Het rapport van ontwikkelingshulp

Het is een even jaarlijkse gewoonte als de Gouden Uil of de Gouden Schoen, maar er wordt wat minder mediacircus rond gebouwd. Toch is ook dit jaar het Jaarrapport Ontwikkelingssamenwerking van 11.11.11. de moeite waard om te lezen. Al was het maar omdat de koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging investeert in personeel dat zich voldoende in de materie kan vastbijten om zinnige dingen te zeggen over de Belgische ontwikkelingssamenwerking.
11.11.11, de koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging, maakt sinds vele jaren een jaarverslag over het ontwikkelingsbeleid van de Belgische overheden. Hoewel de organisatie in belangrijke mate gefinancierd wordt door de overheid, neemt ze daarbij geen blad voor de mond. 11.11.11 heeft in de loop der jaren een ploeg mensen opgebouwd die de vele terreinen relevant voor het ontwikkelingsbeleid voltijds kunnen volgen, en dat soms ook al jarenlang doen, waardoor dat jaarverslag een goede spiegel is -zij het dan een gekleurde spiegel- van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.

Centraal-Afrika staat centraal


11.11.11 is al bij al tevreden over het groeiende Belgische engagement in Centraal-Afrika. In Congo steeg de Belgische hulp in 2004 van 60 naar 71 miljoen euro. Een groot deel van dat geld gaat naar de versterking van de overheid: onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur, administratie. 11.11.11 staat er ook vierkant achter dat België, samen met Zuid-Afrika, zeer actief is in de uitbouw van het Congolese leger. De koepel betreurt wel dat de engagementen maar over drie jaar gaan, terwijl de situatie in Congo dusdanig is dat verbetering er maar op lange termijn kan komen. Kiezen voor de lange termijn, betekent voor 11.11.11 niet dat België zomaar onvoorwaardelijk geld moet geven: transparantie in het beheer van dat geld en democratisering moeten voorwaarden blijven.
Belgieuml; sloot voor het eerst sinds 15 jaar opnieuw een heus ontwikkelingsakkoord met Rwanda. Voor 2004-2006 wordt 75 miljoen euro in het vooruitzicht gesteld. 11.11.11 is blij met het akkoord al vindt het dat België zich beter wat meer terughoudend had opgesteld, en net als Nederland, Zweden en Groot-Brittannië de uitvoering van dat akkoord had gekoppeld aan vooruitgang inzake mensenrechten en democratisering, en aan een kritische evaluatie van de rol van Rwanda in de regio. Dat bijna de helft van het geld naar duurzame landbouw gaat -de bouw van basisinfrastructuur zoals kleine wegen en markten, kleinschalige energieproductie- vindt 11.11.11 Centraal-Afrika specialist Kris Berwouts een goede keuze in een land waar negen tiende van de mensen van de landbouw leeft.
In Burundi, het vijfde armste land ter wereld, verdubbelde de Belgische hulp tot 35 miljoen euro voor 2004 en 2005. Het Belgische geld gaat vooral naar schuldverlichting en capaciteitsopbouw bij de overheid -België betaalde in 2004 bijvoorbeeld 5 miljoen euro aan salarissen om de stakende onderwijzers, die al drie maand de scholen platlegden, opnieuw aan het werk te krijgen. Hoewel vooruitgang werd geboekt in het vredesproces, waar België een grote rol in speelt, kromp de economie met een kwart in 2004. Om een terugval in het geweld te voorkomen, is structurele heropbouw nodig, stelt Geerte Bossaerts, die voor 11.11.11 al jaren de projecten in Centraal-Afrika coördineert. ‘Vraag is of de nieuwe liberaliserende handelsakkoorden met de Europese Unie het handelstekort niet nog verder de hoogte zullen indrijven.’

Wat zijn EPA’s?


Die nieuwe handelsakkoorden heten voluit Economic Partnership Agreements (EPA’s). Marc Maes, de handelsspecialist van 11.11.11, heeft veel vragen bij die EPA’s. De Europese Unie wil met die akkoorden tegen 2007 vrijhandelszones in het leven roepen met zes regio’s van landen in Afrika, de Caraïben en Stille Oceaan, de zogenaamde ACP-landen. Zo’n vrijhandelszone betekent in de woorden van de huidige voorstellen dat de invoertarieven “voor nagenoeg alle handel” worden afgeschaft. Maes wijst erop dat de ACP-landen daardoor heel wat belastinginkomsten verliezen en dat er bovendien niet voldoende geanticipeerd wordt op het risico dat de lokale bedrijven worden weggeblazen door de Europese competitie. Het is in elk geval verwonderlijk dat er wél veel protest komt op de liberalisering in de Wereldhandelsorganisatie (WTO), en zoveel minder op deze EPA’s, die veel verder gaan en die de EU-economie loslaat op de zwakste economieën ter wereld.
Maes heeft alvast een verklaring voor het feit dat de campagne ‘Stop de EPA’s’ niet aanslaat in de lidstaten: ‘In de Belgische regeringen, parlementen en administraties is nauwelijks iemand te vinden die zelfs maar weet wat EPA’s zijn.’
Maes vindt dat de EU warm en koud blaast in de nieuwe WTO-onderhandelingsronde die een ontwikkelingsronde wordt genoemd. ‘De EU heeft beloofd haar exportsubsidies voor landbouwproducten af te schaffen en liet drie van haar vier Singapore issues (thema’s waar de ontwikkelingslanden niet wilden over praten, jvd) vallen. De EU houdt echter vast aan haar binnenlandse subsidies, waardoor ze nog altijd onder de kostprijs producten in ontwikkelingslanden kan verkopen, en zo de boeren uit het Zuiden hun eigen markt ontneemt.’
Verder vraagt de EU meer markttoegang aan de ontwikkelingslanden voor niet-landbouwproducten, in de eerste plaats industriegoederen, terwijl de ontwikkelingslanden vinden dat hun zwakkere economieën nog veel bescherming nodig hebben. Marc Maes: ‘Ook in de dienstensector blijft de Europese Unie aan de kar trekken van verregaande liberaliseringen. Zo vraagt de EU de liberalisering van de drinkwatervoorzieningen in maar liefst 72 landen, ondanks het voorbehoud dat de Belgische regering -als gevolg van de acties van 11.11.11- daar eind december 2004 tegen aantekende.’
Naast het zwaarwegende handelsbeleid van de EU is er natuurlijk nog het beleid rond ontwikkelingssamenwerking. Rein Antonissen, Europaspecialist bij 11.11.11, vindt dat de Belgische Eurocommissaris voor ontwikkelingssamenwerking Louis Michel van bij zijn aantreden heeft gedemonstreerd dat hij het hart op de juiste plaats heeft voor Afrika. Toch vraagt hij zich af hoe zwaar Michel in de Europese Commissie kan wegen met een ‘uitgeklede administratie, een quasi onbestaand beslissingsorgaan -een informele raad voor ontwikkelingssamenwerking- en een heel klein kabinet.’
11.11.11 is tevreden dat ontwikkelingssamenwerking in het ontwerp van Europese grondwet een aparte plaats kreeg met als doelstelling het ‘terugdringen en tenslotte uitbannen van de armoede in de wereld’. De grondwet wijst op de noodzaak van een samenhangend beleid door te stellen dat bij de uitvoering van het beleid rekening gehouden moet worden met de gevolgen voor de ontwikkelingslanden. Of dat zal volstaan om een goed ontwikkelingsbeleid te garanderen, zal de toekomst uitwijzen, stelt Antonissen voorzichtig.

Iedereen wil het geld van ontwikkelingssamenwerking


Als het gaat om de Belgische ontwikkelingssamenwerking blijft het totale bedrag dat ons land daarvoor uittrekt een belangrijke maatstaf. België besliste in 2002 dat het tegen 2010 0,7 procent van zijn inkomen zal besteden aan ontwikkelingssamenwerking. In de vorige MO* schreven we al dat daar voorlopig weinig van te merken is, omdat België in 2004 met 0,41 procent minder besteedde dan in 2002 (0,43 procent). Voor 2005 heeft de regering de prognose, die eerst op 0,42 procent lag, weten op te trekken tot 0,46 procent door bij de begrotingscontrole van eind april enkele witte konijnen uit haar hoed te toveren.
Soumaya Zaougui van 11.11.11: ‘Het gaat om een achterstallige betaling van 2003 van 60 miljoen euro voor het zachte leningenluik van de Wereldbank en 50 miljoen euro overname en kwijtschelding van een stokoude schuld van de Democratische Republiek Congo aan Belgacom.’ Die Belgacomschulden dateren nog uit de koloniale periode. Het weldoende effect van die kwijtschelding op het terrein zal dan ook verwaarloosbaar zijn, en bovendien is het nog maar de vraag of de OESO zo’n begrotingstruc als ontwikkelingshulp zal willen aanrekenen.
Dat heeft met name belang wanneer het uiteindelijke percentage van het bruto Binnenlands Product dat naar ontwikkelingssamenwerking gaat berekend wordt. Bovendien is dit hoe dan ook geen structurele toename van de Belgische ontwikkelingsbijdrage: volgend jaar wordt het opnieuw zoeken naar witte konijnen.
11.11.11 noemt de keuze van minister Armand De Decker om een coherent ontwikkelingsbeleid na te streven “ambitieus”, maar ziet weinig tekenen dat De Decker er effectief zal voor zorgen dat zijn collega-ministers inzake handel, financiën of migratie rekening houden met het ontwikkelingsbeleid. De Deckers beleidsnota geeft ook niet aan hoe hij die ambitie wil waarmaken.
Eerder dan andere ministers met de ontwikkelingsnoden te doen rekening houden, lijkt De Decker te aanvaarden dat andere ministers ontwikkelingssamenwerking “instrumentaliseren”, vreest 11.11.11.-medewerkster Zaougui: ‘Toen minister van Binnelandse Zaken Patrick Dewael stelde dat landen die onvoldoende snel asielzoekers terug opnemen, minder hulp moesten ontvangen, reageerde De Decker niet. Eind december bepleitte hij zelf in de OESO dat militaire VN-operaties als hulp moeten kunnen gelden. Op die manier wordt ontwikkelingssamenwerking een ruif waarin het leger kan graaien. Dat is een zeer gevaarlijke evolutie.’
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur