Hard tegen onzacht in het jaar van de Tijger?

China lijkt niet van plan om in het Jaar van de Tijger met zich te laten sollen. De recente verklaring van de Chinese minister van Buitenlandse Zaken, Yang Jiechi, dat het misschien tijd wordt dat de wereld ook een beetje leert luisteren naar een land met een vijfde van de wereldbevolking, kan in dat licht gezien worden.
De lijst van strubbelingen tussen China en Amerika wordt ondertussen met de dag langer.
  • De nogal gratuite verwijten over de rol die China speelde bij het mislukken van Kopenhagen,
  • aanzwellende kritiek op de ondergewaardeerde koers van de Chinese munt,
  • wapenleveringen aan Taiwan (ook al gaat het dan om defensief bedoeld wapenarsenaal),
  • de uitdeinende Google-zaak en het scherpe standpunt dat Hillary Clinton innam over internetvrijheid,
  • meningsverschillen over sancties tegen Iran,
  • en als kers op de taart de nakende ontmoeting tussen Obama en de Dalai Lama, …

Dat China het op de heupen zou beginnen krijgen, lag dus in de lijn der verwachtingen.  De Tibetaanse spirituele leider is op zijn eentje doorgaans al goed voor hommeles met de Chinezen, hebben in het verleden onder meer Merkel en Sarkozy al mogen ondervinden. Of zoals Amerikaanse hoge functionarissen stellen, “als het erom gaat om de Dalai te ontmoeten of wapens te leveren aan Taiwan, is de timing nooit goed voor de Chinezen”. Wat dat betreft, is het alvast business as usual.

Koude Oorlog


Dat de animositeit toeneemt tussen Amerika en China is dus duidelijk, vraag is hoe die geduid moet worden. Metro kopte vorige week “Koude Oorlog dreigt tussen de VS en China”, meer dan een analist gaf aan dat het tijd wordt om ons naïeve geloof in geleidelijke verwestersing van China te laten varen.
China zou almaar nationalistischer worden, meer zelfvertrouwen (het woord hubris viel zelfs) tentoonspreiden in de internationale arena, … Enfin, het plaatje is duidelijk.

Momentum


Eerst de Amerikaanse kant van het verhaal. Obama is het momentum al een tijdje kwijt in eigen land, en na het electorale debacle in Massachussets mag hij ook fluiten naar zijn supermeerderheid in de Senaat, met navenante gevolgen voor zijn politieke agenda.
Het is nog niet helemaal duidelijk hoe hij zich zal herpositioneren: instinctief neigt de president naar een pragmatische centrumkoers, maar een meer linkse (sommigen zouden zeggen, populistische) koers valt niet uit te sluiten, als hij de meubelen nog wil redden voor de Democraten bij de Congresverkiezingen later dit jaar.
Met de Republikeinen valt op dit ogenblik toch geen land te bezeilen. Obama’s plannen om de banken harder aan te pakken passen in die optiek, en een meer assertieve houding t.a.v. China zal allicht ook fel toegejuicht worden door de Democratische achterban.
Amerikaanse senatoren en columnisten (Krugman bv.) kunnen de (naar verluidt met minstens 25%) ondergewaardeerde Chinese munt zoals bekend maar matig appreciëren. De Obama regering kaartte de kwestie vorige week ook expliciet aan bij de Chinezen, maar de manoeuvreerruimte lijkt beperkt.
Zeker in het mensenrechtendebat mag je echter ook de rol van Hillary Clinton niet onderschatten: ook al liet ze begin vorig jaar nog optekenen dat meningsverschillen over mensenrechten een goeie verstandhouding met China niet in de weg mochten staan, ze is een stuk linkser dan de president als het over mensenrechten-issues gaat. 
Anders dan veel Republikeinen beseft ze ook het belang van sociaal-economische mensenrechten, ze focust niet alleen op burgerlijke en politieke mensenrechten. Maar die laatste zijn voor haar allerminst een irritant detail. Als dissident Liu Xiaobo 11 jaar moet brommen wegens zijn rol bij Charta 08 (ongeveer evenveel dagen als er Chinese karaktertekens zijn in het document), of als mensenrechtenadvocaat Gao Zhisheng in verdachte omstandigheden verdwijnt, kun je er donder op zeggen dat de Secretary of State dat niet afdoet als ‘shit happens’.
De Chinese machthebbers onderschatten wel eens het oprechte geloof van veel Democratische toppolitici in mensenrechten, en slaan de bal mis als ze denken dat het gaat om “flauwe retoriek en dubbele standaarden van een supermacht op zijn retour, die ons nog steeds de les denkt te moeten spellen”.
Maar er blijft natuurlijk een kloof tussen het Westen en China over de interpretatie van mensenrechten, zoals een recente paper van Freeman & Geeraerts aangeeft (gebaseerd op World Values Survey data), ook tussen de respectieve publieke opinies. Veel Chinezen lijken best tevreden met de mensenrechten in hun land, en schatten stabiliteit, sociaal-economische mensenrechten en ontwikkeling hoger in dan de vrijheid van meningsuiting die Europeanen in het vaandel dragen.

Geen open boek


China dan. De Chinese machthebbers zijn verre van een open boek, de koers van dat land interpreteren doe je dus op eigen risico. Laat ons net als de meeste analisten in het Westen dus ook maar een gokje wagen. Of ze nu Mark Leonard heten of Willy Lam, westerse experts hebben nogal eens de neiging om (minstens) twee duidelijke facties te onderscheiden in Zhongnanhai : de zogenaamde ‘China Youth League’ factie (met Hu Jintao als voornaamste protagonist) en de ‘prinsjes’ (familieleden van Chinese revolutionairen, met onder meer Xi Jinping en Bo Xilai als boegbeelden).
Of er echt sprake is van min of meer coherente facties, en of Xi Jinping het bijvoorbeeld niet bijster goed kan vinden met Hu, zoals hardnekkige geruchten suggeren, is echter koffiedik kijken. Als de Chinese communistische machthebbers één les getrokken hebben uit de gebeurtenissen van ’89, is het wel dat ze naar buitenuit als één blok moeten optreden. De meeste Chinezen zelf hebben er net als ons dus ook geen flauw benul van wat er achter de schermen gebeurt.
Ze suggereren echter meestal, als je er naar peilt, dat er meer consensus bestaat over beleid aan de top dan het Westen denkt. Wat er ook van zij: één van de motieven voor een hardere houding van China zou te maken hebben met het feit dat Hu Jintao zich ‘flinks’ wil opstellen, om zo met meer autoriteit zijn vertrouwelingen te kunnen positioneren op sleutelposities in het machtsapparaat. Naar goede Chinese gewoonte zou hij achter de schermen aan de touwtjes willen blijven trekken, na het 18de partijcongres in 2012, als hij de macht moet overdragen aan een nieuwe generatie.
Anderzijds is het ook voor de Chinese elite duidelijk dat Amerika (en met haar het Amerikaanse liberaal-democratische model) voorlopig in de touwen ligt, niet alleen economisch, maar ook politiek. Het huidige Amerikaanse politieke bestel lijkt niet in staat om nog structurele hervormingen door te voeren, incrementele zijn het hoogst haalbare.
De treurige gezondheidszorghervorming-saga onderstreepte dat nog eens. Je kunt Chinezen dus geen ongelijk geven als ze dat hele discours over democratie met een korrel zout nemen, want alvast in Amerika lijkt een en ander anno 2010 vooral te leiden tot steriele polarisering en institutionele gridlock. De huiver die de Chinese communisten al hadden t.a.v. democratie zal dus alleen maar toegenomen zijn. En ze stonden al niet te springen om als de Chinese Gorbatsjov de geschiedenis in te gaan.
Het Chinese systeem lijkt op dit ogenblik beter in staat om een samenleving in transitie te managen, al was het maar omdat ze er ondertussen 30 jaar ervaring mee hebben. Toegeven, daarbij valt zoals bekend helaas veel ‘collateral damage’, en ook in China neemt de invloed van belangengroepen hand over hand toe. Het is wellicht geen toeval dat sociale hervormingen (zoals sociale woningbouw, gezondheidszorghervormingen, de ‘new rural development’ policy…) moeizamer lijken te verlopen dan infrastructuurwerken of prestigeprojecten.
Ondanks de oplopende spanningen, beseft China echter dat het, zoals in een gehuwd koppel, veroordeeld is om te blijven samenwerken met Amerika, wil het blijven groeien en om globale uitdagingen met enige kans op succes te kunnen aanpakken. In een mature relatie moet je kunnen zeggen wat je op de lever ligt, de nieuwe Amerikaanse koers is dan ook terecht. Dat er dan af en toe eens over en weer met keukengerief gegooid wordt, moet je erbij nemen.

Verwesterlijking ontegensprekelijk


Een nieuwe Koude Oorlog is weinig waarschijnlijk, zeker op korte termijn. De verwesterlijking van China is immers ontegensprekelijk (Chinese ouders dwepen met de Ivy League universiteiten, de American dream leeft nergens meer dan bij de Chinese middenklasse), en beide economieën zijn in elkaar verstrengeld (weliswaar in een suboptimaal evenwicht).
Alleen systeemshocks kunnen volgens mij de verstandhouding echt op de helling zetten. Als we strategen en wetenschappers mogen geloven over ‘the age of scarcity’,  zitten die er trouwens aan te komen. De muntkwestie kan bijvoorbeeld, net omwille van de systeemimplicaties, escaleren. 
China lijkt bereid om de binnenlandse consumptie aan te zwengelen, maar dat wordt een werk van lange adem, suggereerde toekomstig eerste minister Li Keqiang in Davos. Of het Westen genoeg geduld op kan brengen, is nog maar de vraag.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3030   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Met de steun van

 3030  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search For Common GroundSearch For Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.