Het nieuwe Eldorado ligt in Afrika

De Angolese economie zal dit jaar waarschijnlijk met ongeveer 28 procent groeien - drie keer sneller dan de Chinese. Portugese investeerders zijn er als de kippen bij om zaken te doen in hun vroegere overzeese provincie.

Angola, na Brazilië de grootste voormalige kolonie van Portugal, werd aan puin geschoten in een bloedige burgeroorlog die volgde op het vertrek van de Portugezen in 1975. Er kwam pas een einde aan het conflict met de dood van rebellenleider Jonas Savimbi in 2002. Nu groeit Angola dankzij de rijke grondstoffenvoorraden weer als kool. Na Nigeria is het land de grootste aardolieproducent van zwart-Afrika. Er zitten ook veel diamanten in de ondergrond, en landbouw en visvangst hebben een groot ontwikkelingspotentieel.

Voor Portugal is Angola weer het beloofde land. De Portugese premier, José Sócrates, reist in april naar het Afrikaanse land. Hij werd de voorbije jaren voorafgegaan door Portugese banken, ondernemers en technici.

Met Soares da Costa, Teixeira & Duarte, Mota-Engil en Somage zijn alle grote Portugese bouwfirma’s in Angola neergestreken. Zij hebben een hele kluif aan de heropbouw van het grondig aan flarden gebombardeerde land.

Ook Portugese ondernemers uit andere sectoren hebben de weg naar Angola teruggevonden. Belangrijke investeerders zijn onder meer het luchtvaartbedrijf TAP, de cementproducenten Cimpor en Sesil, verfgigant CIN, Salvador Caetano en Auto-Sueco uit de automobielnijverheid, de consultants Delloite-Portugal en Texto Editora, een uitgeverij die gespecialiseerd is in schoolboeken.

In de financiële sector valt de aanwezigheid van de Caixa Geral de Depósitos (CGD) op, de grootste bank van Portugal en één van de vijftig belangrijkste banken in de wereld. De CGD is een strategische alliantie aangegaan met de Spaanse Banco Santander om een belangrijke participatie te nemen in de Banco Totta de Angola (BTA).

Twee andere belangrijke financiële instellingen uit Portugal, de Banco Portugués de Inversiones (BPI) en de Banco do Espirito Santo (BES), drijven hun activiteiten in Angola op. Via de Banco de Fomento Angola controleert de BPI een vijfde van de Angolese banksector. De BES zal dit jaar 10 nieuwe vestigingen openen in Angola.

Investeren is veel makkelijker geworden in Angola, zegt Manuel Calçada, een Portugese ondernemer die geboren werd in Angola toen dat land nog een Portugese kolonie was, en nu overweegt terug te keren. Portugese en internationale banken zijn welwillend, en de bureaucratie is veel minder erg geworden - vooral voor investeerders die Angolese partners vinden. In ondernemingen en in de administratie gaan de leidinggevende posities nu naar Angolezen die in het buitenland gestudeerd hebben.

Geïnteresseerde ondernemers moeten er wel rekening mee houden dat wegen en nutsvoorzieningen als water en stroom nog altijd rudimentair zijn, waarschuwt Calçada - het gevolg van bijna 30 jaar burgeroorlog.

De economische heropleving heeft de grondprijzen in de hoofdstad Luanda al hoog opgedreven. Maar in het binnenland zijn de zakenkansen volgens Calçada onbegrensd. De burgeroorlog heeft bijvoorbeeld de Angolese spoorwegen grotendeels van de kaart geveegd, maar die worden nu in sneltempo opnieuw aangelegd dankzij een akkoord tussen Angola en China. Dat biedt kansen in de landbouw, want via het spoor kan de oogst eindelijk weer naar de grote afzetmarkten in de steden worden gevoerd.”

De Wereldhandelsorganisatie looft in een recent rapport de groei en de stabilisering van de Angolese economie, maar benadrukt dat er meer nodig is voor een voorspoedige ontwikkeling van het land. Angola moet de extreme armoede en de grote ongelijkheden in het land aanpakken en meer werk maken van goed bestuur en de concurrentiekracht van de Angolese ondernemingen, stelt de WHO.

De uitbouw en een verstandig beheer van de oliesector en de diamantnijverheid, de sterkste troeven van het land, zijn cruciaal voor de toekomst van het land, zeggen ook andere economen. Over beide sectoren hangt nog altijd een waas van corruptie en wanbeheer. Andere prioriteiten zijn de ontwikkeling van het eindeloze binnenland en het wegruimen van de miljoenen landmijnen uit de oorlog. Daardoor zouden talloze vluchtelingen kunnen terugkeren die nu nog altijd ver van hun geboortestreek verblijven. Tijdens de burgeroorlog hebben naar schatting 4 miljoen Angolezen hun dorpen verlaten. (PD)

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift