Gul Groot-Brittannië heeft veel goed te maken in Afrika - achtergrond

De Britse regering beweegt hemel en aarde om meer hulp los te weken voor Afrika. Maar wat het welmenende Groot-Brittannië met de ene hand geeft, neemt het soms met de andere hand terug.


Aan goede bedoelingen is bij de Britse regering momenteel geen gebrek. Premier Tony Blair heeft Afrika uitgeroepen tot één van de twee hoofdthema’s van de G8-top, de bijeenkomst van de grootste acht industrielanden in het Schotse Gleneagles van 6 tot 8 juli. Groot-Brittannië heeft een diplomatiek offensief ontketend om de andere rijke landen ervan overtuigen hun ontwikkelingshulp op te trekken, meer schulden kwijt te schelden en arme landen eerlijkere handelsvoorwaarden toe te staan. Vooral Afrika, het armste continent, moet daar beter van worden.

Maar Groot-Brittannië profiteert nog altijd sterk van historisch gegroeide onevenwichten die Afrika parten spelen. De emigratie van Afrikaanse artsen en verpleegsters biedt daarvan een goede illustratie. Groot-Brittannië is een belangrijke aantrekkingspool omwille van de taal en de talrijke vacatures in de gezondheidssector. Tegenwoordig werken er ongeveer 12.500 Afrikaanse artsen in het Verenigd Koninkrijk, schat de BBC. Het merendeel daarvan komt uit Zuid-Afrika, Zimbabwe, Nigeria en Ghana, landen waar een onderbemande gezondheidszorg tegen overweldigende epidemieën en andere problemen moet optornen. De voorbije zes jaar namen Britse ziekenhuizen ook nog eens 16.000 verpleegsters uit Afrika in dienst.

De Afrikaanse gezondheidswerkers trekken naar Groot-Brittannië omdat ze er beter betaald worden, professioneel veel beter omkaderd zijn en betere perspectieven hebben, stellen de auteurs van een studie over het thema dat op 28 mei in het medische vaktijdschrift The Lancet verscheen. In hun land van herkomst laten ze grote gaten vallen in het gezondheidsnet. Driekwart van de Zimbabwaanse artsen hebben hun land sinds de jaren 90 verlaten. In Ghana is 60 procent van de artsen die in de jaren 60 werden opgeleid vertrokken. Zimbabwe telt volgens de Wereldgezondheidsorganisatie nog maar 5,7 artsen per 100.000 inwoners, tegenover 166 voor Groot-Brittannië. De emigratie van artsen is een aderlating voor Afrika: hun dure opleiding brengt het continent niets op en de betrokken landen moeten het tekort zien te verhelpen met dure buitenlandse experts of Cubaanse artsen die tolken en begeleiders nodig hebben.

De Britse overheid stelt dat de Nationale Gezondheidsdienst niet actief rekruteert in Afrikaanse landen waar een tekort aan gezondheidswerkers heerst, en dat de Britse regering de laatste vijf jaar 560 miljoen pond (835 miljoen euro) heeft geïnvesteerd in de gezondheidszorg in Afrika. Maar de emigratie duurt voort en geld lost de problemen niet op, argumenteren de auteurs van de studie in The Lancet. Ze vinden dat Groot-Brittannië zelf dringend meer artsen moet opleiden om de vraag naar buitenlands personeel te verminderen. Groot-Brittannië moet ook meer hulp bieden aan de gezondheidszorg in Afrika, zodat artsen daar een betere werkomgeving vinden. En er is ook ondersteuning nodig voor Afrikaanse initiatieven om artsen te motiveren of te verplichten (langer) in Afrika te blijven.

Olieroes

Intussen lijken sommige Britse ondernemingen er nog altijd een koloniale bedrijfsfilosofie op na te houden: de kunst is uit Afrikaanse landen zoveel mogelijk bodemschatten vandaan te slepen zonder de plaatselijke bevolking in de winst te laten delen. Britse ondernemingen profiteren daarbij - net als hun Franse, Amerikaanse en Chinese concurrenten - van de slechte organisatie en de corruptie van veel Afrikaanse regimes.

De Britse krant The Guardian is met een onderzoek begonnen dat voorbeelden oplevert van uiterst bedenkelijke projecten. In Equatoriaal Guinee heeft BG, het voormalige staatsbedrijf British Gas, een overeenkomst gesloten met de regering van president Teodoro Obiang om ‘s lands productie van vloeibaar gemaakt aardgas voor de komende 17 jaar op te kopen. Een Amerikaanse senaatscommissie beschuldigt de Britse HSBC-bank ervan Obiang te helpen opbrengsten uit de olie- en gassector naar discrete banken in Luxemburg en Cyprus te versluizen.

De Londense Bank LIB zat achter pogingen van concerns om een monopoliepositie te verwerven in de alluviale diamantproductie en de telecommunicatiesector in het jarenlang door burgeroorlog geplaagde Liberia. Na kritiek van de VN en de Wereldbank op het initiatief trok de LIB zich terug.

In Angola wordt Standard Chartered, een grote Britse ontwikkelingsbank, ervan beschuldigd de economie van het land in de problemen te brengen met miljardenzware leningen die de bank beslissingsmacht geven over de toekomstige olieproductie van Angola.

Bedrijven uit andere landen gaan even zwaar in de fout in Afrika. Chinese bouw- en oliebedrijven steunen het omstreden regime in Sudan. Amerikaanse oliefirma’s betaalden smeergeld aan de voormalige Nigeriaanse dictator Abacha en westerse banken hielpen hem miljarden in het buitenland in veiligheid te brengen. Het Franse Elf wordt ervan beschuldigd even gul met smeergeld te zijn geweest en Afrikaanse landen ertoe te hebben aangezet onbetaalbare schulden aan te gaan.

De Britse regering is voorstander van een internationale afspraak die bedrijven zou verplichten bekend te maken hoe veel betalen aan de Afrikaanse regeringen waar ze grondstoffen weghalen. Door die transparantie zou corruptie moeilijker worden. (PD/MM)

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift