Het communicatiehandvest van de burger

Het Communicatiehandvest van de Burger is een Handvest waarin de bescherming van de kwaliteit van de communicatie- en informatievoorziening wordt geëist. Informatie dient veelzijdig en betrouwbaar te zijn, en communicatiediensten gebruikersvriendelijk, toegankelijk en betaalbaar en ze dienen bij te dragen tot de zelfontplooiing en tot de expressie van het individu.
De kwaliteit van informatievoorziening is van grote invloed op de wijze waarop wij onze burgerrechten kunnen uitoefenen. Rechten brengen altijd plichten met zich mee, en op informatiegebied is dit onder andere de verantwoordelijkheid voor de vormgeving van de samenleving. Zonder goede informatie (zoals bijvoorbeeld de berichtgeving via radio, tv en de geschreven media) kan deze plicht niet worden vervuld. De zorg om de kwaliteit van ons bestaan mogen we niet overlaten aan de overheid of de markt; de toekomst is immers onze gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Het Communicatiehandvest van de Burger is het resultaat van een omvangrijk en open redactioneel proces, waarbij talloze individuen en groepen betrokken zijn geweest.

De oorsprong van het Communicatiehandvest van de Burger ligt bij enkele sociale bewegingen, waaronder het Third World Network, de Cultural Environment Movement en AMARC (Asociación Mundial de Radios Comunitarias). Begin jaren negentig kwamen zij tot de slotsom dat de kwaliteit van de informatievoorziening te belangrijk is om geheel over te laten aan overheden en ‘de’ markt. Dit resulteerde in de eerste versie van het huidige Communicatiehandvest van de Burger. Sindsdien is deze tekst over de hele wereld bediscussieerd en werden voorgestelde verbeteringen erin verwerkt.

Ook de huidige versie is niet definitief. Het Communicatiehandvest van de Burger is het voorwerp van een permanent, dynamisch proces dat open staat voor nieuwe ideeën.

HET HANDVEST

Wij, de ondertekenaars van dit Handvest, verklaren het volgende:

Communicatie is van fundamenteel belang voor alle mensen en voor de gemeenschappen waarin zij leven. Daarom heeft iedereen het recht op onafhankelijke, veelzijdige en betrouwbare informatievoorziening, op betaalbare en eenvoudige toegang tot communicatiemiddelen en op de bescherming van fundamentele culturele rechten. Om de realisering hiervan te bevorderen, ondertekenen wij dit Handvest. Wij geven hiermee aan te streven naar een duurzaam en democratisch cultureel milieu.

Artikel 1. Rechten van de Mens

Bij het verspreiden, verzamelen, ontvangen en uitwisselen van informatie, meningen en denkbeelden, dient steeds voorop te staan dat de rechten van de mens worden gerespecteerd.

Artikel 2. Vrijheid

Openbare informatievoorziening moet niet gecontroleerd en gemanipuleerd worden ten behoeve van nationalistische, etnische of godsdienstige ambities. Ook de beïnvloeding van de openbare informatievoorziening vanuit commerciële belangen is ongewenst.


Artikel 3. Toegang

Iedereen moet op eenvoudige en betaalbare wijze toegang hebben tot informatie die van algemeen belang is.

Iedereen moet op eenvoudige en betaalbare wijze kunnen deelnemen aan de verspreiding en uitwisseling van meningen en van denkbeelden in de lokale en mondiale samenleving.

Iedereen heeft het recht meningen, informatie en denkbeelden in een - voor hem of haar - gangbare taal te ontvangen en om een verscheidenheid aan culturele producten te ontvangen, die voor uiteenlopende smaken en interesses zijn ontworpen.

Beperking van de toegang tot informatie is alleen toelaatbaar wanneer sprake is van een goede en dwingende reden zoals wanneer de rechten van de mens worden geschonden of wanneer de beperking noodzakelijk is in een democratische samenleving.

Artikel 4. Onafhankelijkheid

Onafhankelijke media zijn onmisbaar in een democratische samenleving.

Redacties van informatiemedia dienen tegen bemoeienis met de redactionele inhoud beschermd te worden door middel van een krachtige wetgeving ter bescherming van de vrijheid van informatie, van het algemeen gebruik van redactiestatuten, van onafhankelijke en representatieve vakorganisaties en van effectieve vormen van zelfregulering.

Artikel 5. Alfabetisme

Iedereen heeft het recht de kennis en de vaardigheid te verwerven die nodig zijn om volledig deel te nemen aan de openbare communicatie. Dit betekent de ontwikkeling van de vaardigheid in lezen, schrijven en verhalen vertellen; een kritisch mediabewustzijn; computeralfabetisme en onderwijs over de rol van communicatie in de samenleving.

Artikel 6. Bescherming van journalisten

Om een zo volledig mogelijke nieuwsvoorziening te garanderen, moeten journalisten, vooral bij de berichtgeving over gewapende conflicten, zo optimaal mogelijk worden beschermd. Bescherming via effectieve wetgeving en rechtspraak is ook noodzakelijk tegen allerlei vormen van bedreiging en intimidatie waaraan journalisten worden blootgesteld. Journalisten moeten ook hun bronnen kunnen beschermen. Alleen in uitzonderlijke omstandigheden moet de rechter journalisten kunnen dwingen de identiteit van bronnen prijs te geven.

Artikel 7. Recht op antwoord, rectificatie en compensatie

Iedereen heeft het recht op antwoord en mag compensatie eisen voor schade veroorzaakt door misleidende informatie in de media. De betreffende personen moeten de mogelijkheid hebben om uitspraken die op hen betrekking hebben en waarbij zij een gerechtvaardigd belang tot rectificatie hebben, onverwijld te laten corrigeren. Correcties moeten even prominent gepubliceerd worden als de oorspronkelijke uitlating. Overheden moeten boetes opleggen wanneer een gerechtshof heeft geoordeeld dat sprake is van bewezen schade en dat de informatie-aanbieder met opzet onjuiste, misleidende of schadelijke informatie heeft verspreid.

Artikel 8. Culturele identiteit

Iedereen heeft het recht op bescherming van zijn of haar culturele identiteit.

Dit betekent dat expressies van die culturele eigenheid in vrijheid plaatsvinden en door anderen worden gerespecteerd. Uitingen van de eigen culturele identiteit kunnen slechts beperkt worden indien zij andere bepalingen uit dit handvest schenden.

Artikel 9. Diversiteit van talen

Iedereen heeft het recht zich te uiten en toegang te hebben tot informatie in de eigen taal. Iedereen heeft er recht op dat de eigen taal in openbare onderwijsinstellingen wordt gebruikt en heeft het recht om, waar nodig, geschikte voorzieningen te creëren voor de talen van minderheden.

Artikel 10. Deelname aan de politieke besluitvorming

Iedereen heeft het recht om deel te nemen aan de politieke besluitvorming inzake de openbare informatievoorziening, de ontwikkeling en het gebruik van kennis; inzake het behoud, de bescherming en de ontwikkeling van culturele expressie; inzake de keuze en toepassing van nieuwe informatietechnologieën en de organisatie en het beleid van de media-industrie.

Artikel 11. Rechten van kinderen

Kinderen hebben het recht op massamediaproducten, die ontwikkeld zijn om aan hun behoeften en interesses tegemoet te komen en hun gezonde, psychische, lichamelijke en emotionele ontwikkeling te bevorderen. Ze moeten beschermd worden tegen schadelijke mediaproducten en tegen vormen van commerciële uitbuiting zowel thuis als op school en op speelplaatsen.

Overheden moeten de nodige stappen doen om kwalitatief hoogstaande culturele en ontspannende programma’s, publicaties en computerspelletjes te distribueren die speciaal geproduceerd worden voor kinderen en die toegankelijk zijn in hun eigen talen.

Artikel 12. Cyberspace

Iedereen heeft het recht op toegang tot cyberspace. Ieders recht op het gebruik van een open cyberspace, op de vrijheid tot elektronische meningsuiting en op de bescherming tegen elektronisch toezicht en misbruik moet worden gegarandeerd.

Artikel 13. Privacy

Iedereen heeft het recht om beschermd te worden tegen de ongeautoriseerde publicatie van irrelevante beschuldigingen; de publicatie van privé-foto’s of van andere vormen van privé-communicatie of persoonlijke informatie in vertrouwen gegeven of ontvangen. Gegevensbestanden die gebaseerd zijn op persoonlijke gegevens of data ontleend aan de werksituaties of financiële en handelstransacties mogen niet zonder toestemming van de betrokkenen gebruikt worden voor commerciële belangen of vormen van particulier of overheidstoezicht. Landen moeten er echter voor zorgen dat de bescherming van de privacy alleen in uitzonderlijke situaties het beginsel van de vrijheid van meningsuiting schendt

Artikel 14. Geweld

Van de media mag geëist worden dat zij zich actief verzetten tegen elke vorm van ophitsing tot geweld en etnisch conflict en tegen alle vormen van haat-propaganda op grond van ras, geslacht of nationaliteit. Geweld moet nooit als normaal, als ‘macho’ of als vermakelijk worden gepresenteerd in programma’s en publicaties. Daarentegen moeten de media de werkelijke gevolgen van de uitoefening van geweld en alternatieven voor gewelddadige oplossingen van conflicten tonen.

Ook anderen vormen van geweld tegen de menselijke waardigheid en integriteit moeten worden vermeden. Zoals de stereotiepe beelden die de realiteit en de complexiteit van levens vervormen. De media moeten vermijden dat mensen op grond van hun sekse, ras, klasse, nationaliteit, taal, seksuele geaardheid of lichamelijke of geestelijke gesteldheid belachelijk worden gemaakt, gebrandmerkt of gedemoniseerd worden.

Artikel 15. Rechtsgang

Van de media mag worden geëist dat zij bij de verslaggeving van rechtszaken de normen van een eerlijke rechtsgang respecteren. Dit houdt in dat de media niemand schuldig mogen verklaren totdat een rechtbank het schuldig heeft uitgesproken. Bovendien mogen zij geen inbreuk plegen op de privacy van beschuldigde personen of andere bij een rechtszaak betrokkenen.

Gedurende een rechtszaak mogen de tv-beelden daarvan niet worden uitgezonden.

Artikel 16. Consumenteninformatie

Iedereen heeft het recht op bruikbare en feitelijke consumenteninformatie en op bescherming tegen misleidende reclame. De media moeten reclame die gepresenteerd wordt als nieuws of amusement vermijden alsook de reclame voor ecologisch schadelijke producten. Met name reclame gericht op kinderen verdient kritische aandacht.

Artikel 17. Aansprakelijkheid

De ondertekenaars van het Handvest zullen al diegenen die verantwoordelijk zijn voor de verspreiding, het verzamelen, de ontvangst en het uitwisselen van informatie, meningen en

ideeën in hun samenleving aansprakelijk stellen voor de naleving van de beginselen van dit Handvest.

Artikel 18. Uitvoering

In overleg met degenen die het Handvest ondertekenen, zullen - nationaal en internationaal - afspraken worden gemaakt om het Handvest in zoveel mogelijk landen en talen te publiceren en om bewegingen te organiseren die de naleving van het Handvest kunnen controleren, klachten over schendingen van het Handvest behandelen en advies uitbrengen over passende maatregelen bij gebleken juistheid van de klachten. Deze bewegingen zullen zich ook inzetten voor de verdere verbetering van het Handvest.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift