Haviken ontwaken uit Irakese droom - analyse

Is een charlatan verantwoordelijk voor de naoorlogse chaos in Irak? Onderzoeksjournalisten beginnen hoe langer hoe meer te geloven dat de haviken in Washington zich geen klein beetje hebben laten leiden door de praatjes van Ahmed Chalabi, drie maanden geleden door de haviken uit de Amerikaanse regering nog naar voren geschoven als de gedoodverfde nieuwe president voor Irak, maar ondertussen vooral befaamd als “Saddam-spotter”.
Dat de Amerikaanse en de geallieerde troepen in Irak de toestand niet onder controle hebben, blijkt uit de dagelijkse berichten over gesneuvelde soldaten. Dat de bewijslast om Irak aan te vallen niet overtuigend was, blijkt nu ook in het Amerikaans en Engels parlement. Rest de vraag waarom Washington zo zelfzeker aan het militaire avontuur begonnen is. Het antwoord komt uit Londen, lijkt Irakees, is westers en heet Ahmed Chalabi.
In november, toen de Amerikanen de wereldopinie trachtten te overtuigen van de noodzaak om Irak militair aan te pakken, geloofde de invloedrijke onderminister van Defensie Paul Wolfowitz nog blind in de Irakese oppositieleider. “Na de oorlog keert Chalabi vanuit Londen terug naar Irak, net zoals generaal de Gaulle dat triomfantelijk gedaan heeft in het Frankrijk van na de Tweede Wereldoorlog”, zei Wolfowitz aan Trudy Rubin, de Chef-buitenland van de Amerikaanse krant The Philadelphia Inquirer.
Maar Chalabi komt de laatste weken enkel nog in het nieuws als Saddam-spotter. Bijna vier maanden na het begin van de oorlog in Irak, ziet hij de verdreven Irakese leider Saddam Hoessein nog overal opduiken. Het zijn leuke kluifjes voor de internationale persagentschappen in Bagdad, maar waarnemers kunnen er niet onderuit dat Ahmed Chalabi, de leider van de oppositiegroep Irakees Nationaal Congres, allengs de steun van zijn Amerikaanse beschermheren lijkt te verliezen.
De Amerikaanse minister van Defensie, Donald Rumsfeld en vice-president, Dick Cheney, beseffen dat ze zich vergist hebben en zwijgen sinds een aantal weken in alle talen over hem. In tegenstelling tot wat Chalabi hen altijd heeft voorgehouden, lijkt hij niet de Hamid Karzai van Bagdad te kunnen worden. Hij is geen sterk leider. Hij heeft niet de steun in de brede lagen van de Irakese bevolking en beschikt niet over een wijdvertakt netwerk. Hij blijkt een voor fraude veroordeelde advocaat, die sinds zijn tienerjaren niet meer in Irak is geweest.
“Chalabi is een opportunist”, zegt Thomas Engelhardt, een New Yorkse schrijver die de oorlog in Irak dagelijks volgde met een website. “Hij speelde in op de dromen van een groep machtigen in Washington, die sinds 1991 de ambitie hadden om de kaart in het Midden-Oosten te hertekenen. Ze droomden van een eeuwig en machtig Amerika. Hun dromen waren utopisch, en daarom onrealiseerbaar. Ze waren het perfecte doelwit voor een charlatan als Chalabi.”
Het lijkt erop dat de droom in scherven ligt. De toestand in Irak is niet rooskleurig. Tussen de woorden van de Amerikaanse en Britse regering voor de oorlog en de realiteit na de oorlog, ligt een steeds breder wordende kloof.
“Ik geloof echt dat we als bevrijders worden ontvangen”, zei vice-president Dick Cheney op televisie toen Amerikaanse troepen in maart de grens van Koeweit met Irak overstaken. “Zwaar overdreven”, antwoordde Paul Wolfowitz op de opmerking van de voormalige stafchef Eric Shinseki dat meer dan 200.000 troepen nodig waren om de vrede in Irak na de oorlog te handhaven.
“We weten waar de wapens voor massavernietiging liggen”, zei Donald Rumsfeld aan de televisiekijkers toen de oorlog in Irak twee weken ver was. “De Britse regering weet dat Saddam Hoessein in Afrika uranium heeft willen kopen”, zei president Bush eind januari in zijn state of the union.
Drie maanden later blijven Amerikaanse soldaten het mikpunt van aanslagen, is de toestand er niet veilig, zijn de massavernietigingswapens niet gevonden en blijken de Britse bewijzen deels vals. Er werd ook geen link tussen het internationale terrorisme en Saddam Hoessein gevonden.
President Bush blijft selectief doof voor de toenemende kritiek op de ontwikkelingen in Irak, maar kan niet naast de kritische berichtgeving in de conventionele Amerikaanse pers kijken. Stilaan is ook in Republikeinse kringen kritiek te horen. “Het probleem is dat de Amerikanen geen duidelijk doel en richting zien in onze aanwezigheid in Irak”, zegt de Republikeinse senator John McCain, een notoire havik voor de oorlog. “Het zou al veel helpen ze gewoon de waarheid te zeggen.”
De Amerikaanse regering ligt nog niet openlijk onder vuur voor de situatie in Irak, maar het “M-woord” voor moeras, en zelfs het “V-woord” voor Vietnam, duiken straks ongetwijfeld op in het publieke debat over de oorlog.
***** +Middle East Policy Council
http://www.mepc.org/public_asp/main/main.asp
+Thomas Engelhardt
http://www.nationinstitute.org/tomdispatch/

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift