Het wereldbeeld van Frieda Van Wijck

Ze was de voorbije zomer niet van uw Canvas te branden. Frieda Van Wijck was in alle staten en quizzend Vlaanderen volgde haar daar gretig in. Wereldwijd Magazine wisselde de rollen even om en legde één moeilijke vraag voor aan uw favoriete quizmaster: kies drie beelden uit de selectie die wij maakten uit de 80.000 dia’s in onze kasten -en vertel ons waarom. Frieda Van Wijck slaagde en kreeg een kopje koffie als hoofdprijs. ‘Dat kan weinig lijken, maar dat is het niet.’
De kracht van beelden en wat ze oproepen, daar gaat het in deze rubriek om. Als journaliste en eindredacteur van het VRT-tv-journaal is Frieda Van Wijck dag in dag uit bezig met beeldmateriaal dat vaak niet de fraaiste kant van de menselijke natuur laat zien. ‘Het spijt me, maar stereotiepe beelden van ellende in vluchtelingenkampen en mensen in nood of in oorlogsomstandigheden, die doen me niets meer. Ik denk trouwens dat de meeste mensen daar immuun voor geworden zijn. Het enige wat ons het afgelopen jaar geraakt heeft, is het Palestijnse kind dat samen met zijn vader neergeschoten werd. Af en toe worden we collectief wakker geschud. Onlangs woonde ik een theatervoorstelling bij van een Syrische regisseuse die in Nederland woont. Ze had Macbeth in een eigentijdse vormgeving gestoken. Met heel verrassende vondsten, zoals de scène waarin vrouw en kind van MacDuff vermoord werden. Er werd met revolvers geschoten, in eerste instantie op het kind. En je zag die vrouw in een vertraagde beweging naar dat kind rennen, en dat kind in een vertraagde beweging neervallen. Ik dacht: Jezus, dat is wat we keer op keer weer tonen in het journaal als we pakkende beelden hebben. Dan spelen we die nog eens vertraagd en smeren we die uit over de tijd.’

‘Ik kan soms wel zonder enige aanwijsbare reden, terwijl ik in de auto zit of zo, beginnen denken aan bijvoorbeeld vrouwen in Afghanistan. Dan denk ik: misschien is er daar nu iemand aan het koken, die veel liever iets anders had gedaan, en die waarschijnlijk het leven zuur gemaakt wordt. Ook met de oorlog in Bosnië kon ik me bij momenten geweldig vereenzelvigen. Ineens was ik daar enkele minuten geweldig mee begaan, en dan was dat gevoel plots weer weg, zonder te weten waar het vandaan kwam. Dat is een moment dat je beseft dat je onderdeel bent van een soort sociaal onderbewustzijn of zo, dat je een deel bent van de wereld. Maar dan wel van het prettigste deel. Als mensen hier beginnen te kankeren, denk ik altijd: hou toch op, we leven in de beste tijd die er ooit geweest is, in één van de beste landen ter wereld. Wat een onvoorstelbaar geluk hebben wij. Voor hetzelfde geld word je als zwarte geboren in een township in Zuid-Afrika.’

Naast haar journalistiek werk is ze al enkele jaren graag geziene gast in luchtiger VRT-programma’s als De mannen van de macht en Alles kan beter. Sinds een jaar of wat presenteert ze de reisquiz In alle staten op Canvas. Een groeiend en trouw legertje fans smaakt haar snedige commentaar op vragen en antwoorden. De quiz was afgelopen zomer bijna dagelijks op het scherm en heeft haar heel wat media-aandacht opgeleverd. ‘Rare vragen krijg je dan’, vertelt ze. ‘Hoe het kwam dat mijn carrière pas zo laat op gang is gekomen, en of ik daar niet heel blij om was. Net alsof je pas succesvol bent als je op tv komt! Mijn carrière loopt al bijna dertig jaar, en op het scherm komen verandert daar voor mijn gevoel niets aan.’

Het is niet de kleurrijkste, meest exotische foto uit de collectie die ze als eerste uitkiest. Maar hij springt er voor haar meteen uit: een dakloze man in een Brussels opvanghuis. ‘Ik voel me verwant met de mens op deze foto. Het leven is lijden. Als je dat beseft, relativeer je alles. Aan zijn blik zie je dat hij het erg moeilijk heeft gehad. Maar op één of andere manier is hij telkens weer overeind gekrabbeld, en heeft hij zich op dit moment toch verzoend met zijn lot. Dat is voor mij een bewijs van de onvoorstelbare kracht die in de mens schuilt. Hoe mensen weerbaar blijven, zelfs in vreselijke oorlogen als die in ex-Yoegoslavië bijvoorbeeld. Ik herinner me nog levendig de verhalen van mijn ouders en grootouders van tijdens de wereldoorlogen. Eerst beginnen ze bij de ellende, maar drie minuten later vertellen ze over het eerste gebakje dat ze na de bevrijding hebben gegeten, en hoeveel deugd dat deed.’

Voor jou spreekt er vooral hoop uit deze foto?

‘Ja. Die kop koffie is ook zo tekenend. Iemand in nood een kop koffie geven, dat is eigenlijk het enige dat je écht kunt doen voor je medemens. Je leeft je leven, en af en toe komt er iemand langs met een kop koffie. Dat kan weinig lijken, maar dat is het niet. Na een rotdag kreeg ik een mailtje van iemand die mijn quiz goed vond. Mijn dag zag er opeens veel beter uit. Een mens heeft niet veel nodig om zich goed te voelen.’

Als studente -politieke en sociale wetenschappen, pers en communicatie- dweepte Frieda Van Wijck met de Chileense president Allende. Ze schreef haar thesis over Chili en was vast van plan meteen na haar studies het land te bezoeken. Maar in september 1973, grijpt Pinochet de macht. ‘Ik denk dat dat de enige keer in mijn leven is geweest dat ik geweend heb bij een radiobericht’, herinnert ze zich. De reis kan niet doorgaan, maar Chili zal haar niet loslaten. Als ze na enkele jobs in de schrijvende pers terecht komt bij de Wereldomroep, krijgt ze een Chileense vluchtelinge als collega. Het duurt tot begin jaren negentig voor ze voet aan Chileense wal zet. Maar het wordt dan wel een van haar prettigste en meest interessante reizen, ook omdat ze goed voorbereid was en allerlei interessante contacten had. Ook nu blijft ze Chili meer volgen dan andere landen. Wat doet de opschorting van het proces van Pinochet haar? ‘Tja, ik ben intussen cynisch genoeg geworden om te weten dat er van een veroordeling toch nooit wat zal komen. Het ligt in Chili en daarbuiten voor een aantal partijen diplomatiek erg moeilijk. Ik neem aan dat iedereen tijd probeert te winnen, de man is tenslotte behoorlijk oud, en op een dag gaat hij dood en dan is het probleem opgelost. Het is natuurlijk bijzonder ironisch dat hij niet gezond genoeg is om voor een rechter te verschijnen. Die bezorgdheid om de gezondheid van een burger is door zijn handlangers nooit aan de dag gelegd voor de duizenden Chilenen die omkwamen in folterkamer of geëxecuteerd werden.’

Voelde jij ooit de behoefte voelde om je politiek te engageren in deze strijd?

‘Nee, ik ben nooit lid geworden van een organisatie of partij omdat ik me nooit honderd procent eens kon verklaren met wat er verteld werd. Ik ging wel naar lezingen en studiedagen, vond het allemaal interessant, maar bleef toch liever aan de zijkant staan. Ik denk dat ik alleen maar lid ben geweest van de scouts.’

Van Chili terug naar eigen land: de tweede foto die Frieda Van Wijck uitkiest, werd genomen op een betoging tegen racisme in Brussel. Niet de foto op zich, maar het thema racisme en migrantenproblematiek nodigt uit tot felle commentaar. ‘De integratie van allochtonen gaat veel te traag. De overheid heeft misschien wel goede bedoelingen, maar de maatregelen die ze treft, gaan niet ver genoeg. Goedbedoelde losse flodders, daar schiet je niet veel mee op. Positieve discriminatie is misschien niet politiek correct, maar volgens mij wel echt nodig. De VRT doet wel iets, maar te weinig, vind ik. De openbare omroep heeft een maatschappelijke functie. Het is heel belangrijk dat allochtonen op tv komen, in een andere context dan de migrantenproblematiek. Waarom kan dit niet? Er wordt volgens mij veel te weinig actief gezocht naar allochtonen. In elke VRT-vacature staat wel dat allochtonen en vrouwen uitdrukkelijk aangespoord worden om zich kandidaat te stellen, maar dat is niet genoeg. Er zou een apart examen voor Turken en Marokkanen moeten komen, dan komt er pas schot in de zaak. Het woord “allochtoon” is ook zo’n vergoeilijking die bijzonder weinig zoden aan de dijk zet. Iedereen weet dat daar vooral Turken en Marokkanen mee bedoeld worden. Waarom kan dat dan niet gewoon gezegd worden? Kijk bijvoorbeeld naar Phara de Aguirre, de ankervrouw van Terzake. Haar naam liegt er niet om: ze is van Baskische afkomst. Maar denk je dat iemand haar allochtoon zou durven noemen?’

Kun je via de televisie meewerken aan het bestrijden van racisme en vooroordelen?

‘Ik heb veel opgestoken tijdens een seminarie rond racisme in de berichtgeving, dat een tijd geleden op de VRT werd gegeven door een BBC-journalist. Hij maakte aan de hand van fragmenten duidelijk dat veel racisme onderbewust is. Het kan alleen al in schijnbaar onschuldige woordkeuzes liggen. De BBC-man liet ons bijvoorbeeld een journaalitem zien over rellen ergens in Groot-Brittannië. In de commentaartekst werd gezegd “dat er vooral gevechten waren uitgebroken in die en die straat, waar vooral Sikhs wonen, die eigenlijk één van de meest vreedzame gemeenschappen uitmaken”. Dat passeert en er op het eerste gezicht niets fout aan. Maar eigenlijkzeg dan dat al die andere buitenlanders niet vreedzaam zijn. Met een schok besefte ik dat dit soort zaken vaak ook in onze journaals gezegd worden. We gaan er veel te makkelijk overheen. Ik heb intussen zo mijn eigen methode ontwikkeld om te checken of een uitspraak racistisch is of niet. Ik vervang het woord Marokkaan gewoon door Limburger. Mijn persoonlijke gevoeligheid vertelt me dan meteen of het kan of niet.

Vreemdelingen in het straatbeeld waren naar mijn gevoel vroeger overigens veel minder een probleem. Het was iets exotisch, meer niet. Is dat misschien omdat het vroeger vooral de buitenlandse elite was die hier terecht kwam, om te studeren bijvoorbeeld? Of omdat het voornamelijk mensen met dezelfde culturele, christelijke achtergrond waren: latino’s uit katholieke landen, of door westerse missionarissen gekerstende Afrikanen?’

Waarom koos je voor de foto van de twee kinderen in een Oezbeeks koranschooltje?

‘Omdat het verschil tussen de twee kinderen me meteen treft: het linkse jongetje lijkt me een slimmerik, het rechtse meer een echte deugeniet. Nee, ernstig: het valt me steeds weer op dat reportages over vreemde landen die kinderen als hoofdpersonages hebben, me veel meer aanspreken dan doorsnee documentaires. Je begrijpt een vreemde maatschappij veel vlugger als je ze door de ogen van kinderen kunt bekijken. Kinderen vormen een makkelijke introductie. De culturele verschillen vallen weg. De relaties die kinderen aangaan, zijn universeler dan die van volwassenen, primitiever. Hetzelfde heb ik met mensen die graag het zotteke uithangen. In alle culturen kom je wel gekkebekkentrekkers tegen. Die mensen durven zichzelf te relativeren en zijn toegankelijker dan de anderen. Daar heb ik altijd het snelst contact mee.’

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift