Guatemala - België. Het gras is altijd groener

Guatemala heeft een nieuwe president: Oscar Berger. Als u over hem al iets las, dan wellicht dat hij een rijke zakenman is, voormalig burgemeester van de hoofdstad en een liberale conservatief (of omgekeerd). Niemand in onze vaderlandse pers meldde dat Berger een verre afstammeling is van een mislukt koloniaal experiment van Leopold I. Elke Borghs schreef voor MO* een persoonlijk verslag van haar ontmoeting met deze historische vergissing.
Agua de coco…Ik drink. Het is zesentwintig juli 1997. Een groene kokosnoot, immens in mijn handen, half open gekapt met een machete, in het midden een flinterdun rietje. Voorzichtig blijf ik drinken terwijl de mensen rondom mij, allemaal met dezelfde zwarte ogen en donkere huid, in een schaterlach uitbarsten. Al gauw krijg ik met hand en tand uitgelegd dat ik na het drinken van deze kokosmelk van deze tierra ben, en dat ik altijd weer naar dit Caribische havenstadje in Guatemala zal terugkeren. Volgens Luis Armando Tobias Sánchez, historicus van het dorp, zal ik hier zelfs nooit meer weggaan. Hij wijst naar het verloederde Belgische kerkhof in de verte.
Achttien ben ik dan, en via een cultureel uitwisselingsprogramma ben ik naar Guatemala getrokken, het land van de Eeuwige Lente en de Maya’s. Noem het een vorm van gezond exotisme. Mijn verbazing is groot als ik in Puerto Barrios terechtkom, in een noordoostelijk uithoekje van het land. Hier valt niets te bespeuren van de kleurrijke klederdracht, de frisse berglucht, tortilla’s of marimba’s die ik verwachtte. De drukkende zeebries doet de zwarte big mama’s in de straten zweten terwijl ze met hun korven vol pan de coco op het hoofd op het ritme van de tambores door de straten wiegen. De Garifuna’s, de vroegere zwarte slavenbevolking, maken dit stadje nog tropischer dan het al is. Ik ben in de verkeerde reisbrochure terechtgekomen.
Een jaar lang woon ik bij het gastvrije gezin van historicus Luis Tobias. In afwachting tot er een echt museum komt, vertelt hij me maaltijden lang over zijn passie voor de voormalige Belgische kolonie. Rond 1841 meerden in deze baai de eerste schepen aan van koning Leopold I. De Belgen zouden hier komen koloniseren en een haven uitbouwen. Maar door het ruwe klimaat en de hardnekkige ziekten belandden velen van hen vlug op het kerkhof. Sommige van de families die overleefden wonen nog steeds in dit dorp, weet Luis Tobias.
Het volk beschouwt het Belgisch kerkhof als zijn eigendom. Het zijn de dorpsbewoners zelf, ongeacht hun afkomst, die de poort vergrendelden om de plek te beschermen. Voordat Luis Tobias zijn droom verwezenlijkte en het kerkhof kon laten erkennen als historisch monument, leek het meer op een stortplaats, met karkassen van runderen, plastic afval en rottende etensresten van de marktkraampjes die toen nog rondom het gebied stonden. Een tiental graven met familienamen zoals Haegendoorns, Vandenberg en Esmenjaud getuigt in stilte van de verre Belgische geschiedenis. België zond zijn zonen uit naar Guatemala, maar verwaarloosde ze nadien.

