minumumloon onder 1,2 dollar per dag brengt.’ Die “aanpassingen” illustreren hoe dan ook de manier van denken van Doing Business.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur