Hans Blix: 'Alle kernwapens moeten verdwijnen'

Hans Blix is met zijn 75 jaar bijzonder gedreven en rustig tegelijk. Hij is blij met het eredoctoraat dat de Vrije Universiteit van Brussel hem toekent, maar weet dat eer en erkenning van voorbijgaande aard zijn. Momenteel legt hij de laatste hand aan een boek over de inspecties en de aanloop naar de oorlog tegen Irak. Zijn uitgever zou dat maar al te graag klaar te hebben tegen de eerste verjaardag van de oorlog, maar Blix hecht meer belang aan de juistheid van wat hij schrijft, dan aan de timing van de commercie. Op de vooravond van zijn huldiging sprak hij een aula vol nucleaire ingenieurs van de Belgian Nuclear Society toe, en gaf daarna een exclusief interview aan MO*.
Waarom heeft de diplomatie in het voorjaar van 2003 gefaald?
Hans Blix: Sinds 11 september is de emotionele omgeving in de VS heel anders dan in Europa. Europa leefde wel mee met het leed om de duizenden slachtoffers, maar in de VS werd de terreurdaad aangevoeld als een verkrachting. De Amerikanen voelden zich letterlijk onteerd, en nog wel op hun eigen grondgebied. De regering Bush verzekerde actie te ondernemen vooraleer anderen hen opnieuw zouden treffen. De verdrijving van de Taliban - omdat zij de strijders en leiders van Al Qaeda niet wilden uitleveren -was een eerste stap. De Amerikaanse regering had echter meer nodig om haar eer te herstellen, en zag een kans daartoe in Irak. Plots dook het argument op dat Irak nog steeds over massavernietigingswapens beschikte en dat de Amerikaanse en Britse inlichtingendiensten aanwijzingen hadden om dat vermoeden te bevestigen. Het probleem was dat van de vraagtekens van de inlichtingendiensten door de politici uitroeptekens werden gemaakt. Alle twijfels en onduidelijkheden werden meteen onder de mat geveegd. In de zomer van 2002 waren de VS er nog van overtuigd dat de Iraakse massavernietigingswapens- waarin ze ook toen al geloofden-verwijderd konden worden via multilaterale inspecties. Daarna bleek er alleen nog ruimte voor een militaire optie.
Nochtans leek Irak bereid tot samenwerking met de inspecteurs?
Hans Blix: Wellicht tot grote verbazing van de VS aanvaardde Irak de inspecties en was er ook niet echt sprake van tegenwerking. Het verschil met de inspecties in het begin van de jaren negentig was groot. Toen ging het initiatief uit van de overwinnaars van de eerste Golfoorlog, nu van de Verenigde Naties. Toen bestond er een nauwe communicatie tussen de inspecteurs en de CIA. Die inspecteurs konden dus militaire informatie over opslag van munitie of opstelling van afweergeschut doorspelen aan het Amerikaanse leger. Onze inspecteurs hadden geen relatie met de CIA. Dat verhoogde uiteraard het Iraakse vertrouwen.
Toch werd uw werk uiteindelijk als onvoldoende geklasseerd.
Hans Blix: Het resultaat van de inspecties voldeed niet aan de eisen die Washington stelde. Wij hadden geen bewijzen voor het bestaan van massavernietigingswapens in Irak, maar we konden natuurlijk ook niet bewijzen dat er géén waren. Wij hadden gewoon niet genoeg tijd om zo’n affirmatie te kunnen doen. Met onze twijfels zaten we wel dichter bij de waarheid dan de VS en Groot-Brittannië, die absoluut zeker waren van de aanwezigheid van massavernietigingswapens. Ik denk dat zij ervan uit gingen dat Irak zou bezwijken onder de druk van het militaire apparaat dat Irak omsingelde- 250.000 tot 300.000 soldaten-en zijn hele arsenaal zou prijsgeven. Ik acht het zelfs erg waarschijnlijk dat Saddam Hoessein dat ook werkelijk gedaan zou hebben, als hij inderdaad zulke wapens in voorraad had. Als je met lege handen staat, kan je echter weinig tonen. De afwezigheid van bewijzen werd echter voorgesteld als de zoveelste sluwe truc van Saddam, en als een teken dat de VN-inspecteurs hun werk niet goed deden.
Als Irak niet over massavernietigingswapens beschikte, waarom bleef Saddam daar dan toch zo geheimzinnig over doen?
Hans Blix: Wellicht had Irak geen wapens van betekenis meer sinds 1991. Waarom Saddam de schijn hoog hield en bleef opscheppen over zijn briljante wetenschappers, daarover kan je alleen maar speculeren. Een van mogelijkheden is dat de Iraakse machthebbers hun buren toch nog wilden afschrikken, ook al beweerden ze dat ze hun wapens vernietigd hadden. Zoals een bordje Opgepast voor de hond werkt, ook al heb je geen hond. Een andere mogelijkheid is dat het Iraakse regime een maximale ruil probeerde te krijgen voor het bewijs dat ze geen massavernietigingswapens meer hadden. De VS hebben echter al te vaak gezegd dat de sancties zouden aanhouden zolang Saddam aan de macht bleef. Bovendien leken de Verenigde Naties meer in hun maag te zitten met de sancties, en de gevolgen daarvan voor de bevolking, dan Saddam zelf.
Had u de sleutel van oorlog of vrede in handen?
Hans Blix: Sommigen beweren dat, maar dat klopt niet. Wij voerden professionele inspecties uit en leverden zo objectief mogelijke rapporten. De beslissingen moesten echter genomen worden door de politieke verantwoordelijken in Bagdad, Londen, Washington, Moskou en de Veiligheidsraad. Ik ontken niet dat onze rapporten, met de beschrijvingen die ze leverden, een impact hadden. De landen die in maart niet bereid waren ten oorlog te trekken, vonden in onze rapporten materiaal om hun argumenten te onderbouwen.
De oorlog tegen Irak maakt deel uit van een globale oorlog tegen het terrorisme. Is de wereld er veiliger door geworden?
Hans Blix: Als de oorlog gevoerd werd om Irak te ontdoen van zijn massavernietigingswapens, dan is het een mislukking geworden. Er zijn immers geen massavernietigingswapens gevonden. Als de oorlog een onderdeel was van de strijd tegen het terrorisme, dan is hij ook al geen succes, want Irak is een broedplaats geworden voor terrorisme en de Amerikaanse strijdkrachten werken als een magneet die terrorisme aantrekt. En als het de bedoeling was in het Midden-Oosten de democratie te installeren, dan gaat het misschien in de goede richting, maar er is beslist nog een moeilijke weg te gaan.
Dat klinkt vernietigend.
Hans Blix: Ik vind een kritische analyse van de oorlog belangrijk, maar wil nu liever constructief naar de toekomst kijken. Het allereerste wat er te doen staat om vrede te bereiken, is de impulsen wegwerken die staten ertoe aanzetten massavernietigingswapens te produceren of te verwerven. Er moet dus aan regionale en internationale detente gewerkt worden.
Kunnen de VN de wereld op weg zetten naar die politieke detente?
Hans Blix: De VS leken in de aanloop naar de oorlog te zeggen dat de Veiligheidsraad irrelevant is, tenzij hij resoluties stemt die kloppen met de verwachtingen van de VS. De Veiligheidsraad heeft niet voldaan aan die vereiste, en die autonome houding is niet onbelangrijk. Egypte en Pakistan hebben tegen de VS gestemd, dat is zeer opmerkelijk. De Verenigde Naties, en ook de Veiligheidsraad, vormt een legitiem mechanisme voor overleg tussen de staten, al moeten er wellicht aanpassingen en wijzigingen komen in de manier van functioneren. Indien de VS beslissen er geen beroep meer op te doen, wordt de instelling natuurlijk waardeloos. De zwakte van de Veiligheidsraad op dit ogenblik is dat de vijf permanente leden nog steeds de militaire machtspilaren van 1945 zijn. Vandaag zouden ook economische zwaargewichten zoals Japan en Duitsland in die permanente raad moeten zetelen. De zwaartepunten van de wereldbevolking moeten erin aanwezig zijn, landen als Brazilië en India. Veel problemen en conflicten in de wereld hebben immers te maken met economische thema’s, met ontwikkelingsproblemen.
Spelen landen als Brazilië, India en Zuid-Afrika mee wanneer we het hebben over veiligheid en evenwichten?
Hans Blix: Militair gezien niet. Veel problemen kunnen echter niet militair opgelost worden. Er zijn andere middelen om druk uit te oefenen: economische instrumenten, de informatie- en communicatiesector, denk maar aan de macht van de media. En er is het hele domein van investeringen, van het Internationaal Muntfonds en de Wereldbank. Wanneer een land zware leningen ontvangt van de Wereldbank maar tegelijk hoge uitgaven doet voor zijn leger, is dat volgens mij betwistbaar. Het gaat om geld van belastingbetalers, bedoeld om de ontwikkeling van een land te stimuleren, terwijl dat land massa’s uitgeeft aan defensie. Wanneer twee ontwikkelingslanden met elkaar in een gespannen relatie leven en het risico van een gewapend conflict bestaat, zou de Bank kunnen stellen dat ze geen nieuwe leningen geeft zo lang die landen hun militair budget niet naar beneden halen. Is dat zo’n onlogisch voorstel?
Kan Europa het verschil maken om van de wereld een veiligere plek te maken?
Hans Blix: Je kan je niet zonder meer afkeren van de Amerikanen. De VS waren erg toegewijd in het afremmen van de nucleaire-wapenwedloop. Hoewel ze zich hebben afgekeerd van tal van internationale afspraken zoals het Kyoto-Protocol of het Internationaal Strafhof, zetelen ze wel nog in het bestuur van het IAEA (het internationaal atoomagentschap), terwijl Europa zich in de IAEA eerder weerbarstig opstelde. Je moet de VS dwingen tot een positieve houding en je moet met concrete voorstellen komen. Europa moet in die zin veel meer een activistische dan een defensieve rol spelen. Uiteindelijk is er maar één standaard in verband met massavernietigingswapens aanvaardbaar: de volledige verwijdering. En de vijf erkende kernmachten kunnen dat maar geloofwaardig maken, als ze zelf effectief werken aan de verwijdering van hun eigen kernarsenalen.
De Verenigde Staten gaan de andere kant op, met hun plannen voor het ontwikkelen van nieuwe, lichtere kernwapens.
Hans Blix: Dat is inderdaad erg zorgwekkend, want op die manier suggereren ze aan de rest van de wereld dat het bezit van nucleaire wapens erg nuttig is. Ook het allesomvattende verbod op het testen van atoomwapens zou daardoor wellicht sneuvelen. Deze evolutie zou wel eens het definitieve einde van het non-proliferatieverdrag kunnen betekenen.
Om het Midden-Oosten kernwapenvrij te maken, moet ook Israël zijn kernwapens opgeven.
Hans Blix: Dat klopt. Israël gaat dat vandaag echter niet doen. Het land heeft veiligheid nodig. Maar ook Irak heeft veiligheid nodig, en Iran en de Palestijnen. Er moeten dus afspraken gemaakt worden en het Stappenplan voor Vrede biedt antwoorden. Totnogtoe heeft het opzet geen succes, maar men moet wel in die richting blijven zoeken. Pas wanneer politieke geschillen bijgelegd zijn, wordt het mogelijk de militaire opbouw te verminderen.
U hecht erg veel waarde aan onpartijdigheid en kritisch onderzoek. Gaat die houding terug op uw opleiding als jurist, of liggen de wortels ervan dieper?
Hans Blix: Als jurist ben ik steeds uit op bewijsstukken, maar het is ook een persoonlijke karaktertrek: ik ben een wetenschapper en hou niet van bijgeloof. Ik hou van analyse, wetenschappelijk onderzoek. Vooraleer de beslissing te nemen om een oorlog te beginnen, waarbij je vernieling zaait en talloze mensen de dood injaagt, blijft ook voor de politiek de noodzaak om alle feiten en inlichtingen aan een kritisch onderzoek te onderwerpen, zeker wanneer ze beperkt zijn. Bij de huidige oorlog was van een dergelijke kritische houding weinig te merken. Integendeel, men greep elk vermoeden aan als een evident bewijs. Het was een beetje zoals in de Middeleeuwen met de heksen: men was ervan overtuigd dat er heksen waren, en als je dat gelooft, dan vind je ook de bewijzen ervoor. De Amerikanen waren ervan overtuigd dat er in Irak massavernietigingswapens waren, dus vonden ze de bewijzen. Dat noem ik geen kritisch onderzoek.
Wat is de grootste bedreiging voor de wereldvrede: Noord-Korea, Irak, Al Qaeda? De groeiende kloof tussen arm en rijk? De opwarming van de aarde?
Hans Blix: Ik denk niet dat het zinvol is die verschillende bedreigingen te rangschikken volgens een orde van belang. Je moet het probleem van Noord-Korea aanpakken, maar ook de groeiende kloof tussen arm en rijk, en tegelijk het migratieprobleem waar in Europa zoveel commotie over is. In de VS heeft men de Rio Grande als de scheidingslijn, waar de Latijns-Amerikaanse wetbacks overzwemmen om bij de Noord-Amerikaanse rijkdom te geraken. De Middellandse Zee is de Rio Grande van Europa, ook bij ons blijven de wetbacks komen. Dat is niet omdat de Afrikanen zo houden van de Europese cultuur. Als hun land een toekomstperspectief zou bieden en een menswaardig bestaan mogelijk zou maken, zouden ze niet komen. Het is overduidelijk dat het in ons eigen belang is alles te doen wat binnen ons bereik ligt, om die landen te helpen en er mee voor te zorgen dat die mensen in hun thuisland een waardig leven kunnen leiden.
Hoe kan de Europese cultuur dan een bijdrage leveren aan een betere en meer veilige wereld?
Hans Blix: Dat is wel een moeilijke vraag. (Denkt diep na, en dan, beslist:) Het humanisme van Erasmus. Daarin wordt de mens in het middelpunt geplaatst en is er ook plaats voor tederheid en diversiteit. Ik hou heel veel van de diversiteit van Europa, in gewoonten, tradities, culturen. Maar tegelijk hou ik er ook van dat de wereld openbreekt en dat communicatie ons dichter bij elkaar brengt. Dat brengt spanningen mee en vervelende situaties en ongemakken, maar dat hoort bij het proces. Er is geen andere weg.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift