Het decennium van de trendbreuk

Nooit eerder waren er zoveel wetenschappelijke gegevens over de toestand van onze planeet beschikbaar en nooit eerder waren de rapporten van de onderzoekers zo alarmerend. Er rest ons nog welgeteld één decennium om een trendbreuk in het beheer van de planeet te realiseren. MO* zet de oplossingen op een rijtje.

Pixabay License

 

VN-instanties hebben de boodschap van de wetenschappers goed begrepen: alleen door met één stem te spreken en alle krachten te mobiliseren, kunnen we de ernst van de situatie laten doordringen. Alle drie de rapporten die de VN dit najaar publiceerden, hebben het over de ademnood van de planeet. De Global Environment Outlook (GEO4), die het VN-Milieuprogramma op 25 oktober lanceerde, komt tot de vaststelling dat geen van de zorgwekkende trends die twintig jaar geleden werden aangegeven in Onze Gemeenschappelijke Toekomst, van de Brundtlandcommissie, is gekeerd. De gemaakte vorderingen dreigen te worden teniet gedaan door de globale opwarming.
Enkele weken later, op 17 november, publiceerde het Internationaal Klimaatpanel (IPCC) zijn syntheserapport van de drie eerder verschenen IPCC rapporten. De kernboodschap is dat de globale opwarming, veroorzaakt door menselijke activiteiten, zich nog sneller doorzet dan verwacht. Het rapport waarschuwt voor abrupte en onomkeerbare effecten en voor groeiende risico’s voor alle landen van de wereld, niet enkel voor ontwikkelingslanden.

Een week voor de klimaattop in Bali (3-14 december) luidt de boodschap van het VN-Ontwikkelingsprogramma in het nieuwe Human Development Report dat de klimaatwijziging de realisatie van de millenniumontwikkelingsdoelen bedreigt. ‘Zonder milieu geen ontwikkeling.’ Maar omdat doemscenario’s kunnen gemist worden als kiespijn, zijn de drie VN-rapporten het er over eens dat de uitdagingen niet onhaalbaar zijn. ‘De wereld beschikt vandaag over de nodige technologie en het kostenplaatje is betaalbaar. Wat ontbreekt, is de politieke wil en de nodige internationale solidariteit.’  

Racen op een zelfmoordparcours

De snelheid waarmee we broeikasgassen de atmosfeer in blazen, water en grondstoffen uitputten en ecosystemen en biodiversiteit vernielen, dreigt de planeet op relatief korte termijn onleefbaar te maken voor de mens. We overschrijden vér de draagkracht van de aarde en dit proces is door de globalisering in een stroomversnelling gebracht. Groeiende stromen van goederen, diensten, kapitaal, technologieën en informatie hebben de snelheid van de economie op een hoger niveau getild. De globalisering heeft ons nauwer met elkaar in contact gebracht en sommige regio’s van de wereld uit de armoede gelicht. Maar de verdere ontwikkeling van de rijke landen en de opkomende economieën van China, India en Brazilië bedreigen van de biodiversiteit en dragen bij tot de klimaatverandering. In de EU alleen al heeft economische groei de laatste dertig jaar de druk op het milieu verdubbeld, hoewel de bevolking niet in dezelfde mate is gegroeid. De consumptie is exponentieel gestegen, terwijl onze hoogtechnologische samenleving er niet in geslaagd is te dematerialiseren en groei los te koppelen van de steeds schaarser wordende grondstoffen. ‘Vandaag wordt duidelijk dat we volkomen irrationeel en onverantwoord bezig zijn’,  aldus Jean Fabre van het VN-Ontwikkelingsprogramma bij de voorstelling van het Human Development Report. ‘We racen op een zelfmoordparcours.’

 

Het groeidilemma

Niet alleen consumptie en inkomen zijn ongelijk verdeeld, ook de ongemakken van de milieucrisis. Tussen 1992 en 2001 werden in totaal 1,2 miljard mensen het slachtoffer van natuurrampen. Negentig procent van de slachtoffers woont in ontwikkelingslanden. Die bevinden zich in regio’s waar extreme weersomstandigheden frequenter voorkomen, zoals orkanen of droogteperiodes met bosbranden. Meer dan rijke landen kampen zij met bodemerosie, verwoestijning en de degradatie van landbouwgronden en ecosystemen. En dit terwijl zij door hun armoede en precaire levensomstandigheden kwetsbaarder zijn voor rampen en voor hun overleven meer afhankelijk zijn van het milieu.

De arme landen krijgen dus de zwaarste klappen, terwijl de rijke landen de grootste verantwoordelijkheid dragen voor het probleem van de globale opwarming. Het klimaatprobleem komt vandaag bovenop het al langer bestaande armoedeprobleem en dreigt dat razendsnel te verergeren.
Fred Langeweg, directeur van het Nederlandse Milieu- en Natuurplanbureau (MNP), die ook meewerkte aan GEO4, stelt het dilemma in alle duidelijkheid:  ‘We kunnen investeren in de sociaal-economische ontwikkeling van de armste ontwikkelingslanden en dat leidt dan tot minder armoede en honger, en op termijn tot een lagere bevolkingsgroei. Maar het betekent ook meer consumptie en een stijgend ruimte- en energiegebruik, waardoor de problemen van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies toenemen.’

Volgens Langeweg wordt het ook steeds onwaarschijnlijker dat de huidige internationale doelen voor ontwikkeling, klimaatverandering en biodiversiteit gehaald kunnen worden. De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn volgens hem de eenzijdige oriëntatie op de korte termijn, het werken met partiële oplossingen, en tekortschietende internationale samenwerking. Ontwikkeling, milieu en biodiversiteit kunnen niet langer los van elkaar gezien worden.

Het inzicht dat we met zijn allen afhankelijk zijn van het ecosysteem Aarde, en dat economie en ecologie niet van elkaar te scheiden zijn, is nog nooit zo duidelijk aan de oppervlakte gekomen.  Het GEO4 rapport stelt daarom dat het hoog tijd is om het op technologie geconcentreerde ontwikkelingsparadigma te corrigeren. UNDP-afgevaardigde Antonio Vigilante formuleert het als volgt: ‘In het rapport van dit jaar worden alle begrippen in vraag gesteld. Ontwikkeling, vooruitgang, economische groei, welzijn en veiligheid, alles krijgt een andere invulling wanneer je het bekijkt vanuit het besef van de ecologische samenhang. De globale opwarming dwingt ons concepten die zo oud zijn als de Verlichting in vraag te stellen. Met name de idee dat vooruitgang ervoor zorgt dat de toekomst er beter zal uitzien dan het verleden.’   

Morgen beter?

De economie opnieuw in relatie brengen met de ecologie, dat is de uitdaging waar we voor staan. ‘Maar dat vergt een trendbreuk’, aldus Langeweg. Business as usual is geen optie. Om het klimaatprobleem beheersbaar te houden, mag de opwarming in de 21ste eeuw de 2°C niet overschrijden. Uitgedrukt in CO2 betekent dit dat de wereld in de loop van de eeuw niet meer dan 1456 gigaton CO2 mag uitstoten. Dat komt neer op maximaal 14,5 gigaton per jaar. Op dit ogenblik zitten we aan het dubbele, er moet dus met de helft procent gereduceerd worden. Het huidige Kyoto-protocol erkent de verschillende verantwoordelijkheid van rijke en arme landen. Daarom wordt ervan uitgegaan dat tegen 2050 de rijke landen hun uitstoot met 80 procent moeten reduceren ten opzichte van 1990, en de arme landen met 20 procent. De ontwikkelde landen zullen hiervoor vooral moeten inzetten op energiebesparing, hernieuwbare energie en nieuwe technologieën. Voor de ontwikkelingslanden is technologieoverdracht uit de rijke landen onontbeerlijk.

Ontwikkelingssamenwerking en internationale financieringsinstellingen kunnen dit proces zeker mee stimuleren. Daarnaast zijn ook andere maatregelen belangrijk om de uitstoot te beperken, zoals het vergroten van de CO2-opslagcapaciteit van de aarde door herbebossing of het ophouden met droogleggen van veengebieden. Ook technologieën zoals de opvang en opslag van koolstof en technologische vernieuwing zoals betere uitlaatfilters voor auto’s kunnen soelaas bieden. Tegelijk is het belangrijk om ons aan te passen aan de opwarming, die er onvermijdelijk aankomt. Denk bijvoorbeeld aan infrastructuurwerken om ons tegen de stijgende zeespiegel te beschermen, en aanpassingen voor drinkwatervoorziening, voedselproductie of huisvesting.  
Al die maatregelen gaan geld kosten. Het Human Development Report verwacht dat het om 1,6 procent van het bruto wereld product zal gaan. Dat bedrag is niet meer dan twee derde van de militaire uitgaven op wereldvlak en dus een haalbare kaart. Geen maatregelen nemen, zou wel vijf keer zoveel kosten.

De globale opwarming indijken, is haalbaar als we er werkelijk alle middelen voor inzetten. Moeilijker wordt het volgens Langeweg om de biodiversiteit te redden. Door bevolkings- en consumptiegroei neemt de druk toe om natuur om te zetten in landbouwgrond, met biodiversiteitsverlies tot gevolg. ‘De wereld is te klein om tegelijkertijd voldoende voedsel (inclusief vlees) voor iedereen te produceren, én grootschalig biobrandstoffen in te zetten om klimaatverandering tegen te gaan, én biodiversiteit te behouden. We moeten ervan uitgaan dat de kwaliteit van het leven –de beschikbaarheid van zuiver water, zuivere lucht, de diversiteit aan voedsel, geneeskrachtige planten, geuren, natuurschoon– zal dalen,’ stelt Langeweg.

De opdracht bestaat erin de schade zoveel mogelijk te beperken door de landbouwproductiviteit in ontwikkelingslanden te verhogen. We moeten ook ons eetgedrag aanpassen, lees: minder vlees eten, zodat landen als België of Nederland voor veevoer niet meer aangewezen zijn op geïmorteerde soja uit Brazilië. Een andere aanbeveling is de milieulast van gebruiksvoorwerpen te tonen en aan te geven welke processen schuilgaan achter de productieketens die natuurlijke grondstoffen verwerken: wat is de impact op de biodiversiteit, met name in het Zuiden waar het merendeel van de grondstoffen gewonnen worden?

Bedrijven en consumenten moeten mee verantwoordelijk gesteld worden voor het verlies en behoud van de biodiversiteit, vindt Langeweg. Natuurparken creëren, natuurgebieden en reservaten afbakenen, ecosystemen zoals mangroves, oerbossen en veengebieden beschermen, vooral in tropische regio’s, zijn initiatieven die vandaag van vitaal belang zijn voor de gezondheid van de planeet. GEO4 suggereert ook de oprichting van een internationaal panel, vergelijkbaar met het klimaatpanel, om de wereldwijde biodiversiteit te monitoren, gegevens en processen in kaart te brengen, het publiek hierover te sensibiliseren en beleidsadvies te geven..

Fred Langeweg: ‘Burgers in Nederland en in de EU zijn bereid te betalen voor duurzaamheid want ze vinden dat best belangrijk, maar ze handelen daar als consumenten vaak niet naar. Ze vinden dat de overheid dit sociale dilemma moet doorbreken. Ze willen dat bedrijven duurzaam produceren, maar hiervoor is het belangrijk dat de overheid zorgt voor een gelijk internationaal speelveld. Voor landen werkt dat ook zo, ze nemen pas maatregelen wanneer andere landen dat ook doen. Versterking en aanpassing van spelregels en instituties is een belangrijke voorwaarde voor duurzame ontwikkeling.’

De missing link

Duurzaamheidsvraagstukken vergen een robuust internationaal beleid en een geïntegreerde aanpak, voor energie en klimaat, landbouw, handel, biodiversiteit en ontwikkelingssamenwerking. De verschillende rapporten hebben het over een gebrek aan leiderschap en ambitie, over ecologische blindheid en “jammerlijk ontoereikende reacties”. De voorbije jaren heeft de EU het leiderschap van de wereld op milieuvlak op zich genomen. De kritiek op het Kyoto-protocol, het enige multilaterale verdrag dat er momenteel is tegen de opwarming, is dat de grote vervuilers er geen deel van uit maken. Daar kan spoedig verandering in komen. In Australië werd eind november Kevin Rudd van de Labour-partij tot premier gekozen. Kort daarna ratificeerde hij de Kyoto-doelstellingen en Australië stelde zich constructief op bij de onderhandelingen over een post-Kyoto-akkoord in Bali. En de volgende president van de VS, die al lang spijt hebben dat ze het leiderschap in dit dossier aan Europa hebben afgestaan, zal zo goed als zeker een rol willen spelen op mondiaal vlak.

Het klimaatdebat begon in 1992 in Rio de Janeiro onder de noemer “milieu en ontwikkeling” en werd toen soft politics genoemd. Vandaag gaat het klimaatdebat over energie, toegang tot grondstoffen en water, die schaarse goederen geworden zijn. Het gaat over het beheren en verdelen van de rijkdommen van de aarde, over economie en machtspolitiek, maar ook over waardebepaling, leefbaarheid en toekomst.

De drie recente VN-klimaatrapporten kan je nalezen op:

 

De staat van het klimaat: Facts & Figures

  • Tussen 1970 en 2004 is de uitstoot van broeikasgassen met 70 procent gestegen. Door snelle groeiers als India en China is de wereldeconomie sinds 2000 opnieuw koolstofintensiever geworden. Als we doorgaan zoals we nu bezig zijn, hebben we over 25 jaar ons CO2-budget voor de hele 21ste eeuw opgebruikt, waardoor de temperatuur zeker met minstens 2°C zal stijgen. De meest positieve schatting voor deze eeuw is een temperatuurstijging tussen 1,8 en 4°C. In het slechtste scenario kan de opwarming oplopen tot 6°C, met een stijging van de zeespiegel van om en bij de 6 meter.
  • De zoetwaterdelta’s in Afrika en Azië staan onder druk. Twintig tot dertig procent van alle soorten wordt er met uitsterven bedreigd. Als de huidige trends zich doorzetten, zullen 1,8 miljard mensen tegen 2025 leven in landen of regio’s met absolute waterschaarste, en tweederde van de wereldbevolking loopt het risico op waterstress. Die daling van de kwaliteit en kwantiteit van zowel oppervlaktewater als grondwater heeft ook zijn impact op de ecosystemen en de diensten die deze ecosystemen opleveren, op landbouw en voedselproductie.
  • Waterecosystemen worden extreem overbelast, met een directe bedreiging voor de voedselvoorziening en voor de biodiversiteit tot gevolg. Wereldwijd zijn visbestanden met uitsterven bedreigd.
  • Sinds 1987 is de uitbreiding van de hoeveelheid landbouwgrond afgenomen, maar intensief landgebruik is dramatisch gestegen. Een hectare landbouwgrond bracht vroeger per jaar 1,8 ton op, nu 2,5 ton. Jaarlijks gaan er 50.000 km² verloren aan landdegradatie. Woestijngebieden zijn sinds de jaren 1970 uitgebreid. Verwoestijning en degradatie van ecosystemen is nu al een probleem in sommige delen van Afrika. Per hoofd van de bevolking is de voedselproductie er  met 12 procent afgenomen sinds 1981.
  • Het gat in de ozonlaag is nog nooit zo groot geweest. Experts verwachten dat het nog 50 jaar zal duren eer het zich hersteld zal hebben.
  • Het aantal natuurrampen is de voorbije twintig jaar verviervoudigd. Tussen 1995 en 2004 maakten natuurrampen gemiddeld 254 miljoen slachtoffers per jaar, in het decennium daarvoor gemiddeld 174 miljoen. Het aantal overstromingen is sinds 1980 verzesvoudigd.
  • In Europa zullen de gletsjers van de Alpen zich verder terugtrekken en 60 procent van de soorten loopt gevaar te verdwijnen tegen 2080. In Zuid-Europa zal de gevoeligheid voor droogtes, hittegolven en bosbranden vergroten en de opbrengsten van de landbouw verlagen. Ook de impact op de gezondheid zal zich duidelijk laten voelen, in hittegolven, verontreinigde lucht, giftige pops en ozonconcentraties in de lucht.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.