Handelstekort met China kost VS anderhalf miljoen banen

Het oplopende handelstekort met China heeft de Verenigde Staten sinds 1989 anderhalf miljoen banen gekost. Dat blijkt uit een rapport van het Economic Policy Institute (EPI). China wint snel terrein in industrieën waarin Amerika traditioneel sterk is, zoals de auto-industrie en luchtvaart.






Volgens het EPI is het Amerikaanse handelstekort met China gedurende de laatste veertien jaar vertwintigvoudigd, van 6,2 miljard dollar in 1989 naar 124 miljard in 2003. In 2004 is het tekort naar verwachting toegenomen met 20 procent, tot 150 miljard.

Het rapport werd geschreven voor de US-China Economic and Security Review Commission, een panel dat in 2000 door het Amerikaanse parlement in het leven werd geroepen om de handelsrelaties met China beter in de gaten te houden. Volgens het rapport steeg de Amerikaanse export naar China van 5,8 miljard dollar in 1989 naar 26,1 miljard in 2003, een verviervoudiging. De import steeg echter van 11,9 miljard dollar naar 151,7 miljard. Het Amerikaanse handelstekort met China steeg dus tussen 1989 en 2003 naar 119,5 miljard dollar, een toename van ongeveer 2000 procent.

In het rapport wordt de aanbeveling gedaan om de Amerikaanse economische strategie ten opzichte van China te heroverwegen, vooral om dat het land snel terrein wint in geavanceerde industrieën zoals de auto-industrie en de luchtvaart. Die twee takken vormden generatieslang de basis voor de Amerikaanse industrie. De markt van halfgeleiders, waarvan jarenlang gedacht werd dat die immuun zou zijn voor de Chinese lagelonenconcurrentie, ligt nu open voor Chinese import.

Iedereen hield er rekening mee dat we banen zouden verliezen in de arbeidsintensieve textielsector, maar we hadden verwacht dat de kapitaalintensieve, hoogtechnologische arena ons terrein zou blijven, zegt Robert E. Scott, directeur van de internationale programma’s van EPI.

De Chinese export van elektronica, computers en communicatieapparatuur groeit veel sneller dan de export van goedkope, arbeidsintensieve producten als textiel, schoenen en plasticproducten. Het Amerikaanse handelstekort in hoogtechnologische producten bedraagt 32 miljard en dat bedrag komt volledig voor rekening van China.

De weigering van China om zijn munt op te waarderen, ondanks de enorme vraag naar de munteenheid, draagt ook aanzienlijk bij aan de groei van het Amerikaanse handelstekort, zegt het rapport.

Het EPI zet ook vraagtekens bij de veronderstelde gevolgen van de Chinese toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie (WHO). Die had moeten leiden tot een snelle groei van de Amerikaanse export, om zo het handelstekort juist te laten afnemen. De Amerikaanse export groeide wel, maar veel minder dan verwacht.

De WHO streeft naar vrijhandel en biedt internationale investeerders unieke garanties waarmee buitenlandse directe investeringen en het verplaatsen van fabrieken naar andere landen, gestimuleerd worden. Vooral Europese en Amerikaanse bedrijven verplaatsen vestigingen naar lagelonenlanden als China en Mexico.

De WHO-overeenkomsten worden vaak bekritiseerd omdat ze geen adequate milieu- en arbeidsregelgeving bevatten. Daardoor kunnen multinationals vestigingen gemakkelijk verplaatsen naar regio’s met de laagste kosten. Multinationals hebben de bescherming die de WHO biedt voor investeringen en intellectueel eigendom, gebruikt om hun investeringen en productie in China snel uit te breiden, zegt het rapport. Amerika blijft voor China de belangrijkste exportmarkt. (JS/PD)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift