Haïti naar de stembus, na rampjaar

‘Je kan een land niet opbouwen zonder zijn bevolking’

Op 28 november trekken de Haïtianen naar de stembus om een nieuw parlement, een derde van de senaat en een nieuwe president te kiezen. Joris Willems peilde in Haïti naar de geloofwaardigheid van het verkiezingsproces op het einde van een humanitair rampenjaar, dat begon met een verwoestende aardbeving en eindigt met een choleracrisis.

De tijdelijke verkiezingsraad in Haïti –de CEP– en president René Préval maken zich sterk dat het verkiezingsproces eerlijk, vrij en transparant verloopt. Maar voor het merendeel van de Haïtianen klinkt dat totaal ongeloofwaardig. Verschillende arbitraire en ongrondwettelijke beslissingen wijzen volgens de Haïtiaanse mensenrechtenorganisatie RNDDH op partijdigheid van de CEP. De internationale gemeenschap wordt dan weer verweten het verkiezingsproces te ondersteunen en legitimeren. Daarbij komt dat “internationale experts” en de Haïtiaanse elite onder de paraplu van de Interimcommissie voor de Heropbouw van Haïti de heropbouw van het land hebben gepland alsof er geen middenveld zou bestaan. Ngo’s spreken over een uitverkoop. ‘De regering heeft de overlijdensakte van Haïti getekend’, zegt Camille Chalmers, directeur van het platform van Haïtiaanse middenveldorganisaties Papda.

De kiezers leven in tentenkampen

Negen maanden na de catastrofe van 12 januari kreunt de bevolking nog steeds onder de diepe wonden van het natuurgeweld. Meer dan 1,3 miljoen Haïtianen leven in geïmproviseerde tenten en barakken. Gezien de dagdagelijkse bekommernissen over huisvesting, weersomstandigheden, diefstallen, verkrachtingen en ontbrekende sanitaire en sociale voorzieningen, hebben de daklozen weinig interesse voor de verkiezingen. Hun situatie lijkt bovendien te verslechteren met het verstrijken van de tijd. De recente uitbraak van cholera dreigt die trend enkel maar te versterken.

De algemene teneur is ongeloof in het electoraal proces en de politieke klasse als motor voor verandering. Duidelijkheid met betrekking tot perspectieven op huisvesting staat hoger op de agenda, maar op enkele vage intenties na lijkt daaromtrent nog steeds niets beslist. Een recent uitgelekt document draagt de weinig hoopgevende naam Strategie voor terugkeer en hervestiging –ontwerpversie nummer vijf.

Kroniek van gemiste kansen

Deconcentratie van de overbevolkte hoofdstad was een van de prioriteiten kort na de aardbeving. Vrijwillige hervestiging in het binnenland zou de voedselproductie en -transformatie kunnen stimuleren en vele jobs creëren. Het gebrek aan transformatie- en transportfaciliteiten heeft nu tot gevolg dat tonnen fruit wegrotten in het oogstseizoen, terwijl de voedselveiligheid enkele maanden later vaak alarmerend is. Zowat de helft van de Haïtianen leeft van landbouw, maar het gebrek aan investeringen en lage importtarieven resulteren in plattelandsvlucht. Na de aardbeving keerde die beweging tijdelijk om, maar concentratie van de hulp in Port-au-Prince deed mensen opnieuw afzakken naar de hoofdstad.

Het potentieel voor jobcreatie verbonden aan afbraak, ruiming van het puin en heropbouw is enorm. Die activiteiten komen echter bijzonder traag op gang. De cash-for-work-ploegen die het puin verplaatsen, zijn het meest concrete perspectief. Met een loon van vier euro per dag kunnen Haïtianen op die manier gedurende een korte periode een klein inkomen bijeenschrapen. Van een methodische aanpak lijkt er echter geen sprake, waardoor de activiteiten veeleer het karakter krijgen van betaalde bezigheidstherapie.

Een recent rapport van Refugees International wijst op het gebrek aan coördinatie tussen de verschillende internationale ngo’s. Maar ook de VN, die de clusters voor humanitaire hulp en heropbouw coördineert, doet volgens Refugees International te weinig inspanning om het lokale middenveld te betrekken bij hulpverlening en het plannen van de wederopbouw. Verschillende lokale organisaties werken niet langer samen met de clusters omdat met hun inbreng geen rekening werd gehouden. Het merendeel van die vergaderingen wordt bovendien in het Engels gehouden, slechts een minderheid ervan in het Frans en geen enkele in het Creools –nochtans de twee officiële talen van het land.

Interimcommissie voor heropbouw

Na de aardbeving kwam een grote golf van internationale solidariteit op gang. Naast hulp gekanaliseerd via diverse –al dan niet erkende– ngo’s, beloofden verschillende VN-lidstaten eind maart 2010 in New York bijna 7 miljard euro aan Haïti. Met die toezeggingen vond het reconstructieplan –dat de Haïtiaanse elite en ondernemers hadden opgesteld– bijval van de internationale gemeenschap, die overigens hielp bij de ontwikkeling van het plan. Maar aan het Haïtiaanse middenveld werd niets gevraagd. Dat totale gebrek aan participatie weerhield niemand in New York ervan het plan te steunen en de Interimcommissie voor de Heropbouw van Haïti op te richten om voor de uitvoering te zorgen.

‘De regering heeft de overlijdensakte van Haïti getekend.’

Colette Lespinasse vertegenwoordigde een coalitie van middenveldorganisaties op de top in New York. Zij was de enige stem uit de Haïtiaanse civiele maatschappij die gehoord werd. ‘Of ze geluisterd hebben, weet ik niet’, zegt Lespinasse. Ze heeft felle kritiek op wat ze een uiterst middelmatig reconstructieplan noemt dat niet breekt met de cliëntelistische politieke tradities. ‘Ik moest vechten om op de top in New York te geraken. De uitvoerende macht had haar eigen keuze gemaakt van zogenaamde vertegenwoordigers van het middenveld. Maar je kan een land niet opbouwen zonder zijn bevolking.’

De noden van de slachtoffers staan in schril contrast met de talmende donoren. In september bleek dat slechts vijftien procent was uitbetaald van de fondsen die voor 2010 en 2011 voorzien zijn. De Interimcommissie voor de Heropbouw van Haïti heeft ondanks de aanhoudende urgentie slechts drie keer vergaderd. De commissie, waarin internationale donoren en Haïtianen zetelen, wordt voorgezeten door de Haïtiaanse premier Jean-Max Bellerive en Bill Clinton, speciaal gezant van de VN-Secretaris Generaal. Het merendeel van de Haïtianen in de commissie zijn lokale industriëlen en personen van de uitvoerende macht. De vertegenwoordigers van nationale en internationale ngo’s en de Haïtiaanse diaspora hebben geen stemrecht.

Tragikomisch en uitermate controversieel

De verkiezingen lijken inmiddels een pseudo-democratische farçe te worden. De aanhoudende controverse rond de tijdelijke verkiezingsraad CEP valt grotendeels te verklaren doordat er sinds de val van de Duvaliers –de voormalige presidenten François Duvalier en zijn zoon Jean-Claude, alias Papa en Baby doc– nooit een permanente verkiezingsraad werd aangesteld. De verkiezingsraad blijft bijgevolg de speelbal van de president. De huidige CEP werd reeds bij haar beëdiging eind 2009 op de vingers getikt door het Hof van Cassatie. Dat hekelde het feit dat onregelmatigheden bij de verkiezingen van april en juni 2009 nog niet waren opgehelderd.

Met een waslijst aan onregelmatigheden is het weinig verbazingwekkend dat de CEP onder vuur ligt van de oppositie, het middenveld en –zolang men achter de schermen met mensen praat– de internationale gemeenschap. Zo werd Fanmi Lavalas, de partij van ex-president Aristide, net als bij de senaatsverkiezingen van 2009 om uiterst bedenkelijke redenen uitgesloten. Een flagrante inbreuk op de kieswet werd vastgesteld toen in december 2009 grote reclamepanelen te zien waren van het presidentieel platform INITE, terwijl de campagne officiëel pas anderhalve maand later mocht starten. Ondanks de centrale locatie van die illegale verkiezingscampagne beweerde de CEP hiervan geen weet te hebben. INITE trok vervolgens in een geheel ontransparante loting onder 52 partijen “als bij toeval” nummer één voor de lijstnummers. Net zoals bij de vorige presidentsverkiezingen. Na fel protest organiseerde de CEP een nieuwe loting.

Donoren ondermijnen de democratie

De Minustah, de VN-missie die sedert 2004 in Haïti aanwezig is, zal instaan voor de logistieke en technische ondersteuning van de verkiezingen. Samen met de onderbemande Nationale Haïtiaanse Politie moet de Minustah bovendien de veiligheid garanderen. Populair is de VN-missie hier niet, dat wordt duidelijk in de talloze anti-VN graffiti’s op muren in de hoofdstad. Ze worden ‘bezetters’ genoemd, die met hun stabiliseringsmissie het status quo beschermen. Verschillende middenveldorganisaties eisen in manifestaties zonder meer het onmiddellijke vertrek van de VN-troepen. Intussen lijkt Minustah weinig inspanning te leveren om iets aan haar slechte imago te doen, integendeel. Midden oktober werden journalisten bedreigd en verwond door blauwhelmen toen ze verslag uitbrachten over een manifestatie.

Europa zal zo’n vijf miljoen euro bijdragen aan het verkiezingsproces en enkele experts sturen ter ondersteuning. De officiële internationale observatiemissie is samengesteld door de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) en de Caribische Gemeenschap (Caricom). Veelzeggend is dat de Secretaris-Generaal van de OAS, Jose Miguel Insulza, bij een bezoek aan Haïti eind augustus liet verstaan dat het verkiezingsproces ‘normaal is, vooruitgaat en geloofwaardig is’. Daarmee bracht hij menig Haïtaan aan het lachen. Sommigen steigerden, anderen concludeerden niet zonder cynisme dat de verkiezingen alweer achter de rug waren.

Door ongeloofwaardige en controversiële verkiezingen keer op keer te legitimeren, dreigen donoren de wrok van heel wat Haïtianen te oogsten. De bevolking gelooft niet in wat de internationale gemeenschap schaamteloos een “prille democratie” noemt.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift