Het paradijs is van iedereen

Ze zijn alomtegenwoordig op de Westelijke Jordaanoever en ze kijken je aan vanaf muren, in bushokjes en op lantaarnpalen: de Palestijnse martelaars. Fotograaf Sander Buyck en journalist Ward Schouppe trokken naar Bethlehem, Ramallah, Jenin en de dorpen en kampen eromheen om die geobsedeerdheid door het martelaarschap beter te begrijpen. Een verhaal over bijzondere manieren van sterven en over logovermelding op herdenkingsaffiches.

  • Sander Buyck Sander Buyck en Ward Schouppe plakken reproducties van de affiches die Buyck fotografeerde op een deel van de afscheidingsmuur in Qalandiya. Sander Buyck

De meeste posters op de Westelijke Jordaanoever zijn zo gehavend door weer, wind en tijd dat de doden die ze herdenken haast onherkenbaar zijn geworden. De meeste martelaars zien eruit als gewone burgers, sommige komen in beeld als gewapende mannen in gevechtskleding voor de gouden Rotskoepel op de Tempelberg in Jeruzalem. Al deze doden zijn vervagende getuigen, daders of slachtoffers van geweld, strijd en onrecht. Ze woonden in de buurt waar hun beeltenis hangt te verweren, of het waren prominente politici, zoals Jasser Arafat. De vormgeving van de affiches is simpel: een portret met de naam, de sterfdatum, een logo van een politieke partij of een militie erop. Sporadisch zie je ook een citaat uit de Koran. Een oude man in het vluchtelingenkamp van Jenin vat het kort samen: ‘We laten deze posters hangen, soms jarenlang. En hoewel ze langzaam vergaan, zal niemand ze vervangen of wegnemen. Als ze loskomen of op de grond vallen, hangen we ze weer op. We hebben erg veel respect voor onze sjahieds!’

De woelige jaren van de intifada’s op de Westelijke Jordaanoever zijn al een tijd voorbij, maar ook nu nog komen er elk jaar martelaren bij. Toen in mei 2012 de gouverneur van Jenin, Moessa Kadora, overleed aan een hartaanval, werd hij in zijn thuisstad herdacht als een echte sjahied. Zijn affiches werden verspreid in de stad. Ook conflicten buiten de bezette Palestijnse gebieden leveren steeds nieuwe martelaren op. Palestijnse ballingen die omkomen in conflicten in buurlanden worden met hetzelfde respect behandeld als inwoners van de Palestijnse gebieden. Toen Palestijnse vluchtelingen in 2011 vanuit Syrië wilden terugkeren naar Israël (en de bezette Palestijnse gebieden) vanwege de burgeroorlog daar, werden ze door de Israëlische grenspolitie beschoten. Vijftien Palestijnen verloren daarbij het leven.

Eén van hen was Inas Sjreitah, die geboren werd in het vluchtelingenkamp van Jarmoek, bij Damascus, Syrië. Haar familie in Jatta, bij Hebron, kreeg een martelaarposter opgestuurd via e-mail. Met de hulp van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina werd de affiche verspreid in de geboortestad van Inas’ ouders. ‘Zonder de e-mail wisten we zelfs niet hoe Inas eruitzag. Onze familie hier heeft haar nooit echt gekend. Maar uit respect voor haar als martelaar willen we ook hier herdenkingsposters ophangen’, vertelt haar neef Imad.

In een vluchtelingenkamp in de buurt van Bethlehem springt een martelaarposter in het oog die twee jongens afbeeldt. Bewoners van het kamp vertellen ons dat het twee elfjarige klasgenoten zijn die in 2009 verdronken in irrigatievijvers in de buurt. Waarom zijn deze kinderen martelaren? Wat hebben zij te maken met de strijd? De moeder van Azzedin, een van de jongens: ‘Een martelaar is iemand die sterft op een abnormale manier. Drenkelingen, mensen die omkomen in een brand en gesneuvelde soldaten zijn allemaal martelaren. Dat heeft God gezegd.’ Ook sommige Palestijnen die overleden aan hartfalen, kanker of in een auto-ongeluk worden als sjahied herdacht.

Hamas naast Fatah

Omar Al-Akad heeft een middelgrote drukkerij in Ramallah. ‘De meeste affiches die ik druk zijn bestemd voor doden die lid waren van een politieke partij of een militante beweging. Het is de verantwoordelijkheid van de partij of militie om martelaarposters te laten maken en uit te delen. Dat zou ook de wens geweest zijn van de overledene.’ Omar zegt dat een oplage voor een sjahied uit Ramallah van 1000 exemplaren ongeveer 150 sjekel kost (30 euro, nvdr. ). Enkel voor nationale figuren zoals Arafat worden er grotere oplages gedrukt. ‘Hoewel ik veel respect heb voor onze martelaren, worden de kosten gedragen door de opdrachtgever. Ik moet er ook geld mee verdienen.’

Politica Khalida Jarrar van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP) bevestigt dat haar partij de drukkosten op zich neemt: ‘Als een lid van de partij sterft of omkomt, maken wij een herdenkingsposter. Het is een traditie in Palestina en eigenlijk is het een eerbetoon. Deze posters worden door iedereen gerespecteerd, zelfs als men er andere politieke voorkeuren op nahoudt.’ Het PFLP heeft ook banden met de Aboe Ali Moestafa-brigade (een gewapende militie, nvdr). Deze groepen worden door Israël en het Westen gezien als terroristische organisaties. Jarrar zegt dat martelaarposters voor gesneuvelde brigadiers betaald worden door particulieren, dat het PFLP daar niet toe bijdraagt. ‘Ook andere politieke partijen doen het zo’, voegt ze er nog aan toe.

In Al-Khader, in de buurt van Bethlehem, bezoeken we de familie van Rami Moessa. De zestienjarige scholier kwam in 2001 om bij een beschieting van het dorp. De woonkamer van de familie Moessa ziet eruit zoals de meeste Palestijnse zitkamers: overal sofa’s, een grote afbeelding van de Rotskoepel centraal in de ruimte en veel familiefoto’s. Twee verschillende martelaarposters van Rami sieren de wanden. De poster met het Fatah-logo toont een vriendelijk ogende puber, de Hamas-affiche beeldt Rami af met een kalasjnikov losjes over zijn schouder. Op de achtergrond schittert de gouden Rotskoepel.

Als we vragen stellen over deze poster, reageert de familie merkwaardig. ‘Geen foto’s maken! Ze hebben gewoon zijn hoofd op een ander lichaam gemonteerd! Dit is Rami niet! Rami was een onschuldig kind!’, zegt zijn moeder. Waarom neemt de affiche dan toch zo’n prominente plaats in? ‘We hebben die poster gekregen van Hamas, we kunnen hem niet wegdoen, dan zouden we in de problemen komen’, verklaart ze fluisterend. De familie praat niet vrijuit. Ze zijn zichtbaar op hun hoede.

‘Het is een traditie in Palestina. Eigenlijk is het een eerbetoon. Iedereen respecteert deze posters, ook wie er andere politieke voor- keuren op nahoudt.’

Op de affiche van de verdronken kinderen uit Bethlehem prijkt duidelijk het logo van de Fatah-partij: twee gekruiste geweren met Palestijnse vlaggen op een gele achtergrond en een kaart van Palestina. De moeder van Azzedin sympathiseert met Fatah en ziet er geen graten in: ‘Mijn man is lid van de partij, de militanten kwamen steun geven na het ongeval én ze hebben de posters gemaakt. Ze zijn hier gebleven en hebben geholpen bij de begrafenis. De martelaarposter is voor ons vooral een sociaal iets.’

In het vluchtelingenkamp Diheisjeh, bij Bethlehem, spreken we met een man met contacten in de hoogste politieke echelons. Daarom wenst hij anoniem te blijven. Hij bevestigt dat sommige politieke partijen bewust bezig zijn met het martelaarschap: ‘Een partij met veel martelaren kan daar ook electoraal voordeel uit halen. Die partij toont zo aan de enige échte Palestijnse partij te zijn, bereid om offers te brengen voor haar idealen. Maar zelfs als de overledenen geen partijgetrouwen waren, worden ze soms geannexeerd als martelaar door een partij, hoewel ze toevallige burgerslachtoffers waren. Om de heldenstatus nog meer te onderstrepen gaan sommige mensen aan de slag met Photoshop. Dat gebeurt ofwel bij de drukker zelf, ofwel bij particulieren.’

Manipulatie

Via onze tolk zoeken we een drukker die de foto’s bewerkt of een fotograaf die de affiches op voorhand bewerkt. Al snel stuiten we op erg veel weerstand. Omar Al-Akad van de drukkerij in Ramallah zegt dat hij niet ongevraagd logo’s op foto’s zet. Foto’s bewerken vindt hij helemaal onkies: ‘Wij doen dat niet. We monteren niets of voegen niets toe. We gebruiken altijd de foto die gebracht wordt. Ik vind dat dergelijke montages van weinig respect getuigen tegenover de martelaren. Het is een manipulatie van de waarheid.’ Naar eigen zeggen kent hij geen enkele drukker die het wel doet. Heel af en toe krijgt hij wel al bewerkte foto’s waarop martelaren in gevechtskleding of met wapens staan afgebeeld, die drukt hij wel af.

Wie bewerkt die foto’s die drukkers zoals Omar aangeleverd krijgen? De meeste getuigen zeggen dat het om kleine eenmansbedrijfjes gaat, die afgeschermd worden. Het is duidelijk dat deze vorm van politieke propaganda aangestuurd wordt uit donkere hoeken van de Palestijnse samenleving. Het is moeilijk om uit te maken hoeveel martelaarposters getrukeerd zijn, want drukkers houden geen archief bij. De meeste Palestijnen die we spreken, uiten overigens ook hun ongenoegen over deze manipulaties van foto’s.

Manipulatie achteraf is niet altijd nodig. Soms wordt het fotomateriaal al bij leven voorbereid voor later gebruik als martelaarposter. Vele jonge activisten laten martelaarfoto’s nemen in obscure fotostudio’s. Het verhaal van Khamis Jarwan, een zelfmoordterrorist die zichzelf in 2003 opblies in een supermarkt in Tel Aviv, is sprekend. Zijn vader vertelt: ‘Drie maanden voor de aanslag kwam Khamis thuis met zes foto’s. Hij vroeg aan zijn moeder welke ze de mooiste vond. Ze koos één foto en vroeg hem daarna waarom hij dat wilde weten. Khamis antwoordde gewoonweg: “Omdat ik die foto wil gebruiken als ik later martelaar ben.”’ Khamis had gewone portretfoto’s laten maken. Anderen gaan bij leven al poseren in gevechtsuitrusting. Raed Karmi, een erg actieve militant van de Al Aqsa-brigade (militie gelieerd aan de Fatah-partij, nvdr), was goed voorbereid op zijn martelaarschap. Als we op bezoek zijn bij zijn weduwe, krijgen we foto’s in de hand geduwd waarop Karmi trots poseert met kalasjnikovs. Op sommige foto’s houdt hij een wapen in de ene hand, in de andere zijn dochter van zes maanden. Het zijn bevreemdende beelden. Toch is het niet zo opzienbarend dat echte militanten rekening houden met de dood. Veel frappanter is dat vele gewone jongeren ook met valse wapens gaan poseren in geïmproviseerde fotostudio’s. ‘Je weet maar nooit of jij misschien de volgende bent die sterft’, is de uitleg die we krijgen.

Politieke annexatie

De Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever herdenken hun martelaren actief. Daarbij maakt het niet uit of de overledene nu moslim of christen, militant of burger, jong of oud is. Het ooit puur religieuze aspect heeft aan belang ingeboet ten voordele van nationalistische motieven. De term sjahied is onderhevig aan een echte inflatie en wordt vandaag gebruikt voor zowat elke Palestijn die onverwacht sterft.

Martelaarposters worden door familie of politieke partijen en milities betaald en verspreid, bijna zonder uitzondering krijgt de poster een politiek logo mee. Partijen willen zo steun betuigen aan families die dierbaren verloren, terwijl ze zich tegelijk ook profileren als een echte Palestijnse nationalistische beweging die bereid is offers te brengen. Daarin gaan sommige partijen of particulieren zo ver in dat ze foto’s bewerken om ze een militantere uitstraling te geven.

De constante aanwezigheid en dreiging van geweld in de Palestijnse samenleving, de willekeur van de dood en de politieke annexatie van burgerslachtoffers als iconen voor de nationale strijd dragen ertoe dat de martelarencultus op de Westelijke Jordaanoever, bij uitbreiding in alle bezette Palestijnse gebieden, zo’n invloed en impact heeft op de gewone samenleving. Ongetwijfeld is die verheerlijking een manier om het leven in een uitzichtloos conflict toch zin te geven, bij te kunnen dragen aan een groter geheel. Het geloven in een natie is in de Palestijnse gebieden bijna een religie geworden, met als centrale waarde opoffering voor een hoger doel: Palestina.

Dit artikel kwam tot stand naar aanleiding van het artistiek journalistiek project ‘Rendez-vous au Paradis’ van fotograaf Sander Buyck in samenwerking met Fonds Pascal Decroos.

De tentoonstelling Rendez-vous au Paradis, met meer uitgebreid beeldmateriaal, opent op zaterdag 25 mei 2013 vanaf 18u in de Norbertijnerkapel, Patershol (Drongenhof/Kaatsspelplein), Gent en loopt tot 9 juni 2013. Open van dinsdag tot zondag van 14u tot 19u. Bezoek ook sanderbuyck.com/RVAP (online vanaf 25 mei).

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3068   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift