Guerrilla gardeners planten Palestijnse olijfbomen

Ieder jaar komen vele vrijwilligers naar de Palestijnse Gebieden om te helpen met de olijfoogst — en om nieuwe olijfbomen te planten waar het Israëlische leger ze heeft omgekapt. Guerrilla gardening, maar dan anders.

Ze komen overal vandaan: Duitse punkers, Australische natuurbeschermers en Zuid-Afrikaanse priesters sluiten zich aan bij Israëlische anarchisten en Palestijnse pacifisten. Het is een groeiende beweging. Alleen al in Bethlehem doen meer dan 120 internationale vrijwilligers mee aan de olijfoogst. Maar ze doen ook aan guerrilla gardening.

Vergeten hoekjes

Guerrilla gardening heeft wortels in het zeventiende-eeuwse Engeland, maar werd pas in de jaren zeventig voor het eerst zo genoemd door groene activisten. Het doel is om publieke ruimte weer op te eisen, door bloemen of groente te planten in bermen en andere vergeten hoekjes in de stad.

In de Palestijnse Gebieden staat er bij guerrilla gardening meer op het spel. Volgens het Palestijnse ministerie van landbouw zijn er in het afgelopen decennium meer dan een half miljoen olijfbomen uitgerukt of vernield door Israëlische burgers en soldaten. Honderden boerengemeenschappen zijn echter afhankelijk van de olijf, die wordt verkocht in de vorm van olie, zeep, brandstof of als vrucht. Ook het hout van de bomen wordt gebruikt.

Izzat Abu Latifa uit Jab’a, vlakbij Bethlehem, heeft een olijfboomgaard langs de weg tussen twee Israëlische nederzettingen. Op 22 februari zag hij hoe soldaten de wortels aan het vergiftigen waren en al 150 bomen hadden omgekapt. “Het voelde alsof mijn hart uit mijn lichaam werd gerukt”, zegt Abu Latifa. “Ik heb elk jaar zo veel bomen geplant als ik aankon, en nu hebben ze alles vernield. Olijfbomen zijn heilig. Welke religie laat dit toe?”

Volgens de officier had hij bomen geplant op Israëlisch grondgebied, ook al kon hij het eigendomsbewijs laten zien.

Zeventigduizend

Een paar maanden later, in het zicht van de militaire wachttorens, gaan de guerilla gardeners aan het werk op zijn akker. “We hebben dit seizoen meer dan achtduizend bomen geplant, sinds 2001 al zeventigduizend”, zegt Baha Hilo, de coördinator van de Olijfboomcampagne van de YMCA.

Volgens Hilo maken de Israëli’s gebruik van een oude Ottomaanse wet, die voorschrijft dat land dat drie jaar braak ligt, eigendom wordt van de staat. “Het doel van onze campagne is Palestijnse boeren hun land te laten behouden. En zodra we olijfbomen planten, is dat een bewijs dat het land wordt bewerkt. En als Israël een veld inneemt, is dat niet meer alleen van de boer, maar van de internationale sponsors in de hele wereld.”

Een ander geval was de familie Barguth uit Al Walaja, ook vlakbij Bethlehem. “Het leger plaatste de familie onder huisarrest, waarna ze zijn akker vernielden om plaats te maken voor een weg. Een paar maanden later hebben we met vijftig vrijwilligers bomen geplant. Ze hebben er honderd verwoest, we hebben er driehonderd teruggeplant.” In de groep bevonden zich christenen, joden, moslims en atheïsten, zegt Hilo.

“We zijn geen militie. Onze wapens zijn schoppen en bijlen, onze handen en olijfbomen.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift