Heinonen was drijvende kracht achter sancties tegen Iran (analyse)

Olli Heinonen, de adjunct-directeur-generaal die donderdag ontslag nam bij het Internationaal Atoomagentschap (IAEA), was de drijvende kracht achter het onderzoek naar het nucleaire programma tegen Iran. Hij zorgde ervoor dat het IAEA een mechanisme werd dat de VN-sancties tegen Iran ondersteunde.
De Fin Olli Heinonen, een nucleair ingenieur, leidde vijf jaar lang de IAEA-afdeling die het vredelievende karakter van nucleaire activiteiten moet nagaan. Hij drukte zijn stempel op documenten over het vermeende Iraanse kernwapenprogramma die de westerse publieke opinie grondig beïnvloed hebben. Donderdag nam hij “om persoonlijke redenen” ontslag.
Door Heinonens nadruk op de inlichtingendocumenten over Iran was een hevige politieke strijd ontstaan binnen het IAEA-bestuur omdat anderen meenden dat de documenten frauduleus waren.
De regering van George W. Bush vroeg het IAEA de documenten te gebruiken om Iran van een geheim kernwapenprogramma te kunnen beschuldigen. De VS wilden dat de VN-Veiligheidsraad sancties nam tegen de VS en wilden daarvoor de steun van het IAEA.

Sceptisch


Mohammed ElBaradei, directeur-generaal van het IAEA, en andere topfunctionarissen waren meteen sceptisch over de authenticiteit van de documenten. Volgens twee Israëlische auteurs, Yossi Melman en Meir Javadanfar, hadden verscheidene IAEA-functionarissen hen in 2005 en 2006 verteld dat de documenten vervalst waren door een westerse inlichtingendienst.
Maar Heinonen steunde de strategie om Iran in het defensief te duwen. Hij vond dat de bewijslast bij Iran zelf lag: het land moest bewijzen dat het de activiteiten in de documenten niet had uitgevoerd.

Spanningen


De spanningen tussen Heinonen en andere topfunctionarissen namen toe begin 2008. Iran bezorgde het agentschap toen documentatie die een van de belangrijkste veronderstellingen van de documenten onderuit haalde.
Volgens de documenten had Kimia Maadan, een Iraans privébedrijf, een installatie ontworpen om uranium te converteren voor gebruik in militaire kernwapens. Tot tevredenheid van de onderzoekers kon Iran bewijzen dat Kimia Maadan was opgericht door het civiele agentschap voor kernenergie om uraniumerts te verwerken en was het bedrijf nog voor het einde van zijn contract gestopt.
Topfunctionarissen van het IAEA eisten toen van Heinonen dat het atoomagentschap voortaan zou duidelijk maken in zijn rapporten dat het niet voor de authenticiteit van de documenten kon instaan.
In de plaats daarvan gaf Heinonen een “technische briefing” aan de IAEA-lidstaten. Een diagram liet zien dat de ertsverwerking en de uraniumverwerking door hetzelfde bedrijf werden uitgevoerd en dezelfde militaire nummering hadden. Drie dagen voordien had het IAEA nochtans een rapport gepubliceerd waarin stond dat het projectnummer voor de ertsverwerking niet door het leger was toegekend maar door het de Organisatie voor Atoomenergie van Iran. Dat was in augustus 1999 gebeurd, vele maanden voor het vermeende kernwapenprogramma zou zijn gestart.

Taalgebruik


In zijn presentatie suggereerde Heinonen dat het agentschap over te weinig informatie beschikte om stevige conclusies te trekken over de documenten. Maar in een nieuw IAEA-rapport, in mei 2008, was van dat voorbehoud nergens sprake. Het taalgebruik in het rapport gaf zelfs aan dat het agentschap vertrouwen had in de documenten: “De documentatie die aan Iran is voorgelegd, lijkt van verschillende bronnen te komen uit verschillende periodes, de inhoud is gedetailleerd en lijkt consistent.”
Dat taalgebruik vertegenwoordigde niet de consensus bij topfunctionarissen bij de IAEA. Een topfunctionaris verklaarde in 2009 aan IPS dat het idee dat de documenten van verschillende bronnen kwamen, niet helemaal eerlijk was. “Er zijn netwerken die inlichtingen met elkaar delen”, zei de topfunctionaris. Het was mogelijk dat een inlichtingenorganisatie de documenten met anderen gedeeld had. “Daar krijgen we verschillende bronnen die consistent zijn gedurende langere tijd.”

Instrument


In het laatste jaar van ElBaradei aan het hoofd van het IAEA werd Heinonens afdeling een instrument voor lidstaten, vooral voor Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland en Israël, om ElBaradei onder druk te zetten. Hij moest samenvattingen van inlichtingenrapporten over het Iraanse kernwapenprogramma publiceren.
Heinonens positie bleef sterk doordat de Verenigde Staten en hun bondgenoten een harde lijn ten aanzien van Iran wilden aanhouden. Ze hadden Heinonens afdeling jarenlang van inlichtingen over de Iraanse nucleaire activiteiten voorzien en Heinonen wist dat ElBaradei zich niet kon veroorloven om openlijk in te gaan tegen de door de VS geleide coalitie.
ElBaradei’s opvolger Yukio Amano is nog minder in staat om een onafhankelijke positie in te nemen ten opzichte van de documenten. Door de politieke dynamiek van het IAEA zal Heinonens opvolger zeker diens lijn over de Iraanse nucleaire kwestie voortzetten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3174   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift