Groot vraagteken over voedselhulp na oktober

Het Wereldvoedselprogramma (WFP) staat in Irak voor een nog veel grotere uitdaging dat gedacht. Aan geld is er voorlopig geen gebrek, maar de omvang van hulpoperatie is zonder voorgaande. De voedselbedeling verloopt op sommige plaatsen moeizaam, en het is onzeker hoe lang die geweldige inspanning nog zal moeten worden volgehouden.




We hadden gedacht 60 procent van de Iraakse bevolking van voedsel te moeten voorzien, en dat voor een periode van vier maanden, zegt Jean-Jacques Graisse, adjunct-directeur van het WFP. Maar twee maanden na de oorlog begrepen we dat we zeker tot oktober zouden moeten doorgaan. We hopen nu maar dat het Iraakse ministerie van Handel het dan van ons kan overnemen. Volgens Graisse staat het WFP in Irak voor een onuitgegeven situatie. Alle 27 miljoen Irakezen hebben voedselhulp nodig; we moeten elke maand een half miljoen ton voedsel aanvoeren - dat zijn 25.000 vrachtwagens.

Voor de grootste noodhulpoperatie in de geschiedenis zet het WFP 320 van haar medewerkers in, samen met 800 plaatselijke krachten. Na eerdere schattingen die lager uitvielen, gaat de organisatie er nu van uit dat ze tot eind oktober 1,7 miljard dollar zal nodig hebben. Dat geld is er gelukkig. Bijna twee derden van dat bedrag komt uit de opbrengsten van het olie-voor-voedselprogramma - de in 1996 uitgewerkte regeling waarbij Irak onder VN-toezicht weer olie kon uitvoeren om met de opbrengst daarvan levensmiddelen en medicijnen te kunnen aankopen. Donoren hebben daarnaast al 535 miljoen dollar overgemaakt of toegezegd.

Voor de Amerikaanse invasie zorgde het Iraakse ministerie van Handel voor de invoer en de distributie van de levensmiddelen die via het olie-voor-voedselprogramma konden worden betaald. Het WFP hoopt dat het nieuwe ministerie van Handel die taak na oktober weer kan opnemen. De expertise is aanwezig - het voorlopig bestuur heeft sommige van de voormalige directeurs in dienst gehouden, zegt Graisse. Maar ze moeten genoeg geld krijgen om hun personeel te betalen en om het distributiesysteem draaiend te houden. Dat systeem omvat 44.000 verdeelpunten waar Irakezen hun dagelijkse rantsoen kunnen gaan ophalen tegen de betaling van een geringe vergoeding. Als de overdracht lukt, zou het WFP zich weer kunnen beperken tot de controlerende functie die het voor de oorlog waarnam.

Later zouden we de regering dan willen helpen het systeem te hervormen, zodat de privé-sector de taken kan overnemen, gaat Graisse voort. We willen de regering ook in staat stellen na te gaan welke kwetsbare bevolkinggroepen er zijn en hoe ze kunnen worden geholpen. Tegen juni 2004 zou het systeem helemaal moeten hervormd zijn.

Maar de nabije toekomst is hoogst onzeker. Het olie-voor-voedselprogramma loopt af op 21 november, en daarmee ook het toezicht van de VN en het mandaat van het WFP om in het buitenland contracten te onderhandelen over de levering van levensmiddelen in ruil voor Iraakse olie. Voor het nieuwe Iraakse bestuur dat nu wordt opgezet, is per maand naar schatting vier miljard dollar nodig - financiële problemen zijn dus niet uit te sluiten zolang de Iraakse olie-export niet opnieuw vlot loopt. Intussen wordt de onveiligheid een steeds groter probleem. Volgens het WFP stijgt het aantal plunderingen van opslagplaatsen en aanvallen op vrachtwagens die voedsel naar het zuiden van Irak brengen. Onlangs moest ook de voedseldistributie naar verdeelpunten in Bagdad langer dan een week worden opgeschort. Het WFP wijt de toename van het aantal incidenten aan de overdracht van de bewaking van de voedseldistributie: Amerikaanse soldaten werden vervangen door bewakers van het ministerie van Handel. Die zijn volgens het WFP niet zo goed uitgerust en opgeleid en komen vaak niet graag tussenbeide.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2925   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift