‘Zeg wat je te zeggen hebt duidelijk, met liefde en als het moet met compassie. Er is al zoveel miserie’

Kardinaal Danneels over godsdienst, wereldeconomie en politiek

MO* sprak met kardinaal Godfried Danneels, de man die tot nader order aan het hoofd staat van de – eveneens tot nader order – grootste religie in Vlaanderen. Over godsdienst, wereldeconomie en politiek. En over het flexibele geweten en de religieuze macht.

  • © Mazur/catholicnews.org.uk (CC BY-NC-SA 2.0) © Mazur/catholicnews.org.uk (CC BY-NC-SA 2.0)

Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, en in Rome doen ze er alles aan om het allerhoogste voorbeeld nauwgezet te volgen –tenminste als het op benoemingen van eigen leidinggevend personeel aankomt. De brief van Godfried Danneels waarin hij als 75-jarige zijn pensionering aanvroeg, werd bijna een jaar geleden bezorgd aan het Vaticaan. Een antwoord en een opvolger laten nog steeds op zich wachten. Naar de redenen voor die trage procedure hebben burgers, parochianen en de kardinaal zelf het raden.

Danneels betwijfelt dat het Vaticaan wacht op het uitklaren van de politieke impasse in België, al was het maar omdat die impasse stilaan even duizendjarig dreigt te worden als de wederkomst van de messias. Veel plausibeler lijkt het dat men de kardinaal nog de tijd wil gunnen om enkele projecten af te werken: de komst van tienduizenden jongeren in de geest van de Taizé-gemeenschap naar Brussel tijdens de voorbije kerstvakantie, de viering van 450 jaar aartsbisdom Mechelen-Brussel in 2009 en de heiligverklaring van pater Damiaan –Tremelo ligt tenslotte ook in het aartsbisdom.

Godfried Danneels heeft zijn katholieke kerk de voorbije kwarteeuw zien veranderen van een groot en machtig instituut in een gemeenschap van half lege kerken en vergrijzende gelovigen. Toch slaagde hij zelf erin om zéér aanwezig te zijn in de – nochtans allesbehalve christenvriendelijke – Belgische media. Meestal was dat om het over binnenkerkelijke thema’s of christelijke waarden te hebben.

‘Er moet een betere mondiale regulering komen van economie, financiën, consumptie, bezit, water, klimaat, basisgoederen…’

MO* vroeg zich af of de kardinaal en zijn kerk ook een boodschap hebben in verband met mondialisering, economische crisis en interculturaliteit. In eerste instantie antwoordt de kardinaal daarop dat ‘de core business van de kerk God is, niet geopolitiek of mondiale economie’. Al voegt hij daar onmiddellijk aan toe dat iedereen die God erkent als vader, zich ook moet bekommeren om zijn broers en zussen. Die familiale visie op de mensheid dwingt elke christen volgens hem te streven naar een globalisering die ‘de mens als mens niet stukmaakt, die een juist evenwicht vindt tussen het individuele en het sociale aspect van de mens en van de mensheid’. Meer precies: ‘De Kerk is voor een globalisering van de liefde, niet voor een globalisering van het profijt. Er moet een betere mondiale regulering komen van economie, financiën, consumptie, bezit, water, klimaat, basisgoederen…’

Dat klinkt al snel concreter dan wat de kardinaal voor ogen heeft, want ‘als het er op aankomt om onze visie op een solidaire mensheid om te zetten in concrete wetten, structuren en wereldorganisaties, dan komen we op een terrein dat de competentie van de kerk overstijgt. In feite is dat de roeping van de Verenigde Naties, maar die hebben te weinig macht. Als er zich ergens een situatie van geweld voordoet, zie je dat de lidstaten uiteindelijk nog altijd doen wat ze willen. De standpunten en afspraken die binnen de VN gemaakt worden, zijn moeilijk afdwingbaar, er zijn nauwelijks sancties.’ De rol die religies en levensbeschouwingen daarbij moeten spelen, vindt de kardinaal, is het creëren van een wereldgeweten. Al is dat nog lang niet verworven: ‘De levensbeschouwelijke overtuiging dat een wereld zonder wereldgeweten op drift geraakt, is nog niet doorgedrongen.’

Daarmee zijn we terug op vertrouwd terrein. Het geweten. In de jaren zestig wrikten theologen de onbuigzame moraal van de Kerk open met de stelling dat elk individu van God de vrijheid van kiezen en handelen gekregen heeft en dat die vrijheid gestuurd moet worden door het eigen geweten, niet door harde oekazen vanuit de klerikale hiërarchie. In Europa en de Verenigde Staten speelde het debat zich grotendeels af rond vragen van seksuele moraal en reproductieve rechten. Dat creëerde het beeld van een katholieke kerk die zich specialiseert in de regio rond en onder de navel, terwijl het gebied van de mondiale onrechtvaardigheid aan het blikveld van de prelaten ontsnapt. Dat is niet helemaal terecht.

Paus Johannes Paulus II deed een aantal krasse uitspraken die meer thuishoren op het Wereld Sociaal Forum dan op een bijeenkomst van strenggelovige katholieken. Hij was in 2003 ook een van de meest uitgesproken tegenstanders van de oorlog die de VS begonnen in Irak. En wie de teksten naleest die de Vaticaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, mgr. Celestino Migliore, uitsprak tijdens de recente Conferentie voor de Financiering van Ontwikkeling (Doha, november 2008), die beseft dat er wel degelijk iets als een mondiale, sociale ethiek bestaat in de kerk.

‘Wij zijn –al eeuwen– eerder specialisten in individuele moraal dan in collectieve moraal’

Toch is het allemaal een beetje too little, too late, geeft kardinaal Danneels toe. ‘Wij zijn –al eeuwen– eerder specialisten in individuele moraal dan in collectieve moraal. De echte sociale leer van de kerk is nog niet zo oud. Het was paus Leo XIII die daar in 1891 een begin aan maakte met de encycliek Rerum Novarum. Maar op het vlak van sociale rechten komt de kerk meestal een stuk achterna. Het feit dat het niet enkel gaat om de houding van de ene mens tegenover de andere, maar ook over structurele relaties en over instellingen, zorgt ervoor dat het ontwikkelen van een degelijke visie tijd vraagt.’

In de aanloop naar de verkiezingen in de VS spraken een aantal katholieke bisschoppen zich duidelijk uit tégen een stem voor Barack Obama, omwille van zijn standpunt over abortus. Dat leidde een aantal commentatoren ertoe om te spreken over een one-issue-church, want vier jaar geleden was er geen enkele bisschop die katholieken opriep niet voor Bush te stemmen omwille van zijn positie over klimaatverandering, zijn anti-armenbeleid of de oorlog in Irak.

Danneels laat me die opmerking niet afmaken voordat hij beslist interveniëert: ‘Ik zou nooit zo’n uitspraak doen. De Kerk moet de politiek niet zo direct aanvallen. Trouwens, wat die abortusproblematiek betreft, is er een document uit het Vaticaan dat stelt dat katholieke volksvertegenwoordigers, die te maken hebben met een wetsvoorstel voor abortus, vóór zo’n voorstel kunnen stemmen als ze daardoor vermijden dat een nog verdergaand voorstel goedgekeurd wordt. De Kerk laat ruimte voor een eigen gewetensafweging in het parlement. Er is in de Amerikaanse Kerk dan ook veel discussie over de bisschoppen die zich zo radicaal uitspreken. Tenslotte moet het persoonlijk geweten ook nog zijn rol kunnen spelen bij het beoordelen van een morele daad. Dat vind ik toch.’

De kerkleiders die het strengst in de leer zijn wat persoonlijke moraal betreft, blijken vaak het meest flexibel als het maatschappelijke moraal betreft. Als het gaat over de verantwoordelijkheid van mensen in leidinggevende functies in de financiële wereld of in multinationale bedrijven worden zelden even categorieke uitspraken gedaan als wanneer de homoseksuele medemens op de agenda staat, bijvoorbeeld. Gelovige managers plooien zich naar de eisen van hun aandeelhouders –ook al zijn ze voorstanders van rechtvaardige lonen en arbeidsomstandigheden. Het argument is dan dat het systeem zich anders wel van hardere managers bedient om de uitbuiting te organiseren.

Danneels: ‘In zo’n situatie moet je spreken over een maximum en een optimum. Het maximum is volgens mij nooit te bereiken, hoe zeer je een moreel principe ook aanhangt en verdedigt. Het optimum is het beste dat je nu, in de gegeven omstandigheden, kan realiseren. Als dat goed overwogen is, kan je aanvaarden dat het onvolmaakt is. Iemand die voor een dergelijk optimum kiest, kan je niet verwijten dat hij ontrouw is aan zijn persoonlijke morele ideaal. Zelfs als bedrijfsleiders door het systeem gedwongen worden te delokaliseren of personeel af te danken, kunnen ze menselijke overwegingen meenemen bij de uitvoering van die beslissing. Ze moeten niet enkel koude criteria hanteren, ze kunnen rekening houden met het feit dat iemand een grotere familielast heeft, bijvoorbeeld.’

‘Een godsdienst die macht uitoefent om de macht, is klaar om te imploderen. De katholieke Kerk heeft die vergissing in de loop van de geschiedenis gemaakt en dat waren dan ook niet de gelukkigste perioden’

De katholieke Kerk wordt hoe langer hoe meer gemeten aan haar eigen morele standaarden. Dat leidt tot erg pijnlijke vaststellingen over pedofiele priesters of ander machtsmisbruik door pastores. Maar hoe zit het eigenlijk met het geld van de Kerk? Wordt dat belegd in de meest profijtelijke aandelen of gebruikt de kerk haar aandelen om multinationals tot meer ethiek te bewegen? Kardinaal Danneels verwijst eerst naar Oever (Overleg Ethisch Vermogensbeheer), een samenwerkingsverband van katholieke congregaties die sinds 1992 werk willen maken van een meer ethisch beheer van hun vermogen.

Daarnaast, zegt de kardinaal, functioneert er binnen het aartsbisdom een economische raad die nauwkeurig toeziet op de financiële beslissingen van de Kerk. ‘Ons geld beleggen in de wapenindustrie, daar zou ik wel problemen mee hebben.’ En werd er geld van de katholieke Kerk van België belegd in hoge-risico, hoge-opbrengst, afgeleide financiële producten, die voor een wereldwijde crisis gezorgd hebben? Dat weet de kardinaal niet. ‘Zelfs de mensen van de economische raad hebben daar maar beperkt zicht op, want je weet tenslotte nooit wat er met je geld gebeurt, zelfs als je het op een “goede bank” plaatst. Dat neemt de verantwoordelijkheid voor een weloverwogen plaatsing natuurlijk niet weg.’

Wie meer wil weten over het financiële reilen en zeilen van de kerk botst wel niet langer op een dikke kerkmuur. Want zoals alle vzw’s moet ook de kerk sinds vorig jaar haar jaarrekeningen neerleggen bij de Nationale Bank, en dus zijn die rekeningen in te kijken. Dat lijkt de kardinaal best een goede zaak: ‘Niet dat we die verplichting nodig hadden om ethisch om te gaan met onze middelen, maar je weet natuurlijk nooit.’

Kardinaal Danneels benadrukt ook dat het vermogen van de katholieke Kerk minder indrukwekkend is dan het lijkt. Al die scholen, ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen zijn niet echt te gelde te maken, zegt hij. Blijft het feit dat de kerk een enorm institutioneel patrimonium heeft, terwijl het aantal praktiserende gelovigen de voorbije twintig jaar pijlsnel gedaald is. Evolueert de kerk in Europa naar wat de Braziliaanse bisschop Helder Camara in de jaren zeventig al “abrahamitische minderheden” noemde: gemeenschappen die het van de kracht van hun overtuiging moeten hebben in plaats van van de macht van het instituut?

Danneels: ‘Ik denk dat mgr. Van den Bergh (de voormalige bisschop van Antwerpen) gelijk heeft als hij zegt dat wij geen minderheid zijn, maar een afbrokkelende meerderheid. Dat is een veel moeilijkere positie, want een minderheid ageert vanuit een duidelijke identiteit, vanuit zeker weerbaarheidsgevoel. Een minderheid is wervend. Een afbrokkelende meerderheid verdwijnt geruisloos.’

In elk geval is kardinaal Danneels blij dat de katholieke Kerk van 2009 niet langer de machtskerk van vijftig of driehonderd jaar terug is. ‘Een godsdienst die macht uitoefent om de macht, is klaar om te imploderen. De katholieke Kerk heeft die vergissing in de loop van de geschiedenis gemaakt en dat waren dan ook niet de gelukkigste perioden uit de kerkgeschiedenis. We zijn nu genezen van dat machtsstreven –voor een deel omdat men ons die macht ontnomen heeft, maar toch ook als gevolg van een eigen reflectie.’

De Belgische kerk heeft haar machtspositie misschien drastisch zien wegsmelten, hetzelfde kan niet noodzakelijk gezegd worden van de Rooms Katholieke Kerk als mondiale instelling. Alleen al het feit dat de RKK als enige wereldgodsdienst ook een eigen staat heeft –Vaticaanstad– geeft toegang tot allerlei fora en spreekgestoelten, onder andere binnen de Verenigde Naties waar het Vaticaan de status van waarnemend lid heeft. Critici vinden dat de Kerk daardoor zijn kritische afstand opgeeft, in tegenstelling tot alle andere religies die blijkbaar veel radicaler zijn in hun afwijzing van de vermenging kerk en staat.

Danneels is niet overtuigd: ‘Een staat van veertig hectare biedt hooguit een zekere garantie van zelfstandigheid voor de paus tegenover Italië –al staat de Romeinse politie natuurlijk tot aan het Sint-Pietersplein. Die eigen staat voorkomt dat de paus burger moet zijn van een ander land, maar geeft het hem macht in de wereld? Dat betwijfel ik. Het geeft hem wel de positie om overal ter wereld als staat op te treden. De kerk krijgt daardoor spreekrecht in het concert der naties, terwijl men anders de religie zou kunnen marginaliseren als een loutere privé-onderneming. Ik geloof dat een kerk die honderden miljoenen christenen vertegenwoordigt méér is dan dat.’

Die laatste opmerking geldt natuurlijk ook voor de islam, voor de protestantse kerken, voor het hindoeïsme, voor het boeddhisme … Danneels: ‘De islam is vaak vereenzelvigd met de staat. De staten uit de Maghreb, Egypte, Irak en Iran: daar valt de religieuze organisatie vaak samen met de staatsorganisatie. Dan denk ik: ze zouden ook beter een soort Vaticaanstad hebben.’

De kardinaal benadrukt het gevaar van religieus fundamentalisme, maar ziet tegelijk vooral veel gematigde gelovigen in de Belgische kerken, en ook wel in de islamitische wereld. Tegelijk waarschuwt hij voor het loslaten van levensbeschouwelijke waarden en normen. ‘De voorbije vijftig jaar is letterlijk alles geliberaliseerd, tot en met de publieke moraal. Twijfelen aan alles is ook eerder een pose geworden dan een kritische houding. Het is niet toevallig dat rechts in diezelfde periode een sterke opgang kende. Het fundamentalisme en het sectarisme zijn vaak reacties op het relativisme. Een aantal mensen heeft liever een sterke leider, waar zij achteraan kunnen marcheren, dan een vlottende wereld waarin de hechtingspunten losgemaakt zijn.’

‘Zeg wat je te zeggen hebt, zeg het duidelijk en zeg het met liefde, en als het moet met compassie. Er is toch al zoveel miserie’

Voelt de kardinaal dan nooit de verleiding om ook wat duidelijker te spreken en meer uitgesproken de lijnen te trekken, om op die behoefte in te spelen? Hij reageert wat verbaasd, want meent dat hij de lijnen altijd nogal klaar en helder getrokken heeft. Alleen laat hij zich ‘niet verleiden tot oneliners of slogans, want de grote knal die ontstaat als je hem uitspreekt, is de volgende dag alweer verzwolgen door de grote stilte die erop volgt. Mijn motto is: zeg wat je te zeggen hebt, zeg het duidelijk en zeg het met liefde, en als het moet met compassie. Er is toch al zoveel miserie.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur