Groene investeringen: geen uitvluchten meer

Grote bedrijven hebben een grote impact op onze gezamenlijke ecologische voetafdruk, dat spreekt voor zich. Dat betekent ook dat ze een echt verschil kunnen maken als ze hun productie, distributie en verkoop op grond van groene keuzes zouden heroriënteren. En het goede nieuws is: dat gebeurt. Het slechte nieuws: dat blijft anno 2010 jammer genoeg de uitzondering. Ligt dat aan de aandeelhouders?
Efico is een van de tien grootste koffiehandelaars van Europa. In 2009 importeerde het bedrijf 850.000 zakken koffie en 80.000 zakken cacao, van zestig tot zeventig kilo per zak. Die groene en bruine bonen worden verkocht aan 650 koffiebranders in Europa.
Het knooppunt van die import- en exportactiviteit is sinds dit jaar Seabridge, een gloednieuw magazijn in de Zeebrugse haven. Alleen al door de verhuizing van Antwerpen naar Zeebrugge spaart Efico jaarlijks 3000 vrachtwagenritten uit. De terminal werd bovendien zo ontworpen dat hij maximaal bespaart op CO2.
Op het dak van Seabridge liggen 4600 fotovoltaïsche panelen met een piekvermogen van 1 MW, waarmee de hele terminal en verwerking zo goed als onafhankelijk van het stroomnet kunnen functioneren. Topman Patrick Installé: ‘De hele installatie is eigendom van Efico. Op momenten dat er meer elektriciteit geproduceerd wordt dan Seabridge nodig heeft, wordt het surplus in het net gevoed.’
In het gebouw rijden bovendien enkel elektrisch aangedreven vorkheftrucks rond. In totaal investeerde Efico zo’n 30 miljoen euro in Seabridge, waarvan 1 miljoen subsidie van de Vlaamse regering om de apparatuur voor het filteren en steriliseren van de lucht in de magazijnen zo milieuvriendelijk mogelijk te maken. De terminal is op dit moment voor 85 procent operationeel. Efico is niet beursgenoteerd en dus kan de eigenaar zelfstandig beslissen om deze transitie-investering te doen. Op de vraag of beursgenoteerde bedrijven evenveel vrijheid hebben om groene keuzes te maken, blijft Installé het antwoord schuldig.
De Nike vestiging in Laakdal is een ander bekend voorbeeld van een bedrijf dat een verregaande keuze voor groene energie maakte. De zes windmolens op het bedrijfsterrein produceren genoeg energie om 10.000 gezinnen van elektriciteit te voorzien, wat bijna overeenstemt met wat het hele opslag- en distributiecentrum nodig heeft om te functioneren. De rest van de elektriciteit wordt geleverd door een zonne-energie-installatie ter grootte van een voetbalveld op het dak van het bedrijf.
Om de productiecapaciteit van de windmolens maximaal te maken, investeerde Nike in extra hoge en extra grote molens: met een ashoogte van 111 meter en een wieklengte van 37 meter zitten ze een stuk boven de gemiddelde molen in Vlaanderen. Ook bij de keuze van de masten werd rekening gehouden met de recycleerbaarheid en het feit dat ze niet geschilderd hoeven te worden.
Alles bij elkaar kostte de bouw van de zes windmolens ongeveer 9 miljoen euro. Dat is veel geld, maar voor een megamultinational als Nike zou dat klein bier moeten zijn. Toch legde de toenmalige ceo Bert Stevens, intussen directeur van Nike’s Europese operationele activiteiten, de investering niet voor aan de internationale raad van bestuur, die zich vaak laat leiden door de impact op de aandeelhouders.
Stevens: ‘We kozen voor een creatieve oplossing door de grond waarop de masten kwamen te staan te verhuren aan SeeBA, de constructeur van de windmolens. Dat bedrijf bouwde de windmolens zelf en dus was er geen sprake van een negatief effect op onze bottom line. Bovendien kunnen we de opbrengst van de grondverhuur gebruiken om de meerkosten van de groene energie te compenseren, en dan is er nog geld over om groene projecten te steunen in Laakdal en Meerhout, de twee gemeenten waarin het bedrijf ligt.’
Stevens vindt dat nog steeds een goede oplossing voor de aandeelhouders, het milieu én de lokale gemeenschap. Een soortgelijke constructie werd opgezet voor de zonnepanelen: ‘Eneco huurt de dakoppervlakte en wij kunnen de stroom voordelig afnemen omdat we de transportkosten van de energie uitsparen.’
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur