Haviken in strijd tegen Irak waren zelf kippen in oorlogstijd

Op de zevende verdieping van het
ministerie van Buitenlandse Zaken zit meer oorlogservaring bij elkaar dan
in het hele ministerie van Defensie, zo liet een woordvoerder van minister
van buitenlandse zaken en voormalig stafchef Colin Powell zich op een
onbewaakt moment ontglippen. De zaal, gevuld met officieren, onthaalde de
opmerking op stormachtig applaus, zo meldde een ooggetuige in het Nelson
Report, een nieuwsbrief die circuleert op de federale kabinetten in
Washington..


De anekdote illustreert de minachting van de militaire top voor de
zogenaamde Chicken Hawks, voorstanders van de oorlog tegen Irak die
echter zelf nooit in het leger hebben gezeten. Chicken betekent in
Amerikaans Engels zoveel als lafbek. De top van het Amerikaanse leger,
minister van Buitenlandse zaken Colin Powell en adviseurs uit de regering
van president George Bush senior zijn gekant tegen een al te voortvarend
optreden tegen de Iraakse leider Saddam Hoessein.
Ik vind het zeer opvallend dat diegenen die dit land halsoverkop in een
‘snelle en gemakkelijke’ oorlog willen storten geen flauw benul hebben van
wat oorlog betekent, zegt Republikeins senator en Vietnamveteraan Chuck
Hagel uit Nebraska. Zijn scepsis over Irak heeft hem tot persona non grata
in de eigen partij gemaakt.

President George W. Bush is overigens zelf een notoire kip-havik. In
plaats van in Vietnam het communisme te gaan bestrijden kreeg hij een
plaatsje bij de Texas National Guard. In zijn memoires noemde Colin Powell
deze uitweg een typisch privilege voor rijkeluiszoontjes. Opperhavik en
vice-president Dick Cheney had zelfs nooit een uniform aan. In de jaren
zestig had ik andere prioriteiten dan legerdienst, moet hij eens tegen een
nieuwsgierige journalist hebben gezegd. Minster van Defensie Donald
Rumsfeld vloog tussen de oorlogen van Korea en Vietnam met vliegtuigen van
de marine, maar kwam nooit in de buurt van een slagveld. Dat maakt Colin
Powell de enige minister met gevechtservaring.

Ook op lagere echelons zijn heel wat kip-haviken te vinden. I. Lewis
Libby, de rechterhand van Cheney, Paul Wolfowitz en Peter Rodman van het
ministerie van Defensie roeren graag de oorlogstrom maar brachten de
Vietnamoorlog door aan de universiteit. Zelfs buiten de ministeries hebben
de grootste agitatoren vaak geen kazerne van dichtbij gezien. Slechts drie
van de 32 prominenten die een brief ondertekenden waarop aan president Bush
werd gevraagd ook Irak te beschouwen als doelwit in de strijd tegen het
terrorisme droegen ooit een uniform.

Hetzelfde geldt voor Richard Perle, de voorzitter van de raad voor
defensiebeleid onder Rumsfeld die goede banden heeft met de Israëlische
regeringspartij Likud. Misschien wil de heer Perle graag deel uitmaken van
de eerste golf die Bagdad binnentrekt, zei Hagel onlangs, Kip-Havikken
benaderen de zaak vanuit een intellectueel perspectief, anderen zaten in
mangaten of jungles en zagen hoe het hoofd van hun kameraden eraf werd
geschoten. Ik probeer soms de stem te laten horen van de spoken uit het
verleden.

De tegenstanders van een oorlog, onder wie de aanvoerder van de Golfoorlog,
Norman Schwarzkopf, betwijfelen niet dat de VS een oorlog tegen Irak zullen
winnen, al wordt hier en daar gewaarschuwd dat het geen wandeling wordt.
Ze maken zich zorgen over de situatie na de oorlog, waarin het leger wordt
opgezadeld met een uitzichloze politieke opdracht. Willen we Irak echt 30
jaar bezet houden ?, zo luidde het onlangs in een column in de Washington
Post.
De Haviken zijn echter al in de tegenaanval gegaan. Ze schermen met de
stelling van voormalig Frans premier Georges Clemenceau dat oorlog te
belangrijk is om te worden overgelaten aan generaals. Het conservatieve
weekblad New Republic betoogde dat de generaals, met name Colin Powell,
onterecht sceptisch waren over het succes van de militaire operaties in
Irak en Bosnië. Volgens hoofdredacteur Peter Breinert komt dat omdat de
legertop sinds Vietnam de neiging heeft de tegenstand te overschatten.
De bijbel van de nieuwe generatie sabelslijpers is het boek Supreme
Command van Eliot Cohen, een academicus die goede relaties heeft met
Richard Perle. Het werk benadrukt het belang van civiel opperbevel in
oorlogstijd en maant de militairen aan hun bedenkingen voor zich te houden.
President Bush liet weten dat het boek op zijn lijstje met
vakantieliteratuur staat, tot grote vreugde van het havikenkamp.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift