Het liberale fundamentalisme bedreigt de democratie

De financiële wereldmarkt ontsnapt grotendeels aan de controle van nationale en internationale autoriteiten. Ik vind die situatie tegelijk ongezond en onhoudbaar. De markten zijn van nature onstabiel en een aantal sociale behoeften worden niet vervuld als je marktkrachten de totale vrijheid laat.
Jammer genoeg wordt die analyse niet door iedereen gedeeld. Integendeel, doorgaans meent men dat markten zichzelf corrigeren. Men neemt aan dat de wereldeconomie kan bloeien zonder dat tegelijk gewerkt wordt aan een echte mondiale maatschappij. Men beweert stellig dat het algemeen belang het best gediend wordt als iedereen voor zijn eigen belang opkomt. Dat pogingen om het gemeenschappelijke belang veilig te stellen, alleen maar het marktmechanisme in de war brengen. Deze manier van denken herinnert sterk aan het ‘laisser faire’ van de 19de eeuw. Ik heb er een betere naam voor bedacht: marktfundamentalisme.

Dat integrisme heeft het kapitalistische wereldsysteem vooral de jongste jaren ongezond en onhoudbaar gemaakt.

Het negentiende-eeuwse kapitalisme is ondanks zijn relatieve stabiliteit van de kaart geveegd door de eerste wereldoorlog. Een slappe poging tot herstel van de oude orde na de oorlog strandde in de krach van 1929 en in een tweede wereldoorlog. Kunnen we er niet vanuit gaan dat het huidige kapitalisme, dat niet eens die stabiele trekken vertoont, eenzelfde lot beschoren is? Mijn stelling is dat het marktextremisme vandaag een grotere bedreiging vormt voor de vrije maatschappij dan alle totalitaire ideologieën.

Over de gebreken van financiële markten kan ik preciezer zijn. Volgens mij hebben de integristen een grondig vervormd beeld van de werking van de markt. Zij geloven dat de markt uiteindelijk neigt naar evenwicht. Al erkennen ze natuurlijk dat markten kunnen schommelen. De schommelingen worden toegeschreven aan externe invloeden, de zogenaamde ‘exogene schokken’. De markten zouden heen en weer slingeren als de pendel van een klok, maar telkens terugkeren naar hun evenwichtspunt, hoe breed de bewegingen ook uitslaan. Die visie is volledig verkeerd. Er zijn periodes, en we maken er nu een mee, waarin de kapitaalmarkt niet beweegt als een slinger. Ze raast voort als een losgeslagen massa die het ene land na het andere zware schade toebrengt.

De evenwichtstheorie is gebaseerd op een ongepaste vergelijking met de natuurwetenschappen. Fysieke voorwerpen volgen hun baan, los van de mensen die ze bestuderen. Met markten ligt het anders . Ze weerspiegelen niet gewoon de realiteit, maar scheppen die realiteit gedeeltelijk zelf. Er is een wisselwerking tussen de beslissingen die er genomen worden en de trends die zich nadien aftekenen. Ik noem dat reflexiviteit. Dit begrip is veel beter geschikt voor het bestuderen van de financiële markt maar ook van andere sociale en economische verschijnselen. Veel beter alleszins dan de evenwichtstheorie waarop de klassieke economie zich baseert.

Financiële markten worden gekenmerkt door scherpe stijgingen en inzinkingen. Het is eigenlijk wat verwonderlijk dat de economische theorie zo sterk vasthoudt aan een evenwichtsconcept dat blind is voor deze extremen, waarvan het bestaan zo duidelijk is bewezen.

Dat onevenwicht is niet alleen een gevolg van schokken van buitenaf. Het zit in het financieel systeem ingebakken. Om de economische theorie te doen rijmen met de reële werking van de markt, blijft men toch krampachtig verwijzen naar de externe schokken als een soort ‘deus ex machina’. Het roept herinneringen op aan de astronomen vóór Copernicus. Die wrongen zich in allerlei bochten om de stand van de planeten te verklaren, al hadden ze beter gewoon toegegeven dat de aarde om de zon draait.

In de praktijk weten we nochtans maar al te goed dat financiële markten instabiel zijn en uiterst kwetsbaar voor een krach. Er is natuurlijk gaandeweg een institutioneel kader uitgewerkt om toezicht te houden op de markten en er controle op uit te oefenen. Maar dit kader is nationaal. De internationalisering van de financiële instellingen loopt ver achter bij die van de markten. De Bretton Woods-instellingen deden verwoede pogingen, en zonder hun inspanningen zou het systeem al minstens drie keer zijn ingestort (in 1982, 1994, en 1997).

De crisis die in 1997 in Azië begon, heeft de zwakke plekken van het systeem op een pijnlijke manier blootgelegd. Er moet dringend aan dat systeem worden gesleuteld, want de crisis is nog niet achter de rug. Ze is nu meer dan een jaar oud, maar de problemen van het mondiaal banksysteem zijn nog altijd niet aangepakt. Op dit ogenblik hebben de landen in het centrum van het kapitalistisch systeem de gevolgen van de schok nog amper gevoeld. Integendeel, een aantal van de producten die ze invoeren werd nog goedkoper. Dat leidt tot misplaatste zelfgenoegzaamheid. We zitten op dit ogenblik erg ver van een ‘evenwichtspunt’, en de toestand speelt sterk in het voordeel van de machtige landen uit het centrum, ten nadele van de periferie. Die toestand blijft niet noodzakelijk duren. Ik acht een overcapaciteit en een wereldwijde deflatie niet uitgesloten.

Het marktintegrisme is zo sterk geworden dat elke politieke kracht die er zich tegen verzet aan de schandpaal genageld wordt als sentimenteel, onlogisch en naïef. Het fundamentalisme zelf is naïef en onlogisch. Simpel gezegd: totaal vrije marktkrachten, al laat men ze enkel vrij op economisch en financieel vlak, leiden tot de chaos en kunnen op termijn het democratische wereldsysteem vernietigen.

Men gaat er doorgaans van uit dat kapitalisme en democratie hand in hand gaan. In werkelijkheid hebben ze een veel meer ingewikkelde relatie. Het kapitalisme heeft de democratie nodig als tegenwicht, omdat het zelf niet naar evenwicht neigt. Kapitaalbezitters zijn er enkel op uit om hun winst op te drijven. Laat ze hun gang gaan, en ze blijven kapitaal opstapelen tot er onevenwicht ontstaat. Karl Marx heeft 150 jaar geleden een uitstekende analyse van het kapitalisme gemaakt. Al was de remedie die hij voorschreef , het communisme, erger dan de kwaal. Maar als zijn onheilsvoorspellingen over het kapitalisme niet zijn uitgekomen, is dat enkel te danken aan politieke tegenkrachten die zich in democratische landen hebben ontwikkeld.

Jammer genoeg dreigen we hieruit weer eens verkeerde historische conclusies te trekken. Deze keer komt het gevaar niet uit de hoek van het communisme maar van het liberaal extremisme. Het communisme heeft de marktmechanismen uitgeschakeld en een collectieve controle op alle economische activiteit ingesteld. Het andere fundamentalisme wil dan weer elke vorm van collectief gezag uitschakelen en de marktwaarden boven alle politieke en sociale waarden stellen. Deze twee uitersten dwalen.

Wat we nodig hebben is een evenwicht tussen markt en politiek, tussen het belang van wie de wet vastlegt en wie ze ondergaat.


De auteur is superspeculant en filantroop. Hij is o.m. oprichter van het Quantum Fund, een van de befaamde hedge funds.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3174   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift