Het machtsvacuüm in de Egyptische Sinaï

Het vergeten land roert zich

Het rommelt in de Egyptische Sinaï, die het centrum van het land verbindt met Gaza en Israël. Na jaren verwaarlozing en enkel militaire investering door Caïro, is er een machtsvacuüm ontstaan waarin jihadistische groepen bewegen en aanslagen elkaar opvolgen. De oorspronkelijke bewoners, de bedoeïenen, eisen een gerichte aanpak.

De Sinaï

Driehoekig schiereiland van Egypte

  • Grenst aan de Middellandse Zee, Gaza, Israël, de Golf van Akaba, de Rode Zee, de Golf van Suez en het Suezkanaal.
  • Toeristische bestemming dankzij rijke koraalriffen, woestijncultuur en de voor moslims, christenen en joden heilige Sinaï-berg. 
  • Geostrategisch pijnpunt: de Sinaï is via tunnels de enige verbinding van Gaza met de buitenwereld, en zo een belangrijke transitzone voor handelsgoederen, drugs en personen. 

Belangrijke data:

  • 1956: Suezoorlog in de Sinaï tussen Egypte en Israël, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk over het bezit van en de toegang tot het Suezkanaal.
  • 1967: Israël verovert en bezet de Sinaï.
  • 1978: Egypte en Israël tekenen de Camp David-akkoorden, waarbij Egypte Israël erkent en Israël belooft de Sinaï op te geven.
  • 1982: Volledige terugtrekking van Israëlische troepen uit de Sinaï. Een internationale vredesmacht, de MFO, werd toen ook geïnstalleerd om toe te zien op de naleving van het akkoord. Haar mandaat loopt nog steeds.
  • In 2004, 2005 en 2006 komen bij drie terroristische aanslagen in de plaatsen Taba, Sharm el-Sheikh en Dahab meer dan honderd burgers om het leven.

September in Caïro. De officiële toestemming die ik van de Egyptische overheidspersdienst hoop te krijgen om door de grenspost bij Rafah naar het Palestijnse Gaza te reizen blijft uit. De reden daarvoor is niet de veiligheidssituatie in Rafah of Gaza, wel die van de Sinaï, het Egyptisch schiereiland dat Caïro met de grenzen van Gaza en Israël verbindt.

De Sinaï, verwaarloosd en dunbevolkt, vormt al langer een veiligheidsprobleem voor Egypte. Het onherbergzame gebied kenmerkt zich de laatste jaren steeds vaker als een regio van smokkelroutes, zowel voor handelsgoederen als voor mensen, drugs, wapen uit Libië, autozwendel tussen Libië, Egypte, Gaza, Israël en Saoedi-Arabië. Die lucratieve mogelijkheden, in combinatie met een centraal bestuur in Caïro dat decennialang liever de andere kant opkeek, maken de Sinaï blijkbaar ook tot een gedroomde basis voor jihadistische groepen die er elk zo hun eigen agenda op nahouden.

In augustus van dit jaar haalt de Egyptische Sinaï de internationale krantenkoppen met wat de zwaarste aanslag sinds jaren wordt genoemd. Op vijf augustus komen zestien soldaten om door een terroristische aanslag op een Egyptische grenspost nabij Rafah. De aanslag wordt toegeschreven aan losse radicaal islamistische elementen, die de bedoeling hebben om Egypte te destabiliseren. ‘Als ik u was, zou ik het plan opbergen om via Egypte naar Gaza te gaan. Op de militaire kaart is nu een rode vlag geprikt op de Sinaï. Dit is een complex politiek probleem, met veel vertakkingen’, vertrouwt een medewerkster van de persdienst me toe. Een dag later, op 21 september, doden drie terroristen, die zelf omkomen bij de aanslag, een Israëlische soldaat halverwege de 240 kilometer lange grens van Israël met de Egyptische Sinaï. Deze aanslag wordt opgeëist door Ansar Bayt Al-Maqdis, letterlijk ‘de partizanen van Jeruzalem’.

Interne keuken

Het is onzeker wie echt achter de aanslagen zit, en of de twee aanslagen überhaupt iets met elkaar te maken hebben. Zo bedoeld of niet, de aanslagen waren voor de nieuwe Egyptische president Mohamed Morsi een eerste belangrijke test voor zijn toch al gespannen relatie met Israël. Ik ontmoet ex-generaal en strategisch analist Sameh Seif Elyazal in zijn kantoor in Gomhuria. Hij komt rechtstreeks uit een Egyptische televisiestudio, waar hij reageerde op uitspraken van Israël over de Sinaï. ‘De militaire addenda bij het vredesakkoord dat we in 1979 met Israël ondertekenden, beperkte het aantal permanente Egyptische troepen in de Sinaï. We hameren al langer op amendementen op het akkoord, dat niet meer is aangepast aan vandaag, zodat we meer troepen en andere militaire strategieën kunnen implementeren. Maar Avigdor Lieberman (de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken, td) zei vandaag nog duidelijk dat hij geen amendement wil en geen letter aan het vredesverdrag wil veranderen.’

Volgens Elyazal en Egyptische leiders hebben juist die beperkte militaire mogelijkheden tot de huidige wetteloosheid in de Sinaï geleid. Onzin, reageert Jeruzalem op die beschuldiging, we staan wel degelijk tijdelijke troepenverstevigingen toe als dat nodig is. Niet Israël, wel Egypte heeft de Sinaï lange tijd onder de mat geveegd en verwaarloosd, klinkt het. ‘Dat klopt’, zegt mensrechtenadvocaat Malek Adly. ‘Het veiligheidsprobleem in de Sinaï is een intern Egyptisch probleem, en niet dat van Israël, dat wel degelijk coördineert met Caïro op het gebied van veiligheidsmaatregelen. En het is ook niet het probleem van de Palestijnen.’

Ook met Hamas, dat Gaza bestuurt en de tunnels controleert, zijn er duidelijke afspraken over de grensbewaking, zeggen analisten. In de Egyptische krant Al Ahram vertelt een veiligheidsofficier van Hamas dat president Morsi, die net als Hamas tot de Moslimbroederschap behoort, zeker invloed heeft in Gaza. Op zijn verzoek werden een aantal leidinggevende figuren in de veiligheidsdiensten van Gaza vervangen. Volgens deze Hamasbron werden de tunnels voor het personenverkeer vernietigd. Alleen de tunnels voor het transport van goederen en wapens (uit Libië) blijven bewaard tot er werk gemaakt wordt van de vrijhandelszone tussen Egypte en Gaza waar sprake van is. Of die vrijhandelszone er komt, is een groot vraagteken. Volgens Dina Samak van de online krant van Al Ahram is Morsi de Palestijnen voorlopig liever kwijt dan rijk. ‘De opening van Rafah zou wel eens een zware last voor Egypte kunnen betekenen: ook Hamas voert strijd tegen de jihadisten’, legt Samak uit. ‘En het zou tot een immigratiestroom kunnen leiden die de Egyptenaren niet willen.’

Blind optreden

Sameh Seif Elyazal betwijfelt of er Palestijnen betrokken zijn bij de aanslag op de Israëlische grenspost. ‘Op dit moment zijn er te veel jihadistische groepen met buitenlandse vertakkingen actief in de Sinaï. We hebben er te weinig vat op, geen inzicht in. Sommige zijn takfiri (sektarische strekking die zichzelf het recht toeëigent om andere moslims te veroordelen als afvalligen omdat ze de politieke theologie van de jihadi’s niet volgen), sommige hebben wel degelijk een anti-Israëlische agenda. Maar even vaak voeren groepen een ander politiek doelwit op, bijvoorbeeld de bevrijding van Jeruzalem, als mom voor hun echte doeleinden.’

Volgens Elyazal begonnen de problemen in de Sinaï pas echt toen de Egyptische revolutie in januari 2011 uitbrak. ‘De groepen die er al aanwezig waren, profiteerden van de bestuurlijke chaos toen Moebarak viel en gebruikten het gebrek aan controle om hun positie te verstevigen. Bovendien liet de Egyptische overgangsregering in 2011 verbannen Egyptische islamisten en terroristenleiders die banden hebben met het Al Qaeda-netwerk terugkeren uit Iran, Pakistan en Afghanistan. Een groot deel van hen heeft zich in de Sinaï gevestigd, juist omdat het zo afgesneden is van het centrum van het land.’

Er zijn nogal wat redenen om ernstig te twijfelen aan het effect en nut van een militaire operatie zoals we die de voorbije maanden in de Sinaï hebben gezien
Van die teruggekeerde extremisten heeft de bekende mensenrechtenactivist Ahmed Seif, die ik op een terras in de binnenstad van Caïro ontmoet, weinig weet. ‘Maar het kan’, reageert Seif, die in het verleden optrad als raadsman van mensenrechtenactivisten uit de Sinaï. ‘Het kan ook dat bij de aanslagen Palestijnse islamisten betrokken zijn, aangezien er zeker relaties zijn tussen zulke groepen in de Sinaï en Gaza.’

Seif waarschuwt echter voor wat hij ‘soepanalyses’ noemt: de halve analyses die de Egyptische media in de voorbije anderhalve maand naar voren schoven. ‘De meeste media gooien, doordat ze weinig of niets van de Sinaï afweten, alles op een hoop. Ze schrijven de aanslagen toe aan de bedoeïenen, de oorspronkelijke bewoners van de Sinaï, die net voor de aanslag op het Hilton-hotel in Taba (2004) demonstreerden voor gelijkheid, erkenning en meer zelfbeschikking.’ Na die aanslag, waarbij 34 mensen om het leven kwamen en honderden gewonden vielen, hielden de Egyptische veiligheidsdiensten een massale klopjacht in Al-Arish, nabij Rafah. ‘Drieduizend mensen in Noord-Sinaï werden gearresteerd, ook vrouwen en kinderen. De Egyptische veiligheidsdiensten hadden geen flauw idee wie ze zochten. Men gooide bedoeïenen, salafi-jihadisten en postjihadisten op één hoop. En dat herhaalde zich na de aanslag in Sharm El-Sheikh, een jaar later.’

Ook nu, na de aanslag in augustus op de Egyptische grenspost, reageerde Moebaraks opvolger, president Morsi, met de grootschalige militaire Operatie Sinaï waarbij voor het eerst zelfs vliegtuigen werden ingezet. De Egyptische legerwoordvoerder kolonel Ali liet een maand later door de media optekenen dat daarbij minstens 32 ‘criminele elementen werden uitgeschakeld’ en meer dan 40 mensen gearresteerd.

‘Er zijn nogal wat redenen om ernstig te twijfelen aan het effect en nut van een militaire operatie zoals we die de voorbije maanden in de Sinaï hebben gezien’, reageert Malek Adly, die ook legale bijstand verleent aan bedoeïenen die beschuldigd werden van terrorisme. ‘Er zijn een aantal zaken die een goede strategische militaire operatie bemoeilijken. Zo heeft men geen weet van de geheime militaire afspraken die onder Moebarak tussen Israël en Egypte gemaakt zijn. Bovendien bestaan er twee samenlevingen in de Sinaï: een ondergrondse, die van islamistische, terroristische, of drugscriminele groepen, en een gesloten bovengrondse samenleving, geënt op tribale verhoudingen en economisch achtergesteld. Het probleem is dat men enkel focust op de ondergrondse Sinaï en op het aspect veiligheid. Men heeft geen idee hoe men die gesloten bovengrondse samenlevingen kan betrekken bij het centrale bestuur en slaagt er niet in om hen op de juiste manier te benaderen. En helaas duwt men zo mensen naar het ondergrondse, illegale niveau.’

Ontwikkelingsregio

Schrijver, journalist, blogger en bedoeïen Mossad Abu Fagr is wellicht de bekendste mensenrechtenactivist uit de Sinaï. Bijna drie jaar bracht hij in een Caïreense cel door nadat hij einde 2007 werd gearresteerd. Hij organiseerde toen, met de organisatie Wedna Na’ish (‘Wij willen leven’), een aantal demonstraties tegen de Egyptische plannen om duizenden huizen langs de grens met Gaza te vernietigen. Hij werd ervan beschuldigd anderen aan te zetten tot protest, het ondermijnen van het staatsapparaat en het beledigen van dienstdoende veiligheidsambtenaren. ‘Wat Caïro al lang doet is over ons, bedoeïenen, heen kijken. Alsof we niet bestaan. Caïro gooide de lokale leiders eruit en negeerde het ontbreken van een staatsapparaat. Dat schiep een machtsvacuüm, en bovendien werd het lokale, traditionele controlesysteem gebroken. De clanleiders doen wel degelijk pogingen om opnieuw autoriteit te krijgen en voor stabiliteit te zorgen, maar botsen voortdurend op een repressieve aanpak van de Egyptische veiligheidsdiensten.’

Fagr noemt de Sinaï een ontwikkelingsregio, waar minstens vijftig procent van de bevolking onder de armoedegrens leeft. ‘Bekijk het maar als een rampgebied, we gaan ervan uit dat het aantal armen veel hoger ligt. Er is niet meer geïnvesteerd in basisinfrastructuur in de Sinaï sinds 1976 en we kampen met een tekort aan water. Daar komt bovenop dat Caïro ons als tweederangsburgers ziet. Dat betekent letterlijk dat we worden uitgesloten van legerdienst en veiligheidsdiensten, of van toegang tot de rechterlijke macht. Toen het toerisme in Noord- en Zuid-Sinaï begon te bloeien, waren het niet de inwoners van de Sinaï maar de mensen van de delta die de arbeidsplaatsen kwamen invullen. Men haalde zijn neus op voor lokale mensen, dat neigt naar discriminatie. Vooral de Midden-Sinaï is een zeer arme en ontoegankelijke regio, die kampt met groot watertekort en gebrek aan landbouwgrond.’

Terwijl Egypte investeerders uit het centrum of uit het buitenland oproept om te investeren in grond in de Sinaï, krijgen de bedoeïenen niet de kans om grond te kopen. De oplossing die Fagr ziet? ‘Die is simpel: geef de lokale macht in de Sinaï, niet alleen bestuurlijk, maar ook qua veiligheid, opnieuw in handen van de échte inheemse leiders, de bedoeïenenleiders, in coördinatie met het centrale veiligheidsapparaat. En investeer in sociaaleconomische infrastructuur zoals onderwijs en het scheppen van banen.’

Desinteresse

De Egyptische revolutie bracht niet de oplossing waarop de Sinaï-bewoners gehoopt hadden, zegt Mossad Abu Fagr. ‘Het was een ontgoocheling. We stonden mee op de barricades, en een van de eerste martelaren van de revolutie viel in een dorp nabij Al-Arish in Noord-Sinaï. Maar niemand was in ons verhaal geïnteresseerd.’

Op een gesloten seminarie in Caïro hekelen een aantal bedoeïenenleiders uit de Sinaï de desinteresse. ‘Dit is de zoveelste keer dat we naar Caïro komen om aandacht voor onze regio te eisen, waarom komt er niemand naar de Sinaï?’ klinkt het. ‘Men blijft zich verschuilen achter het zogenaamde complexe verhaal van al die groepen in de Sinaï, terwijl je gewoon de inlichtingendiensten moet laten infiltreren en informatie verzamelen. Zo moeilijk kan dat niet zijn. Men moet alleen willen’, klaagt een spreker.

‘Niemand is geïnteresseerd in de Sinaï, de publieke opinie noch de beleidsmakers’, zegt Dina Samak van Al-Ahram. ‘Op dit moment vechten we nog volop voor de verbetering van rechten van de meerderheid. De minderheden komen op een tweede of derde plaats. Bovendien heeft Egypte een erg gecentraliseerde kijk op zichzelf. Dat maakt het voor de Sinaï, net zoals voor Nubië en het achterland aan de Rode Zee en aan de grens met Libië, zeer moeilijk om politiek en sociaal te integreren.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3068   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur