Groene laptop niet erg mensvriendelijk in Congo en China

Voor het eerst is het Duitse onderzoeksbureau Greendelta erin geslaagd naast de milieubelasting ook de sociale impact te meten van een laptop gedurende zijn levenscyclus.

Zogenaamde levenscyclusanalyses worden al langer uitgevoerd om de milieu-impact van een product te achterhalen, van de grondstoffenwinning over de productie tot en met de recyclage. Een sociale levenscyclusanalyse geeft consumenten en beleidsmakers daarnaast ook inzicht in de sociale en economische omstandigheden waarin een product tot stand komt. De methode bestond al op papier maar werd nu voor het eerst toegepast op een complex product.

Greendelta koos voor een laptop van het Taiwanese bedrijf Asus, die het ecolabel van de Europese Unie draagt. Uit de analyse blijkt dat vooral arbeiders lijden, zowel bij de ontginning van ruwe grondstoffen als tijdens de recyclage. De aanwezigheid van gedragscodes kon dat niet verhinderen.

De onderzoekers stelden een duidelijk verband vast tussen de aanwezigheid van sociale pijnpunten en de ontwikkelingsfase van een land. Zo wordt zowel in Chili als in Congo koper ontgonnen voor de Asus-laptop, maar is de sociale impact van de ontginning in Chili veel positiever dan in Congo. De Chileense mijnbouwsector heeft sterke vakbonden en er is geen kinderarbeid of dwangarbeid, terwijl in Congo amper mijnvakbonden bestaan en er regelmatig gevallen van kinderarbeid of dwangarbeid opgetekend worden. Ook tussen de recyclagesector in België en in China zagen de onderzoekers grote verschillen. Chinese arbeiders moeten het elektronisch afval bijvoorbeeld manueel ontmantelen, wat heel slecht is voor hun gezondheid. Bovendien mogen ze zich niet verenigen in vakbonden en moeten ze lange dagen werken voor een slecht loon. De Europese recyclagesector scoort enkel negatief op het vlak van corruptie.

België is op internationale fora over duurzame ontwikkeling een voorvechter voor het opnemen van sociale componenten in het beleid inzake duurzame ontwikkeling. ‘Het onderzoek dat uitgevoerd werd in opdracht van de Belgische Programmatorische Overheidsdienst Duurzame Ontwikkeling, was onder andere bedoeld om binnen de OESO (de Organisatie voor Economische en Sociale Ontwikkeling, zeg maar de studiedienst van de rijke landen, ld) de economische hardliners bewust te maken van de effecten van ons productie- en consumptiegedrag op milieu- én sociaal vlak’, zegt Bernard Mazijn, die vorig jaar voorzitter was van de Expertengroep Duurzame Ontwikkeling van de OESO. Tijdens het Belgisch EU-voorzitterschap is het thema ook op de Europese Raad van Ministers gebracht en het onderzoek zal voorgesteld worden op de volgende bijeenkomst van de VN-Commissie voor Duurzame Ontwikkeling. ‘Duurzame productie en consumptie niet enkel op het vlak van milieu benaderen, is voor velen echter nieuw’, aldus Mazijn. ‘Het zou goed zijn als er een vervolg op dit onderzoek komt dat de vertaalslag naar het beleid concreter maakt.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur