Het geld van de Tsunami

Op 26 december verwoestte de tsunami honderdduizenden levens en gemeenschappen in Zuidoost-Azië. Vanaf dag één kwam wereldwijd een nooit geziene hulp- en solidariteitsgolf op gang. Geld is echter als water. De armen hebben er altijd te weinig van om hun toekomst te realiseren, maar als het in golven van tien meter hoog arriveert, is het verwoestend voor hun schamele infrastructuur en organisaties. Zes maanden na de ramp heeft MO* de ware omvang van de hulp berekend en zoeken we uit of uw geld ook goed gebruikt wordt.
‘Rode Kruis lanceert vijfjarenhulpplan van 518 miljoen euro.’ Dat nieuws stuurde persagentschap Reuters begin mei de wereld in. De internationale koepel van de hulporganisatie had net haar tsunami-actieplan 2005-2010 bekendgemaakt, goed voor een budget van 970 miljoen euro. Waar zat dan het verschil tussen de cijfers van het Rode Kruis en Reuters? Het gaat tenslotte om 452 miljoen euro -18 miljard oude Belgische franken, dat is toch niet niets?
Reuters had een telfout gemaakt bij het omzetten van Zwitserse franken naar dollars. Honderden media namen het foute bedrag klakkeloos over, niemand had iets gemerkt. De journalisten niet, de lezers niet en ook het Internationale Rode Kruis niet. Pas toen MO* de correcte optelsommen probeerde te maken, viel de Zwitserse frank in Genève. Dat zegt veel over het onvatbare karakter van enorm grote sommen geld. Wie geraakt er nog wijs uit de miljoenen euro’s die beloofd zijn aan de tsunami-slachtoffers?

De federale regering: 26 miljoen euro


De eerste vraag is hoeveel geld er nodig is om alle tsunami-schade te herstellen en alle getroffen regio’s opnieuw op te bouwen. De Wereldbank schat dat de tsunami in de vier ergst getroffen landen -Indonesië, Sri Lanka, de Maldiven en India- voor 5,64 miljard euro schade heeft aangericht. ‘Maar voor de heropbouw van die landen is naar schatting 7,52 miljard euro nodig. Het is immers niet de bedoeling om de armoede te herstellen maar om betere ziekenhuizen, betere wegen, kortom betere levens te bouwen’, zegt Wereldbank-woordvoerder Damien Sean Milverton. De VN berekende dat wereldwijd 5,53 miljard euro is bijeengehaald, beloofd door regeringen of ingezameld door middenveldorganisaties. Ter vergelijking: voor de crisis in Darfoer heeft de internationale gemeenschap slechts 347 miljoen euro opgehoest, ondanks de oproep van de VN om 1,2 miljard euro in te zamelen.
Belgische bijdrage is een mozaïek van heel verschillende bedragen en donoren. Begin januari beloofde de regering Verhofstadt 26 miljoen euro vrij te maken voor hulp aan tsunamislachtoffers. Het leek een vrijgevige geste, maar in feite gaat het helemaal niet om ‘extra’ geld. Uit welke geldpotten komt die 26 miljoen euro? Vijf miljoen euro is afkomstig uit de kas noodhulp van het departement Buitenlandse Zaken, die in de begroting van 2005 al was voorzien. Tien miljoen euro komt uit de kas van de Belgische Technische Coöperatie, een overschot uit 2004. Ook dat bedrag was dus vroeger al voorzien voor Ontwikkelingssamenwerking.
Volgens minister van Ontwikkelingssamenwerking Armand De Decker (MR) waren er geen andere plannen met dat BTC- budget, met andere woorden: niemand is de dupe van deze verschuiving. De overige tien miljoen beloofde tsunami-hulp is gepland voor 2006 en 2007. Of dat geld aan het reguliere budget Ontwikkelingssamenwerking toegevoegd zal worden, is nog niet duidelijk. De federale regering heeft er nog geen beloftes over gedaan. Het begrotingsconclaaf eind oktober moet hierover meer duidelijkheid brengen.
de beloofde 26 miljoen euro heeft de federale overheid voorlopig een vijfde uitgegeven.
Zowat vijf miljoen euro is gebruikt voor voedselhulp aan Sri Lanka en Indonesië, luchttransport, de inzet van het B-fast team en de operatie Tsunami Solidarity die de Belgische militairen in Sri Lanka hebben opgezet. Dat nog maar een klein deel van het beloofde budget is uitgegeven, heeft volgens Buitenlandse Zaken niets te maken met slechte wil maar komt omdat er te weinig solide, coherente projectvoorstellen zouden zijn ingediend door ngo’s en andere traditionele actoren uit het middenveld.
‘We betreuren dat de federale regering geen werk heeft gemaakt van de andere beloftes die ze in het kader van hulp aan de getroffen landen heeft gedaan, met name schuldkwijtschelding en de invoering van de Tobin Taks’, zegt Johan Cottenie van de Vlaamse Noord-Zuidkoepel 11.11.11. ‘Nochtans zou de impact veel groter zijn voor Azië. Met het miljard euro dat internationale donoren begin januari aan Indonesië hebben beloofd, kan het land maar een half jaar zijn schulden afbetalen aan het Noorden. Maar van de schuldkwijtschelding is alweer niets in huis gekomen. En helaas is ook het voorstel over de Tobin Taks onmiddellijk gekortwiekt.’

De regionale overheden: 4,81 miljoen euro


Ook de andere overheden in België hebben geld vrijgemaakt voor hulp aan de tsunami-slachtoffers. In Wallonië sprokkelden de Waalse regering, de provincies en vier grote Waalse steden 1,17 miljoen bij elkaar. Een deel van dat geld is gebruikt voor de inzet van een vliegtuig en de aankoop van medicijnen, de rest is gestort op rekeningnummer 12-12. Ook Vlaanderen en het Brussels hoofdstedelijk gewest spijsden de 12-12-kas. Brussel maakte 340.000 euro vrij, Vlaanderen stortte een half miljoen euro uit de pot Buitenlands Beleid door aan het Consortium. Dat geld was al voorzien in de begroting voor 2005 en is dus geen extra geld.
‘We willen nog onderzoeken hoe we dat bedrag kunnen aanzuiveren, zodat het niet ten koste gaat van andere noodhulp’, laat Ben Weyts weten, woordvoerder van Vlaams minister voor Ontwikkelingssamenwerking Geert Bourgeois (N-VA). Minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (SP.A) trok een kwart miljoen euro uit voor steun aan een onderwijsproject in het Zuid-Indische Tamil Nadu. En minister van Wetenschap en Innovatie Fientje Moerman (VLD) gaat vijf jaar lang het Unesco-project bij het Vlaams Instituut voor de Zee een bijkomende jaarlijkse steun van een half miljoen euro geven om tsunami-experts op te leiden. Volgens 11.11.11. is dat een ‘zeer goed en belangrijk initiatief’. De eerste storting voor de opleidingen is gepland nadat de begrotingsherziening 2005 is afgerond.
‘Daarnaast heeft Vlaanderen ook nog een zeer originele bijdrage geleverd door de Vlaamse Infolijn twee weken ter beschikking te stellen’, zegt Erik Todts, schatbewaarder van het Consortium. ‘De infolijn was het hart van de campagne 12-12. Mensen konden lokale acties registreren bij de infolijn, ze konden er terecht met vragen over bijvoorbeeld fiscale attesten en tijdens de tv-show van 14 januari konden mensen via de infolijn giften doen. Op 3 uur tijd kwamen 75.000 oproepen binnen.’

Tsunami 12-12: 52,5 miljoen euro


Samen hebben de overheden in België een kleine 31 miljoen euro vrijgemaakt voor hulp aan de getroffen regio’s in Azië. De Belgische bevolking toonde zich nog vrijgeviger. De oproep om ‘humanitaire hulpacties mogelijk te maken’ van het Belgisch Consortium voor Noodhulpsituaties, beter gekend als Tsunami 12-12, leverde maar liefst 52,5 miljoen euro op. Dat recordbedrag is verdeeld onder de lidorganisaties: Unicef, Handicap International, Caritas International, Oxfam Solidariteit en het Rode Kruis België.
Opvallend is dat het leeuwendeel van het ingezamelde fondsengeld van het noodhulpconsortium niet voor noodhulp gebruikt wordt, maar voor heropbouw en structurele programma’s. Caritas International bijvoorbeeld kreeg zowat 5 miljoen euro van het Consortium en heeft daarvan via het internationale Caritasnetwerk en via eigen Belgische programma’s tot nu toe een miljoen besteed. Twintig procent van dat miljoen is gegaan naar noodhulp, al de rest gaat naar wederopbouw en structurele hulp. En de andere vier miljoen zullen zeker niet meer voor noodhulp gebruikt worden. Hetzelfde refrein klinkt bij de andere lidorganisaties van 12-12: naar wederopbouw en structurele hulp gaat meer geld dan naar noodhulp.
Consortium heeft intussen besloten om 5 procent van de ingezamelde 52,5 miljoen euro ter beschikking te stellen van organisaties die aan structurele ontwikkeling van de getroffen regio werken. Op dit moment zijn 25 projectvoorstellen ingediend, goed voor een totaalbedrag van om en bij de 5 miljoen euro of 10 procent van het fondsengeld van het Consortium. Pas tegen het einde van 2005 zal duidelijk zijn hoeveel projecten echt gerealiseerd kunnen worden.

De ngo’s: te veel geld?


Naast het Consortium hebben ook nog verschillende andere organisaties in Vlaanderen campagne gevoerd rond de tsunami. Wereldsolidariteit zamelde 300.000 euro in voor Azië, Vredeseilanden 100.000 euro. En dan is er nog Artsen zonder Grenzen. In België zamelde de ngo 3 miljoen euro in. Gorik Ooms, directeur van AZG-België: ‘Voor onze noodhulpactie moesten we internationaal 20 miljoen zien bijeen te brengen. Maar na amper een week stond de teller al op 30 miljoen. Daarom hebben we begin januari gecommuniceerd dat we voldoende fondsen hadden geworven. Toch is er daarna nog meer dan 70 miljoen euro binnengekomen.’
Het signaal van Artsen zonder Grenzen werpt de vraag op of de lidorganisaties van het Consortium 12-12 de 52,5 miljoen euro wel zinvol kunnen besteden. ‘Het zou crimineel zijn om het élan van solidariteit af te breken’, reageert Erik Todts, schatbewaarder van het Consortium. ‘Wellicht hebben we driekwart van de Belgische bevolking bereikt. Dat is ongezien. Het ingezamelde geld stelt ons in staat om deze crisis ten gronde en op lange termijn aan te pakken. Dat is vrij uitzonderlijk. In veel crisissituaties heb je wel middelen om op korte termijn de noodhulp te dekken maar moet je een beroep doen op andere budgetten voor wederopbouw en structurele programma’s. Deze keer kunnen we de rit uitrijden. We zitten in een situatie waarin we de zo gevraagde continuïteit tussen noodhulp, rehabilitatie en structurele hulp kunnen waarmaken. We hebben de middelen om een ontwikkelingsproces te ondersteunen waarbij we niet zomaar de toestand gaan herstellen maar ook de armoede in de regio kunnen terugdringen en het welvaartspeil omhoogtrekken.’
Van de 105 miljoen euro die Artsen zonder Grenzen uiteindelijk internationaal heeft ingezameld, zal 82 miljoen in 2005 gebruikt worden voor andere vergeten crisissen en urgenties. Donateurs die hier niet mee instemden, kregen hun bijdrage teruggestort. In totaal werd zowat 900.000 euro teruggestort, voornamelijk in de VS. In België is op vraag van een donateur 1000 euro teruggestort.
Consortium kan het verzamelde geld niet zomaar aan andere goede doelen besteden. Todts: ‘Geld dat voor de actie Tsunami 12-12 is ingezameld, mogen we niet gebruiken voor andere crisissen. Dan zou het fiscaal voordeel voor de donateurs wegvallen.’ Heeft het Consortium het ministerie van Financiën ooit de vraag gesteld om ditmaal een uitzondering op die regel te maken? Todts: ‘Ik heb van geen enkele van onze leden het signaal gekregen dat het opportuun zou zijn om dat te doen.’

Geld stroomt traag


Wat doen de Belgische ngo’s met het ingezamelde tsunami-geld? ‘De eerste mogelijkheid is om zelf operaties uit te voeren ter plaatse, uiteraard in samenwerking met een lokale partner’, zegt Axel Vandeveegaete van Rode Kruis Vlaanderen. ‘Voor ons is dat het lokale Rode Kruis, maar het kan ook een lokale ngo zijn. Een alternatief is om met de lokale overheid te gaan samenwerken.’
De tweede mogelijkheid is het geld integraal door te storten naar een lokale partnerorganisatie in de getroffen regio. Zo heeft Vredeseilanden een deel van het ingezamelde geld overgemaakt aan de Indonesische ngo Bina Desa, die net met een rehabilitatieprogramma in Noord-Sumatra is gestart. Wereldsolidariteit heeft geld doorgestort naar wederopbouwprogramma’s van vakbonden in Indonesië, Sri Lanka en India waar het al meer dan 25 jaar mee samenwerkt.
Een groot deel van het budget van het Consortium is uiteindelijk terechtgekomen bij de internationale koepels van de lidorganisaties.
: ‘Natuurlijk moet de capaciteit van die koepel groot genoeg zijn om plots een grote hoeveelheid fondsen te kunnen absorberen en de projecten te kunnen uitvoeren. Het voordeel van werken met een koepel is dat het aantal buitenlandse organisaties op het terrein wordt verminderd.’ De bedragen die Unicef, Oxfam, Artsen zonder Grenzen, Caritas International, Handicap International en het Rode Kruis kunnen gebruiken voor projecten in de regio lopen op tot in de honderden miljoenen.
Het budget van het Internationale Rode Kruis springt er echt uit: 1,2 miljard euro. Dat is een zesde van het totale bedrag dat volgens de Wereldbank nodig is om Indonesië, Sri Lanka, de Maldiven en India er bovenop te helpen. Met 1,2 miljard euro kun je in Sri Lanka een kwart miljoen huizen heropbouwen. Kan het Internationale Rode Kruis dat enorme bedrag wel zinvol besteden? Voor 970 miljoen euro heeft de organisatie een actieplan tot 2010 opgesteld, de rest van het budget wordt na 2010 besteed. ‘We hebben voldoende fondsen ingezameld om langetermijnprogramma’s voor rehabilitatie op te zetten. Die zullen de mensen helpen om hun leven opnieuw te organiseren en zich in de toekomst beter voor te bereiden op en te beschermen tegen nieuwe rampen’, zegt Johan Schaar, woordvoerder van de Tsunami-operatie van het Internationale Rode Kruis.
Er zijn enorme budgetten beschikbaar maar de hulp komt maar niet op gang, duizenden mensen hebben nog altijd geen dak boven hun hoofd. Die kritiek is de voorbije weken herhaaldelijk opgedoken in verschillende media.
Vandeveegaete: ‘Die kritiek is voor een stuk terecht, maar de heropbouw is een heel complex gegeven. Voor een kleine gemeenschap kun je misschien snel een oplossing vinden. Maar 15.000 huizen heropbouwen, dat gaat niet van vandaag op morgen. Neem nu de problematiek van landeigendom. Hoe ga je in de gebieden waar alles weggespoeld is, bewijzen dat een bepaald stuk grond van jou is? En hoever wil je gaan? Ga je een huis neerzetten met vier palen en een golfplaten dak? Of bouw je een serieus huis? Ga je iedereen een huis geven of alleen de meest kwetsbaren? Moeten mensen zelf bijdragen? Dat zijn moeilijke vragen. Als buitenlandse organisatie kun je dat niet beslissen. Je moet samenwerken met de lokale overheden en gemeenschappen, die standaarden moeten uitvaardigen.’ André Kiekens van Wereldsolidariteit onderschrijft dat. ‘Het feit dat een aantal langdurige projecten nog opgestart moeten worden, is niet per se negatief. De projecten worden goed overdacht. Wij hebben mensen aangeworven in India en Sri Lanka om de projecten te coachen en monitoren. Dat vraagt wel wat tijd. Maar we zijn er van overtuigd dat binnen een jaar de resultaten op het terrein zichtbaar zullen zijn.’

Controle op de besteding


Zowat drie op vier Belgen die geld hebben gegeven voor Azië vinden het ‘belangrijk tot zeer belangrijk’ om na de steun informatie te krijgen over de aanwending van de budgetten. Dat blijkt uit een onderzoek van Dimarso. Het Consortium houdt op geregelde tijdstippen haar schenkers via de media en de website van Tsunami 12-12 op de hoogte over wat er met het geld gebeurt. Je moet al een ervaren projectdeskundige zijn om op basis van de vrijgegeven overzichten en financiële verslagen te kunnen inschatten of het geld zinvol besteed is of niet, maar de openheid is er tenminste. Bovendien gaat Ernst&Young een audit uitvoeren naar de besteding van het 12-12-geld.
Schatbewaarder Erik Todts: ‘Het probleem in heel de ontwikkelingssamenwerking is dat het geld naar het buitenland stroomt, maar dat de controles aan de grenzen stoppen. Wij hebben hetzelfde probleem: de controles van Ernst&Young stoppen aan de grenzen. Daarom willen we een audit laten doen die vertrekt van op het terrein. Waarschijnlijk gaan we de interne audits van onze lidorganisaties doorspelen aan Ernst&Young. Een alternatief is dat ze zelf op het terrein gaan, maar dan belanden we in een heel duur verhaal. Ook daar moeten we een goed evenwicht vinden. Ernst&Young was bereid om de audit gratis te doen, maar ze zijn teruggefloten door het instituut van bedrijfsrevisoren. Om hun onafhankelijkheid niet in het gedrang te brengen, mogen ze niet gratis werken voor vzw’s.’
Intosai, de internationale federatie van rekenkamers, had na de tsunami zijn leden opgeroepen om te helpen bij de controle van de geldstromen naar de getroffen gebieden. ‘Tijdens de jaarlijkse begrotingscontrole gaat het Belgisch Rekenhof sowieso al na of de budgetten van de federale regering, de gemeenschappen en de gewesten ook echt de bestemming hebben gekregen waarvoor ze verleend zijn. Maar daarmee is alleen maar gezegd dat het geld gestort is op de juiste rekening. Daar stopt het’, zegt Johan Van Assche van het Rekenhof.
Intosai wil een stap verder gaan en controleren waarvoor het geld uiteindelijk is gebruikt. ‘Is het wel allemaal aan noodhulp besteed? Hoeveel geld is er naar administratie gegaan? Daar zijn een aantal pertinente vragen over te stellen.’ Toch stapt het Belgische Rekenhof niet mee in het internationale initiatief en gaat het geen speciaal dossier openen over de Belgische tsunami-hulp. ‘Het is niet zo dat we te weinig middelen hebben om onze medewerkers naar de regio te sturen. Maar de toegevoegde waarde die wij zouden kunnen leveren, zou heel beperkt zijn. De Algemene Rekenkamer in Nederland doet wel mee, maar zij heeft betere contacten met openbare besturen ter plaatse en vaart traditioneel een meer internationale koers.’

Geld is als water


Bij elke grote ramp leidt de besteding van enorme budgetten hulpgeld tot een aantal perverse effecten. Dat is bij de tsunami niet anders. Sommige mensen en bedrijven hebben er niet de minste moeite mee om over de rug van honderdduizenden slachtoffers grof geld te verdienen. De wet van vraag en aanbod kent geen solidariteit. Dat merkte Artsen zonder Grenzen al vlak na de ramp. Gorik Ooms: ‘Toen we ons eerste chartervliegtuig wilden reserveren, heeft de makelaar op heel korte tijd verschillende keren eenzijdig de prijs verhoogd. Het mondelinge contract dat we hadden afgesloten, verbrak hij telkens met een duidelijke boodschap: ‘Als jullie die hogere prijs niet aanvaarden, dan vliegen we voor iemand anders.’ Ik had dit al in andere noodsituaties meegemaakt. Na de overstromingen in Mozambique ging de prijs van helikopters ook plots omhoog. Maar dit was toch wel extreem. Vanaf de eerste dag was het al miserie. En dat terwijl de eerste vlucht de meest noodzakelijke middelen vervoert.’
Voor de tsunami was de gangbare prijs voor een chartervracht 88 eurocent per kilo. In de eerste week na de tsunami steeg die prijs met 600 procent. Uiteindelijk moest Artsen zonder Grenzen 215.000 dollar betalen voor een vracht van 32 ton, dat is ongeveer 5 euro per kilo. Hetzelfde verhaal met huurprijzen van gebouwen en vrachtwagens en aankoopprijzen van tenten.
Ooms: ‘We kregen faxen van tussenhandelaren die tenten aanboden aan het drievoudige van de normale prijs. Om dit soort situaties te voorkomen, leggen we zeer grote stocks aan. Daarom was het niet nodig om extra tenten te kopen. Het afsnoepen van medewerkers vind ik nog problematischer. Toch gebeurt het voortdurend. In Azië was het frappant dat iedereen plots de noodzaak inzag om psychologische bijstand te leveren. De Indonesische psychologen -en veel zijn er niet- werden plotseling gegeerd wild.’ Het Srilankaanse Rode Kruis heeft uiteindelijk besloten om de lonen van zijn medewerkers uit het middenkader met dertig procent op te trekken.
Vandeveegaete: ‘Ze moesten wel, anders waren ze hun medewerkers kwijtgespeeld aan internationale organisaties. Enkel door een tussenkomst van de lokale overheden kun je looninflatie tegengaan. Maar dan nog blijft het risico bestaan dat de lonen in het zwart worden uitbetaald.’
Een ander pervers effect van de enorme budgetten hulp die zijn ingezameld, is dat organisaties plots worden overvallen door een ongekende dadendrang. ‘Veel organisaties zijn onvoorbereid toegekomen maar voelden onder de druk van de media en al het beschikbare geld de noodzaak om iets te doen. Dat werd soms belangrijker dan de bevolking echt te helpen’, zegt Gorik Ooms.
‘Artsen zonder Grenzen was in Sumatra als eerste op het terrein. We waren er aan het werk in een ziekenhuis en plots boden drie andere organisaties zich aan die ook in dat ziekenhuis willen werken. En op den duur zit je met vijf organisaties in een hospitaal te werken terwijl dat absoluut niet nodig is. Op een gegeven moment bood een organisatie aan om het labo van het ziekenhuis over te nemen, terwijl ze daar helemaal geen ervaring mee had. Ze kon geen testen doen op bloedtransfusies en besefte niet eens waarom dat nodig is.’
zo veel organisaties per se hun vlag wilden planten in de getroffen regio’s, werd de coördinatie er ook niet gemakkelijker op. Ooms: ‘In Banda Atjeh -ongeveer half zo groot als Leuven- waren in maart 400 ngo’s officieel geregistreerd. Dat betekent dat je geen straat ver kunt kijken zonder een wagen of een vlag van een ngo te zien. Letterlijk. Ik denk niet dat dat de efficiëntie van de hulpverlening ten goede komt. Het is gewoon te veel, niemand kan zoiets coördineren. Het is ook heel moeilijk voor een overheid om in zo een situatie je coördinerende rol terug op te nemen.’
De coördinatie op het terrein is in handen van het VN-Kantoor voor de Coördinatie van Humanitaire Zaken (OCHA). Woordvoerster Elizabeth Byrs: ‘De grote ngo’s zijn gewend om met ons samen te werken maar het is een enorme taak om ook al die kleine organisaties mee aan boord te nemen. Sommigen willen niet gecoördineerd worden en geen regels volgen. We kunnen hen niet verplichten.’

Belgische hulp voor Tsunamislachtoffers
- federale regering: 26 miljoen euro
- Vlaanderen: 3,3 miljoen euro
- Wallonië: 1,17 miljoen euro
- Brussels gewest: 340.000 euro
- Tsunami 12-12: 52,5 miljoen euro
- Vredeseilanden 100.000 euro
- Wereldsolidariteit 300.000 euro
- Artsen Zonder Grenzen: 3 miljoen euro

Tsunamigelden internationaal
- aangerichte schade (in India, Sri Lanka, Indonesië, Maldiven): 5,64 miljard euro
- nodig voor heropbouw: 7,52 miljard euro
- wereldwijd ingezameld: 5,5 miljard euro
- Europese Unie: 473 miljoen euro
- Unicef wereldwijd: 442 miljoen euro
- Oxfam Internationaal: 116 miljoen euro
- Artsen Zonder Grenzen internationaal: 105 miljoen euro
- Caritas International: 272 miljoen euro
- Rode Kruis Internationaal: 1,2 miljard euro
- Handicap International: 7,94 miljoen euro

ter vergelijking
- totaal ingezameld voor Darfoer: 347 miljoen euro
- BNP Maldiven: 1,01 miljard euro



11.11 versus 12.12

Met de actie Tsunami 12-12 stond het Belgisch Consortium voor Noodhulpsituaties volop in de belangstelling, terwijl het rond de koepel van Vlaamse Noord-Zuidbewegingen 11.11.11. opvallend stil bleef. ‘Wie moet de ngo-gemeenschap van Vlaanderen vertegenwoordigen bij de politiek of in de media? Dat moet uitgeklaard worden’, zegt Johan Cottenie, hoofd van de Zuiddienst van 11.11.11. ‘We moeten een juiste balans vinden tussen het Consortium en de koepels 11.11.11. en CNCD in Wallonië. Aangezien we voor orkaan Mitch en de crisissituatie in Kivu wel mee aan tafel zaten om in naam van onze leden te spreken die actief zijn in de getroffen regio’s, hadden we grote vragen waarom het nu niet kon op basis van gelijkwaardigheid.’

Aan de basis van de discussie ligt de verhouding tussen noodhulporganisaties en structurele ngo’s. De balans tussen die twee is uit evenwicht geraakt. Gorik Ooms van Artsen zonder Grenzen: ‘Wie niet aan noodhulp doet, komt in de media niet meer aan bod. Dat is nefast, want daardoor gaan ook organisaties die gespecialiseerd zijn in structureel werk proberen om bij rampen meteen hun logo op acties te plakken.’

Een van de hete hangijzers in de discussie is het lidmaatschap van het Consortium: waarom mogen structurele ngo’s niet toetreden tot de kip met gouden eieren als het ingezamelde geld vooral voor wederopbouw en structurele hulp wordt gebruikt? ‘Er zijn vijf ngo’s die van de opbrengsten van Tsunami 12-12 konden genieten, terwijl veel meer Belgische ngo’s zinvolle dingen hadden kunnen doen’, zegt André Kiekens van Wereldsolidariteit, een ngo die structureel werkt. ‘Dat is een scheeftrekking die in de toekomst vermeden moet worden.’

Kiekens pleit voor meer samenwerking. ‘Het onderscheid tussen structurele hulp en noodhulp moet niet opgeheven worden. Maar het hele gebeuren dwingt ons om opnieuw na te denken over de onderlinge relaties in de hulpverlening en het gebrek aan samenwerking en dialoog. Er bestaat geen samenwerkingsstructuur tussen het Consortium en de koepels van de structurele ngo’s, 11.11.11. en CNCD. Het Consortium voerde de communicatie met de media en overheid omdat het begonnen was als een noodhulpoperatie. Achteraf zijn zij echter ook heel de communicatie blijven monopoliseren, terwijl de koepels toch ook een woordje te vertellen hebben over wederopbouw en structurele hulp. Gezien al die dingen in elkaar overvloeien moeten de verschillende soorten ngo’s in de toekomst beter samenwerken.’ Op 29 juni komen vertegenwoordigers van 11.11.11, Artsen Zonder Grenzen en het Belgisch Consortium voor Noodhulpsituaties alvast samen om na te denken over hoe in de toekomst collectief om te gaan met soortgelijke crisissituaties.

Vandeveegaete van Rode Kruis Vlaanderen: ‘Het is goed dat de discussie over noodhulp, wederopbouw en structurele hulp eindelijk op tafel ligt. In de ngo-wereld en bij de overheid is veel te lang in hokjes gedacht.’ ‘De vraag is niet of het water te diep is. We zijn geen vijanden. We zijn complementair’, reageert Erik Todts van het Consortium. ‘Met de campagne Tsunami 12-12 hebben we mensen bereikt die 11.11.11. en structurele organisaties [zoals Oxfam Solidariteit, waarvoor Todts eigenlijk werkt] nog nooit hadden bereikt. De vraag is of we iets kunnen doen om die doorstroming te verzekeren.’ (kc)

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3205   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur