Het jaar van de Afrikaan

‘Door verkiezingen kunnen vele Afrikanen, na jarenlange dictatoriale onderdrukking, eindelijk leiders kiezen die de belangen van de Afrikaanse burgers behartigen en voorrang geven aan ontwikkelingsdoelstellingen,’ schreef Mwangi S. Kimenyi van het Amerikaanse Brookingsinstituut eind 2010. Een terugblik op Afrika in 2011 doet me toch enkele kanttekeningen plaatsen bij zo veel verkiezingsoptimisme.

  • REUTERS/Luc Gnago Een lid van de oproerpolitie staat op wacht voor het gebouw van de Nationale Verkiezingscommissie tijdens de presidentsverkiezingen in Monrovia, Liberia REUTERS/Luc Gnago

Aanhangers van de ‘democratie-leidt-tot-ontwikkeling’-these zagen het nochtans helemaal zitten voor Afrika in 2011. Het voorbije jaar stond namelijk in het teken van verkiezingen voor het continent. Van Liberia en tot Zuid-Soedan, van Nigeria tot Zuid-Afrika en de Democratische Republiek Congo (DRC), een record aantal landen hadden verkiezingen of referenda op de agenda staan.

In het meest spectaculaire geval, Zuid-Soedan, leverde de stembusgang van januari een gloednieuw land op. Zonder afbreuk te doen aan de strijd en de offers van het Soedanese volk, is niet overdreven te stellen de onafhankelijkheidsoptie meer te maken had met een fiat van de internationale gemeenschap dan dat het een resultaat was van een Soedanees democratisch proces. Zes maanden na de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan kunnen we in het beste geval spreken van een uiterst precaire veiligheidssituatie, en een staatsopbouw die grotendeels rust op de goodwill, interesse en belangen van diezelfde internationale gemeenschap.

De presidentsverkiezingen in Ivoorkust eind 2010 of de recente in de DRC draaiden dan weer uit op een compleet fiasco en eisten heel wat mensenlevens. Weer anderen gingen onopgemerkt voorbij, niet in het minst door een gebrek aan interesse bij de eigen bevolking zoals in Gabon of de recente parlementsverkiezingen in Ivoorkust. Sommige geplande stembusgangen, zoals de lokale verkiezingen in Somaliland, werden wegens technisch niet op punt, uitgesteld tot 2012.

De grootste gemene deler in de Afrikaanse verkiezingen lijkt de afwezigheid van vertrouwen in het systeem, zowel bij de burgers als de machthebbers. Voor een groot deel van de burgers lijkt de stembusgang de legitimiteitsvraag rond de kandidaat-leiders niet te beslechten. Zo leek voor de Congolese aanhangers van Tshisekedi en Kabila het aantal stemmen niet eens uit te maken. Velen hadden op voorhand al beslist dat de verkiezingsuitslag oneerlijk zou zijn.

Bij nader inzien is dat gebrek aan vertrouwen niet geheel uit de lucht gegrepen. Meer nog dan bij ons staan de spelregels van de westerse copy-paste verkiezingen in Afrika vaak mijlenver af van de realiteit van de meerderheid van de bevolking. Een kiessysteem dat gestoeld is op partijprogramma’s en op maat gesneden van een individualistische maatschappij, past niet automatisch op eentje waar de belangrijkste vertrouwensbanden nog steeds collectief en persoonsgebonden worden bepaald.

Bovendien worden Afrikaanse verkiezingen te vaak nog gehouden of beslecht door toedoen van de internationale gemeenschap. Die oordeelt of ze al dan niet eerlijk en vrij verlopen zijn. Het zijn de donoren die gemakkelijk tot tachtig procent van de verkiezingen financieren. Lang voor de kiesdag worden externe consultants en vernuftige softwarepakketten aangevoerd om de perfecte verkiezingen in elkaar te steken. Het resultaat zijn verkiezingen die er op papier mooi uit zien, maar in de praktijk mensen vooral inspireren om er mee te knoeien. In landen waar mensen met een t-shirt of wat wisselgeld kunnen omgekocht worden is dit bovendien niet zo een moeilijke opdracht.

“Tenzij we ons laten inspireren door die symbolische Afrikaanse stem, zal het revolutionaire klimaat van 2011 snel ondergesneeuwd geraken door de conservatieve belangen van de middenklasse.”
Verkiezingen in Afrika leverden wat mij betreft tot dusver nog niet vaak de verhoopte grond voor ontwikkeling en stabiliteit. Maar dat betekent niet dat het er niet in zit.

De revolutionaire winden van Noord-Afrika hebben niettemin ook in het zuidelijke deel van het continent een hoopvol spoor nagelaten. In Burkina Faso kwamen scholieren en militairen, gesterkt door de omwentelingen in Tunesië en Egypte, in het voorjaar de straat op en dwongen het establishment gehoor te geven aan hun verzuchtingen.

In Senegal kwamen jongeren, oppositie en middenveld massaal op straat om de verkiezingen van 2012 terug te claimen van een president die de grondwet wilde herzien om er nog een mandaat aan te kunnen breien. De grondwetswijziging kwam er niet.

In Somaliland experimenteren ze met ‘moderne’ en ‘traditionele’ staatsstructuren, in Zuid-Afrika ligt de discussie over de nationaliseren van de mijnen om de koek eerlijker te verdelen opnieuw in alle hevigheid op tafel.

De grootste uitdaging voor het continent in de komende jaren ligt volgens mij in het verzoenen van internationale en lokale praktijken en ideeën en het op basis daarvan creëren van alternatieve systemen die in eerste instantie het welzijn van de eigen mensen voor ogen hebben.

Naast die actuele kleinschalige voorbeelden van alternatieven en verzet loont het misschien ook de moeite om revolutionaire iconen als Thomas Sankara of Frantz Fanon van onder het stof te halen. Deze laatste, een psychiater en onafhankelijkheidsstrijder uit Martinique in de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd, overleed in 2011 precies vijftig jaar eerder en was een bron van inspiratie voor de Black Panthers in de VS, anti-apartheidsstrijders zoals Steve Biko in Zuid-Afrika, maar ook voor de wereldwijde mei ‘68 bewegingen.

Zo kan, ondanks het uitblijven van spectaculaire omwentelingen in het grootste deel van het continent, 2011 alsnog gelden als het jaar van de Afrikaan, ook voor ons. Niet alleen omdat de VN het – vrijwel onopgemerkt — uitriep tot het jaar van de mensen van Afrikaanse origine, maar vooral omdat 2011 de geschiedenis zal ingaan als het jaar waarin de onderkant van de samenleving op krachtige wijze opnieuw van zich liet horen. Geen ander volk dat in de afgelopen 500 jaar deze onderkant zo heeft belichaamd dan het Afrikaanse.

Vandaag hebben we de mond vol van die zogenaamde 99% maar de meesten van ons behoren tot de westerse middenklasse, i.e. die mondiale bovenklasse, die nog veel te veel te verliezen heeft om het systeem werkelijk te willen omgooien.

Tenzij we ons laten inspireren door die symbolische Afrikaanse stem, die van de echte 99%, zal het revolutionaire klimaat van 2011 snel ondergesneeuwd geraken door de conservatieve belangen van de middenklasse. In onze zoektocht naar alternatieven loont het daarom misschien de moeite om in 2012 onze blik wat vaker op het Zuiden te richten voor inspiratie.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift