Handel met China zegen voor Zuid-, maar vloek voor Centraal-Amerika

De opkomst van China als economische macht heeft gemengde effecten in Latijns-Amerika. De kleine Midden-Amerikaanse economieën lijden eronder, maar voor Zuid-Amerikaanse landen als Argentinië, Brazilië en Chili betekent de bloeiende Chinese handel een zegen. Maar de dumping van Chinese nepmerken baart iedereen zorgen.


Steeds meer Chinese producten vinden hun weg naar Latijns-Amerika. Het miljardenland, dat sinds 1979 een gemiddelde groei van negen procent kent en dit jaar de kaap van tien procent zou overschrijden, is voor veel Latijns-Amerikaanse regeringen een handelspartner die voorrang krijgt op de andere. Mexico en enkele Centraal-Amerikaanse landen trachten barrières op te richten tegen de Chinese concurrentie, maar de grote Zuid-Amerikaanse economieën zijn blij met de mercantiele appetijt van de Aziatische reus en richten zich vooral op nieuwe handelsakkoorden met China.

De Chinese export nam vorig jaar met 22 procent toe, waardoor het de vijfde grootste exporteur is. Wat betreft de import staat China al in de top vier, na de Verenigde Staten, Duitsland en Japan. Volgens de VN-conferentie voor Handel en Ontwikkeling (UNCTAD) is die sterke groei voor een groot deel toe te schrijven aan het feit dat zoveel transnationale bedrijven zich op Chinese bodem vestigen. Vorig jaar hadden 363.885 van ‘s werelds 866.119 transnationale bedrijven een dochteronderneming in China.

Mexico heeft zich in 2002 door China laten wegdrukken van de tweede plaats als leverancier voor de Amerikaanse markt. Tegelijkertijd zijn tientallen assemblagebedrijven of ‘maquiladoras’ – ooit de voornaamste bron van Mexicaanse tewerkstelling – naar China verhuisd. Dat geldt ook voor de maquiladoras in Centraal-Amerika. Tienduizenden mensen in Centraal-Amerika verliezen hun job aan goedkopere Chinese arbeidskrachten. In 2001 werkten nog meer dan een miljoen Mexicanen in de maquiladoras, nu zijn dat er nog 821.000.

Tegelijk importeert Mexico steeds meer goederen uit China. De Chinese export naar Mexico groeide van 195 miljoen dollar in 1989 tot meer dan 4 miljard vorig jaar. Volgens de Mexicaanse Kamer van Koophandel zijn vorig jaar 150.000 jobs verloren gegaan in de textielsector.

Argentinië, Brazilië en Chili zijn blij met de dynamiek van de Chinese markt: zij exporteren nu meer ijzer, soja, koper en andere grondstoffen dankzij de toegenomen vraag uit China. De Argentijnse export naar China vervijfvoudigde de voorbije elf jaar en bedraagt nu een miljard dollar. Die van Brazilië bedraagt ongeveer 4,5 miljard dollar en de Chileense export naar China zou dit jaar kunnen uitkomen op 1,7 miljard.

De Zuid-Amerikaanse economieën moeten echter op hun hoede zijn, zegt de Mexicaanse handelsexpert José Leiva van de UNAM-universiteit. De handelsbalans is nu nog in hun voordeel, maar straks kan China misschien meer goederen importeren naar Latijns-Amerika dan omgekeerd. “Als nu de inspanningen niet geleverd worden om afgewerkte goederen te produceren, dan is het risico (om weggeconcurreerd te worden door de Chinezen) erg groot.”

De officiële Chinese import mag dan (nog) geen probleem zijn voor Zuid-Amerika, de golf van smokkelwaar en nepmerken is dat wel. In Venezuela heeft de overheid scanners aangekocht om containers te controleren op Chinese smokkelwaar. De helft van het land loopt er immers rond in Chinese sportschoenen en jeans – smokkelwaar die voor een schijntje van de normale prijs verkocht wordt. De overheid houdt de lokale jeansmerken overeind met subsidies, een levenslijn die ook de Venezolaanse schoenenindustrie kan gebruiken. Vorig jaar werden 22 miljoen paar Chinese schoenen het land binnen gesmokkeld. Ook Brazilië en Mexico klagen over de vervalste Chinese producten. Ze proberen met quota en een verstrengde douanecontrole de golf te stoppen.



Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3306   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift