Haïti verwaarloost forensisch onderzoek

Het labo van de wetenschappelijke politie in Haïti ligt op apegapen en zelfs een eenvoudige DNA-analyse moet worden uitbesteed aan laboratoria in Cuba of de Dominicaanse Republiek. Bijgevolg worden veel mensen veroordeeld of vrijgesproken op basis van gemakkelijk te manipuleren getuigenissen.
“Wetenschappelijke en technische politie”, staat op een plakaat van een bescheiden gebouw dat deel uitmaakt van de politieacademie in een buitenwijk van Port-au-Prince, de hoofdstad van Haïti. Het logo met vingerafdruk en microscoop symboliseert de droom die de geldschieters, Canada en de Verenigde Staten, ooit hadden om het Haïtiaanse gerecht de middelen te geven om de wetenschap in dienst te stellen van de misdaadbestrijding.
De forensische politie zag het levenslicht tijdens het eerste presidentschap van René Preval (1996-2001) en moet het tegenwoordig stellen met de helft van het oorspronkelijke personeelsbestand. De eerste generatie technici is vertrokken uit frustratie met het gebrek aan middelen.
“We hebben geen materiaal meer om namaak op te sporen of een computerprogramma om vingerafdrukken te vergelijken”, zegt Franz Lerebours, woordvoerder van de Haïtiaanse politie en voormalig hoofd van de wetenschappelijke politie. “Vingerafdrukken worden nu manueel vergeleken en er is ook geen databank meer voor ballistische gegevens.”
Maandenlang in panne
Er is zelfs niet genoeg geld om het fotokopieerapparaat te herstellen dat enkele maanden geleden de geest heeft gegeven. Met het wagenpark is het niet veel beter gesteld. Een jeep, geparkeerd onder een amandelboom, is het enige voertuig om de achttien resterende wetenschappelijke experts op de plaats van de misdaad te brengen.
“Er bestaat eigenlijk geen politielaboratorium meer op Haïti”, zei VN-Mensenrechtengezant Louis Joinet deze zomer. Joinet raadde de regering aan het gevangenissysteem te vernieuwen en tegelijk werk te maken van echt forensisch onderzoek. Alleen op die manier kan het gevangenissysteem worden ontlast van mensen die onschuldig zijn veroordeeld. DNA-tests zijn daarbij een echte prioriteit.
“Er bestaat bij de gerechtelijke politie een cultuur van bekentenissen, eerder dan bewijzen”, zucht dr. Marjorie Joseph, een van de twee wetsdokters in Haïti. De twee moeten hun stalen voor een DNA-test naar Cuba of de Dominicaanse Republiek sturen. De wetenschappers in de buurlanden zijn zelden gehaast en de families van de slachtoffers moeten voor de kosten opdraaien.
Magistrale onkunde
De jacht op harde bewijzen wordt ook gehinderd door de onkunde van de onderzoeksrechters. “Het verzamelen van bewijsmateriaal gebeurt niet altijd even zorgvuldig. De politie en de rechters weten niet altijd dat ze geen enkel element mogen aanraken zonder dat er een forensisch expert aanwezig is”, zegt woordvoerder Lerebours.
De nood aan bewijzen is hoog, want alleen in de hoofdstad Port-au Prince en omgeving zijn sinds 2004 1600 moorden geregistreerd. “Haïti schijnt niet te willen functioneren als een normaal land”, zegt dr. Marie Gessy Coicou, die het gebrek aan middelen heeft aangeklaagd in een rapport toen ze hoofinspectrice was van de politie. “Soms veranderen mensen van post, maar het bestuur blijft hetzelfde”, zegt ze. Dat geldt ironisch genoeg ook voor haar: Coicou werd een jaar geleden als inspectrice de laan uitgestuurd.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift