Het geheim van Rafik Schami

‘Als literatuur een functie heeft, dan is die dat ze een raam opent naar andere culturen’, zegt de Duits-Syrische auteur Rafik Schami (65). Die andere culturen zijn alomtegenwoordig in het werk van Schami, die begin april zijn nieuwe roman Het geheim van de kalligraaf voorstelde in het Brusselse literatuurhuis Passa Porta.

Rafik Schami verklapt ons in zijn laatste roman het geheim van Hamid Farsi, een kalligraaf uit Damascus. Maar in feite is het gehiem van de kalligraaf de droom van de auteur zelf. Zoals de kalligraaf het Arabische schrift wil hervormen, wil Schami de Arabische taal vereenvoudigen en de grammatica versoepelen zodat ze gemakkelijk nieuwe klanken kan absorberen en er nieuwe woorden en begrippen gecreëerd kunnen worden. Want ‘waarom het moeilijk maken wanneer het gemakkelijk kan?’, vraagt Schami zich af. ‘Waarom moet het adjectief mannelijk zijn bij een vrouwelijk meervoud en vrouwelijk bij een mannelijk meervoud?’ Die oproep zal hoogstwaarschijnlijk weinigen in de Arabische wereld bekoren. Misschien is het taalonderwijs aan hervorming toe en niet de taal als dusdanig. Wat wel met veel lof wordt onthaald, is dat de auteur via een roman de Arabische kalligrafie in de belangstelling brengt. Dat het uitgerekend een auteur is die in een vreemde taal schrijft die zich over dit onderwerp buigt, wekt bewondering op.

Schami heeft veertig jaar geleden zijn land Syrië verlaten en is daar nooit teruggekeerd. ‘Ik heb zelfs mijn moeder niet mogen begraven’, zegt hij. Maar de mensen en het land zijn in zijn hart gebleven en dat komt duidelijk naar voren in zijn boeken. Het geheim van de kalligraaf is dan ook een ode aan de eeuwenoude stad Damascus, aan de kalligrafie en ook aan een complexe samenleving waarin diversiteit een vanzelfsprekendheid is. Over de keuze van het thema van zijn laatste roman, zegt hij: ‘Het succes van mijn boeken verplicht me om moeilijke onderwerpen aan te snijden.’ Daarom heeft hij zijn uitgever ervan overtuigd om samen met Het geheim van de kalligraaf een boekje uit te geven over de Arabische kalligrafie.

Rafik Schami heeft succes, in Duitsland en ver daarbuiten. Zijn boeken zijn in verschillende talen uitgegeven. En dus hoeft hij geen rekening te houden met de lezer. Want welke lezer zou dat dan zijn? ‘De enige met wie ik rekening houd, zijn mijn personages’, zegt Schami. En ze zijn talrijk, ook in Het geheim van de kalligraaf. Een nadeel, volgens sommige critici, niet in het minst omdat ze vreemde namen hebben. Schami zelf zegt dat we ons daar niets van aan moeten trekken. Gewoon verder lezen, en alles wat niet blijft hangen achter ons laten.

Sommige van zijn personages hebben echt bestaan, zoals de bekende zanger Farid Al-Atrache, die hij opvoert als historische figuur. Aan anderen ontleent hij de naam en het karakter. De rijke en bederfelijke Nassri Abbani lijkt een kopie te zijn van de Syrische dichter Nizar Qabbani, die bekend stond voor zijn liefde voor vrouwen. Dat is althans het thema van de grote meerderheid van zijn gedichten. ‘Ik heb van Qabbani Abbani gemaakt –zoals de mensen van Damascus de naam uitspreken’, geeft Schami toe. ‘Voor mij zijn de namen niet toevallig. Ik kies ze heel nauwkeurig en let op hun betekenis. Ze moeten rijmen met de persoonlijkheid van het personage’, zegt hij. Dat hij daarin consequent is, blijkt uit de naam van onze auteur. De echte naam van Schami is Soeheil Fadel. Hij lijkt heel erg nagedacht te hebben over een pseudoniem. Rafik Schami betekent ‘vriend uit de schaam’, uit Syrië.

Het is niet zo dat Schami Syrië heeft verlaten omdat hij graag reisde. Hij had gewoon geen andere keuze dan weggaan. Hij wilde zijn legerdienst niet doen. ‘Als chemicus wist ik dat ik eenmaal in het leger altijd in het leger zou blijven. Ze zouden me om veiligheidsredenen nooit laten weggaan. En dat wilde ik te allen prijze vermijden’, zegt hij. Hij trok eerst naar Libanon. Van daaruit schreef hij tal van Franse universiteiten aan. Tevergeefs. Een positief antwoord kwam er uiteindelijk vanuit Duitsland, waar hij in zijn specialiteit –chemie– mocht doctoreren. Hij maakte zich het land en de taal eigen. Schami heeft boeken staan in het Arabisch maar zijn voornaamste schrijftaal is Duits. En dus behoort hij willens nillens tot die generatie migrantenauteurs die geregeld benaderd worden wanneer de ‘botsende beschavingen’ aan bod komen. Zo wordt Rafik Schami –die geboren en getogen is in een christelijk gezin– in een defensieve hoek gedrukt. Hij neemt het op voor de islam. ‘Ik vind dat de islam recht heeft op respect’, zegt hij. ‘Ik zou ook nooit het christendom aanvallen met niet-christenen.’

Aanvallen zit niet echt in het karakter van deze auteur. Ook wanneer hij afwijkt van de christelijke traditie waarin hij grootgebracht werd, probeert hij dit zo diplomatisch mogelijk bij zijn ouders aan te brengen. Zijn keuze om met de vrouw waarop hij verliefd werd zonder huwelijksakte samen te wonen, kon uiteindelijk door zijn vader geaccepteerd worden –nadat die zijn zoon in Duitsland bezocht en de harmonie in het koppel zag.

‘We worden met angst grootgebracht’, zegt Schami. ‘Onnodige angst die onze ontwikkeling in de weg staat.’ En angst heeft hij gekend, ook thuis. ‘Over politiek praten was gevaarlijk. Reizen was uit den boze. Verliefd worden op het foute meisje –want van een andere christelijke traditie dan ik– was niet bespreekbaar. Kritiek op de imam was not done, want anders zouden de moslims boos worden. Die angst zit in de opvoeding en is in het politiek systeem ingebakken. Zelfs de Syrische president heeft geen hervormingen gevoerd uit angst. We zien nu wat het resultaat van al die angst is.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur