Guyaanse minister doorbreekt taboe doodseskader

De People’s Progressive Party (PPP) regeert
al tien jaar over het etnisch verdeelde Guyana. Deze partij van de
West-Indische meerderheid kan maar moeilijk kritiek verdragen, ook als die
van binnenuit komt. Minister van Onderwijs Henry Jeffrey trok zich daar de
voorbije week weinig van aan en doorbrak het ongezonde taboe met verve.


Jeffrey, voormalig minister van Volksgezondheid en Arbeid en oud-professor
aan de Universiteit van Guyana, verspreidde onder zijn collega’s van de PPP
een werkstuk over een aantal gevoelige kwesties, zoals de noodzaak om het
parlement meer slagkracht te geven, de band tussen misdaad en politiek, en
de mogelijke gevolgen van een volgehouden passieve houding tegenover een
politioneel doodseskader. Vooral de groeiende spanningen tussen etnische
Indiërs en de zwarten baren hem zorgen. De onverschilligheid van de regering
van president Bharrat Jagdeo tegenover de reeks wederrechtelijke moorden die
de voorbije jaren door dat doodseskader werden uitgevoerd, zijn Jeffrey
daarbij een doorn in het oog: als de daders niet snel worden ingerekend en
veroordeeld zou het land naar een burgeroorlog kunnen verglijden.

Volgens Jeffrey, een van de vijf zwarte ministers van het twintigkoppig
kabinet, kan de regering de zwartepiet niet langer naar het inefficiënte
gerecht doorschuiven. De traagheid van justitie mag geen excuus vormen. Op
deze manier wekt de regering immers de indruk dat zij de activiteiten van
het doodseskader stilzwijgend steunt.

Jeffrey verwijst naar de moord op Shaka Blair, een zwarte gemeenschapsleider
en activist van de oppositie, die begin april uit zijn bed werd gelicht en
in koelen bloede vermoord door de leden van het eskader, die een zwarte
uitrusting dragen en gewapend zijn met AK-47 en M-70 geweren. Het land was
geschokt door de moord, maar de politie verklaarde doodleuk dat Blair eerst
had gevuurd. Een autopsie bewees het tegendeel, en bovendien kon de politie
bij het onderzoek geen wapen, kogel of kogelgat voorleggen. Volgens Jeffrey
is het betreffende onderzoek wel ongewoon snel verlopen, maar wordt er
verder geen gevolg aan gegeven. De daders zijn nog steeds op vrije voeten.

Door het gebrek aan actie bij geloofwaardige en redelijke klachten tegen het
doodseskader zouden de frustraties van de oppositie en de zwarten in de
nabije toekomst wel eens kunnen ontaarden in een grootschalig oproer. Dat
was eerder deze maand al bijna het geval, toen bij de viering van
onafhankelijkheidsdag geruchten de ronde deden dat zwarten de regering omver
zouden werpen. Uiteindelijk bleef het die dag relatief rustig. Volgens
Jeffrey zal de politie van de bevolking enkel de noodzakelijke medewerking
krijgen als ze zelf haar goede wil toont.

Het kritische commentaar van de minister komt er op een moment dat een
misdaadgolf het land overspoelt. Sinds april kwamen bij gewapende aanvallen
op politiekantoren en patrouilles acht politiemannen om. Er waren ook
talrijke gewonden. De overvallen op privé-woningen en handelszaken blijken
niet meer te tellen en ook carjackings zijn dagelijkse kost.

Dit fenomeen is nieuw. De voorbije twintig jaar vielen bij de politie zeven
doden en werden er amper auto’s gestolen. Nu lijkt het wederrechtelijke
geweld van de politie tot een dodelijke boemerang verworden.
Politiecommissaris Leon Fraser, de leider van het doodseskader, werd bij
oefeningen in april in het hoofd geschoten, en twee andere leden van het
eskader zouden het land intussen al ontvlucht zijn. Verantwoordelijken van
de politie zeggen te vrezen dat hun agenten het doelwit zijn geworden van
mensen die de passiviteit van de politie tegenover de beschuldigingen niet
langer pikken, of van gewone criminelen die het moreel van de politie willen
breken. Heel wat televisiezenders hebben uitgebreid beelden getoond van
Fraser en zijn mannen die gewone burgers terroriseren en zelfs zwangere
vrouwen schoppen; ook ooggetuigenverslagen over het neerschieten van
ongewapende verdachten deden veel stof opwaaien.

Mensenrechtenactivisten en de media, die al langer om actie tegen het
doodseskader vragen, juichen de moedige daad van Jeffrey toe. De minister
behoort tot de burgerlijke arm van de PPP: dat is een groep zakenlui en
academici die geen partijlid zijn, maar wel regeringsverantwoordelijkheid
willen opnemen. Volgens waarnemers worden ze door de partij vaak als
buitenstaanders beschouwd. De meeste hoge PPP-functionarissen zijn het
oneens met Jeffrey, en verwijten hem dat hij zijn document heeft gelekt naar
de media. De meerderheid van de partij - vooral de etnische Indiërs - lijken
zelfs te geloven dat het doodseskader een buffer vormt tussen henzelf en de
vijanden van de regering. Voorzitter van het parlement en uitvoerend lid van
de PPP Ralph Ramkarran valt Jeffrey wel bij. Hij hoopt enkel dat anderen
snel hetzelfde inzicht verwerven.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift