Het Belgische terugkeerbeleid

Verdiende straf of nieuwe kans?

Als het versnipperde Belgische politieke landschap en het middenveld het over één ding eens zijn, dan wel over de nood aan een beter terugkeerbeleid voor uitgeprocedeerde asielzoekers en andere sans-papiers. Maar over hoe die terugkeer moet gebeuren, lopen de meningen uiteen.

Het Belgische beleid rond vrijwillige terugkeer begint zijn vruchten af te werpen, besloot staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie Philippe Courard (PS) tevreden nadat hij de cijfers van 2010 onder ogen kreeg. Bijna drieduizend personen keerden vrijwillig terug naar hun land van herkomst –het record van de afgelopen vijf jaar. Maar niet alle politici nemen daar genoegen mee. Onder meer N-VA en Open VLD haalden zwaar uit en noemden het aantal “terugkeerders” –vrijwillig of gedwongen– veel te laag. Daarbij viseerden ze ook staatssecretaris voor Migratie- en Asielbeleid Melchior Wathelet (cdH). Die sprak immers van 8791 teruggekeerde personen –een cijfer dat volgens Open VLD was opgepompt, want het bevatte zowel de 2957 vrijwillige terugkeerders als de mensen die direct aan de grens waren teruggestuurd. Het ging in feite om drieduizend gedwongen uitwijzingen, het laagste cijfer in de voorbije tien jaar, klonk het. ‘Er wordt van geen enkel hoofdstuk uit de vreemdelingenwet minder gebruik gemaakt dan van hoofdstuk zes betreffende terugwijzingen en uitzettingen’, vindt onder meer kamerlid Theo Francken, die voor de N-VA het terugkeerbeleid nauwlettend opvolgt.

Vluchtelingenorganisaties vinden echter dat de klemtoon van het Belgisch terugkeerbeleid te veel op gedwongen terugkeer ligt. Het aandeel van vrijwillige terugkeer –een op drie– moet volgens hen omhoog.

Mensenhandel vs reisbureau

Wie ervoor kiest vrijwillig terug te keren, kan in de eerste plaats een terugkeerpremie krijgen via het REAB-programma van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en haar lokale partners. Dat programma voorziet in een vliegtuigticket én een premie van 250 euro. Daarbovenop kunnen terugkeerders een beroep doen op het reïntegratieprogramma van de IOM, dat voorziet in materiële steun voor een bedrag van 700 euro. En mits ze een gefundeerd reïntegratieplan indienen, kunnen ze ook nog bijkomende steun vragen via Europese reïntegratiefondsen.

De top-vijf van landen waarnaar mensen vrijwillig terugkeerden via het REAB-fonds (en dus met minstens 250 euro), deed wenkbrauwen fronsen. Brazilië stond met 915 terugkeerders aan de top, gevolgd door Oekraïne, Kosovo, Macedonië en Rusland. N-VA blijft erbij dat het terugkeerbeleid op die manier een veredeld reisbureau is voor Brazilianen die hier in het zwart komen werken. ‘Het zegt genoeg dat slechts twee Brazilianen asiel hebben aangevraagd. De rest schuift gewoon bij de IOM aan voor een gratis retourticket naar Brazilië’, aldus Francken.

‘Het verhaal van de Braziliaan die hier komt profiteren en dan op onze kosten terugkeert, is wel heel ongenuanceerd en kort door de bocht’, reageert Peter Neelen van Fedasil. ‘Achter de Braziliaanse arbeidsmigratie zit ook een vuil verhaal van valse reisbureaus, netwerken van bouwbedrijven en zelfs mensenhandel.’

‘Mensen migreren toch ook niet zomaar’, werpt Pieter Stockmans van Vluchtelingenwerk Vlaanderen op. ‘Bovendien is een goede terugkeerondersteuning in Brazilië zelf een vorm van ontwikkeling, die kan vermijden dat mensen opnieuw naar hier komen.’

In 2010 keerden bijna drieduizend personen vrijwillig terug naar hun land van herkomst

Gedoogbeleid is asociaal

Vluchtelingenwerk Vlaanderen, een ngo die de belangen van vluchtelingen en asielzoekers verdedigt, prijst het ondersteuningsbeleid voor vrijwillige terugkeerders. Tegelijkertijd bekritiseert het dat België terugkeer als laatste stap in een asielprocedure behandelt. ‘Als je weet dat tachtig procent van de asielaanvragen wordt afgewezen, is het logisch dat mensen worden begeleid naar alle mogelijke uitkomsten van de procedure. Er moet ook na de asielprocedure nog voldoende ruimte zijn om aan een duurzaam toekomstperspectief te werken’, zegt Pieter Stockmans ‘Zo kunnen mensen immers beter voorbereid –ook mentaal– en geïnformeerd terugkeren.’

Terugkeer, ook op vrijwillige basis, blijft een gevoelig onderwerp voor een deel van de publieke opinie omdat het als repressieve maatregel wordt ervaren. Uit een recent rapport waarin Vluchtelingenwerk peilde hoe hulpverleners omgaan met terugkeer, bleek wel dat er stilaan meer draagvlak is voor een duurzaam terugkeerbeleid. Maar tegelijk noemen de hulpverleners het onduidelijke en vaak ontransparante Belgische beleid rond verblijf en terugkeer –en de eenzijdige focus op gedwongen terugkeer– redenen die het moeilijk maken om over vrijwillige terugkeer te spreken. Heel wat sans-papiers die tijdens de regularisatiecampagne van 2010 niet in aanmerking kwamen, geloven dat er nog wel een nieuwe regularisatie zal volgen. ‘Het gedoogbeleid zoals het nu gevoerd wordt, dat is pas asociaal’, zegt Theo Francken. ‘Het draait om willekeur. Niemand heeft er baat bij dat mensen niet worden teruggestuurd en zo de hoop behouden dat ze ooit toch nog papieren zullen krijgen.’  

Tegenstellingen

Ook Groen!-kamerlid Freya Piryns pleit voor een beter terugkeerbeleid. ‘Maar niet als een repressief antwoord op de afgelopen asielcrisis, noch op het aanzuigeffect waar het voortdurend over gaat.’ Het voorstel van Wathelet om open terugkeercentra op te richten vindt Piryns een stap in de goede richting, maar ze plaatst er ook vraagtekens bij. ‘Hier is het principe om het pas over terugkeer hebben in de laatste fase van de asielprocedure, terwijl ik voorstander ben van het tweesporenbeleid dat Vluchtelingenwerk Vlaanderen voorstelt. Al in het begin van de asielprocedure moet er stevige coaching komen rond asiel of terugkeer.’

Of de Waalse partijen de Vlaamse visie op terugkeer delen –een beladen term aan de andere kant van de taalgrens? Piryns: ‘Ja, als we de zaken voldoende doorpraten, bereiken we wel akkoorden. We merken meer openheid, al klopt het dat het ginder gevoeliger ligt omdat Wallonnië nu eenmaal meer linkse koppen telt. Maar vaak gaan discussies ook om taalnuances en begripsverwarring.’

Veeleer dan een communautaire tegenstelling, is er de tegenstelling tussen twee administraties: de ene staat in voor de opvang, de andere voor de asielprocedure en dus ook de uitwijzing van asielzoekers. Het samenwerkingsprotocol tussen Fedasil en de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) is voorlopig een lege doos, zeggen critici. ‘Maar het is wel een instrument om opnieuw met elkaar te praten’, nuanceert Peter Neelen van Fedasil.

De N-VA pleit ervoor beide administraties samen te voegen onder één minister voor Asiel en Migratie –liefst van N-VA-signatuur. ‘Je kan een repressief en een maatschappelijk luik niet onder één minister steken’, reageert Piryns. ‘Er is één regering, een mens zou mogen denken dat die in staat is om de verschillende visies en bevoegheden te stroomlijnen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur