Helft allochtonen leeft in armoede

Armoede heeft geen kleur. Of toch? De helft van de allochtonen van Turkse en Marokkaanse afkomst leeft onder de armoederisicogrens. Toch richten de hulpverlening en het welzijnswerk zich nog hoofdzakelijk op autochtone Belgen.

Het zijn schokkende cijfers, waarmee de onderzoeksgroep OASeS (Armoede, Sociale Uitsluiting en de Stad) van de Universiteit Antwerpen naar buiten komt. In opdracht van de Koning Boudewijnstichting wilden de onderzoekers, onder leiding van professor Jan Vranken, weten of mensen van vreemde afkomst een groter risico lopen dan autochtonen om in armoede te verzeilen. Blijkt dat 55 procent van de allochtonen van Marokkaanse herkomst en 59 procent van de Turkse allochtonen leeft onder de armoederisicogrens -minder dan 777 euro per maand. Voor autochtone Belgen ligt dat cijfer “maar” op 10 procent.

Het gemiddeld maandinkomen van die Turkse en Marokkaanse allochtonen ligt tussen 610 en 742 euro. Een gemiddeld maandinkomen voor personen van Belgische en Europese herkomst ligt rond 1150 euro. Voor de groep van Italiaanse herkomst ligt dat op 963 euro en van niet-Europse herkomst op 951 euro. Bij de migranten van Italiaanse herkomst leeft 21 procent in armoede.

Mensen van niet-Europese herkomst hebben één kans op drie om in armoede te belanden. Voor alle duidelijkheid: het gaat in dit onderzoek om mensen die de Turkse, Marokkaanse of Italiaanse nationaliteit of herkomst hebben en legaal in België verblijven.

‘Dat zijn hallucinante cijfers’, reageert onderzoekster Bea Van Robaeys. ‘Er zijn zo goed als geen cijfers beschikbaar in België over armoede bij allochtonen. We kunnen alleen een schatting maken hoeveel en welke allochtonen in armoede leven, maar die schatting geeft toch wel een idee van de omvang van het probleem. Voor het integratie- en armoedebeleid zijn deze cijfers belangrijk. Ze tonen overduidelijk het belang van sociaal-economische omstandigheden aan. We moeten weg van het discours dat alle problemen cultureel interpreteert. “Allochtone problemen” oplossen en integratie realiseren, is geen kwestie van met wat taallessen alleen. Mensen moeten eerst en vooral kunnen overleven.’

Weest welkom… in de armoede!

De migranten van de eerste generatie werden als gastarbeiders naar België gehaald. Ze hadden werk en werden met open armen ontvangen. Velen van hen zijn ondertussen met pensioen, maar hebben met een onvolledige loopbaan in België geen recht op een volledig pensioenuitkering. Voor de tweede en derde generatie ziet het er nog slechter uit. De arbeidsmarkt is vandaag immers veel minder gunstig voor laaggeschoolden. De jobs van de ouders bestaan niet meer en hun kinderen en nieuwkomers hebben niet altijd de juiste kwalificaties voor de veranderde arbeidsmarkt.

Volgens Kind&Gezin is de helft van de kinderen die in arme gezinnen opgroeien allochtoon. ‘Bepaalde migratietheorieën gaan er van uit dat de situatie voor de eerste generatie migranten sowieso slechter is dan voor hun kinderen en kleinkinderen,’ legt Bea Van Robaeys uit. ‘Ze moeten hun weg zoeken, een nieuwe taal leren, netwerken uitbouwen. Men verwacht wel dat de situatie voor hun kinderen en kleinkinderen zal verbeteren. Maar in België zien we bij bepaalde groepen een omgekeerd proces.’ Maurice Maréchal, intercultureel bemiddelaar bij de Dienst Integratie Gent, ziet die cascade in de dagelijkse praktijk.

‘Mensen zonder of met lage diploma’s vallen als eerste uit de boot, ze moeten het rooien met werkloosheidssteun en daarna met een bestaansminimum van het OCMW. Ik zie de armoede toenemen en vrees dat de inkomenskloof tussen autochtonen en allochtonen alleen maar groter zal worden.’

Werk en een goede opleiding zijn natuurlijk de belangrijkste hefbomen om uit de armoede te geraken, maar speelt cultuur ook een rol bij allochtone armoede? Bea Van Robaeys: ‘In een tweede fase van het onderzoek gaan we op zoek naar de onderliggende processen van armoede bij allochtonen en hun overlevingsstrategieën. De culturele factoren moeten daarbij zeker bekeken worden, maar ik spreek liever van migratiefactoren: hoe mensen zich aanpassen aan een nieuwe situatie en omgeving.’

Voor Maurice Maréchal van de Dienst Integratie Gent ligt spreken over een culturele factor iets minder gevoelig: ‘Veel Turken en Marokkanen sturen zo veel mogelijk geld naar familie in het thuisland om ziekenkosten, huur en eten mee te betalen. Die sterke solidariteit is cultureel bepaald. Dat is positief, maar tegelijk een zware last op een gezinsinkomen. De “godsdienstige uitgaven” zoals de bijdragen voor een moskee of imam kunnen ook hoog zijn. De sociale druk is vaak te hoog om nee te durven zeggen.’

Anders arm?

Die sterke solidariteit en de netwerken zijn meteen ook een groot verschil tussen autochtone en allochtone armen. Typisch voor autochtone armen is het sociaal isolement. Van Robaeys: ‘De armoedeomstandigheden zijn hetzelfde bij allochtone of autochtone armen, maar we verwachten wel andere overlevingsstrategieën. Allochtone armen -vooral van de eerste generatie- kunnen meer rekenen op de netwerken en solidariteit binnen hun gemeenschap. Maar die draagkracht is ook sterk aan het afkalven. Als meer en meer mensen uit het eigen netwerk enorm onder armoede lijden, wordt het moeilijker om elkaar te helpen. De derde generatie is ook meer individualistisch ingesteld dan de eerste generatie.’

Armoede wordt ook anders beleefd. Uit de cijfers van OASeS blijkt dat 29 procent van de allochtonen van Turkse herkomst en 38 procent van de allochtonen van Marokkaanse herkomst aangeven dat ze moeilijk tot zeer moeilijk rondkomen. In vergelijking met de hoge armoedecijfers kan je stellen dat allochtonen zich minder snel arm voelen. Maurice Maréchal: ‘De eerste generatie heeft een ander referentiepunt: ze vergelijkt met hun situatie in het thuisland. Ze hebben het hier niet goed, maar in Marokko of Turkije hadden ze het nog slechter. Dat geldt natuurlijk veel minder voor de derde generatie. Allochtone armen reageren ook meer gelaten op hun armoede: het is de wil van God. Daardoor doe je misschien ook wel minder moeite om uit armoede te geraken. Autochtone armen voelen meer verbittering en opstandigheid.

Witte welzijnssector

Hoewel een groot deel van de Turkse en Marokkaanse allochtonen in armoede leven, is welzijnssector niet op hen afgesteld. De hulpverleners, organisaties, ervaringsdeskundigen, verenigingen waar armen het woord nemen… zijn overwegend blank. ‘Er zijn zelfs verenigingen die alleen autochtone armen helpen’, zegt Maurice Maréchal verontwaardigd. Bea Van Robaeys pleit sterk voor een interculturalisering van de hulpverlening. ‘In de eerste plaats moeten het armoedebeleid en het middenveld interculturaliseren. Laat allochtone armen mee bepalen wat armoede is en welke maatregelen er nodig zijn.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift