'Het klimaatprobleem is geen milieuprobleem'

Het klimaatprobleem kunnen we niet oplossen zonder fundamenteel nieuwe ideeën over ontwikkeling, welzijn en vooruitgang. Dat is het standpunt van de Noorse sociologe en filosofe Asunción Lera St. Clair, die wereldwijd naam gemaakt heeft met haar studies over de samenhang tussen ethiek, ontwikkeling en mondiale rechtvaardigheid. Lera pleit voor een nieuwe kennis en een nieuwe wetenschap, omdat de oude modellen uitgediend zijn.

  •  Asunci

Eind maart was Asunción Lera St. Clair in Brussel om deel te nemen aan een seminarie over de Europese strategie voor ontwikkeling. De presentatie van professor Lera is ronduit verontrustend. Enkele in elkaar overvloeiende beelden geven in blauwe, gele en rode kleur de opwarming van het aardoppervlak weer van 1880 tot 2008. De intensiteit waarmee de rode kleur de voorbije twee decennia toeneemt, is schrikwekkend. Tegelijk stelt Asunción Lera dat we nauwelijks de diepgang van het klimaatprobleem beseffen, vooral dan in het licht van de armoede- en ontwikkelingsproblematiek.
Asunción Lera St. Clair is hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Bergen in Noorwegen. Ze werkt mee aan de Encyclopaedia on Global Justice die Springer zal publiceren en ze is actief op talloze fora waar rechtvaardigheid en ethiek in een mondiale context bekeken worden. Nieuwsgierig gemaakt door haar provocerende stellingen, vroeg MO* haar om een en ander nader toe te lichten.
U bent helemaal niet enthousiast over de internationale aanpak van het klimaatprobleem. Waar knelt de schoen?
Asunción Lera: Mijn kritiek betreft niet zozeer de manier waarop het onderhandelingsproces verloopt. Het probleem is vooral dat de basis van het overleg ontoereikend is. We zien het klimaatprobleem als een milieuprobleem maar hebben geen oog voor de historische dimensie ervan en voor de grote ongelijkheid die dit ontwikkelingsmodel gecreëerd heeft, zowel in het Noorden als in het Zuiden. Ongelijkheid in macht, in inkomen, in mogelijkheden, niet alleen tussen landen onderling maar ook binnen landen.
De politieke leiders willen een heel moeilijk akkoord sluiten maar er is onvoldoende basis en achterban om zo’n akkoord te dragen. De burgers in de industrielanden weten intussen wel dat er een klimaatprobleem is en dat een akkoord wellicht betekent dat ze offers moeten brengen en hun levensstandaard –die ze als vanzelfsprekend beschouwen– moeten terugschroeven.
Maar ze staan niet stil bij de historisch diep gewortelde ongelijkheid die er in de wereld heerst. Intussen zijn er in het Zuiden twee miljard mensen die onder de absolute armoedegrens leven. Zij hebben misschien nooit over klimaatverandering gehoord, maar elke verslechtering van het milieu is voor hen wel “een streep door de rekening”. Geld, groene technologie en schone energie om het klimaatprobleem op te lossen, zijn natuurlijk goed maar heel erg ontoereikend, ze raken de kern niet.
Extra klimaatgeld voor de nationale aanpassingsplannen of om de bossen te beschermen brengt weinig zoden aan de dijk?
Natuurlijk heeft het Zuiden meer geld nodig. En natuurlijk is het goed dat de rijke landen met financiële programma’s komen om de ontbossing af te remmen. Maar als we dat doen om intussen zelf onze manier van leven niet te hoeven veranderen, is dat geen oplossing. Noorwegen stopt veel geld in de financiering van REDD (het VN-klimaatmechanisme om ontbossing tegen te gaan, zie MO*73) om het eigen geweten zuiver te houden en intussen te kunnen doorgaan met olie-exploitatie. We bouwen op een systeem dat onrechtvaardig is en ongelijkheid creëert en dan trekken we geld uit voor de negatieve gevolgen ervan. Het zou beter zijn eerst mondiaal de regels die betrekking hebben op handel, migratie en andere thema’s te veranderen.
Economen als Nicolas Stern en Jeffrey Sachs vestigen nochtans de aandacht op de armoede en stellen dat klimaat en armoede samen moeten behandeld worden. De Millenniumontwikkelingsdoelstellingen (MOD’s) kunnen niet bereikt worden, stelt Stern, als het klimaatprobleem niet wordt aangepakt. Ik heb het om verschillende redenen moeilijk met die visie. De MOD’s zijn revolutionair ten opzichte van de vroegere ontwikkelingsmodellen, maar zij gaan het klimaatprobleem niet oplossen. Wanneer men in 2015 de balans van de MOD’s opmaakt –die werkelijk het minimum aangeven van wat we zouden moeten bereiken–, zullen verschillende indicatoren verslechterd zijn tegenover 2000, toen de campagne gelanceerd werd.
Bovendien is het denken van Stern en Sachs misleidend, omdat ze de indruk wekken dat er makkelijke oplossingen bestaan. Beiden zijn wel medestanders om bijvoorbeeld de klimaatsceptici –die nog altijd talrijk zijn– te overtuigen, of de conservatieven in Europa of de Republikeinen in de VS. Maar we zijn op het moment gekomen dat we fundamenteel nieuw en revolutionair denken nodig hebben.
Waarin bestaat zulk revolutionair denken?
In de eerste plaats moeten we op een andere manier naar armoede kijken. Armoede is geen probleem van de armen in Noord en Zuid. Het is een probleem van de rijken in Noord en Zuid. Dat probleem lossen we niet op met liefdadigheid en geld dat we over hebben. We moeten integendeel uitgaan van ieders rechten en van “de verantwoordelijkheid om te beschermen”. Dat is een term uit de humanitaire hulpverlening die is ontwikkeld voor oorlogssituaties.
We hebben als mens de plicht om al wie kwetsbaar is en bedreigd te beschermen, ook tegen klimaatverandering en ook preventief, tegen de impact die nog zal komen. Dat kan, door hen toegang te geven tot universele gezondheidszorg. We weten dat sociale bescherming in Europa gewerkt heeft om al te grote ongelijkheid tussen arm en rijk te voorkomen.
We weten dat het goed is kinderen algemene toegang te geven tot onderwijs, dat het een positief effect heeft te verhinderen dat producten van de kleine boer uit de globaal geïndustrialiseerde voedselmarkt gestoten worden en dat armen uit de arbeidsmarkt vallen. Wat nu moet gebeuren is de nodige lessen te trekken uit de dingen die we al weten en het perspectief om te keren.

We willen ons geprivilegieerde bestaan rechtvaardigen en denken liever niet verder door over de armoede die ons omringt.

 

Klinkt dat ‘beschermen’ niet wat paternalistisch?Het heeft alles te maken met hoe je naar armoede kijkt. Sommigen vinden dat de armen arm zijn omdat ze lui en dom zijn. Anderen willen helpen en een centje geven. Maar je kan ook naar de armen kijken vanuit een relatie met die mensen, een betrokkenheid. Het gaat om een spirituele en filosofische dimensie.
Ik kom uit een traditie met aandacht voor de ethische dimensie van ontwikkeling. Daarin gaat het over de kwaliteit van leven en dat staat niet gelijk met het accumuleren van goederen. Er zijn miljoenen mensen die bezittingen hebben opgestapeld en vaststellen dat het hen niet gelukkig maakt. Het is een kwestie van waarden en keuzes. Het heeft te maken met onze moraliteit.
Steeds meer mensen lijken zich af te vragen waarom ze zich iets moeten aantrekken van die ongelijkheid. Ze hebben het zelf al lastig genoeg.
Dat is nu juist het probleem, vaak gaat het om een waardenconflict. Burgers, bedrijfsleiders, politici, onderhandelaars in het klimaatoverleg: we zijn allemaal voortdurend bezig met keuzes maken. Het is heel belangrijk om je bewust te zijn van de criteria op basis waarvan je die keuzes maakt.
Er wordt gekozen op basis van een waardepatroon dat de toekomst van de eigen kinderen belangrijker acht dan de toekomst van de kinderen in Soedan. Regeringen nemen beslissingen waarbij hun burgers belangrijker zijn dan de burgers van een ander land. En dat is ook hun professionele taak als verkozen politicus, namelijk om de grondwettelijke rechten van hun burgers te beschermen. We hebben allemaal onze prioriteiten.
Dit knelpunt dwingt ons precies om dieper na te denken over de betekenis van de mensheid. En concreet voor ons, over wat het betekent om te leven op een eiland van weelde en veiligheid, omringd door mensen in ellende en kwetsbaarheid. We zijn ons niet bewust van die onderliggende waarden omdat we ons geprivilegieerde bestaan willen rechtvaardigen en daar liever niet verder over doordenken.
Individueel gedrag kan dat maatschappelijke waardenpatroon toch niet veranderen?
Het is belangrijk dat ieder individu doet wat binnen zijn of haar mogelijkheden ligt. Maar met zijn allen gaan fietsen of stappen om de broeikasgassen in te perken, is onvoldoende. We moeten een nieuw beeld ontwikkelen van wat goede levenskwaliteit inhoudt, van wat een vooruitstrevende samenleving is.
Het Human Development Report 2007-2008: Fighting Climate Change: Human Solidarity in a Divided World stelt die fundamentele vraag naar een andere ontwikkelingsfilosofie en de behoefte om een nieuwe invulling te vinden van wat vooruitgang is. Dit in tegenstelling tot de visie van de Wereldbank op klimaat (bijvoorbeeld in Strategic Framework for the World Bank Group 2008). Waar het uiteindelijk om gaat en wat we moeten leren, is hoe we met z’n allen kunnen samenleven op deze wereld.
U stelt dat we daarvoor grondige vernieuwing in kennis en wetenschap nodig hebben.
Jeffrey Sachs en Nicolas Stern kunnen briljante economen zijn, maar hun kennis is ontoereikend voor de complexe problemen die we vandaag het hoofd moeten bieden. Ook klimaatexperts kunnen geen perfecte voorspellingen doen. Er moet veel meer samenwerking en uitwisseling komen en democratisering van de wetenschap. Maar er is ook andere kennis nodig. Het probleem is immers ook: wiens waarden en wiens kennis bepalen het debat en het zoeken naar oplossingen?
Ik denk dat we fundamentele antwoorden kunnen vinden in de inheemse kennis wanneer het gaat om aanpassing aan nieuwe klimaatomstandigheden. De Braziliaanse denker en schrijver Buenaventura do Sousa Santos ontwikkelde het begrip “cognitieve rechtvaardigheid” om te wijzen op de vernieuwende bijdrage van ideeën die niet komen uit de bekende kanalen van regeringen, economen of de Wereldbank.
Sommigen zeggen dat we een derde industriële revolutie nodig hebben.
We zijn inderdaad op een moment in de geschiedenis gekomen waarop een revolutie nodig is die vergelijkbaar is met de industriële revolutie. Maar dan een nieuwe revolutie, gericht op duurzaamheid. De minister voor Energie van de VS had het inderdaad over een nieuwe industriële revolutie en ik denk dat hij gelijk heeft.
Maar we moeten ons daarbij afvragen: wat is een goed leven, wat is ontwikkeling, wat is vooruitgang in de 21ste eeuw? Het gaat er voor mij niet zozeer om de tweede industriële revolutie alle schuld te geven. Maar het is wel zo dat er fouten zitten in dat model en dat het vandaag voorbijgestreefd is. We zijn op een kruispunt gekomen waarop we dingen moeten herzien, en dat is een goede gelegenheid.
Hoe moet je omgaan met de contradictie tussen de noodzaak van een diepgaande ommekeer en de dringendheid van het probleem?
Daar heb ik geen oplossing voor, het is een contradictie die we moeten meenemen. Voor vele dingen zijn we wellicht te laat. Maar dat mag geen reden zijn om in rampen te geloven. Laat het veeleer een drijfveer zijn om ons in te zetten voor de verandering. We hoeven ook niet alles uit te vinden, er liggen heel wat elementen op tafel, er is veel dat al gedaan kan worden. Het moet alleen meer aan de oppervlakte komen en zichtbaar gemaakt worden.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.
randomness