Het juk van de mondialisering en grenzeloze consumptie

Op zondag 7oktober praten Dirk Geldof, Dirk Barrez en John Vandaele op het Andere Boek over Het juk van de mondialisering en grenzeloze consumptie. Hier geven ze een eerste aanzet tot het debat.

DE MONDIALISERING IN NAUWE SCHOENTJES


JOHN VANDAELE
Er vloeide het voorbije decennium al heel wat inkt over de mondialisering. Vandaag zien we helderder dan enkele jaren geleden dat de vraag of die mondialisering goed is voor “de mensen” om een genuanceerd antwoord vraagt. Mondialisering biedt ontwikkelingslanden die er weten op in te spelen kansen: hun welvaart, gemeten aan de hand van het aloude BNP, neemt sneller toe dan in de rijke landen. Zelfs het inkomen per hoofd stijgt er sneller en dus dempt de mondialisering enigszins de Noordzuidkloof. Maar inkomens per hoofd blijven abstracties. In de praktijk zagen we dat de binnenlandse inkomensongelijkheid in bijna alle landen toeneemt. Mondialisering is daarvan niet de enige maar wel een belangrijke oorzaak. In het boek breng ik de invloed van de mondialisering op de Belgische inkomensverdeling in kaart. Besluit: er zijn landen waar het effect sterker speelt, maar ook hier draagt mondialisering bij tot dualisering. Dat wordt vooral zichtbaar als je de woonkost in rekening brengt: huurders houden vandaag na betaling van hun huur 500 euro minder koopkracht over dan in 1976. Waar vroeger de ongelijkheid vooral peilloos diep was tussen landen, groeit ze nu binnen landen. Daardoor is ze zichtbaarder en kan ze voor meer spanningen zorgen. Als dat zo doorgaat, ebt de steun voor mondialisering weg, zeker in de rijke landen. Opinie-onderzoek leert dat het nu al zo ver is.
Mondialisering betekent ook de wereldwijde verspreiding van het westerse ontwikkelingsmodel en de daarbij horende milieuvervuiling. Die neemt nu zo’n omvang aan dat ze dragende ecosystemen als het klimaat aantast. Zowel de ongelijkheid als de milieuproblemen kunnen niet worden opgelost door “meer markt” te creëren, het adagium van het neoliberalisme. Eens te meer zal juist de overheid het kapitalisme tegen zichzelf in bescherming moeten nemen. Fiscaliteit wordt een cruciaal instrument. Ik ben er van overtuigd dat de mondialisering roder en groener moet worden, of ze komt onder steeds grotere druk.
De mantra van goed bestuur, die weerklinkt van Vlaanderen tot op de Wereldbank, bevestigt dat net de overheid -toch altijd het zwarte schaap van het neoliberalisme- in feite onmisbaar is om de problemen van de wereld op te lossen. Afrika toont misschien nog het duidelijkst dat ontwikkeling onmogelijk is zonder goed bestuur. Op wereldniveau betekent goed bestuur democratisering van de internationale instellingen. Die zullen hun relevantie verliezen als de ontwikkelingslanden er niet meer macht krijgen. Dan belanden we terug in de jungle van het recht van de sterkste. Cruciaal daarin is de evolutie in de Verenigde Staten. Als er in Washington geen beter want democratischer bestuur komt, zal de wereld daar last van hebben. Zelfs Al Gore schrijft nu dat de democratie in de VS ernstig is aangetast, onder meer omdat we de tv aan de commercie hebben overgelaten. Als de VS opnieuw een regering van, door en voor het volk krijgen, wordt de hele wereld daar beter van.

De stille dood van het neoliberalisme, John Vandaele, Houtekiet 2007. 200 blzn. ISBN 978 90 5240 973 3

 


MONOPOLIES OPBREKEN, WAAROM OOK NIET?


DIRK BARREZ
Eten moeten we allemaal, en velen van ons eten zelfs veel te goed. Het gekke is dat de boeren en boerinnen die wereldwijd voor ons voedsel zorgen, daar zelf arm en zelfs hongerig van worden. Vrijhandel en wereldmarkt laten ons hier stevig in de steek. Dat sommige landbouwprijzen op dit ogenblik wat zijn gestegen, verandert daar weinig aan. Ze compenseren amper de dramatische prijsdalingen van de laatste zestig jaar.
Even fundamenteel is de industrialisering van de landbouw, die landbouwers almaar afhankelijker maakt. Voor bijna alles wat ze nodig hebben -hun input aan zaden, meststoffen, pesticiden- komen ze terecht bij multinationale bedrijven die economisch oneindig veel sterker staan. Zo levert Monsanto liefst 97 procent van alle genetisch gewijzigde maïs. En waar kunnen ze terecht met hun oogsten, met hun output? Veel keuze is er niet. De wereldgraanhandel telt drie grote spelers, Cargill, ADM en Louis Dreyfus.
Ook in devoedselverwerkende industrie hebben grote bedrijven als Nestlé of Unilever het voor het zeggen. En de grootste macht verschuift de jongste jaren naar de grote distributiebedrijven. Hun groeiende aankoopkracht maakt dat Wal-Mart en Carrefour de boeren en zelfs de productiemultinationals in grote mate naar hun pijpen laten dansen.
Zo raken zeker de boeren, de zwaksten in dit verhaal, platgewalst tussen de multinationals van de input en de output. We leven in een wereld die een paar miljard mensen zonder bescherming overlevert aan monopolistische bedrijven onder het mom dat hier de vrije markt aan het werk moet. Het zal de meesten have en goed kosten, en velen zullen het zelfs met de dood bekopen.
Vreemd. Want een echte vrijemarkteconomie duldt toch geen oligopolie of monopolie? Daarom bestaat er toch antitrustwetgeving, om eerlijke concurrentie te waarborgen? Waarom was het verantwoord om in het begin van de vorige eeuw wel op te treden tegen de dominantie van Standard Oil Company en is dat vandaag niet langer verantwoord tegen quasi monopolies die de markt nog meer verstoren? Hoe komt het dat de Wereldhandelsorganisatie en overheden zich niet storen aan de hoge concentratie van macht in de voedseleconomie, van de zaad- en pesticidenmultinationals tot de distributiegiganten? Zij zijn het toch die eenzijdig prijzen kunnen opleggen? Zelfs de meest doorgedreven politiek van voedselsoevereiniteit laat veel meer dan Monsanto of Wal-Mart de concurrentie op vrije markten spelen, vooral dan lokaal en regionaal.
Er is dus ook in de 21ste eeuw geen enkele reden om buitensporige economische macht te tolereren. Elke overheid die zichzelf respecteert, weet wat te doen: breek op die monopolies die zoveel mensen economisch kapotmaken en alle fatsoenlijke levenskansen ontnemen.
KOE 80 heeft een probleem. Boer, consument, agro-industrie en grootdistributie, Dirk Barrez,  EPO, 254 p., ISBN 978-90-6445-453-0

 

 


WE CONSUMEREN ONS KAPOT


DIRK GELDOF
We consumeren ons kapot, te midden van onze ongekende rijkdom, zonder dat meer consumptie ons geluk nog verhoogt. Dat is onze paradoxale toestand in de 21ste eeuw, de eeuw van de hyperconsumptie.
Onze ecologische voetafdruk is onhoudbaar. We consumeren alsof we vier planeten hebben. De klimaatopwarming is slechts één van de alarmsignalen. Bovendien stijgt de tevredenheid niet meer met de toename van onze materiële rijkdom. Mensen raken verstrikt in een eindeloze cyclus van werken en consumeren. Tijdsdruk en stress nemen toe. In die rat-race ontbreekt de tijd om te genieten van onze ongekende rijkdom. Het maakt ons economisch gedrag irrationeel, onze economie inefficiënt. We staren ons als boekhouders blind op het BNP, op de omzet van ons land, zonder de uitputting van de planeet of de druk op ons welzijn te verrekenen.
Afkicken van onze consumptieverslaving betekent niet stoppen met consumeren, wél duurzaam consumeren: binnen ecologische grenzen genieten van onze overvloed zonder anderen eenzelfde genot te ontzeggen. Het gaat om het herontdekken van sufficiëntie, een norm van genoeg. Van niets te veel stond boven de Apollotempel in Delphi.
Om onze ecologische voetafdruk te verkleinen, moet de eco-efficiëntie van wat we produceren en consumeren omhoog. Maar we consumeren de winst van eco-technologie onmiddellijk op als we onze consumptiepatronen niet aanpassen. Eco-efficiëntie werkt niet zonder sufficiëntie, zonder een norm van genoeg. Dat vraagt een andere levenshouding. De klassieke economische theorieën verheerlijken schaarste en stimuleren onze zogenaamd eindeloze behoeften. Een eigentijdse benadering vertrekt vanuit de ecologische grenzen en sociale rechtvaardigheid. Anders zal de verdelingsstrijd alleen verscherpen.
We moeten met schaarste leren leven als een deel van onze menselijke conditie. Noem het een duurzaam hedonisme. Niet meer maar beter, dat is de keuze voor een omslag van onze economie en onze consumptie.
Daarbij heeft iedereen een verantwoordelijkheid. Een samenleving bouw je immers niet op een eigen-ik-eerst-logica, op een consumentistisch nastreven van eigenbelang. We moeten opnieuw sterker als burger handelen, vanuit een rijker mensbeeld dan de huidige consu-mens. Een moreel appel is echter te vrijblijvend. Een andere economie overstijgt de mogelijkheden van individuele consumenten. Zo’n ecologische omslag vereist dat de overheid er maximaal op inzet, met oog voor de levenskwaliteit van de 21ste eeuw én voor grotere sociale rechtvaardigheid, in eigen land, mondiaal en tegenover volgende generaties. Het gaat er niet om meer mensen als consument te overtuigen om tegen de stroom in te zwemmen, het gaat om het veranderen van de stroomrichting. Kortom, duurzaam leren genieten van onze overvloed en ook anderen de kans geven ervan te genieten, vandaag en de volgende generaties. Anders consumeren we ons kapot.
We consumeren ons kapot, Dirk Geldof, Uitgeverij Houtekiet, 200 blzn. isbn 978-90-5240-970-2

 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift