Het wereldbeeld van Jean Bosco Safari

Jean Bosco Safari is een wandelende, dansende, zingende en denkende getuige van het Belgische koloniale verleden. Rwanda en België: één safari! Weinig Bekende Vlamingen hebben zoveel wereldbeeld in hun stamboom als mijnheer Safari, en dus stond hij hoog op het verlanglijstje voor deze interviewserie. De redactie selecteerde uit de 80.000 dia’s in haar kasten zestig beelden, waaruit de praatgast er drie kiest.
De deurbel geeft twee mogelijkheden: Hoop (eenmaal bellen) of XYZ (tweemaal bellen). De theoloog in mij duwt één keer kort op het knopje, maar er is geen hoop die ochtend. Liefde en geloof blijken zelfs geen optie, dus probeer ik in een zakelijke bui de firma XYZ. Later blijkt dat Jean Bosco Safari zijn eigen zakelijk leider is en dat zijn mondiale bewogenheid georganiseerd wordt door de v.z.w. Hoop. ‘Ik wil graag iets betekenen voor wie minder kansen heeft in deze wereld, maar niet door om de haverklap te benefieten. De bakker, de brouwer, de zaaluitbater, de geluidsversterking en de organisator worden betaald, maar de artiest mag gratis optreden voor de goede zaak. Dat zag ik niet meer zitten en daarom zette ik, samen met enkele andere artiesten, een organisatie op die structureel een deel van de inkomsten naar Artsen zonder Grenzen kanaliseert.’

Intussen is de koffiezet aan het werk en staan de kopjes, de suiker en de melk klaar. Ik schuif het stapeltje beelden dat wij selecteerden over de tafel, met het verzoek er drie uit te kiezen. Jean Bosco draait de beelden om, spreidt ze uit en schuifelt er mee over de tafel tot hij er blindelings enkele beelden uitpikt. ‘Ik heb het gevoel dat ik mezelf een vraag wil stellen’, legt hij die bijzondere procedure uit. ‘Niet ik, maar mijn intuïtie beslist.’ De Safari-intuïtie doet er niet lang over om tot drie beelden te komen. Eén: Een leerlooier in Fes, Marokko. Twee: een familiefoto uit Noord-Pakistan. Drie: een jonge Colombiaan in Cali die zijn haar laat scheren.

Wat doet je die leerlooier uit Fes?

‘Ik zie een vakman die werkt in erbarmelijke omstandigheden. Het vakmanschap bewonder ik en de omstandigheden vind ik verwerpelijk. Ik weet echter dat de zaken zo eenvoudig niet zijn. Een ambacht zoals dat van leerlooier, wordt meestal van vader op zoon doorgegeven. Een jongeman heeft dus weinig keuze, al doet dat niets af van zijn inzet om die huid echt goed te bewerken en een meester te worden in zijn vak. Anderzijds zie ik op deze foto een krocht met weinig licht, maar voor de man in kwestie is dat misschien het atelier waarvan hij altijd al gedroomd had. Onze kijk op de zaak valt niet noodzakelijk samen met de ervaring van mensen in het Zuiden. Wat mij interesseert in zo’n beeld, is de emotie van die leerlooier: doet hij zijn werk graag, kan hij er zijn gezin mee onderhouden, is hij trots op de huiden die hij aflevert? Wij herkennen vaak niet de trots die mensen voelen en daarom willen we hen helpen, zelfs als zij daar niet om vragen. Blijft natuurlijk dat ik het in deze kelder niet zou uithouden vanwege de stank en de hitte.’

Zijn wij dan verwende kinderen?

‘Iedereen in deze maatschappij wordt als een verwend nest geprogrammeerd. Een kind kan zich de wereld zonder tv of gameboy al niet meer voorstellen, een volwassene niet zonder auto of video. We leven op een berg prullaria, maar tegelijk moeten we erkennen dat er nog nooit zoveel informatie en zelfs verbeelding uitgewisseld werd. Ons hoofd is tot barstenstoe gevuld met allerlei nieuwe beelden en ideeën. Het komt erop aan daarmee te leren omgaan. Het onderwijs zou elk kind drie vragen moeten leren stellen bij elke nieuwe uitdaging of mogelijkheid. Hoe voel ik dit aan? Hoe ga ik ermee om? Waar leidt het mij naartoe?’

Ik, ik en ik. Ben ik dan de enige norm die mij rest in deze chaotische wereld?

‘Je volgt inderdaad op de eerste plaats de ingeving van je buik. Dat is belangrijk om je niet te laten leiden door de meningen of belangen van een ander. Maar de tweede vraag is in wezen een zeer sociale vraag. Je houdt rekening met de gevolgen van bepaalde beslissingen voor andere mensen of voor de samenleving als geheel. Wie niet mentaal geblokkeerd is, zorgt er overigens altijd wel voor dat hij verder dan zijn eigen navel kijkt. Maar jij moet wel de keuze maken, daar ontkom je niet aan. Tegelijk denk ik dat groepen en samenlevingen ook voor deze drie vragen komen te staan. Het zijn immers niet alleen individuen die keuzes maken. Het probleem is dat individuen noch groepen gevormd worden om zich kritisch op te stellen. Dat zou hen immers minder stuurbaar en bruikbaar maken voor wie aan de touwtjes trekt. Door het gebrek aan kritische vorming verzuip je in de consumptievloedgolf van vandaag.’

Is dat onvermogen er ook de oorzaak van dat mensen maar twee mogelijke reacties op beelden uit Afrika schijnen te hebben: medelijden of een romantisch verlangen naar verloren authenticiteit?

‘Het verlangen naar authenticiteit is echt, want deze is bijna nergens meer te vinden. Mensen vinden geen rust meer in zichzelf of in hun omgeving. Dat tekort proberen opvullen met exotische beelden of ervaringen, is natuurlijk hopeloos. Het echte antwoord moet in de creativiteit gezocht worden. Dat is trouwens de basis waarop ik de mensheid indeel. Links de creatieve mensen, rechts de niet-creatieve mensen. Die scheidslijn loopt door alle klassen en beroepen. Er zijn heel veel artiesten die ab-so-luut niet creatief zijn, terwijl ik bankdirecteurs en consultants ken die waanzinnig creatief zijn. Verbeelding en creativiteit kunnen de mensheid opnieuw in evenwicht brengen, terwijl ze de individuele schepper voortdurend onderuit halen.’

Is Jean Bosco Safari een mens in evenwicht?

‘Niet altijd. Vaak word ik naar zeven kanten tegelijk getrokken en dan loopt het fout. Ik heb tien minuten per dag nodig om me terug te trekken uit de dagelijkse heksenketel. Als die mentale ruimte er is, dan hervind ik mijn evenwicht. Noem het meditatie, noem het mijn laat-me-even-gerustmoment.’

Als je het meditatie noemt, heeft die geestelijke vluchtheuvel voor jou dan ook een religieuze betekenis?

‘Neen, het is een behoefte die uit mezelf komt en die ik op mijn manier invul. Ik wil me niets laten opleggen door systemen en normen van buitenaf. Ik ken maar weinig religies die de mens vrijlaten.’ Jean Bosco roert in zijn koffie met melk en vervolgt: ‘Ik zal blunt zijn. Georganiseerde religie draait bijna altijd rond manipulatie. De kennis van de universele krachten en van de mechanismen die mensen in evenwicht kunnen brengen, wordt doelbewust verstoord of achtergehouden om de gelovigen afhankelijk te maken. Religie wordt gedeald. Dat klinkt cru, maar het is vooral erg voor al wie op een waarachtige manier met die goddelijke kennis in contact probeert te komen. Ik heb dus moeite met godsdienst, maar besef dat iedereen moet antwoorden op de vragen vanuit de spiritualiteit: wie ben ik, waar kom ik vandaan, waar ga ik naartoe?’

Zegt het tweede beeld iets over die fundamentele levensvragen?

‘Misschien wel. In elk geval heeft de man die centraal zit een heel intrigerende glimlach. De foto straalt een soort innerlijkheid en rust uit die verbonden zijn met het begrip spiritualiteit. Tegelijk voel ik wat afstand en zelfs argwaan in de houding van de vader, de dochter en de moeder op de achtergrond. Ik word als kijker toegelaten, maar hoor er niet echt bij. Een systeem dat goed draait, heeft meestal weinig behoefte aan nieuwe, onbekende elementen.’

Het beeld komt uit Pakistan, waar religieuze fundamentalisten momenteel de lakens uitdelen. Verandert die informatie je kijk op de familiale rust die uitgaat van dit beeld?

‘Neen, want ik wil daarover niet te makkelijk oordelen. Nogmaals, een religie die alles voor mij bepaalt en regelt, is niet my cup of tea, maar dat is de vraag ook niet. De vraag is of zo’n strenge lezing van de leer voor deze mensen waardevol is. Brengt ze hen meer in evenwicht met zichzelf, met elkaar en met hun omgeving? Het antwoord moet komen van de man in kwestie, maar ook van zijn vrouw en zijn dochter. Want ik wil toch ook niet doen alsof voor mij alles kan en alles gelijk is. De hypocrisie die soms opgevoerd wordt rond vrouwenbesnijdenis, daarvan walg ik. Vrouwen zijn niet onrein, je moet ze dus niet verminken. En toch wil ik niet oordelen over of in de plaats van anderen. Niet de gewone man is fout, maar de kleine kliek religieuze machthebbers die hem voorhouden dat zij Gods wil kennen.’

Kun je even tolerant reageren tegenover al je stadsgenoten die stemmen voor een partij die zich afzet tegen allochtonen en gekleurde Belgen?

‘Ik zoek de confrontatie niet met mensen die mij willen kwetsen. Aandacht geven aan extreem-rechts versterkt hen en voedt uiteindelijk de haat die ze proberen op te wekken. Ik probeer gewoon mezelf te blijven, dat is op zich een duidelijk standpunt.’

Is dat wel zo duidelijk en is het nog voldoende?

‘Het is waar dat je vandaag niet meer lijdzaam kunt toezien of zomaar alles ondergaan. Dat zou even misdadig zijn als deelnemen aan de discriminatie. In de directe confrontatie met Vlaams-Blokkers kies ik voor het vermijden van een verbaal gevecht. Op structureel niveau zet ik me in voor een multiculturele samenleving en voor gelijkheid, maar dan op een opbouwende manier. Ik stop mijn tijd en energie niet in het bestrijden van domme slogans, maar in het realiseren van een positief alternatief. Mijn eigen gelijk interesseert mij niet, maar wel een samenleving waarin vertrouwen opnieuw mogelijk wordt. Zoals op deze, derde foto.’ Jean Bosco heeft er het Colombiaanse beeld bijgehaald en ziet meteen dat het haar van de jongen geschoren wordt met een simpel scheermesje.

‘Kijk naar de manier waarop die vriend zijn hand op het hoofd van de andere legt. Daar spreekt zoveel krachtige zachtheid uit, zoveel vertrouwenwekkende intimiteit dat het deugddoend is om ernaar te kijken.’

Intimiteit is niet het eerste waaraan je denkt als het gaat over jongens die de straten van Cali onveilig maken.

‘Daarom is het ook zo’n mooi beeld. Het daagt je uit om verder te kijken dan de simpele oordelen die je hebt. De jongens zijn misschien heel stoer en wie weet zelfs gewelddadig, maar onder elkaar hebben ze juist een enorme behoefte aan vertrouwen en zelfs menselijke warmte. Mannen zijn opgezadeld met een enorme angst om de vanzelfsprekende intimiteit die in hun kring kan ontstaan, uit te drukken. Een stevige hand, een knuffel, een pintje drinken met mijne maat: je dreigt de hele scala van relatievormen te verliezen uit schrik dat men je voor een homo zou aanzien. In dit beeld zie ik twee jongens die op elkaar kunnen rekenen. Elk van beiden staat stevig genoeg om niet afhankelijk te zijn van de ander en toch kunnen ze zich overgeven aan elkaar. Zo mag het leven zijn voor mij.’

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur