Haïti. De erfenis van Aristide. 'We hebben geen messias meer nodig'

2004 was een rampjaar voor Haïti. Een sociale revolte en twee tropische stormen rukten het land aan flarden. De puinhoop lijkt vandaag onoverzichtelijk en de toekomst donker en onzeker. Toch trekken de Haïtianen ook hun lessen uit de ravage.
De afstammelingen van de zwarte plantageslaven hadden de tweehonderdste verjaardag van hun onafhankelijkheid beslist liever anders gevierd. Haïti was het eerste land van Latijns-Amerika dat het koloniale juk van zich afschudde. In 1804 was dat, maar de vreugde en de trots om die heldendaad van weleer was het voorbije jaar ver te zoeken. Eind 2003 zogen maandenlange protesten tegen het corrupte en dictatoriale regime van president Aristide Haïti mee in een spiraal van geweld. De impasse werd pas doorbroken toen Frankrijk en de VS ingrepen en Aristide op 29 februari tot aftreden dwongen. Sindsdien probeert de interimregering onder leiding van eerste minister Gérard Latortue, bijgestaan door een VN-troepenmacht, de chaos in het verscheurde Caribische landje onder controle te krijgen, maar dat lijkt een bijzonder moeilijke klus.

De geest van Aristide


In de nacht van 29 op 30 september 2004 -orkaan Jeanne was nog maar net uitgeraasd- zorgden gewapende bendes opnieuw voor zware rellen in Port-au-Prince. Lame san tèt -leger zonder hoofd- noemen de rebellen zich en hun troepen bestaan uit meisjes en jongens tussen de 14 en de 20 jaar uit de armenwijken van de hoofdstad. Ze opereren samen met de beruchte chimères, de door Aristide bewapende jongerenmilities uit diezelfde volkswijken. Ze zaaien niet alleen terreur en paniek, maar hebben af en toe ook de lugubere gewoonte hun slachtoffers te onthoofden.
Hun actie van eind september was hun manier om de verjaardag te herdenken van 30 september 1991, de datum waarop Aristide, toen nog een charismatische volksleider, door een staatsgreep van de macht werd verdreven. De bendes eisen de terugkeer van Aristide. In de gevechten tussen dit Lame san tèt en de nationale politie vielen honderd doden. De rellen waren het begin van een nieuwe golf van geweld, die vooral de steden onveilig maakt. Maar de Aristide-fans zijn niet de enigen die met de wapens zwaaien. Een andere, moeilijk te paaien groep wordt gevormd door de ex-militairen, die evenmin het gebruik van geweld schuwen.
In 1996 ontbond Aristide het leger, maar vandaag staan de militairen er weer. Onder leiding van ex-sergeant Ravix Remissainthe eisen ze van premier Latortue dat ze in hun functie hersteld worden en een schadevergoeding krijgen voor de werkloosheid van de afgelopen jaren. Half december bezetten ze de residentie van Aristide in Tabarre, in de buurt van de hoofdstad, om er hun hoofdkwartier in te richten. Remissainthe wil zich graag uitgeroepen zien tot nieuwe stafchef van het leger, maar de VS, in de persoon van Colin Powell, hebben eerder al laten blijken dat ze weinig enthousiast zijn voor de heroprichting van een eigen leger in Haïti.
het immense probleem van de onveiligheid aan te pakken, kreeg Haïti sinds juni vorig jaar een VN-troepenmacht, Minustah. Die moet de regering helpen orde op zaken te stellen en een gunstig klimaat te creëren voor de verkiezingen, die voorlopig voor november 2005 gepland zijn. Maar na ruim een half jaar blijkt de VN-missie niet opgewassen tegen de problemen. Sommigen verwijten de blauwhelmen laksheid of twijfelen aan hun wil om effectief een veiliger klimaat na te streven. Sinds hun optreden tegen Aristide-aanhangers in Cité Soleil, half december, waarbij vier doden vielen, wordt de Braziliaanse chef van de missie steeds vaker verweten dat hij het gemunt heeft op de partij van Aristidegetrouwen -Lavalas. Uiteindelijk vertrouwen de Haïtianen nog het meest op hun eigen manschappen.

Geplunderd en leeggeroofd


‘Een politieke catastrofe heeft ons geleid naar een ecologische en een humanitaire ramp’, vindt Colette Lespinasse, directrice van GARR (Groupe d’Appui aux Refugiés et Rapatriés). ‘Was Haïti niet al jaren lang het slachtoffer van corruptie en wanbeheer, dan had orkaan Jeanne niet zo’n ravage aangericht.’ In de Dominicaanse Republiek, waar de storm met evenveel kracht langs trok, vielen er elf doden, in Haïti tweeduizend. ‘De ramp heeft hier zo’n omvang gekregen vanwege de totale plundering van het milieu en het ontbreken van een langetermijnvisie. En dat is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid, het is ónze mislukking’, betoogt Colette fel.
Ze verwijst naar het economische beleid van de twee voorbije decennia. ‘Men heeft Haïti gedwongen de markt te openen en de tarieven voor voedingsproducten omlaag te halen. Haïti was altijd een landbouwland, maar wij kunnen niet op tegen de dumpingprijzen van de voedingsproducten uit de VS. Alles komt vandaag uit het buitenland, terwijl de Haïtiaanse boeren hun producten niet kwijt geraken.’ Haïti importeert steeds meer, terwijl vijfenzeventig procent van de bevolking moet rondkomen met minder dan 2 dollar per dag. Het land is het armste van het westelijk halfrond. ‘Dat is de storm die dagelijks ons leven bedreigt’, besluit Colette.
De interimregering Latortue is samengesteld uit een groep technocraten die weinig bedenkingen hebben bij het neoliberale model. ‘Alle aandacht gaat naar de privésector, terwijl het overgrote deel van de bevolking in de kou staat’, zegt Pierre Espérance, directeur van NCHR (Coalition Nationale pour les droits des Haïtiens). ‘En in de provincies heeft deze regering totaal geen invloed. Daar is de bevolking overgeleverd aan de bescherming of de willekeur van de ex-militairen.’

Een ander Haïti is mogelijk


‘Als de internationale interventie in Haïti niet voor een tweede keer in één decennium wil falen (in 1995 kreeg Haïti ook een VN-troepenmacht -nvdr) en Haïti geen failed state wil worden, die vluchtelingen uitdrijft naar de VS, moet er ernstig werk gemaakt worden van ontwapening én moet er een politiek proces opgestart worden dat rekening houdt met de brede bevolking en werkt aan een nationale consensus. Dat is een opdracht die verder gaat dan het uitschrijven van de voor 2005 beloofde verkiezingen’, stelt de International Crisis Group in een rapport over Haïti.
Er is dus nog een lange weg te gaan, maar een groot deel van de Haïtianen lijken ook wel bereid om die te gaan. Ze verzetten zich tegen doemscenario’s. Onlangs trok een ngo-delegatie door Europa met een platformtekst Een ander Haïti is mogelijk. ‘We zijn realistischer geworden’, zegt Jean François Lenz van de organisatie ICKL. ‘We verwachten het heil niet meer van één messias die ons uit de ellende komt halen. Het is de opdracht van alle Haïtianen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.