Wij hebben Verapaz niet gezien


Eén november 2001, 06:00 uur. Vroeg in de morgen. Bloedheet. Santo Tomas ontwaakt. De straten zijn nog verlaten, de rust is maagdelijk en het stof wacht nog tot trappelende voeten het doen opwaaien. Tot plots een auto stopt aan het einde van de weg. Alle vier de deuren gaan open. Twee vrouwen en twee mannen stappen uit, marcheren met doelbewuste tred door de straat. Mensen kijken toe van achter de wastafels naast hun huis. Een van de vrouwen roept: ‘Shoot!’
An van Dienderen, regisseur en visueel antropoloog, had het nog gezegd voor we naar Guatemala vertrokken. ‘Ik besef dat ons project opnieuw beschouwd kan worden als een invasie, een neokoloniale overrompeling. Dit keer zonder kanonnen, geweren of kerk, maar met twee videocamera’s, enkele super-8 camera’s en een arsenaal aan opnameattributen. De macht van dit medium is misschien nog destructiever dan de machinerie vroeger. Opnieuw zijn wij het die hen - omwille van onze westerse historische interesse -willen betrekken bij een project waar zij niet om gevraagd hebben. Bovendien rakelen we een onderwerp op dat cultureel gevoelig kan liggen.’
Ligt het aan de agua de coco of niet, ik ben terug in het dorp, ditmaal als lokale contactpersoon bij de productie van de documentaire Tu ne verras pas Verapaz. ‘Ach! Jullie gaan weer terug en wij blijven hier’, lacht de jonge Oralia Estela Vandenberg Tejada. Achter de golfplaten van haar huisje ligt het weelderige kerkhof als was het haar achtertuin. Voor haar is het Belgische avontuur nauwelijks meer dan een legende. ‘Ik voel me pura Guatemalteca. Daar blijft het bij.’
Santo Tomas heeft geen museum en geen bibliotheek, verhalen worden hier mondeling doorverteld. Aan zonen en dochters wordt beschreven hoe de Belgen in 1841 met Guatemala een contract sloten om een stukje op deze bodem te bevolken en de handel met het buitenland te verbeteren. Zoon Selvin Efren Esmenjaud vertelt het voor de camera zo: ‘De Belgen waren hier de eerste mensen! Het waren landbouwers. Maar ze stierven aan ziekten en de voorzitters van de kolonie boden niet langer hulp zoals het in de contracten stond opgetekend.’ Zijn moeder vraagt of België informatie kan sturen voor haar kinderen. Een Belgisch paspoort hoeft niet, al zou het prachtig zijn als haar kinderen België zouden leren kennen. Ze is vooral nieuwsgierig naar de Belgische cultuur, gewoonten en gebruiken. Haar man, die afstamt van de kolonisten, noemt ze ‘verantwoordelijk, maar autoritair, streng, en vooral weinig communicatief.’ Of dat typisch Belgisch is?

Plant een volk


‘Zoals de kolonisten vroeger over Guatemala dachten, zo kijken wij nu naar België: een plek waar alles fijn en mooi is’, zegt Carlos Vassaux met een dromerige blik. Carlos is Guatemalaan, al oogt hij Europees. We hebben een interview met hem in Guatemala Stad. In een mengeling van Spaans, Engels en Frans vertelt hij over zijn Belgische aspiraties. Van 1981 tot 1992 was hij voorzitter van de culturele vereniging Los amigos de Bélgica, die klassieke muziekconcerten en Belgische filmavonden organiseerde. Nee, zijn roots laten hem niet onverschillig. Hij werkte jarenlang als geneesheer-aan-huis bij de Belgische ambassade. Maar de politieke situatie was zodanig slecht en de burgeroorlog in Guatemala maakte het leven zo gevaarlijk, dat de ambassade naar Costa Rica verhuisde. Er bleef alleen een consulaat over. Het doet Carlos nog pijn. ‘Ik zie een ongelooflijke gelijkenis tussen de situatie van mijn voorouders in 1847 en die van hun afstammelingen nu: totale verwaarlozing.’
Oorspronkelijk was alles nochtans goed georganiseerd. Volgens het contract dat de betrokken regeringen in 1841 hadden opgesteld, zouden de Belgische kolonisten een groot grondgebied mogen bewonen, met de missie een haven en een stad uit te bouwen. Ze kregen daarvoor bepaalde privileges. Een voorwaarde was wel dat ze de soevereiniteit van het gastland erkenden en zich onderwierpen aan de plaatselijke rechten en plichten. In artikel vijf van het koloniale contract stond expliciet vermeld dat de migranten na verloop van tijd volledige afstand zouden doen van hun nationaliteit, en zich zouden schikken naar de burgerlijke en politieke rechten van hun nieuwe land. Allicht een zeer draaglijk compromis voor deze migranten, die zich gesteund voelden door de Belgische Maatschappij van Volksplanting, zoals de Belgische nederzetting officieel heette.
Onder de landverhuizers bevond zich een enkele ingenieur, een geestelijke en een stuk of wat generaals en avonturiers, maar een groot deel van hen was land- en werkloos. Europa zat diep in het slop en kampte met een industriële en landbouwcrisis. Het was een strategie van het koningshuis en enkele voorname zakenlieden om via een buitenlandse expeditie komaf te maken met “het gespuis” in het overbevolkte Koninkrijk België. Wie anders is zo gemakkelijk te lokken met goed rijmende verzen over een paradijs, waar werkgelegenheid, grond en zon in overvloed zijn?
In Guatemala wachtte de kolonisten een andere realiteit: een ongezond klimaat, epidemieën, een gebrek aan hygiëne en erbarmelijke leefomstandigheden eisten hun tol. Losbandigheid, alcoholisme en wanbeleid maakten de toestand onhoudbaar. Met perioden lagen de werken in de haven en aan het dorp helemaal stil. In België kon niemand meer overtuigd worden voor de financiering van het project. Een fiasco voor de organisatoren, dat beter in de doofpot werd gestopt. In 1847 kregen de kolonisten te horen dat er ‘geen kolonie meer was’.
De honderden mensen die al gestorven waren aan ziekten, protesteerden niet. Een honderdtal anderen scheepte in en keerde gedesillusioneerd terug naar België, en een derde deel zwermde uit naar de hoofdstad of andere departementen van het land. Voor hen waren de perspectieven in het thuisland minstens even slecht als die in het gastland.
‘Deze avonturiers kwamen oorspronkelijk misschien niet van nobele families, maar ze doorliepen een heel traject en droegen enorm bij tot de sociale ontwikkeling van dit land,’ vertelt Carlos Vassaux met enige trots. Veel van de Belgische families die naar de hoofdstad trokken, ontplooiden zich daar tot voorname arbeiders en zakenlui. Oscar Berger - een van hun nazaten - maakte het tweemaal tot burgemeester in Guatemala City, en in november 2003 werd hij zelfs tot president verkozen. Tijdens de interviews die we filmden, bleek duidelijk dat deze families de sterke band met hun Belgische verleden hebben, nog na al die generaties. Ze voelen zich anders en willen dat graag zwart op wit bevestigen met een Belgisch paspoort. Voor hen blijft het gevoelig liggen. Voor de Belgische autoriteiten zijn de nationaliteitsclaims van deze families dan weer naast de kwestie. Bovendien maken de recente aanpassingen in de jurisdictie een Belgische nationaliteit voor hen nog minder evident.

Een imaginaire nationaliteit


Dinsdag 13 mei 2003 stond de documentaire Tu ne verras pas Verapaz geprogrammeerd op het Europees Filmfestival Eurocine in Guatemala City. De artikels en recensies in de nationale kranten maakten nogal wat families onder de Belgische afstammelingen van streek. De documentaire werd voorgesteld als een reportage over de ‘Belgische criminelen die naar Guatemala waren verhuisd’. Foutje. De lezersbrieven bleven toestromen. En de medestanders van Oscar Berger beschouwden de hele episode als een slag onder de gordel voor hun geliefkoosde presidentskandidaat.
Waarom zijn mensen als Carlos Vassaux zo gebrand op de Belgische nationaliteit? Jorge Molino, eerste secretaris en consul van de ambassade van Guatemala in Brussel, schudt verbouwereerd het hoofd. ‘Maar hier valt toch geen identiteit te zoeken? De Belgische identiteit bestaat niet eens, kijk maar naar de kloof tussen Walen en Vlamingen. Het is deze mensen niet om de Belgische cultuur en identiteit te doen. Een Europese nationaliteit geeft natuurlijk standing en prestige, en heel wat mensen gebruiken om het even welke sleutel die de deuren naar Europa of de Verenigde Staten kan openen. Ze zoeken betere economische omstandigheden, stabielere horizonten en beter onderwijs,’ zegt Molino. Momenteel kunnen inwoners van Centraal-Amerika moeilijk de grenzen over. Zelfs Mexico is voor hen bijna ontoegankelijk. Een Belgisch paspoort kan inderdaad een green card zijn voor ‘meer geluk’ in de VS of Europa. De kolonisten zochten naar werk, betere economische omstandigheden en een aangenamere leefsituatie. Sommigen van hun afstammelingen steken nu met diezelfde redenen opnieuw de oceaan over, op zoek naar een nieuw eldorado.

VADERLANDSE GESCHIEDENIS

- Vanaf 1831: pact tussen Midden-Amerika en de Engelse zakenlui: de Engelsen zouden lege gebieden bevolken (Verapaz, Petén, Santo Tomas, Chiquimula) de landbouwproductie en infrastructuur verbeteren in ruil voor hun monopolie over bosbouw, met commerciële en fiscale voordelen
- 1837: fabrikanten en industriëlen doen eerste voorstellen om koloniale nederzettingen te vestigen en zo hun afzetgebied te vergroten
- 1838: Guatemala wordt onafhankelijk
- 1839-1843: officiers, generaals en kapitaalkrachtigen in België doen voorstellen aan koning Leopold I voor kolonies in Abessinië, West-Afrika, Nicaragua, Brazilië, de Filipijnen, Nieuw-Zeeland, Spaans-Guinea, Kreta of Cyprus
- 7 januari 1841: NV Compagnie Belge de Colonisation of de Belgische Maatschappij van Volksplanting wordt bij Koninklijk Besluit bekrachtigd; de Belgen zouden het pact met Guatemala overnemen van de Britten in het noordelijke gebied Verapaz
- 9 november 1841: de koninklijke schoener Louise Marie vertrekt vanuit Oostende naar Guatemala voor prospectie onder leiding van kolonel Remy de Puydt. Aankomst in de baai van Santo Tomas op 6 januari 1842
- februari 1842: kolonel de Puydt onderhandelt met de Guatemalaanse overheid en ruilt Verapaz voor Santo Tomas; voorwaarden: de regio blijft grondgebied van Guatemala, immigranten (minstens 100 gezinnen van vijf leden elk) verwerven na verloop van tijd de Guatemalaanse nationaliteit, België betaalt met geld en wapens en heeft de taak een haven, een stad en goede infrastructuur uit te bouwen
- 16 maart 1843: schepen vertrekken uit Antwerpen en Oostende naar Santo Tomas, met een kleine honderd kolonisten, vooral mensen uit lagere sociale milieus
-1844: veel kolonisten sterven in erbarmelijke omstandigheden, de financiële situatie van de kolonie is belabberd. Toch komt de tweede golf landverhuizers er aan
- 1845: gezanten van de Belgische regering worden naar Santo Tomas gestuurd om de kolonie te redden. Een officieel rapport betekent het begin van het einde van alle officiële Belgische hulp aan Santo Tomas: het faillissement van de Compagnie Belge de Colonisation
- 1845-1848: landbouwcrises, aardappelplaag, tyfus en cholera-epidemie in België: mensen vertrekken nog steeds naar de kolonie
- 1847: 60 personen werden per schip gerepatrieerd, nog weinig communicatie tussen de kolonie en België
- 1 januari 1850: nog 345 inwoners in Santo Tomas, waaronder 189 Belgen
- 1856: laatste Belgische schepen terug naar België; achtergebleven kolonisten beginnen plantages op privé-initiatief

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift