Is het de schuld van de Roma zelf?

Het is hard nodig dat Roma zelf opkomen voor de grootste minderheid van Europa. Om te lobbyen, als rolmodel en als brug tussen Roma en niet-Roma. Maar er zijn veel te weinig Roma die dit zouden kunnen. ‘En de Roma die dit wel zouden kunnen, keren zich af van de rest.’

  • CC European Parliament De Hongaarse Livia Jaroka is het enige EU-parlementslid van Roma-afkomst. Op basis van het aantal Roma in Europa zouden er 21 Roma-parlementsleden moeten zijn, een illustratie van de ondervertegenwoordiging van Roma in de politiek. CC European Parliament

Het is rommelig in de keuken van Jana Cickova in Zvolen, Centraal-Slowakije. Haar zoontje van acht staat op zijn hoofd tegen de deur naar de kleine badkamer. In de woonkamer ligt haar vader op het grote familiebed televisie te kijken. Met z’n zevenen bewonen ze deze eenkamerwoning: Jana’s vier kinderen, haar man plus Lily, het tweejarige kind van hun zestienjarige dochter. Vies van dagenlang in haar blootje rondspelen, paradeert ze in schoenen van haar moeder door het huis.

De familie Cickova heeft het krakkemikkige appartement een paar jaar geleden van de gemeente kunnen kopen voor het symbolische bedrag van 30 eurocent. Omdat het een koopwoning is, trekt de gemeente Svolen zijn handen ervan af. In de gangen naar haar woning is het pikkedonker. Alle lampen zijn kapot. In het huis is geen centrale verwarming, maar een houtkachel. De familie stookt met het hout dat ze – illegaal — kappen in de bossen rondom Zvolen. Cickova en haar man zijn beiden werkloos en leven van de bijstand. Geen vetpot, maar het kan slechter, zegt ze. En lacht een grote zwarte tand bloot.

De afgelopen maanden werd de familie Cickova geconfronteerd met discriminerende uitlatingen van diverse nationalistische partijen, die met leuzen als ‘We gaan degenen die niet willen werken, niet voeden’. En ‘Het zijn de zigeuners die ons sociaal systeem opeten’, probeerden zieltjes te winnen. Het zijn verhalen die je hoort in heel Europa. Roma bungelen overal aan de onderkant van de sociale ladder. Een groot deel van hen is werkloos en leeft van uitkeringen. Maar ze hebben die ellende aan zichzelf te danken. De luiheid en criminaliteit zit hun immers in de genen, zo is de slogan van nationalistische xenofobe politici.

Omdat de politiek in hun ogen niets doet tegen ‘dit tuig’ gaan nationalisten de straat op. Een schrijnend voorbeeld daarvan zijn de burgerwachten in Hongarije, die vorig najaar meenden etnische Hongaren te moeten beschermen tegen de Roma en daarom in verschillende dorpen patrouilleerden. Maar ook in Bulgarije, Tsjechië en Slowakije nemen rechtsextremisten het heft in eigen handen en proberen soortgelijke burgerwachten te formeren. ‘Steeds vaker zijn Roma het probleem in plaats van dat ze problemen hebben’, meent de Slowaakse sociologe Jarmila Lajcakova van het CVEK, een onafhankelijke centrum voor onderzoek naar etniciteit en cultuur in Bratislava.

De anti-Roma haat van xenofobe nationalisten is niets nieuws, zeggen Roma-activisten. Wel nieuw is dat ook meer gematigde politici in gevestigde regeringen en zelfs ministers het hardop zeggen. ‘Voorheen gebruikte alleen de nationalistische partijen de Roma als politiek wapen’, zegt Laco Oravec van de Slowaakse Milan Simecka Foundation, een ngo die veel projecten voor Roma opzet. ‘Andere partijen hadden Roma niet op hun agenda. Maar nu zie je het thema ook bij hen. Het lijkt een officieel probleem van Slowakije geworden te zijn.’

Je ziet deze trend eveneens in andere landen. Zo riep de centrumrechtse Italiaanse ex-premier Silvio Berlusconi tijdens zijn laatste verkiezingscampagne korte metten te willen maken met ‘Roma, criminelen en migranten.’ En kwam de Bulgaarse minister van Binnenlandse Zaken Tsvetan Tsvetanov – tevens hoofd van de Nationale Raad voor etnische kwesties en verantwoordelijk voor ‘Romazaken’ in opspraak omdat hij zich in de krant 24 tchasa liet ontvallen het milieu van de Roma ‘een broeinest voor criminaliteit’ te vinden. ‘De laatste twintig jaar hebben verschillende ngo’s geld ontvangen, maar daar gebeurde niets mee. We zien enkel dat bepaalde Roma-chefs in weelderige paleizen leven, terwijl de getto’s waarin de meeste Roma leven groter worden’, zei hij.

De Europese Commissie gaf Bulgarije een tik op de vingers door te zeggen dat die uitspraak niet door de beugel kon, waarop Tsvetanov zijn toon matigde. Maar hij blijft volhouden dat ook Roma moeten participeren. ‘En dat is niet altijd het geval.’

Het is een gevaarlijke trend, menen mensenrechtenactivisten. ‘Er zijn parallelen met de jaren dertig’, zegt sociologe Jarmila Lajcakova. ‘Er is eenzelfde soort combinatie van economische crisis, populistische retoriek van politici die niets doen aan de werkelijke problemen, maar wel openlijk een groep aanwijst die verantwoordelijk zou zijn voor wat er fout gaat. Je hoeft maar een fractie gezond verstand te hebben om te beseffen dat dit grote etnische spanningen op kan roepen.’

Eeuwenlang

Toch lijkt er wel wat aan de hand te zijn met deze minderheid. Hoe kan het anders dat Roma al eeuwenlang zo gemarginaliseerd in armoede leven en daar maar niet uit lijken te komen? Ze willen zelf niet integreren, wordt her en der gezegd. Mensenrechtenactivisten menen dat dit onzin is. ‘Dat heb ik van geen enkele Roma gehoord’, zegt de Roemeense mensenrechtenactiviste Mona Nicoara.

Maar andere ngo-medewerkers, Roma-experts en activisten geven toe dat het dikwijls zeer moeilijk is om met Roma te werken. Jan Marinus Wiersma bezocht jarenlang Roma in landen als Slowakije en Roemenië voor het Europarlement. Hij is nu voorzitter van ERGO (European Roma Grassroots Organisation) een Europese organisatie die van onderuit probeert het Romabeleid te beïnvloeden. ‘Het is een groep die zich niet gemakkelijk laat integreren. Er is een hoop wantrouwen, gebaseerd op ervaringen uit het verleden. Vaak voelen ze zich cultureel bedreigd door de moderniserende samenleving om hen een. Ze willen graag hun eigen gebruiken en gewoonten beschermen.’

Ook de Bulgaarse Roma-expert Ilona Tomova ziet het gebrek aan motivatie om te integreren in Bulgarije. Maar zij wijst op het gebrek aan democratische fundament. ‘Laatst was ik in Wenen bij een Romagezin. De moeder brak halverwege het gesprek af. Ze kwam anders te laat op het oudergesprek op school. “Ging je in Bulgarije ook”’, vroeg ik haar. “Nee”, zei ze, “maar hier krijg ik een boete als ik het niet doe”.’ Volgens Tomova is dat het grote verschil tussen Oost en West. ‘In het westen zijn er regels en wetten, die gehandhaafd worden. Maar in Bulgarije zijn ze er niet of worden ze niet nageleefd.’

Toch doen er ook verhalen de ronde van problematische integratie van Roma in West-Europa. Toen er grote groepen Roma in Gent aankwamen in 2010, bleek hoe moeilijk het was om de nieuwe EU-burgers in fatsoenlijke huizen, aan het werk en hun kinderen in de schoolbanken te krijgen. ‘De Roma zijn niet de makkelijkste groep om mee te werken’ zei de schepen van Sociale Zaken Tom Balthazar destijds.

En ook Roma zelf zeggen het. ‘Hun houding is vaak: Wij zijn arm en je kunt ons helpen’, meent de Slowaakse Klara Orgovanova, zelf Rom en met meer dan twintig jaar ervaring in het werken met deze groep. ‘Veel Roma maken te weinig deel uit van het systeem, nemen te weinig eigen verantwoordelijkheid. En dat moet wel veranderen.’

Explosief materiaal

De eigen-schuld-vraag vormt echter explosief materiaal, dat zonder scrupules gebruikt wordt als politiek wapen door rechtsextremistische nationalistische politici die onder het mom van ‘als ze niet willen, moeten ze maar voelen’ een harde aanpak voorstaan. Het kan leiden tot meer etnische spanningen. En nog minder hulp voor de Roma. Op lokaal, nationaal maar ook Europees niveau. ‘Want waarom geeft de EU geld uit aan de integratie van de Roma als zij zelf niet van plan zijn te integreren?’, zoals Mara Bizzotto, een Italiaans lid van de fractie Europa van vrijheid en democratie en lid van de Italiaanse Liga Nord, zich een tijdje geleden publiekelijk afvroeg.

Meer Roma op hoge posten

Het is hard nodig dat er meer Roma op invloedrijke politieke posten komen. Om weerstand te bieden tegen de toenemende stereotypering en stigmatisering. Om een brug te bouwen tussen Roma en niet-Roma. Om te kunnen dienen als rolmodellen. En omdat lokale en nationale programma’s zonder participatie van Roma eenvoudigweg niet van de grond komen.

Klara Orgovanova diept een illustratief voorbeeld op uit de tijd dat Slowaakse gemeenten geld moesten aanvragen voor EU-fondsen voor Roma. ‘Sommige gemeenten hielden referenda’, herinnert ze zich. ‘Burgers konden aangeven of ze wilden dat het geld naar Roma ging.’ Vaak wilden ze dat niet. ‘Dan komen die Roma straks allemaal naar onze gemeente, was het argument. En dus kwam er geen aanvraag. Als daar een sterkere Romalobby was geweest, was dit niet gebeurt.

Maar bovenal zijn Roma nodig als belangenbehartigers en lobbyisten. ‘Kijk naar de emancipatie van de afro-amerikanen’, zegt Laco Oravec. ‘Daar kwam een sociale verandering vanwege een cumulatie van de kritische massa. Het was een beweging van onderop, met afro-amerikaanse leiders die zich sterk maakten. Zo zou dat met de Roma in Europa ook moeten.’ 

Kleine Roma-elite

Maar waar zijn die Roma? Niet allemaal leven ze geïsoleerd aan de randen van de samenleving. Een deel van hen is wel geïntegreerd. In Oost-Europa komen ze vaak uit families die, dikwijls met harde hand, geassimileerd werden onder het communisme. Bovendien kregen jonge Roma vanf de jaren negentig via beurzen van de Amerikaans-Hongaarse filantroop George Soros en in mindere mate de EU, de kans om hoger onderwijs te doorlopen. Het zijn er niet opmerkleijk veel, maar toch zijn honderden Roma op deze wijze goed geschoold.

Toch zie je ze nauwelijks terug in de politiek. ‘Roma werken liever in de dienstensector dan in beleidsectoren of de politiek,’ verklaart Laco Oravec het schrijnende tekort aan Roma op dit soort posten in Slowakije. Het heeft, zo zegt hij, ook te maken met het feit dat er in de Slowaakse hoofdstad Bratislava, waar de politieke beslissingen worden gemaakt, nauwelijks Roma wonen. ‘Op lokaal en regionaal niveau is het gemakkelijker om vertegenwoordigers uit de Romagemeenschap te vinden.’

Bovendien verschilt het aandeel van Roma per land. Hongarije doet het volgens kenners veel beter. Daar zitten meer Roma in gemeenten en in de nationale politiek.

Toch blijven het er veel te weinig om echt het verschil te kunnen maken. In het Europees parlement zit zelfs maar een Roma: de Hongaarse Livia Jaroka. ‘Op basis van onze grootte, tussen de 10 en de 12 miljoen in de EU, zouden er 21 hier moeten zitten’, zegt Jaroka. Ze wijt dit tekort allereerst aan het scholingsprobleem. Ondanks de projecten zijn er nog steeds te weinig Roma met een goede opleiding. Maar debet zijn ook de ‘andere’ politici. ‘In veel landen willen politieke machthebbers niet dat Roma zich politiek emanciperen’, meent ze. En dat geldt ook voor de instituties van de Europese Unie. Die zouden niet genoeg ‘open staan’ voor Roma.

Opvallen genoeg wijst zij tevens naar de Roma zelf. ‘Die willen niet.’ Ze begrijpt dat wel. ‘Ik heb geluk gehad. Mijn ouders zijn altijd positief geweest over mijn identiteit.’ Maar vele anderen hebben de eigen gemeenschap de rug toegekeerd. Ze worstelen met hun eigen identiteit, vinden het moeilijk om Roma te zijn in een wereld waar ze niet geaccepteerd worden.’

Kloof

Ingrid Kosova werkt wel in de Romagemeenschap. De universitair geschoolde Kosova is vandaag op bezoek bij de familie Cickova in Zvolen. Gewoon om wat te praten. Kosova is allereerst activiste, legt ze uit. Ze beheert een community centrum in een dorp verderop waar vrouwen kunnen leren. Vorig jaar werd ze gevraagd door de Hongaarse minderheidspartij Most-HID om deel te nemen aan de parlementsverkiezingen in maart. Ze wilde eigenlijk niet, maar ging er toch op in. ‘Je hebt politieke macht nodig om dingen voor elkaar te krijgen.’

Ze helpt naar eigen zeggen waar ze kan. Zo belooft ze Jana Cickova te helpen met een schoolkeuze voor haar zoontje. Uit een test bleek dat hij naar het speciaal onderwijs zou moeten. Cickova wijst naar haar hoofd. ‘Maar hij is niet gek’.

Het is erg ingewikkeld om de Roma te integreren, legt Kosova later uit in een restaurant aan de andere kant van de stad. Niet alleen vanwege het hardnekkige racisme en de discriminatie van de Slowaken. Maar ook omdat Roma, deels vanwege deze houding, een sterk wantrouwen hebben opgebouwd tegen alles wat niet-Roma is. Kosova komt uit een familie die wel goed geïntegreerd is. Ze heeft gestudeerd, heeft een auto, een baan. Als antwoord op de vraag of ze geaccepteerd wordt door Roma als Jana Cickova hoeft ze dan ook niet lang na te denken. ‘Niet echt’, antwoordt ze. ‘Ik word niet gezien als een van hen.’

De angst voor Roma als Europese minderheid

De commissie bendrukt het keer op keer. Het gaat om een Europees Kader voor nationale Roma-strategieën, niet om een Europese strategie. En al helemaal niet om een Europese Roma-strategie. Hiermee lijkt de commissie het gedachtengoed uit twee vercshillende stromingen in het Europees politiek discours te bedienen. De een gaat daarbij uit van de inclusieve gedachte: maak Roma onderdeel van een veel breder beleid dat gericht is op alle sociaal-economisch achtergestelde groepen. Zie ze als burgers, die toevallig dezelfde etnische achtergrond delen.

Aanhangers van de andere stroming menen dat Roma wel een specifieke etnische groep zijn, die juist vanwege hun ‘ander etniciteit’ in een spiraal van discriminatie en verpaupering zijn beland. Als je hun problemen wilt oplossen moet je wel aandacht geven aan hun etniciteit. Hiermee staat de Europese Unie voor een bijna onoverkomelijk dilemma. Immers: de Roma ‘verheffen’ tot een Europese minderheid met eigen cultuur taal en gewoontes, zal stuiten op protest bij andere minderheden en lidstaten die minderheden huisvesten. Aan de andere kant: als je Roma enkel onderdeel laat uitmaken van ‘mainstream’ beleid, mis je wellicht de specifieke ‘eigenschappen van Roma en wordt het ingewikkelder om de wijdverbreide discriminatie van deze groep aan te pakken.

Met de huidige benadering lijkt de commissie een compromis gevonden te hebben. In het Kader wordt niet expliciet gesproken van een Romaminderheid en niet van een Europese strategie, zodat het subsidiariteitsbeginsel niet wordt geschonden. De strategie zet bovendien in op vier terreinen waar het slecht gaat met de Roma, maar die expliciet de beweegruimte vormen voor nationale lidstaten. De eindverantwoordelijkheid ligt daarentegen bij de commissaris voor mensenrechten en justitie. Iedereen tevreden, zou je denken. Maar onderzoekers als de Slowaakse Jarmila Lajcakova houden hun hart vast. Ze wijst op het woord Roma in het Kader. En op de krappe deadline van 2020. Ze vreest dat deze strategie zich als een boomerang tegen de Roma keert, als er over acht jaar niet voldoende veranderd is. ‘2020 klinkt ver, maar is natuurlijk niets als je ziet om welke megagrote problemen dit gaat.’

Dit project kwam tot stand met financiële steun van het Fonds Pascal Decroos.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift