Het recht van de aarde

Elf september. De datum staat voortaan symbool voor de crash van het Amerikaanse supermacht-imago. De milieubeweging in de Verenigde Staten verloor er het noorden bij en besliste om haar kritiek op president Bush en diens nefaste milieubeleid maar op te bergen. Toch behoort ook de milieuproblematiek zich in het hart van de crisis die de wereldorde vandaag doormaakt.
Een nieuw beschavingsmodel kan alleen kansen krijgen, wanneer daarin niet enkel plaats is voor culturele diversiteit en voor gemarginaliseerde groepen, maar ook voor de zorg om de aarde. Dat is geen luxezaak maar een kwestie van overleven, van kwalitatief leven. “Welzijn kan vandaag niet langer alleen in sociale termen uitgedrukt worden. Het is ook kosmo-sociaal. Het lot van de mensheid en het lot van de aarde zijn één”, zegt de Braziliaanse bevrijdingstheoloog Leonardo Boff.

Dit besef ernstig nemen vraagt echter een grondige mentaliteitsverandering. Volgens de Amerikaanse cultuurhistoricus Thomas Berry moeten we daarvoor ons wereldbeeld grondig bijstellen, en onze visie op de plaats die we in het universum innemen, vernieuwen. Die nieuwe kijk moet ons helpen om ons handelen te heroriënteren. Volgens Berry zou een soort ‘Handvest van de Rechten van de Aarde’ ons de weg kunnen wijzen naar een totaal ander ontwikkelingsmodel.

HET PLANETAIR BEWUSTZIJN

Lange tijd is het stil geweest rond Leonardo Boff, de destijds door het Vaticaan verguisde bevrijdingstheoloog. Vandaag staat hij opnieuw in de belangstelling, met een hernieuwd denken dat aangepast is aan de veranderde maatschappelijke context. Zelf spreekt hij van een ‘eco-theologie van de bevrijding’, een bevrijdingstheologie doordrongen van een sterke ecologische gevoeligheid. Voor Boff is die ecologische gevoeligheid allesbehalve een luxezaak, en evenmin een romantisch wegvluchten in de natuur. Hij ziet dit eerder als een verruiming en verdieping van zijn engagement. “Sociaal welzijn en ecologisch welzijn horen vandaag samen. Ofwel gaan we samen ten onder, mensen en biosfeer, ofwel herzien we grondig onze manier van omgaan met de aarde”, aldus Boff.

De globalisering is volgens hem niet alleen een proces dat zich voltrekt op politiek, economisch en cultureel vlak. Ook de aarde zelf, de planeet, is in dat proces betrokken. Het betoog van Boff klinkt heel indiaans, maar is tegelijk gestoeld op de bevindingen van de nieuwe wetenschappen. Alles heeft met alles te maken: wat er met de mensheid gebeurt, hangt samen met wat er met de aarde gebeurt en wat er met de aarde gebeurt, hangt samen met de geschiedenis van het universum, een geschiedenis van miljarden jaren. Het universum, de aarde, het leven en de mensheid zijn geen realiteiten die naast elkaar bestaan. Ze bestaan in elkaar en vormen één organisch geheel. De mens is voortgekomen uit dit proces. Wij zijn kinderen van de aarde, of liever, wij zijn de aarde die gekomen is op het moment waarop bewustwording ontstaat, en het besef van vrijheid en verantwoordelijkheid.

Het hele proces van globalisering moeten we plaatsen in dit perspectief van de geschiedenis van het universum en van de aarde. In dat perspectief is globalisering dát moment in de geschiedenis waarop de mensheid, die over heel de aarde verspreid leeft en vele talen en culturen ontwikkeld heeft, weer bij mekaar komt.

Voor het eerst in de menselijke geschiedenis leven we in een economisch model dat de hele wereld omspant, en beschikken we over technologische middelen die steeds dieper ingrijpen in de essentie van het leven zelf. Voor de aarde en voor de mensheid gaat het om een Nieuw Moment in de geschiedenis van het universum. Het is een scharniermoment dat zich afspeelt op een welbepaalde plek in het universum, namelijk op de planeet Aarde.

Dit gebeuren doet een nieuw bewustzijn groeien, een planetair bewustzijn. Dat nieuwe bewustzijn wijst er ons niet alleen op dat we steeds meer met elkaar verbonden en van elkaar afhankelijk zijn, maar ook dat we slechts één plek hebben om dit leven te delen, namelijk de planeet Aarde. We moeten leren van die aarde te houden en er zorg voor te dragen als ons gemeenschappelijke huis, want uiteindelijk delen wij en de aarde hetzelfde lot.

VOORBIJ HET ANTROPOCENTRISME

Het welzijn van de aarde en van de mensheid zijn intrinsiek met elkaar verbonden. Waarom we dat lange tijd niet begrepen hebben, heeft volgens Boff alles te maken met ons dualistisch en antropocentrisch denken. We hebben de aarde altijd gezien als een levenloos iets, een planeet waarop er leven heerst, maar niet als een organisme waarvan ook de mensheid deel uitmaakt. Het hele cultuurproces stelde de mens in het middelpunt, en beschouwde de natuur als een eindeloos te exploiteren goed, in functie van de mens. Het joods-christelijke denken enerzijds en het wetenschappelijke, technologische en kapitalistische vooruitgangsgeloof anderzijds, hebben deze antropocentrische visie diepe wortels gegeven in onze cultuur en in ons denken en handelen. Het ontwikkelingsmodel dat hieruit ontstaan is, heeft altijd weinig verantwoordelijkheid aan de dag gelegd voor de ecologische goederen en zo een zware hypotheek gelegd op de gemeenschapsgoederen, niet alleen voor heel de mensheid van vandaag, maar ook voor de komende generaties.

Dat antropocentrische en natuurvijandige denken is de jongste jaren echter sterk onder druk komen te staan. De ervaring dat we met het westerse ontwikkelingsmodel tegen de grenzen van onze natuurlijke omgeving aanstoten, en dat de natuur zich soms ook tegen ons keert, is daar niet vreemd aan. Maar ook de postmoderne cultuur zelf heeft het eendimensionale vooruitgangsdenken gerelativeerd. Precies het proces van globalisering doet het besef groeien dat de westerse visie niet de enig zaligmakende is, en stimuleert vandaag de ontwikkeling van nieuwe visies. Het groeiend aantal vegetariërs en bewegingen als Gaia of The Body Shop wijzen op een groeiend zoöcentrisch denken. Zij gaan ervan uit dat ook pijngevoelige dieren een intrinsieke waarde hebben. Een extreme expressie van dit denken is uiteraard ALF, het Animal Liberation Front, voor wie aanslagen op Mc Donalds ethisch gegrond zijn. Anderen voelen zich meer aangetrokken tot een ecocentrisch denken, en vragen respect voor planten en ecosystemen en ijveren voor het behoud van de biodiversiteit, een denken dat in de biologische landbouw een concrete uitdrukking vindt.

Die evolutie naar een grotere betrokkenheid op dieren en planten hoeft ons niet te bevreemden. Jo De Tavernier, ethicus en professor aan de Katholieke Universiteit Leuven, wijst er in dit verband op, hoe de evolutie van de mensheid door een steeds grotere betrokkenheid op het leven gekenmerkt wordt. In het begin van de zestiende eeuw woedde er in theologische kringen een hevige discussie tussen believers en disbelievers over de vraag of de indianen wel een ziel hadden en ook van Adam en Eva afstamden. Een ander sleutelmoment in de geschiedenis was 1792, toen Mary Wollstonecraft een pleidooi hield om het charter van de mensenrechten ook op vrouwen toe te passen, waarop ze een negatief antwoord kreeg. In 1810 werd de slavernij afgeschaft, althans voor de nieuw ingevoerde slaven uit Afrika. Slaven die op Amerikaanse bodem of in de Caraïben waren geboren, mochten nog wel ingevoerd orden. Het Algemeen Handvest voor de Rechten van de Mens vierde twee jaar geleden zijn vijftigste verjaardag.

Stopt hiermee de evolutie van de rechtsbescherming van het leven? Geenszins, als we verder denken in de lijn van de ecocentrist Aldo Leopold. Volgens hem breidt die cirkel zich verder uit, naarmate we ons meer bewust worden van het belang van alle leven dat ons omringt.

Ondanks de toenemende milieuproblemen is echter deze betrokkenheid op de niet-menselijke levensvormen, en dus ook het verantwoordelijkheidsgevoel ervoor, nog geen gemeengoed. Wat we vandaag meemaken, aldus de lutheraan, ethicus en ecologist Larry Rasmussen in zijn boek Earth Community, Earth Ethics, is niet zozeer een crisis van de natuur. Het leed van de aarde is een culturele crisis en heeft te maken met het ontwikkelingsmodel dat we gecreëerd hebben. “Een viriele, aantrekkelijke en wereldomvattende levensstijl is vandaag voor de natuur én voor de mensheid als gemeenschap een bedreiging geworden. Het leven, zoals wij dat hebben leren kennen en hanteren, eet zichzelf levend op. De moderniteit verslindt haar eigen kinderen”, stelt Rasmussen.

NOOD AAN EEN NIEUW BESCHAVINGSPARADIGMA

In de logica van de economische globalisering, zoals die gestuurd wordt door de niets ontziende macht van multinationals en de drang naar winst, is milieuschade slechts ‘collateral damage’, onvermijdelijke brokstukken die verwaarloosbaar zijn in het licht van het uiteindelijke doel. “Het verzet daartegen verloopt bijzonder moeizaam omdat we niet opgewassen zijn tegen de middelen en de macht van die grote corporaties”, stelt Thomas Berry, de Noord-Amerikaanse passionist, antropoloog en cultuurhistoricus. Strengere milieunormen zijn absoluut noodzakelijk, maar betekenen soms niet meer dan een laatste redplank. Ze schieten tekort in echt kritieke situaties, en worden al te vaak met voeten getreden, terwijl controlemechanismen ontbreken. “Het probleem is gelegen in de aard van het systeem zelf, dat menselijke ontwikkeling en welzijn los ziet van de ontwikkeling en het welzijn van de aarde. Het is een model waarin er voor de niet-menselijke levensvormen op waarde weinig of geen respect opgebracht wordt”, vindt hij. Voor hem is het referentiepunt bij het bouwen aan een nieuw beschavingsparadigma niet de mens maar het leven zelf. Het gaat om het zorg dragen voor de gemeenschap van al wat leeft. “Iets is goed wanneer het de integriteit van de levensgemeenschap bevordert, en slecht wanneer het daartegen ingaat”. De vraag die ons handelen moet richten is: hoe kunnen we de menselijke ontwikkeling een richting laten uitgaan, die het leven in de brede zin respecteert, die kansen geeft en rekening houdt met het lijden van de aarde en van de mensen? “We hebben een postmoderne ethiek nodig”, vindt ook Larry Rasmussen, en een norm die ons daarbij kan leiden is: “wat we voor de aarde doen, doen we voor onszelf”.

EEN NIEUW VERHAAL

De vraag naar een nieuwe ethiek roept zelfs een volgende vraag op. We hebben behoefte aan een nieuw referentiekader, een nieuw scheppingsverhaal waarbinnen we die ethiek ontwerpen en toepassen. Boff noemt het een nieuwe cosmovision, Berry spreekt over a new story.

Verhalen, scheppingsverhalen, zijn de uitdrukking van het wereldbeeld dat mensen hebben. Het traditionele verhaal van onze relaties met het universum, gebaseerd op de wetten van Newton, Copernicus en Galileï, is door de wetenschap achterhaald en heeft zijn kracht verloren. We bevinden ons vandaag in een tussenperiode, en zijn geroepen een nieuw verhaal te ontwerpen. Onder invloed van de kwantumfysica, de biologie en de thermodynamica projecteert het huidige tijdperk een ander wereldbeeld. Het universum wordt vandaag gezien als één groot spel, een collectieve dans, een geheel van zandkorreltjes. De kosmische realiteit, zoals we die vandaag hebben leren kennen, is een complex netwerk van energie en materie die telkens nieuwe relaties aangaan. Alle deeltjes participeren in dat geheel, en elk deeltje heeft zijn functie in het geheel. Met een moeilijk woord wordt heel dat relationele krachtspel aangeduid als een beweging van inter-retro-relatie. Voor Boff is dat de essentie van een ‘holistische’ visie. Holisme is niet de som van de aparte deeltjes, het is een visie die oog heeft voor het geheel. De deeltjes worden niet afzonderlijk bekeken:ze worden door de andere verrijkt, of verarmd wanneer ze uit hun context gehaald worden. Deze nieuwe kijk op de schepping moeten we integreren in een nieuw wereldbeeld, in een nieuwe kosmologie. Waarom is zo’n kosmologie belangrijk? We citeren alweer Leonardo Boff: “Ze weerspiegelt de waarden die leven in een samenleving en probeert traditie, kennis en intuïtie met elkaar te verweven tot een referentiekader voor het handelen. Ze geeft uitdrukking aan de belangrijke relaties die een gemeenschap onderhoudt”.

EEN HANDVEST VOOR DE RECHTEN VAN DE AARDE

Dit nieuwe wereldbeeld kan ons helpen met nieuwe ogen naar de aarde te kijken. Berry doet dat, vergeleken met het vroegere antropocentrische denken, op een radicaal nieuwe manier. “Eérst was er de aarde, dan de andere levensvormen, en dan de mens”, brengt hij in herinnering. “De mens komt na de aarde, en heeft zijn leven en bestaan te danken aan al het leven dat er vóór hem geweest is en dat samen met hem bestaat”. Dat is voor Berry het uitgangspunt voor de nieuwe relaties die we moeten ontwikkelen. Verder staat bij hem het begrip mutually enhancing centraal: de wederzijdse betrokkenheid en afhankelijkheid van elkaar, van de mens en de niet-menselijke levensvormen.

Om een en ander concreet gestalte te geven, stelt Berry voor een soort ‘Handvest voor de Rechten van de Aarde’ op te stellen, een aarde-jurisprudentie gebaseerd op het besef dat de planeet en alle levende soorten ook rechten hebben. Die rechten van de niet-menselijke levensvormen vinden hun fundering in het feit dat ze bestaan, en dat ze deel uitmaken van dat ene, levende organisme dat de planeet Aarde is. Ze zijn allemaal een onderdeel van de levensgemeenschap en van het grote spel. We zijn op elkaar aangewezen om elkaar te voeden en bij te staan in onze behoeftes, in ons overleven, en om een kwalitatief goed leven te hebben. Het ontwerpen van deze jurisprudentie en het verinnerlijken ervan door de mensen, verandert ook het menselijk bewustzijn. We moeten zo’n aarde-jurisprudentie zien als een gegeven waar we in ons handelen niet omheen kunnen, even onomstotelijk als de wetten van de zwaartekracht. Immers, als de aarde sterft, sterft ook het menselijk leven op aarde.

Inspiratie om zo’n houding echt in ons leven te verinnerlijken, kunnen we volgens Berry opdoen bij verschillende inheemse culturen. Die hebben, vanuit een wereldbeeld dat de aarde als Moeder ziet, als bron van leven, waaruit alle andere leven ontstaat, een nauwe band onderhouden met de aarde en het leven tot op vandaag. Hun visie moeten we ernstig nemen als inspiratiebron voor een nieuw model, en hun ontwikkelingsmodel evalueren op de integrale betekenis voor mens en milieu, en niet enkel in termen van economisch rendement. Dat vraagt een heel andere ingesteldheid, maar we bevinden ons dan ook op een scharniermoment in de geschiedenis. “Het Grote Werk voor het nieuwe millennium bestaat erin de overgang te realiseren tussen een periode van vernietiging van de aarde door de mensheid naar een periode van wederzijds welvaren voor de mensheid én voor de planeet”, zegt Thomas Berry. De nieuwe visie die daarvoor nodig is, vraagt een grondige mentaliteitsverandering, maar het is geen onmogelijke taak. We moeten wel een grotere gevoeligheid ontwikkelen en dimensies in ons aanspreken die lange tijd geen ruimte gekregen hebben.

DE LANGE ADEM

Eén van de risico’s die we op deze weg lopen, is de wanhoop. Het gevoel dat we tegen windmolens vechten, dat het vijf over twaalf is, en het tij toch niet meer te keren. Maar “niets is zo ver ontworteld, dat het niet heropgevoed kan worden”, leren ons de Aymara’s uit het Andesgebergte. Het zal een groeiproces zijn, zegt Berry, zoals alles op deze aarde een groeiproces is, naar een grotere complexiteit, een verdere differentiëring, een groei in bewustzijn en identiteit, om van daaruit een nieuw relatiepatroon aan te gaan. Op verschillende vlakken kan er aan die overgang gewerkt worden, via acties om de schade aan de aarde en de levende wezens te beperken (milieuwetgevingen en controlemechanismen), via analyses van de structuren en het zoeken naar alternatieven (alternatieve energiebronnen), of door het ontwikkelen van een fundamenteel nieuwe visie die tot een andere waardenschaal leidt.

Om die lange weg vol te houden, hebben we echter een kracht nodig die vanuit de diepte komt. Boff spreekt hier over spiritualiteit en Larry Rasmussen over faith. Het gaat om de diepe overtuiging en het diepe vertrouwen dat dát de weg is die leven geeft. “Als we spreken over duurzaamheid, zijn morele, spirituele en culturele dimensies even belangrijk als de technologie”, vindt Rasmussen. Als dat geloof en vertrouwen aanwezig zijn, is ook de hoop op een nieuwe beschaving heel reëel. In zijn boek vermeldt hij een hele waaier van diverse initiatieven die de goede richting uitgaan. Hij denkt daarbij aan lokale burgerbewegingen en alternatieve instellingen die proberen te bouwen aan een andere economische orde, waarin de kostprijs van de aarde wel meegerekend wordt bij de productie van goederen. Aan groepen die zoeken naar een duurzame levensstijl, en die experimenteren met landbouwmodellen, aangepast aan de streek. Kenmerkend voor al deze initiatieven is, dat zij respect hebben voor de diversiteit aan tradities en culturen, dat zij ruimte laten voor religieuze gevoeligheid, dat zij de menselijke waardigheid overeind willen houden en het morele weefsel herstellen, dat zij werken aan technologische vernieuwing met hernieuwbare grondstoffen en aan een ruimtelijke ordening die integrerend te werk gaat. Al deze mensen hebben een diep respect voor ecosystemen, en cultiveren een gevoeligheid voor de aarde als een heilig goed, dat ze gekregen hebben ten dienste van heel de gemeenschap. Het gaat om een veelheid aan initiatieven, over heel de aarde verspreid, als een nieuwe weg die zichtbaar wordt. “Verandering is echt wel mogelijk”, stelt Rasmussen. “De kwestie is eerder of we genoeg het belang ervan beseffen. Zelfs de meest verworden plekken zijn ooit al opnieuw tot leven gekomen, zoals het leven ook verdwenen is uit omgevingen die op het eerste gezicht vol leven waren.” Daarom zegt de Duitse protestantse theologe Dorothee Sölle dat ze gelooft in de verrijzenis, “omdat het al eens gebeurd is.”

BRONNEN

THOMAS BERRY, The Great Work, Bell Tower, New York, 2000

LARRY L. RASMUSSEN, Earth Community, Earth Etics, Orbisbooks, New York, 1996

LEONARDO BOFF, A Etica da Vida, Letravia, 2de ed, Brasilia, 2000

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.