Het westen en de islam

Het Westen is geen absoluut gegeven. Het Oosten evenmin. Elk van deze twee werelden schept de andere op wisselende wijze, naargelang van het tijdstip en van de onderlinge verhoudingen.
Het Westen heeft gedurende zijn lange geschiedenis voortdurend het Oosten uitgevonden dat het best bij zijn belangen en dromen paste. Zo deed ook het Oosten dat zich op allen domeinen door het Westen overmeesterd voelt.
Verschillende zienswijzen en existentieel onbehagen

In de literatuur, in de kunst en in de filosofie heeft elk van de twee werelden diepzinnige en complexe beelden geconstrueerd van de andere. Uiteenlopende, zelfs tegenstrijdige beelden, bij zover dat men moet vaststellen dat ieder zijn eigen Westen heeft en dat elke intellectuele – of ideologische – schakering zich haar eigen specifieke opvatting vormt van dit Westen dat de Arabische wereld gedurig dwingt de blik op zichzelf, op de wereld en op het Westen in vraag te stellen.

Het Oosten is voor het Westen nu eens een ruimte om rust te vinden voor de geest en om het gedruis van de beschaving te ontvluchten, een strand van fictie en poëzie, dan weer een wingewest voor uitbuiting, kolonialisme en overheersing.
Dezelfde belangenmechanismen spelen mee bij de Arabische kijk op het Westen.
Het Westen is een interessant model van beschaving en van politiek dat de Arabische cultuur moet helpen haar historische achterstand in te lopen; soms is het een bron van wetenschap en kennis die leert ons los te maken van het gewicht van het magische en juridische denken; soms is het echter ook een hegemoniale macht en een enorme contradictie en houdt het niet op de Arabische wereld te verknechten, zijn waarden te misprijzen en zijn rijkdommen uit te buiten.

Het moderne en hedendaagse Arabische denken heeft sedert het begin van wat men de Renaissance pleegt te noemen, gepoogd de grondslagen van het Westen te bevragen, zijn wetenschappelijk, politiek en cultureel functioneren te begrijpen. Sinds de Egyptische veldtocht van Bonaparte (1798) tot op de dag van vandaag is de Arabische manier van kijken afhankelijk gebleven van de wisselende historische omstandigheden die de Arabische wereld doormaakt. De intellectueel, de kunstenaar, de politicus en de man van de straat zijn elk op zijn terrein erg beïnvloed door de veranderende situatie die het Westen hen vanuit zijn gemakkelijke machtspositie oplegt. De Arabische opvattingen worden dus bepaald door de conjuncturele schommelingen van de geschiedenis, wat tot gevolg heeft dat men zich een voorstelling maakt van de identiteit van het Westen die deels werkelijkheid en deels fictie is, die een mengeling is van humanisme en barbarendom. Het beeld van het Westen zit vol paradoxen: het Westen is beschaving, is model, maar het is ook de kruisvaarder, de agressor. Dit alles wijst op het existentiële onbehagen dat leeft bij de verschillende Arabische actoren die zich bezighouden met de identiteitsvraag.

In zijn artikel ‘The Clash of Civilisations’ – Botsing tussen beschavingen – roept S. Huntington de wereld, en vooral het Westen op de ‘islamitische aanval’ te bestrijden, omdat de islam ‘de globale en totale vijand’ van het Westen is. Ook het confucianisme is dat. Om zich te weren tegen het doordringen van islam en confucianisme moet men, volgens Huntington en andere ideologen van het ‘Einde van de geschiedenis’, één enkele cultuur opleggen: die van het triomferende kapitalisme. Deze globale cultuur zou geen conflicten kennen tussen nationaliteiten of beschavingen, maar wel spanningen, veroorzaakt door de groeiende ongelijkheid tussen de bondgenoten van de nieuwe wereldheersers en hen die door het kapitalisme verstoten of achtergelaten zijn. Dit is dus werkelijk de eeuwig terugkerende logica van de hegemonie van het Westen over de wereld. Want het opdringen van een eenheidscultuur, die van het Westen, of sterker nog, die van de sterkste westerse natie, de Verenigde Staten, is het fundamentele probleem van het internationale systeem. De intellectuelen uit het Zuiden en ook Europese denkers hebben altijd al de hegemonie van de Amerikaanse cultuur aangeklaagd als een ééndimensionale cultuur die de geest en de ziel verstikt en de vrijheid geweld aandoet, een cultuur die oorzaak is van storingen en van psychische, sociale en morele pathologieën.

Tegenover deze nieuwe culturele kruistocht in naam van de superioriteit van de Westerse beschaving en tegenover de uitgesproken bedoeling een nieuwe zondebok te vinden, staat als enige remedie het versterken van de dialoogcultuur. In de plaats van de feiten te vervalsen, de anderen te misprijzen of de haat aan te wakkeren, moet men die menselijke waarden ontwikkelen die de onderlinge verdraagzaamheid en waardering versterken. Alleen een oprechte culturele dialoog tussen de Westerse en de Arabisch-islamitische cultuur kan een einde stellen aan het symbolische en materiële geweld.

Een nieuwe ontmoeting tussen culturen is dus mogelijk, maar alleen onder strikte voorwaarden. De Westerse cultuur moet zich losmaken van haar agressiviteit en van haar hegemoniale pretenties. De Arabische cultuur dient zich te vernieuwen en afstand te nemen van haar magisch wereldbeeld, ze moet het despotisme bestrijden en een creatief arbeidsethos ontwikkelen. Wanneer een cultuur zich aangevallen voelt of misprezen, reageert ze door terug te grijpen naar haar diepste bestaansgronden, naar haar sterkste identiteitssymbolen. Geen wonder dat die cultuur het onrecht gaat bestrijden op irrationele, zelfs gewelddadige wijze. Hier helpt alleen een nieuwe dialoog tussen de culturen, een dialoog die de vooroordelen afbouwt, de verkeerde opvattingen bestrijdt en een efficiënte gespreksethiek aanvaardt om zo een echte interculturele uitwisseling aan te gaan.

Culturele kruistochten en ontsporingen van de verbeelding

Men vindt in het Westen niet alleen mensen die het conflict of het opdringen van één enkele cultuur prediken. Er gaan andere stemmen op die oproepen tot respect voor de islam en tot dialoog. Ook in de Arabisch-Islamitische wereld zijn er niet alleen fanatici. Het culturele landschap vertoont er een mozaïek van opvattingen, attitudes en denkwijzen. De logica van de ‘botsing der beschavingen’ is een gevaarlijke oplossing zowel voor de intellectuelen als voor de mediamensen. Geen enkele cultuur kan zich immers beroepen op een algehele superioriteit. Alleen een echte culturele symbiose die rechtvaardig en menselijk is, kan de stereotypes en vooroordelen ontzenuwen. Een ontmoeting tussen het Westen en de Arabisch-Islamitische wereld wordt een dwingende noodzaak omdat de moslimminderheden in het Westen een sociologische en culturele factor geworden zijn waar men niet omheen kan (tussen de 12 en 15 miljoen moslims in Europa) en omdat het Westen een belangrijke plaats inneemt in het leven, in de werk- en communicatiemethoden, in het gedrag en in het denken van de Arabische wereld. Het culturele denken zowel van het Westen als van het Oosten delokaliseert zich. Verschuivingen hebben plaats op het vlak van de ideeën en op dit van de verbeelding. De culturele dialectiek migreert van Oost naar West ondanks censuur, verboden en grenzen.

De andere wereld uitsluitend op negatieve wijze definiëren, wijst op een verziekte geest en op een verwrongen begrip, vooral als die intellectuele inspanning gebeurt temidden van spanningen en stormen. De magische aantrekkingskracht van het Westen, zijn schuldig onbegrip en zijn culturele opdringerigheid, en anderzijds de kwetsbaarheid die de huidige Arabische wereld kenmerkt, de burgeroorlog die gevoerd wordt rond de grote symbolen en rond de identiteitsvragen, dat alles maakt dat het Westen in het bewustzijn - en in de verbeelding – van de Arabisch-islamitische wereld verschijnt als beladen met een dubbele afwijking: naar buiten toe schijnt het Westen brenger van tegenspoed te zijn, naar binnen toe lijkt het te lijden aan een angstig zelfbeeld – het voelt zich schuldig, bedreigd, soms zelfs neurotisch.

Het Westen is de belichaming van technologie en wetenschap, van het ondernemerschap in dienst van een ongeremde exploitatie van de rijkdommen der aarde, van politieke idealen die dikwijls voorgesteld worden als de absolute democratische redelijkheid, van de moderniteit in al haar paradoxen en ontsporingen. Dit Westen valt niet ruimtelijk af te bakenen noch logisch te definiëren. Volgens Jean Baudrillard is het eerder een uitdrukking van bepaalde dimensies dan van echte wetten. Het Westen, groot ontwerper van beelden, wordt nu zelf een fantasierijke werkelijkheid, heruitgevonden door het beeld. De mediafabrieken en de audiovisuele arsenalen leveren een immense inspanning om de werkelijkheid te herformuleren, om haar nieuwe symbolische waarden en betekenissen te geven. Ze overdrijven bepaalde feiten; andere aspecten worden weggemoffeld. De visuele strategie van het Westen herwerkt de gebeurtenissen zodanig dat de relatie van de mens met de tijd, met de ruimte en met de concrete realiteit grondig wordt geschokt. Het reële Westen wordt diep ondergedompeld in het nieuwe, virtuele Westen. Het gaat hier zelfs niet meer over een strikt westers fenomeen, want de wildgroei van het beeld en de stormloop voor de bezetting van de visuele ruimte nemen planetaire afmetingen aan. De beeldindustrie – vooral de televisie – heeft het Westen universeel gemaakt, ze heeft de principes van de handelslogica en van het absolute gelijk van de democratie veralgemeend. Vormt deze nieuwe beeldcultuur niet een nieuwe belangrijke doelstelling van de koortsachtige en rusteloze veroveringstocht van het Westen in zijn strijd tegen de rest van de wereld?

Het Westen heeft de wijze waarop de wereld wordt waargenomen en afgebeeld compleet op haar kop gezet. Het samenvallen van boodschap en medium, van idee en werktuig, van beeld en realiteit, heeft het waarnemingsvermogen in de war gestuurd en heeft geleid tot een artificiële beeldvorming. De ruimtelijke contouren van de westerse beschaving zijn niet precies meer aan te geven; door de stroom van visuele kanalen en installaties wordt de aanwezigheid van het Westen glijdend en ongrijpbaar. Daardoor begint de cultuur van de waarneming die van het bewustzijn te overheersen. De virtuele werkelijkheid en de psychische reacties die ze uitlokt wijzen op wat Paul Virilio ‘de technologisering van de beeldweergave’ noemt. Het beeldrijke – en/of ingebeelde – Westen heeft een visuele wereld voorgebracht, een voorstelling van de wereld die de ideale symbolische afbeelding wordt van tijd en ruimte.

De realiteit wordt virtueel, het virtuele vervangt de werkelijkheid. Door ongehoorde technische ingrepen wordt een schijnrealiteit geschapen die waarheid en bedrog in elkaar doet vloeien. Het Westen is een mythe geworden waaraan men ruimtelijk niet ontsnapt en die visueel allesbepalend is. Het kent geen grenzen en doorbreekt de traditionele categorieën van het denken. Hoe kan men dan dit beeldrijke Westen in zijn concrete bestaan begrijpen? Welke zin moet men geven aan de ervaring, aan de onderlinge relaties, aan de communicatie en aan de waarden? Hoe de complexe werkelijkheid van het Westen vatten in zijn veelzijdigheid en zijn paradoxen? Het is reeds zo moeilijk het Westen vanuit het Westen te verstaan, want, zoals Edgar Morin het uitdrukte, loopt men het gevaar te vallen in ‘een euforische ophemeling en een ijdele zelfbewondering’. Hoe kan men dan de Arabisch-islamitische voorstellingen van het Westen juist weergeven, zonder te verglijden in ongecontroleerde reflexen, zonder alles op een hoopje te gooien, zonder toe te geven aan veralgemeningen of aan eenzijdige benaderingen?

Het interculturele als doel van de dialoog

Het streven naar een eigen identiteit blijft belangrijk, het vinden van culturele herkenningspunten evenzeer. Maar indien het Westen voortgaat met zich vast te klampen aan het alibi van de zondebok, dan moet dat aan de andere kant een visceraal vijandige reactie uitlokken. Het toeschrijven aan het Westen van alle kwalen en problemen van de Arabische wereld is eveneens een vals rechtvaardigingsmechanisme. Men kritiseert het Westen en men hemelt het op, men verwijt het immoraliteit, ontaarding en schijnheiligheid, en tegelijk doet men een beroep op Westerse legers om zich tegen zichzelf te beschermen. De Golfoorlog was een cruciaal moment in de geschiedenis van de relaties tussen het Westen en de Arabisch-Islamitische wereld. Arabieren hebben met de goedkeuring van andere Arabieren de Westerse machtshebbers gevraagd een Arabisch land te bevrijden uit de klauwen van een ander Arabisch land. Het Westen is als grote overwinnaar uit die inter-Arabische tegenstellingen gekomen: vooreerst heeft het zich verzekerd van de strategische controle over de oliebronnen en vervolgens heeft het Israël definitief als deel van de regio doen aanvaarden. Zou de erkenning van Israël niet een Arabische oplossing zijn van de Joodse kwestie? Israël is een creatie van de Europeanen. Het hele Westen wil zijn schuldgevoel over de barbaarse holocaust afkopen door de Arabische naties met geweld en door ongelijke verhoudingen te dwingen, Israël als een voldongen feit te aanvaarden. Zo wil het een vraagstuk uit de weg ruimen dat meer dan gelijk wat het westerse geweten kwelt.

Overigens is het Westen niet langer het enige model van vooruitgang. De uitdaging van Zuidoost-Azië en vooral van Japan stelt andere ontwikkelingsmodellen voor, met een ethiek die geen agressieve neigingen tegenover de islam vertoont. Bovendien voorspellen alle observatoren dat de 21ste eeuw het tijdperk van de post-westerse beschaving zal zijn.

Het drama van de Arabisch-Islamitische wereld is dat hij beschikt over aardolie, een strategische materie die het technologische Westen toelaat te produceren en zich te reproduceren, maar dat hij die grondstof niet weet aan te wenden om er een nieuwe Arabisch-Islamitische identiteit mee op te bouwen. Integendeel, de Arabische naties zijn belangrijke markten voor de Westerse productiemachine die er afgewerkte producten, verbruiksgoederen, technische apparaten, wapens enz. levert. De Arabische landen, vooral in de Golfstreek, zijn rijk en conservatief; ze zijn het archetype van de absurde overconsumptie. Het zijn diezelfde Golfstaten die de radicale bewegingen steunen en financieren die het vijandigst staan tegenover het Westen. Zij doen een beroep op de technologie en op het productieapparaat van het Westen, maar wijzen zijn ideeën en waarden af en gaan tekeer tegen de ‘culturele invasie’, tegen het ‘gevaar van de verwesterlijking’. Wekelijks of maandelijks verschijnen honderden publicaties die de publieke opinie opzetten tegen de westerse cultuur. Sommige Arabisch-Islamitische intellectuelen beseffen echter niet dat de kwestie van de ‘verwesterlijking’ of van de ‘arabisering’ niet beperkt blijft tot het wel of niet aanvaarden van overgedragen doctrines en ideeën: men heeft te maken met een globaal systeem dat geen grenzen of onveranderlijke identiteiten kent. Met de komst van de informatiesnelwegen, van internet en van de virtuele realiteit wordt de keuzevrijheid om het technologische Westen te aanvaarden of te verwerpen, zelfs in zijn culturele dimensies, wel zeer smal.

Wat hier gebeurt, is het verinnerlijken van een tweevoudige tirannie: een uitwendige, onder de vorm van de westerse handel, en een inwendige, die verbonden is met de macht van de eenheidscultuur. Men identificeert zich met een glijdend model, met beelden. De verschuivingen die zich voordoen in de Arabisch-Islamitische wereld zijn niet de uitdrukking van een creatieve samenwerking van de vernieuwingskrachten, ze zijn het resultaat van een ongehoorde wil zich bij de grote consumentenclub aan te sluiten. Het is eerder een oppervlakkige, kunstmatige verandering, een bijna metaforische renaissance dan een renaissance die wortelt in een beschaving. De dramatische Arabisch-Islamitische paradox is gelegen in het feit dat men zich hals over kop identificeert met het westerse productie- en consumptiemodel en dat men de eigen cultuur op paranoïde wijze te gronde richt. Hoe kan men de ‘code’ omschrijven die het technologische Westen is geworden binnen de traditionele categorieën van de tegenstelling Oost-West?

Over de bestaande agressiviteit en de vijandige reacties heen lijkt het dat een communicatie-ethiek die niet alleen op de rede maar ook op het hart berust, een mogelijke opening biedt op een menselijk samenleven. Het Westen dat barst van zijn beeldenveelheid, het Arabisch-Islamitische Oosten dat zich herstelt van zijn trauma’s en zijn weerstanden, beide worden geconfronteerd met een nieuwe taal. Het Arabisch-Islamitische bewustzijn in al zijn uitdrukkingsvormen moet zijn ‘westers-zijn’ erkennen en beleven, zonder dramatische zelfverloochening of valse vereenzelviging met de Andere. Een interculturele dialoog zonder intellectuele bedelarij of perverse afwijzing is de enige uitweg. Oost en West zijn beide getekend door wederzijdse cultuursporen. Wat we nodig hebben is allerminst een feitelijke bastaardering, maar wel een existentiële dichting van de kloof die de twee werelden scheidt.

De auteur is hoogleraar in de politieke wetenschappen aan de Universiteit Hassan V van Rabat, Marokko. Hij publiceerde verscheidene boeken over de islamitische / Maghrebijnse / Arabische identiteitscrisis. De bijdrage is uit het Frans vertaald door Bob Hendrickx.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift