‘Handel in bananen wordt strenger gereguleerd dan handel in wapens’

Heel de maand juli onderhandelen de 193 VN-lidstaten in New York over een Internationaal Wapenhandelsverdrag. Onderzoeker Sara Depauw van het Vlaams Vredesinstituut volgt de besprekingen ter plekke en hield voor MO* een blog bij. Een unieke blik vanuit de VN-vergaderruimtes waar mooie principes en harde realpolitik elkaar kruisen.

  • RV Sara Depauw (Vlaams Vredesinstituut), VN-hoofdkwartier New York. 'Een wapenhandelsverdrag is nodig om te voorkomen dat wapens hun weg vinden naar conflictgebieden.' RV

Maandag 16 juli 2012

Wanneer ik toekom in het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York, zijn de onderhandelingen over een internationaal wapenhandelsverdrag al halfweg. Onder ngo’s heerst pessimisme want de eerste twee weken discussiëren hebben maar weinig opgeleverd. Er is te veel tijd verloren gegaan aan procedurele kwesties (lees: vertragingsmanoeuvres van landen die kritisch staan tegenover het wapenhandelsverdrag –zoals Egypte), en het is te veel gebleven bij algemene verklaringen. Hoog tijd dus om concrete teksten op tafel te leggen die voor iedereen aanvaardbaar zijn als basis voor de onderhandelingen.

De onderhandelingen zijn opgesplitst in twee comités die zich buigen over verschillende thema’s –zoals de criteria waaraan vergunningsaanvragen getoetst moeten worden, of de implementatiemaatregelen die richting geven aan de manier waarop het verdrag uitvoering moet krijgen.

Slechts de helft van de vergaderingen zijn openbaar. Daar zijn geen inhoudelijke redenen voor, enkel diplomatieke. Het gaat om een toegift uit de eerste week om de geblokkeerde onderhandelingen aan de start weer op gang te trekken. Behoorlijk vervelend voor iedereen die geen deel uitmaakt van een statelijke delegatie. Vaak mis je de helft van een debat, wanneer de  daaropvolgende sessie achter gesloten deuren plaatsvindt.

De voorzitters van beide comités legden vandaag concrete teksten voor die door de meeste landen als basis aanvaard worden. Goed nieuws dus, de onderhandelingen krijgen meer vorm en focus. Toch blijft de uitdaging enorm om –tot in de details van een wetgevende tekst– een consensus te vinden tussen 193 landen. Een onderhandelaar stelt me gerust: ‘Je moet aan de puzzelstukjes werken om tot een geheel te komen.’ Ook al is er nog geen overeenstemming over de hoofdlijnen van het verdrag, je ziet wel dat het waardevol is om te timmeren aan een betere tekst, met zoveel mogelijk landen.

Mijn hoofd zit vol indrukken na mijn eerste dag in de VN. Ik ben onder de indruk van sommige statelijke interventies, maar misschien nog meer van de manier waarop ngo’s (onder leiding van Control Arms) zich organiseren. De doorstroom van informatie is gigantisch.

Ook de wapenindustrie is aanwezig, maar slechts in kleine getalen. Tot een consensus komen tussen alle landen over het internationaal wapenhandelsverdrag lijkt op dit moment een utopie. Maar misschien is het beter aan een kwalitatief waardevolle tekst te werken met zoveel mogelijk landen dan vrede te nemen met een verwaterd compromis.

 

Dinsdag 17 juli 2012

Ik vind al vlotter de weg naar de juiste zalen in het VN-labyrint, en heb al iets meer zicht op de gang van zaken hier. Om 8u45 begint de dag met een coördinatievergadering van Control Arms. De belangrijkste wijzigingen in de teksten worden besproken, en er worden enkele aandachtspunten meegegeven aan de aanwezigen. Handig om inhoudelijk een beetje overzicht te bewaren, en voor velen nuttig om een eenvormige boodschap naar buiten te brengen ten aanzien van de onderhandelaars.

De discussies die vandaag toegankelijk zijn, gaan over de preambules, de principes van het verdrag en de slotbepalingen. Niet de meest cruciale aspecten van het verdrag.

Intussen probeer ik hoogte te krijgen van de positie van de Europese Unie in de onderhandelingen. Parallel overleg wordt gevoerd binnen verschillende regio’s, en dus ook tussen landen van de EU. Er wordt echter ook overleg gevoerd tussen de permanente vertegenwoordigers in de Veiligheidsraad van de VN, waar Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk deel van uitmaken. In de wandelgangen doen geruchten de ronde over onvrede en het gebrek van loyauteit van Frankrijk en het VK ten aanzien van de EU.

Het is niet evident om EU-standpunten staande te houden en tegelijkertijd tot een consensus binnen de vaste leden van de Veiligheidsraad te komen. China, Rusland en de Verenigde Staten hebben fundamenteel andere standpunten dan de EU. China en Rusland leggen veel minder nadruk op het belang van mensenrechten en humanitair recht en wijzen meermaals op de eigenheid van staten en de ruimte die er moet zijn om op een eigen manier om te gaan met internationale standaarden. De Verenigde Staten onderstrepen dan weer het recht op persoonlijk bezit van wapens. Ze willen ook vermijden dat munitie een onderdeel zou worden van het verdrag. Overeenstemming tussen EU-landen lijkt plots een koud kunstje in het licht van VN-onderhandelingen.

Verder werd mijn optimisme van gisteren een beetje gecounterd door een gesprekje met de Nederlandse delegatie. Daar heerst zeer sterk het gevoel dat alle landen tot nog toe te veel op hun standpunt blijven staan en er te weinig wordt toegewerkt naar een consensus. Nederland is voorzitter van een van de comités en ondervindt aan de lijve hoe moeilijk het is om een compromis te destilleren uit de veelheid aan meningen die in de onderhandelingen naar voor komen.

De boog moet niet altijd gespannen staan. Hoewel ik nauwelijks weet om welke sport het gaat, ga ik vanavond mee naar de Yankees. Gewoon om me even onder te dompelen in the American way of life.

 

Woensdag 18 juli 2012

De onderhandelingen lijken een nieuwe fase in te gaan. Nadat er thematische onderhandelingsteksten op tafel zijn gelegd, rijst vandaag steeds meer de vraag naar een overkoepelde tekst.

Diplomatische oplossingen voor uiteenlopende standpunten krijgen vaak vorm door bepaalde verwijzingen –naar mensenrechten bijvoorbeeld– te schrappen uit één stuk tekst en te verplaatsen naar een ander hoofdstuk.

Momenteel is het overzicht zoek. Er wordt aangedrongen op een overkoepelende tekst, liefst tegen het einde van de derde onderhandelingsweek. Op die manier hebben delegaties genoeg tijd om de tekst te bestuderen en een standpunt te bepalen.

Ook voor ngo’s lijkt dan het uur van de waarheid aangebroken om te beoordelen of de tekst sterk genoeg is om voluit voor de aanname van het verdrag te gaan, of niet. De taal van de tekst, de principes, het toepassingsgebied, de criteria en implementatiemaatregelen moeten sterk genoeg zijn om de doelstellingen van het verdrag te kunnen waarmaken. Het regulerend kader moet krachtig genoeg zijn om perspectief te hebben op enig effect op het terrein. En dat is toch waar dit alles om draait: voorkomen dat wapenstromen gewapend geweld aanwakkeren.

Handel in bananen wordt internationaal strenger gereguleerd dan handel in wapens. Een doeltreffend internationaal verdrag met gezamenlijke standaarden is nodig om te voorkomen dat wapens hun weg vinden naar conflictgebieden en gewapend geweld via de weg van de minste weerstand.

 

Donderdag 19 juli 2012

VN-hoofdkwartier, rond het middaguur. Ik bevind me in een ontspanningsruimte met zetels en het valt op dat zowat iedereen rond mij slaapt. Mannen en vrouwen in maat- of mantelpak, even de ogen toe, moe onderhandeld.

Aan het begin van de vergadering wordt een nieuwe tekst voorgelegd over de criteria die staten moeten toepassen om hun wapentransfers aan af te wegen. Op voorstel van Rusland is de structuur van het document veranderd: de criteria komen onder de nationaal te implementeren maatregelen –naast rapportering bijvoorbeeld.

Dat klinkt technisch allemaal en het lijkt misschien een detail, maar het heeft fundamentele consequenties voor de aard van de criteria. Worden ze verwoord als internationale normen of eerder als nationaal te interpreteren aandachtspunten? De ambassadeur van Zweden noemde het spreekwoordelijk een ernstige transplantatie waarbij het niet duidelijk is of de patiënt (lees: het wapenhandelsverdrag) het zou overleven.

Het voorstel werd ondersteund door sommigen, en fel verworpen door anderen. De standpunten groeien nog steeds niet bepaald dichter naar elkaar toe, althans niet publiekelijk.

Achter de schermen werkt de voorzitter van de conferentie, ambassadeur Moritan van Argentinië, aan een compromis. Het is nog steeds niet duidelijk of er tegen het einde van deze week een overkoepelende tekst zal voorliggen. Het lijkt met de dag onwaarschijnlijker.

Onderhandelingen verlopen echter strategisch, het lijkt verstandig nog niet op voorhand te veel water bij de wijn te doen, misschien staat Moritan al veel verder dan waar wij publiekelijk zicht op hebben. Er wordt in VN-context wel vaker een wit konijn uit de hoed getoverd, heb ik me laten vertellen.

De Belgische delegatie zit helemaal op de EU-lijn, en behoort tot de groep van landen die een progressief en sterk verdrag willen. Daar zijn we blij om. Hoewel onze delegatie te klein is om publiekelijk een prominente rol te spelen, hoor ik zowel van ngo’s als binnen de EU dat België achter de schermen zeer constructief is. Als het goed gaat mag het ook gezegd worden.

 

Vrijdag 20 juli

Mijn laatste dag in New York.

‘s Ochtends wordt in een open vergadering intensief onderhandeld over de criteria van het wapenhandelsverdrag. Moet automatisch een weigering volgen wanneer een export de test niet doorstaat? Dat soort discussies. Evident voor velen, maar niet voor de VS –die zich niet graag de les laten spellen.

Ondertussen gaan ook consultaties achter gesloten deuren van start en die zullen heel het weekend voortduren. Een finaal voorstel van verdragstekst zal niet meer voor vandaag zijn. En al was dat er wel, dan nog blijft de vraag hoeveel landen er zich achter zouden scharen.

Optimisme en pessimisme wisselen elkaar voortdurend af. Er heerst blijkbaar heel wat zenuwachtigheid. Niet in het minst omdat cruciale punten opnieuw ter discussie staan –zoals de inclusie van kleine en lichte wapens. Zo luiden althans de geruchten in de wandelgangen. Of er een verdrag komt en hoe het eruit zal zien, zal pas volgende week duidelijk worden.

Vanmiddag heeft de Belgische delegatie –op een event in samenwerking met Control Arms en Oxfam– de bijzonder interessante A short film about guns getoond (www.youtube.com/watch?v=PuUPYILnPsc&sns=em). Geen saaie documentaire, maar een korte film die je raakt en meteen ook de zin van een wapenhandelverdag duidelijk maakt.

De figuranten uit de film zijn ook aanwezig. Aangrijpende getuigenissen van een voormalige kindsoldaat uit Sierra Leone en van een VN-onderzoekster die illegale wapentransfers opspoort, zetten de nood aan een wapenhandelsverdrag nog meer in de verf.

‘Wanneer mensen overvloedig toegang hebben tot wapens, verliezen ze de vaardigheid om conflicten vreedzaam op te lossen’, klinkt het. ‘De macht van een wapen verandert mensen. Een schot wordt het antwoord op een conflict.’

 

Wapenhandelsverdrag: frequently asked questions

1. Heel de maand juli onderhandelen VN-lidstaten in New York over wapenhandel. Waarover gaat het precies?

In 2006 nam de Algemene Vergadering van de VN een resolutie aan waarin een internationaal verdrag werd vooropgesteld om de invoer, uitvoer en doorvoer van wapens te reguleren. Vanaf 2010 vonden verschillende voorbereidende conferenties plaats om naar een consensus toe te werken over de inhoud van zo’n internationaal wapenhandelsverdrag (Arms Trade Treaty, ATT). Er werd overeen gekomen de finale onderhandelingen te voeren in juli 2012: vier weken lang wordt geprobeerd om wereldwijd tot gezamenlijke afspraken te komen.

2. Over welk soort type wapens gaat het?

Het verdrag dat wordt onderhandeld, gaat over de handel in conventionele wapens. Dat zijn bijvoorbeeld kleine en lichte wapens, maar ook tanks, gevechtsvliegtuigen of oorlogsfregatten. Handel in specifieke, niet-conventionele wapens zoals massavernietigingswapens, antipersoonsmijnen of clustermunitie wordt reeds door speciale internationale verdragen verboden of gereguleerd.

3. Bestaan er dan nog geen internationale afspraken over wapenhandel?

De handel in conventionele wapens wordt in principe nationaal, door elk land apart gereguleerd. De doelstelling van het internationaal wapenhandelsverdrag (ATT) is om voor alle landen gezamenlijke standaarden af te spreken om te voorkomen dat de wapenhandel gewapend conflict aanwakkert.

4. Liggen de onderhandelingsposities fel uit mekaar?

139 staten verleenden steun aan de VN-resolutie van 2006. 24 staten onthielden zich en de Verenigde Staten stemden destijds als enige land tegen. Onder president Barack Obama is de Amerikaanse positie echter gewijzigd. Mits garanties dat het verdrag niet raakt aan binnenlandse handel in wapens en het recht op wapenbezit, scharen de VS zich nu wel achter een internationaal wapenhandelsverdrag.

China, Pakistan, India, Rusland en heel wat landen in het Midden-Oosten zoals Saoedi-Arabië en Iran staan eerder kritisch tegenover het verdrag, maar verklaarden zich wel bereid om te onderhandelen.

5. Wat is het best case scenario?

De uitdaging voor de onderhandelaars bestaat erin om een consensus te bereiken met 193 landen over een tekst die krachtig genoeg is om handel in conventionele wapens op een doeltreffende manier te reguleren. De keuze die voorligt is om ofwel te gaan voor een krachtig verdrag met minder partijen, ofwel een zwakkere tekst met alle partijen.

Bron: Factsheet van het Vlaams Vredesinstiuut over het ATT.

 

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift