Het gevecht om kleur

Hét artistieke evenement van de zomer heeft niets met kunst te maken. Of vindt u in de jongste zomercollecties artistieke principes of keuzes terug? De Antwerpse modezomer heeft de ambitie een ander beeld van de modewereld te tonen dan de gekende, goed geschapen stelten die over catwalks draven. Landed/Geland presenteert zich in felle kleuren, maar het resultaat is toch overwegend wit.
De communicatiedienst van Landed/Geland heeft gelukkig zijn werk uitstekend gedaan, zodat wij u niet meer moeten uitleggen wat er in Antwerpen zoal te zien is. Dat bespaart heel wat kostbare ruimte. In een lifestyle bijlage bij de krant De Morgen, antwoordt curator Walter Van Beirendock op de vraag wie hij interessant genoeg vond om deel te nemen aan de tentoonstellingen over mode: ‘Mensen voor wie marketing, globalisering, beursnoteringen, de meest glamoureuze topmodellen en dat soort dingen doorwegen, worden hier niet uitgenodigd. Wij wilden even de andere kant tonen.’ Dat klinkt veelbelovend en de grote tentoonstelling in het Muhka zou inderdaad wel eens wat ogen kunnen doen opengaan. De nadruk ligt namelijk niet op modetrends, maar op de fundamentele vraagstellingen. Wat doen wij met ons lichaam en waarom? Hoe communiceren we met onze kledij? Welke verhoudingen worden door mode geschapen? Is er nog toekomst voor het lichaam in de digitale eenentwintigste eeuw? Grote minpunt aan de hele opzet is de afwezigheid van niet-westerse ontwerpers, tenzij de aanwezigheid van Rei Kawakubo als verontschuldiging ingeroepen wordt. Maar over deze Japanse ontwerpster van de Comme des Garçons-kleren zei een Duits journalist ooit dat haar ontwerpen ‘niet uit een bepaalde culturele regio in deze of gene wereld komen, maar uit de tijdloze diepten.’

MODE IS STRIJD

Er is nochtans mode voorbij de Straat van Gibraltar en ook aan gene zijde van de Bosphorus wordt haute couture gecreëerd. De schitterende boubous uit West-Afrika en de sari’s uit India gelden bij ons vaak als voorbeelden van traditionele kleding, waaronder dan verstaan wordt dat ze stilstand uitdrukken, onveranderlijkheid en nostalgie. Niets is minder waar: de kleuren en ontwerpen van sari’s en boubous veranderen jaar na jaar. In Dakar alleen al zijn meer dan zevenduizend kleermakers actief in zowat drieduizenddriehonderd ateliers. ‘Mode’, zegt de Zuid-Afrikaanse Hudita Nura Mustafa, ‘is een frontlijn in de strijd tussen koloniale beschavingsprojecten, Afrikaanse zelfbeelden, lokale machtsstrijd en het collectieve proces van het scheppen van een eigen moderniteit.’

In haar opmerkelijke essay The art of African fashion betoogt Mustafa dat mode niet alleen een grote rol speelt in het hedendaagse Afrika, maar dat ze bovendien een perfecte illustratie is van het soort wereldburgerschap dat de Afrikaanse stedelingen verworven hebben. ‘Deze alledaagse kosmopolieten dragen misschien hun Afrikaanse kleren op vrijdag, hun verleidelijke outfit voor het feestje op zaterdagavond, en hun joggingpak wanneer ze in hun kraampje staan op de markt.’ De leefomgeving van een inwoner van Dakar of Lagos bestaat immers niet uitsluitend uit voorwerpen en waarden die teruggaan op de eigen culturele wortels, maar minstens evenzeer uit de erfenissen van het koloniale verleden en de aspiraties die de globalisering ook voor Afrikanen meebrengt.

SCHOONHEID IS POLITIEK

De manier waarop iemand mode volgt of verwerpt, heeft vaak minder te maken met het subjectieve van schoonheid dan met de maatschappelijke positie die men inneemt of ambiëert. De hoeveelheid stof die een Ashanti in zijn ceremoniële kledij stopt, is recht evenredig met de status die hij of zij claimt. Zoals een jasje van Dries Van Noten niet enkel gekocht wordt omwille van de bijzondere snit. Macht heeft altijd al bepaald wat mooi was en wat lelijk. Vandaar de enorme impact van westerse mode op de rest van de wereld. Anderzijds gebruiken Europese ontwerpers de niet-westerse mode hooguit als inspiratiebron, als een soort bovengrondse vormenmijn die geëxploiteerd wordt maar waarin niet geïnvesteerd wordt. Niet iedereen aanvaardt die verhoudingen. Toen enkele jaren geleden de Miss Worldverkiezing -dé hoogmis van patriarchale en koloniale schoonheidsidealen- in India gehouden werd, brak een storm van protest los. Volgens de Indiase criticus Rustom Bharucha verwierpen de contestanten het evenement ‘omwille van de band tussen de schoonheidsindustrie, de wereldmarkt en het globale kapitalisme, waardoor vrouwenlichamen in toenemende mate gedemonteerd worden tot wisselstukken die gekocht en verkocht kunnen worden.’

Zwaait de ene met pamfletten, dan gebruikt de andere naald en draad. Niet-westerse couturiers verzetten zich namelijk ook, op hun manier, tegen de geldende machtsverhoudingen. Xuly Bët, Alphady, Chalayan, Yudashkin, Rifat Ozbek, Hemant Singh en Oumou Sy zijn maar een paar namen van topontwerpers die het Europese monopolie op modegebied ondergraven, al dan niet met een frontale aanval. ‘Alphadi’s creaties reflecteren de culturele diversiteit in zijn leven’, stelt een Afrikaanse modesite. ‘Zijn originaliteit ligt in de combinatie van de duizend jaar oude waarden van Songhay, Zarma, Bororo, Peul, Haussa en Touareg met een onbeschaamde stijl van lijnen en vormen die hij oppikte bij Chardon Savard, waar hij debuteerde.’ U had deze ontwerpers zelf moeten kunnen ontdekken en beoordelen op Landed/Geland.

DE NIEUWE MODE IS OUD

‘Mijn ontwerpen blijken universeel te zijn’, antwoordt Oumou Sy op de vraag of de reacties van het publiek in Europa of Afrika op haar ontwerpen verschillen. ‘Ik krijg overal enthousiaste commentaren.’ Bij nader inzien zijn er toch verschillen: ‘Soms krijg ik inderdaad verrassende reacties. Die hebben minder met mijn ontwerpen te maken dan met het beeld dat buitenlanders hebben van Afrika. Toen ik bijvoorbeeld mij Cyberdress toonde, zegden mensen in Europa me dat het ontwerp niet Afrikaans was, terwijl ik verdorie zelf het eerste West-Afrikaanse cybercafé opende in Dakar. De Cyberdress ontwierp ik om het eerste jubileum van dat initiatief te vieren.’ De koppige weigering van Oumou Sy zich neer te leggen bij de stereotypen die in Europa circuleren over Afrika, uit zij in niet-te-dragen kleren. ‘Haute couture is een plek van creatie’, zegt ze. ‘Modeontwerpers geven de impulsen, waarna de ready-to-wear onze creativiteit kan samenbrengen met de verwachtingen van de grotere groep kopers.’ De artistieke creativiteit die Sy voor zichzelf opeist, staat niet los van de geschiedenis. Haar ontwerpen omschrijft ze als een eigenzinnige mengeling van moderniteit en traditie. Volgens Hudita Nura Mustafa zou ze het over moderniteiten en tradities moeten hebben, want zowel het verleden als het heden is meervoudig. De West-Afrikaanse boubous zijn niet “authentiek” in de betekenis van zuiver en ontstaan uit één culturele traditie. Ze zijn een vermenging van Afrikaanse en Arabische tradities, de stof ervoor wordt vandaag ingevoerd vanuit Europa of Azië, de versieringen zijn Wolof of Peul maar worden door meester-borduurders uit Pakistan aangebracht. De “traditionele” Herero-klederdracht in Namibië is in feite een negentiende-eeuws Duits ontwerp, terwijl de “etnische” kleren die Winnie Mandela in de jaren tachtig droeg eigenlijk van hedendaagse snit uit West-Afrika waren. ‘Het nieuwe in de mode is vaak niet meer dan het recycleren van het oude,’ zegt Mustafa nog, ‘en wellicht moeten we ons het verleden herinneren om vooruit te geraken in de toekomst.’ Belangrijk voor een Europees mode-initiatief is dan wel te beseffen dat het verleden van ons huidige heden niet tot de Europese geschiedenis beperkt is. Antwerpen heeft intussen meer dan één verleden. De kleuren daarvan zijn rijk geschakeerd, maar misschien niet fel fluo.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur