Het 'goede leven' in Bolivia

Vandaag waarschuwt de Internationale Arbeidsorganisatie: in de Europese Unie is 18 procent van de jongeren werkloos. In Griekenland bijvoorbeeld gaat het om 22 procent waarvan 50 procent bij jongeren. Daarnaast zijn er ook nog eens twee miljoen jongeren die zich door de uitzichtloosheid van de crisis uit de arbeidsmarkt terugtrokken.

Het VN-comité voor economische, sociale en culturele rechten heeft de centrumrechtse Spaanse regering van Mariano Rajoy al gewaarschuwd voor de gevolgen van haar zwaar besparingsplan in een land met een explosieve groei van de werkloosheid tot 24 procent — 55 procent bij de jongeren! — en toenemende armoede-indicatoren die al 22 procent van de Spaanse huishoudens treffen. Dat zijn enkele cijfers waarmee de Europese Unie haar 62-jarige verjaardag ‘viert’. Robert Schuman en Jean Monnet hadden het zich wel anders voorgesteld.

Washington consensus

Hun opvolgers, de Van Rompuy’s en Barroso’s, klampen zich vast aan de neoliberale logica die zich sinds de Washington consensus uit de jaren tachtig van vorige eeuw over de wereld heeft verspreid. In 1992 al werden op het verdrag van Maastricht de zogenaamde convergentienormen vastgelegd, waardoor het begrotingstekort van de lidstaten maximaal drie procent van het bbp mocht bedragen en de overheidsschuld onder de zestig procent moest geraken.

Mooie doelstellingen vooral dan als je weet dat bij de bankencrisis van 2008 de landen van de eurozone 36,5 procent van hun gezamenlijke bbp ter beschikking stelden om de banken te redden. Begrotingsdiscipline? Vergeet het maar: staatsschulden en begrotingstekorten schoten omhoog. De Europese commissie en de Europese Centrale Bank, onder impuls van Duitsland, de beste leerling uit de neoliberale klas, zetten zware druk op de lidstaten om aan begrotingsdiscipline te doen.

Stiglitz, Krugman en bij ons De Grauwe — toch niet de eerste de beste economen —  noemen de Europese Commissie (EC) en de Europese Centrale Bank kortzichtig. Natuurlijk zijn deze heren en hun raadgevers niet dom, maar hun denken zit wel gevangen in wat Hans Achterhuis in zijn laatste boek ‘de utopie van de vrije markt’ noemt. Dit grote neoliberale project werd gelanceerd door Nobelprijswinnaar Milton Friedman en zijn ‘Chicago boys’ en overgenomen door het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank en de EU. Meer utopie dan wetenschap volgens Achterhuis en dus gevaarlijk.

Politiek van de taal

Veel gevaarlijker nog is dat die Washington consensus zich intussen geruisloos heeft verspreid. De linkse socioloog en Latijns-Amerikakenner James Petras waarschuwt in dit verband in een artikel voor www.globalresearch voor wat hij ‘de politiek van de taal’ noemt. Hij verwijst daarvoor naar de dubbele betekenis van eufemismen in de taal: als camouflerend associatiemiddel en als begrip dat de werkelijkheid dekt.

Ook ‘linkse’ publicisten spelen dat spelletje mee. Zij gebruiken immers dezelfde camouflerende taal. Het begrip ‘markt’ wordt al een neutraal gegeven gepresenteerd dat zich zou bewegen boven alle brutale klassenongelijkheden. ‘Besparingen’ is ook zo’n eufemistisch modewoord dat, vertaald, betekent dat er meer staatssubsidies moeten worden gegeven aan de zakenwereld en dat er daardoor hogere winsten voor het kapitaal ontstaan en nog meer ongelijkheid tussen de top tien en het overige 90 procent. ‘Besparing’ betekent dat niets meer dan dat de heersende klasse de staat gebruikt om de kosten van de economische crisis af te wentelen op de factor ‘arbeid’.

De Chicago boys zitten dieper in de hersenen van velen onder ons dan we wel zouden vermoeden. Het is zoals de truc met de Chinese vaas die stilaan van de linkerkant van de schouwmantel naar rechts opschuift zonder dat de bezoeker, die nochtans dagelijks over de vloer komt bij zijn buren, het opmerkt. Een kikker die in water leeft dat stilaan opgewarmd wordt, voelt de pijn pas als een kritieke temperatuur overschreden wordt.

Populaire politici als Bart De Wever die schijnbaar een ander discours hebben, zijn er zelfs helemaal van doordrongen. De Vlaamse leeuw van vandaag ademt neoliberalisme uit met een postmodernistisch modeluchtje aan. Arm Vlaanderen, arm Antwerpen dat misschien met zo’n burgemeester zal worden opgezadeld!

Pijnen van een Pachakuti

Ook Bolivia kreeg ooit de neoliberale recepten van de Chicago boys toegediend. De ‘shocktherapie’ die in 1985 in de strot van de bevolking werd geramd, wordt in de economische literatuur beschouwd als een succesvol voorbeeld om inflatie te bestrijden. Dat de neveneffecten ervan extreme armoede en werkloosheid waren, zoals ook nu weer in Griekenland en andere Europese landen, werd amper vermeld. Ook niet dat daar en toen de voedingsbodem werd gelegd voor een nieuwe politieke beweging onder Evo Morales die sinds 2006 president is van Bolivia.

Vorig jaar ben ik opnieuw naar Bolivia gereisd om het boeiende, maar moeilijke veranderingsproces dat zich daar onder Evo Morales ontwikkelt, te kunnen volgen. Hieruit ontstond Pijnen van een Pachakuti, Bolivia onder Evo Morales. Het is zeker geen ver-van-mijn-bed-show geworden, maar een intellectuele zoektocht naar het buen vivir, naar ‘het goede leven’ en naar elementen voor een nieuwe grammatica van links.

Het is ook geen kritiekloos hoera-verhaal geworden, want het proceso de cambio zoals het veranderingsproces in Bolivia genoemd wordt, verloopt met heel veel vallen en moeizaam weer opstaan. Maatschappelijke veranderingen roepen weerstanden maar ook hooggespannen verwachtingen op die niet meteen kunnen worden ingelost. Ook niet door een Morales die de laatste jaren zijn stevige voetbalbenen moet gebruiken om zich staande te houden. Toch is er, op een ogenblik dat er een sombere crisissfeer heerst in Europa, meer dan ooit perspectief en hoop in Latijns-Amerika.

Stoute leerling, goede cijfers

Ondanks de totaal andere aanpak van de regering-Morales krijgt Bolivia van de Wereldbank goede economische cijfers. Op drie jaar tijd is het deel van de staat in de Boliviaanse economie gestegen van dertien naar tweeëntwintig procent. De buitenlandse handel is tussen 2006 en 2011 gegroeid naar 7.317 miljoen dollar. Medio 2010 deelde de Wereldbank mee dat Bolivia was toegetreden tot de landen met een ‘gemiddeld inkomen’ zoals Argentinië, Brazilië, Mexico en Colombia.

Ook het IMF feliciteerde in 2010 Bolivia voor de economische groei van 6,1 procent, een van de hoogste in Latijns-Amerika. Cepal, de economische commissie voor Latijns Amerika en de Caraïben, berekende dat de Boliviaanse economie in 2011 met 5,3 procent groeide, wat boven het gemiddelde van heel Latijns Amerika ligt.

Dat Bolivia nu een koers volgt die haaks staat op de economische recepten die het IMF vorige regeringen heeft aangepraat, is blijkbaar een onbelangrijk detail voor deze wereldorganisatie. Bolivia heeft de lijn gevolgd die Argentinië en Brazilië eerder insloegen. Die landen betaalden hun schulden aan het IMF vervroegd terug, waardoor de instelling geen mogelijkheden meer heeft om in Buenos Aires en Brasilia een streng economisch beleid af te dwingen.

Ook Ecuador onder Rafael Correa kon zich op een heel slimme manier van een groot deel van zijn schuldenlast ontdoen. Bolivia wil ook dezelfde weg volgen. Volgens Alcia Bárcena, secretaris van de UN- Economische Commissie voor Latijns-Amerika is ‘Bolivia een van de weinige landen die de kloof tussen arm en rijk aanzienlijk versmald heeft. Een van de redenen daarvan is de herverdeling van het economisch surplus onder de bevolking.’

Buen vivir

Terwijl men in landen als Bolivia moeizaam een stukje welvaartsstaat probeert op te bouwen wordt dat model in het Westen (wegens te duur voor de concurrentiepositie) almaar sneller afgebouwd. Terwijl men in Bolivia overgaat tot nationaliseren om de woekerwinsten van aandeelhouders naar een verdelende staat af te leiden, betaalt de consument in Europa zich blauw aan energiefacturen en wordt een bedrijf als Electrabel nagenoeg vrijgesteld van belastingen.

In Bolivia gaat het er anders aan toe. Nationaliseringsoperaties in Bolivia en Europa vertrekken van heel andere uitgangspunten. ‘Nationaliseren’ bij ons leidt niet tot een verkleining van de inkomensongelijkheid, eerder het tegenovergestelde want de verliezen die door overmoedig speculerende banken als Fortis en Dexia werden gemaakt moeten door de kleine man weggewerkt worden. Volgens publicist Bernhard Ardaen kan de tijdbom Dexia nog 20 miljard euro kosten aan de Belgische belastingbetaler.

Terwijl in Europa de gemiddelde pensioenleeftijd almaar hoger wordt, vermindert Bolivia die leeftijd van 65 naar 58 jaar en voor vrouwen met drie kinderen zelfs tot 55 jaar. In tegenstelling tot vroeger krijgen armlastige Boliviaanse gezinnen vandaag een kinderbijslag (de zogenaamde bono Juancito Pinto voor lagere schoolleerlingen) van ongeveer US dollar en wordt er een pensioentje voor de ouderen uitgekeerd (de renta dignidad). De overheid betaalt per jaar 2400 bolivianos (ongeveer 340 dollar) aan 58-plussers die geen pensioen hebben en 1800 bolivianos (ongeveer 257 dollar) voor hen die wel een pensioentje hebben. Het Boliviaanse pensioenstelsel is intussen genationaliseerd en uitgebreid naar de drie miljoen mensen – 60 procent van de werkende bevolking – die werken in de informele sector, zoals straatverkopers en buschauffeurs. ‘We creëren een pensioensysteem dat niemand uitsluit,’ zei Evo Morales.

Dat zijn enkele voorbeelden om de basis te leggen voor het buen vivir, voor ‘het goede (samen)leven’ dat in de nieuwe Boliviaanse (en ook Ecuadoraanse) grondwet ingeschreven staat. Het gaat in het leven niet alleen om productie of/en geldaccumulatie. Dat weet men tot in de hoge Andes blijkbaar beter dan bij ons. Hans Achterhuis merkt zeer terecht op dat het ‘goede leven’ zich veelal buiten de markt afspeelt, maar zich eerder voordoet in wederkerigheidsrelaties, in de oikos met de mensen die ons het naaste staan, in de gemeenschappelijkheid met anderen om greep op ons leven te houden.

Bolivia maakt een inclusiebeweging naar zijn bevolking toe terwijl in het Westen uitsluiting troef is. Het is gedurfd om een ethische politiek te voeren in een tijd dat enkele grote aandeelhouders regering na regering op de knieën krijgen en de gewone mensen ‘beloont’ met de afbouw van de welvaartsstaat waarvan mensen als Robert Schuman en Jean Monnet de mede-architecten waren.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3030   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Met de steun van

 3030  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search For Common GroundSearch For Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.