'Het merk Greenpeace beschermt ons'

Greenpeace ontwikkelt zich meer en meer als een echt mondiale milieuorganisatie. Na de uitbouw van afdelingen in China en India, is nu ook Afrika aan de beurt, met onder meer lokale vertegenwoordigers in Zuid-Afrika en Congo en een heuse Afrikadirecteur in de persoon van Michelle Ndiaye Ntab.

  • Greenpeace Michele Ndiaye van Greenpeace Greenpeace

Ndiaye werkte eerder voor het VN-ontwikkelingsprogramma UNDP en het Afrikaanse Instituut voor de Democratie. MO* sprak met de Senegalese die onlangs in Brussel was.
Mevrouw Ndiaye, wat zijn de prioriteiten van Greenpeace Afrika ?
Het is moeilijk daarop iets anders te zeggen dan klimaatverandering omdat dit zo goed als al de andere zaken raakt die wij daar doen, en die de mensen in Afrika doen. De droogte raakt aan de voedselveiligheid in Zuidelijk Afrika en de overstromingen treffen de landbouw en de woningen van de West-Afrikanen.
Met als gevolg dat mensen van de ene zone naar de andere migreren.
Daarnaast is er onze viscampagne die vanaf volgend jaar echt op stoom zal komen. De Europese Unie verwerft wettelijke vergunningen om Afrikaanse visgronden te bevissen, maar doet dat op niet-duurzame manier.
En dat is onwettelijk?
Inderdaad. In de akkoorden tussen de EU en de Afrikaanse landen staat dat die visvangt op een duurzame manier moet gebeuren maar de regeringen zijn niet in staat om te controleren of dat ook gebeurt. De Europese vissers vissen met netten die over de zeebodem schuren en de visgronden vernietigen.
Hierdoor moeten de traditionele vissers steeds verder op zee gaan, en is de migratie in mijn vaderland Senegal bijvoorbeeld sterk toegenomen. En dan zie je dat de EU zich ongerust toont over de toenemende migratie. Maar als je de mensen hun broodwinning afneemt, moet je niet verbaasd zijn dat ze elders kansen zoeken.
Waarom geven de Afrikaanse regeringen die vergunningen?
Ze hebben de opbrengst ervan nodig om hun begrotingen te stofferen maar laten wel na met dat geld de benadeelden ervan, de locale vissers, te compenseren. Wij zullen de regeringen zeker onder druk zetten om meer aan die slachtoffers te denken. Bovendien moet er worden gewerkt aan hun capaciteit om de naleving van de conventies, en dus de duurzaamheid van de visserij, te controleren. Ze moeten dus veel meer patrouilleren en vissersschepen kunnen stoppen. Die capaciteit uitbouwen, zal tijd vergen.  En financiële middelen.
Jullie strijden ook tegen de ontbossing in Afrika.  Tijdens een recente missie in Congo stelde ik vast dat de bevolkingsgroei en de enorme armoede de basisverklaring vormen voor de ontbossing aldaar. Mensen kappen woud om landbouwgrond vrij te maken voor hun traditionele zwerflandbouw, om wat geld te verdienen door houtskool en timmerhout te produceren. Het is effectief ’s lands grootste armoedebestrijder.
Wij denken dat ook de industriële bosbouw een probleem vormt. Het klopt dat de regering het aantal vergunde hectaren terugbracht van 40 miljoen naar 10 miljoen hectaren maar het probleem is dat die beslissingen niet helemaal worden nageleefd. Er is nog steeds illegale boskap.Wij klagen dat aan. Onze locale vertegenwoordiger René Ngongo weegt echt op het gebeuren ginder.
Daarnaast willen we dat een deel van de maagdelijke bossen in Congo ook echt onaangeroerd blijven voor welk gebruik dan ook. Verder werken wij met locale gemeenschappen en proberen we hen ervan te overtuigen om hout op een duurzame manier te kappen. En hen erop te wijzen dat het bos zowel voor hen als voor de mensheid belangrijk is.
Natuurlijk is het ook zaak dat mensen op allerlei andere manieren een beter inkomen kunnen verwerven. Na het Amazonewoud is het Congowoud het tweede grootste regenwoud ter wereld. We moeten een internationaal mecanisme ontwikkelen om het behoud van dat woud te financieren.
Ik hoor dat zulks weinig waarschijnlijk is: dat vooral landen als Brazilië die al veel ontbost hebben, en monitoring capaciteiten hebben om aan te tonen dat ze herbebossen, kans maken op zo’n internationale financieringsmecanisme.
Toch vecht Greenpeace in het kader van de klimaatonderhandelingen voor een vergoeding voor landen die nog veel bos hebben, om hen te vergoeden om dat bos te behouden. We willen dat de ontbossing over 20 jaar volledig ophoudt in Congo. Dat wordt niet makkelijk. Daartoe moeten we het beleid onder druk zetten, de industriële boskap nauwlettend volgen, en werken met de locale gemeenschappen.
Een onwaarschijnlijk zware taak.
Inderdaad. Maar als er in Kopenhagen een financieringsmecanisme uit de bus komt, wordt die taak al iets overzichtelijker. 
Wat is de Afrikaanse positie inzake de Klimaatonderhandelingen?
Positief is dat de Afrikagroep echt een eensgezind standpunt heeft dat bovendien afwijkt van de andere ontwikkelingslanden. De Groep wil dat de rijke landen hun uitstoot van broeikassen tegen 2020 moeten verminderen met 40 procent. Voor de opkomende landen, waaronder Zuid-Afrika wil de groep een vermindering met 15 procent van de uitstoot.
Door die Afrikaanse positie is het binnen de G77 – de groep van 133 ontwikkelingslanden plus China – moeilijk om nog een eensgezind standpunt te ontwikkelen. De Afrikagroep wil bovendien dat er voor de minst ontwikkelde landen jaarlijks 67 miljard dollar op tafel wordt gelegd door de rijke landen om hen te helpen bij de aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering. Wij steunen de Afrikagroep daarin.
Hoe wil Greenpeace in Afrika eigenlijk actie voeren? Ik verneem dat Greenpeace in China minder confronterend uit de hoek moet komen om te vermijden dat ze buiten de wet worden gesteld. Hoe zit dat in Afrika?
In Afrika werken we zo veel mogelijk vanuit de locale gemeenschappen met locale ngo’s. We gaan overleg met de overheden aan, maar werken ook confronterend. Dat is riskant natuurlijk maar het merk Greenpeace beschermt ons. Dat voelen we. We nemen berekende risico’s. Tot nu toe hadden we nog niet echt noemenswaardige problemen.
Soms wordt beweerd dat milieuproblemen luxeproblemen zijn in Afrika, waar het vooral om het overleven van mensen gaat?
Dat klopt niet. We stellen heel dikwijls vast dat mensen wel degelijk hun leefomgeving willen beschermen. 
Greenpeace haalt zijn geldmiddelen vooral in een aantal noordelijke landen zoals Duitsland of Nederland. Betekent dat dan ook niet dat vooral die landen het voor het zeggen hebben bij Greenpeace? Diens brood men eet, diens woord men spreekt.
Vergeet niet dat Greenpeace België en Duitsland bijvoorbeeld geld ophalen bij de bevolking aan de hand van problemen in bijvoorbeeld Afrika. Wij spelen dus wel degelijk een rol in de financiering van Greenpeace. Bovendien is er echt wel sprake van solidariteit binnen Greenpeace.
Net als in alle organisaties is er uiteraard discussie over de prioriteiten maar dat lijkt me gezond. Uiteindelijk gaan de middelen naar daar waar er het meest nood aan is. Daarom wordt Greenpeace Afrika ook sterker ontwikkeld.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur