Haïtiaanse oppositie misnoegd over desinteresse VS

De regering-Bush weet niet welke houding aan te nemen tegenover de politieke crisis in Haïti. Het zo goed als onbestaande Haïti-beleid van Washington splijt langs dezelfde breuklijnen als in het Irak-dossier. Intussen neemt de kans op een Haïtiaanse exodus met de dag toe.


De Verenigde Staten lijken vooral bezorgd om overspoeld te worden met bootvluchtelingen. Vorige maand reeds werden een dozijn hulporganisaties gecontacteerd om de inrichting van een vluchtelingenkamp met 50.000 bedden te onderzoeken op de marinebasis van Guantanamo in Cuba. Tijdens de laatste exodus van Haïtiaanse vluchtelingen twaalf jaar geleden, herbergde de basis 70.000 mensen.

Het Democratische Project van Haïti (HDP), een groep in de VS die de oppositie op Haïti steunt, zegt voorstander te zijn van meer overleg tussen de VS en de ministers van de Organisatie van Amerikaanse Staten. Die zouden een delegatie moeten afvaardigen naar Haïti met aanbevelingen die de rust zouden kunnen herstellen.

Bush gaat een politiek probleem krijgen op het thuisfront indien hij, net voor de verkiezingen, geconfronteerd wordt met beelden van omgeslagen boten en een massale exodus, voorspelt Haïti-expert Robert McGuire van de Trinity Universiteit in Washington.

Hulporganisaties slagen er niet in om de streken in Haïti te bereiken die het meest getroffen zijn door de politieke chaos. Het land was er al slecht aan toe - ongeveer de helft van de 8 miljoen inwoners waren immers reeds ondervoed volgens de Landbouw- en Voedselorganisatie (FAO) van de Verenigde Naties - en de situatie wordt er nog dramatischer op. De kans op een massale exodus verhoogt met de dag, zeker nu paramilitairen een tactiek van verbrande aarde hanteren. Mensen zullen hun toevlucht zoeken in de Dominicaanse Republiek maar die dreigt haar grenzen te sluiten, aldus John McCalla, directeur van de Nationale Coalitie voor Haïtiaanse Rechten in New York.

De Amerikaanse regering heeft verschillende pogingen tot bemiddeling tussen Aristide en de oppositie ondersteund, onder meer via de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) en de Caribische Gemeenschap. Maar de regering-Bush neemt geen duidelijke houding aan tegenover de crisis. De tweeslachtige houding van de Verenigde Staten is het resultaat van dezelfde verdeeldheid die al merkbaar was in verband met Irak: de groep rond minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell bekijkt de zaken anders dan de haviken. Die zijn voorstander van een confronterende of bestraffende aanpak van Aristide.

Tijdens een topoverleg met de OAS sprak de regering zich, bij monde van de harde strekking, uit tegen de regering van Haïti. Tegelijkertijd stuurde ze oppositie via organisaties als het Internationale Republikeinse Instituut (IRI) de boodschap dat ze best het been stijf houdt ten aanzien van de president. Doorheen de huidige crisis blijkt overduidelijk het gebrek aan een duidelijk standpunt van de Verenigde Staten. Richard Boucher, de woordvoerder van het ministerie voor Buitenlandse Zaken, riep deze week op tot kalmte en dialoog maar suggereerde tevens dat een politieke oplossing om diepgaande veranderingen vraagt in de wijze waarop Haïti bestuurd wordt. Een anonieme ambtenaar van Buitenlandse Zaken stelde in de New York Times dan weer dat Aristide moet aftreden. Een machtsovername kan de onlusten in het land nog versterken, waarschuwen Haïti-kenners, want de pro-Aristidemilities zullen zich waarschijnlijk niet laten ontmantelen.

De spanning tussen de regering van president Jean Bertrand Aristide en een breed oppositiefront stijgt sinds enkele maanden. De onmiddellijke aanleiding voor de crisis van de voorbije week was de geslaagde coup op Gonaives, de vierde grootste stad van Haïti, door tegenstanders van Aristide. De rebellengroep in kwestie, die zichzelf het Gonaives Weerstandfront (GRF) noemt, verspreidde zich snel naar andere kuststeden, inclusief Sint-Marc. De rebellengroepering, die ten tijde dat ze nog front vormde met de president het Kannibalenleger genoemd werd, keerde zich tegen Aristide nadat haar leider gedood werd in executiestijl. Ze legt de verantwoordelijkheid voor de moord bij de regering.

De onrust die volgde op de overname van Gonaives heeft naar schatting het leven gekost aan 50 mensen, waaronder 20 politiemannen. Sint-Marc werd heroverd door de troepen van Aristide en ook Cap-Haitien, de tweede grootste stad, zijn in handen van de regering. Gonaives en verschillende kleinere steden in de buurt blijven vooralsnog in handen van de rebellen. Het oppositiefront in de hoofdstad Port-au-Prince annuleerden hun protestmars donderdag nadat pro-Aristide krachten barricades opgeworpen hadden en demonstranten met stenen bekogelden. Aristide blijft elke eis tot aftreding afwijzen en wil zijn termijn als president tot in 2006 uitzingen.



Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift