Het Europees Parlement heeft steeds meer echte macht

Op 7 juni wordt 375 miljoen Europese kiezers gevraagd om 785 Europese parlementsleden te kiezen. Maar hoe democratisch is dat Europees Parlement, en heeft het wel reële macht? Anne Van Lancker (sp-a), Bart Staes (Groen!), Annemie Neyts (Open VLD) en Ivo Belet (CD&V) geven hun mening.
Voor een volledige weergave van de interviews, kies één van de onderstaande vragen:

De Europese Unie is een ingewikkelde constructie. Het belangrijkste beslissingsorgaan, de Europese Raad van ministers of regeringsleiders, ziet toe op de nationale belangen van de 27 lidstaten. De Europese Commissie moet dan weer waken over het belang van de Europese Unie als geheel. Geen van beide niveaus heeft direct te maken met de Europese verkiezingen van 4 tot 7 juni. Die gaan alleen over het Europees Parlement, dat het enige EU-niveau is met echt Europese democratische legitimiteit. Al worden de EU-parlementsleden natuurlijk niet op Europese, maar op nationale of regionale lijsten verkozen.
Anne Van Lancker (sp-a), Bart Staes (Groen!), Annemie Neyts (Open VLD) en Ivo Belet (CD&V) zijn er in elk geval van overtuigd dat het Europees Parlement een volwaardige democratische instelling is. Het eerste argument is het feit dat het EP zijn uitdrukkelijk akkoord moet geven bij het vaststellen van de begroting voor de hele Unie. ‘Daarin heeft het EP vaak meer reële macht dan de meeste nationale parlementen’, merkt Annemie Neyts op. Het Parlement heeft ook een volwaardige controlefunctie tegenover de Commissie, die desnoods weggestuurd kan worden, en geeft bij de samenstelling van de Commissie ook een advies over het geheel van de voorgestelde Commissarissen. In 2005 leidde dat ertoe dat Italië zijn kandidaat voor de portefeuille van Justitie, Rechten en Vrijheden, Rocco Buttiglioni, moest terugtrekken.
Zodra het Verdrag van Lissabon goedgekeurd is, moet de voorzitter van de Commissie bovendien uit de grootste fractie in het EP komen. Op dat moment verwerft het EP ook de bevoegdheid om op bijna alle domeinen wetgevend werk af te leveren, inclusief migratie en landbouw. Ivo Belet betreurt dat alleen de sociale en fiscale wetgeving dan nog buiten de bevoegdheid van het EP blijven. ‘Dat is heel jammer, want op die manier slaagt Groot-Brittannië er bijvoorbeeld in de sociale correcties die het EP wil doorvoeren op de arbeidstijdenrichtlijn te blokkeren.’
Pakweg zeventig procent van de wetten die het nationale of regionale parlement goedkeurt, is afkomstig uit het Europese halfrond. ‘Toch is het EP nog altijd geen volwaardige wetgevende macht, want we hebben geen initiatiefrecht’, vindt Anne Van Lancker.

Over partijgrenzen heen


Gevraagd naar een concreet voorbeeld van een materie waarin het Europees Parlement echt het verschil gemaakt heeft de voorbije vijf jaar, keren telkens dezelfde dossiers terug: het debat over de Bolkestein- of dienstenrichtlijn, de havenrichtlijn, de Reach-richtlijn over gevaarlijke stoffen en de klimaatafspraken. De vier parlementsleden gaan er prat op dat hun EP telkens kon zorgen voor meer sociale bescherming voor de burgers.
Zijn er dan geen grote ideologische tegenstellingen in het EP? Toch wel, bevestigt Anne Van Lancker. Maar in het Europees Parlement ‘worden meerderheden opgebouwd naar gelang van het dossier dat voorligt. Als het over migratie, politie of veiligheid gaat, werken wij in de socialistische fractie makkelijker met de liberalen samen, omdat we dezelfde keuze voor fundamentele vrijheden en mensenrechten maken. Maar als het over sociale thema’s gaat, staan we dichter bij de EVP of althans bij de christendemocraten binnen die fractie.’
Bart Staes bevestigt dat: ‘Als rapporteur van een bepaald dossier kun je coalities met collega Europarlementsleden sluiten over de partijgrenzen heen, op basis van argumenten. Zo kun je als relatief kleine, groene fractie toch behoorlijk op de Europese besluitvorming wegen.’
Annemie Neyts voegt daar nog aan toe dat de verschillen binnen elke Europese politieke fractie ook van belang zijn: ‘Christendemocratie in Nederland is wat anders dan in Italië, liberalisme in Finland is niet hetzelfde als in Catalonië. Elk debat begint daarom met het zoeken naar een gemeenschappelijk standpunt binnen de fractie. Europese politiek is nu eenmaal veel meer gericht op het vinden van overeenkomst tussen verschillende meningen, minder op conflict en confrontatie. Dat is van essentieel belang om met zijn zevenentwintigen verder te kunnen gaan.’

Voetbal



Om af te komen van dat negatieve imago en om recht te doen aan het harde werk dat ze naar eigen zeggen verrichten, kijken de europarlementsleden naar de media – die volgens hen schromelijk tekortschieten in hun informatietaak. Neyts: ‘Als er even weinig bericht zou worden over voetbal als over de EU, dan zou niemand iets van die sport begrijpen.’ Ivo Belet, zelf afkomstig uit de politieke journalistiek: ‘De BBC zend geregeld debatten uit over nieuwe regelgeving of rapporten, met parlementsleden uit verschillende lidstaten. Waarom doet de VRT dat ook niet? Omroepen uit buurlanden investeren veel meer in het EP dan de Vlaamse omroep, die nochtans om de hoek woont.’
Anne Van Lancker is het eens met de kritiek op de media, maar vindt dat ook de Vlaamse en federale parlementsleden hun verantwoordelijkheid op zich moeten nemen: ‘Zij mogen onze ministers geen blanco cheque geven als ze Europees standpunten innemen. In de Scandinavische landen en in Nederland moeten de ministers zelfs eerst een mandaat van hun parlementen krijgen.’
Lees een volledig overzicht van de vier interviews op www.MO.be/europeseverkiezingen

De afwezigheid van een duidelijke tegenstelling tussen een vaste meerderheid en minderheid, de permanente zoektocht naar consensus en wisselende coalities, én de lange tijd die een goedgekeurde richtlijn nodig heeft om in nationale wetten omgezet te worden: het zijn maar een paar oorzaken van het saaie imago van het EP. De vier parlementsleden zijn allesbehalve blij met het onuitroeibare cliché van “dure praatbarak” dat aan hun instelling kleeft. Om te beginnen, signaleert Annemie Neyts, heb je in het EP nooit meer dan vijf minuten spreektijd en dus ‘kan niemand zich verliezen in eindeloos geleuter, zoals in de nationale parlementen wel eens gebeurt’. Bovendien zijn de vier de parlementsleden het erover eens dat de meest voor de hand liggende besparing in middelen en energie –het schrappen van de maandelijkse verhuizing naar Straatsburg– tegengehouden wordt door de Europese Raad. Bart Staes: ‘Ik was de eerste rapporteur in het EP die becijferde hoeveel die verhuizing jaarlijks kost: 200 miljoen euro. En in 2007 becijferde de groene fractie dat we daardoor bovendien voor een bijkomende jaarlijkse uitstoot van 20.000 ton CO2 zorgen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur