Het Zuiden wil CO2 compensatie

Steeds meer landen in het Zuiden vrezen dat hun kwetsbare economieën klappen zullen krijgen als gevolg van de klimaatmaatregelen die op de agenda staan. En dat terwijl ze sowieso al het eerste slachtoffer zijn van de globale opwarming.
Het debat over de compensaties werd gelanceerd door de Organisatie van Petroleumexporterende Landen (Opec). Saoedi-Arabië vroeg op de klimaatconferentie van Nairobi in 2006 compensatiemaatregelen om de schokken op te vangen. Australië, dat massaal steenkool exporteert, en olie-exporterende Afrikaanse landen als Nigeria laten dezelfde stem horen.
Maar niet alleen de olie-exporterende landen hebben dan een probleem. Vanaf 2012 zal in het post-Kyotoakkoord ook de luchtvaart moeten “betalen” voor zijn uitstoot, waardoor vluchten duurder worden. Sommige Afrikaanse landen zijn bang dat landbouwproducten die per vliegtuig naar Europa worden gebracht, zo duur zullen worden dat het niet meer loont om ze in Afrika te telen. Landen voor wie het toerisme een belangrijke bron van inkomsten is, zijn ook allesbehalve enthousiast over hogere vliegprijzen of vliegquota’s en vragen vergoeding.
De vraag naar compensaties is binnen de VN-besprekingen opgenomen als een terechte vraag, in het luik response measures. ‘Wie in Europa zijn ecologische voetafdruk wil verkleinen, moet nog niet meteen stoppen met het aankopen van voedsel uit ontwikkelingslanden om zo zijn voedselkilometers te beperken, want Afrika heeft die inkomsten nodig’, stelt Benito Müller van het Britse Oxford Instituut voor Energiestudies. Hij wijst er op dat aardbeien die hier in verwarmde serres gekweekt worden meer CO2 uitstoten dan overgevlogen aardbeien uit Afrika. In alle berekeningen van CO2-reductie mag de sociale dimensie niet over het hoofd gezien worden, schrijft Müller in een uitvoerige nota, Differentiating (Historic) Responsibilities for Climate Change.
Volgens Bram Claeys van de Bond Beter Leefmilieu (BBL) zijn er ook andere instrumenten om ontwikkelingslanden te ondersteunen in het kader van de klimaatverandering. De Clean Development Mechanisms bijvoorbeeld, waarmee industrielanden CO2-kredieten verkrijgen door in ontwikkelingslanden te investeren in projecten voor hernieuwbare energie. De meeste van die projecten situeren zich in China en Latijns-Amerika. Sub-Sahara Afrika en de Minst Ontwikkelde Landen vallen vandaag uit de boot. Daarnaast zou er ook meer ondersteuning moeten gaan naar adaptatieprojecten of projecten voor de verbetering van de productiviteit van de landbouw.
Het VN-Klimaatpanel schat dat de opbrengst van niet-geïrrigeerde landbouw in Afrika tegen 2020 kan halveren als gevolg van de toenemende droogte. Ontwikkelingslanden steunen en compenseren voor dit soort projecten, betekent effectief hen op weg zetten naar duurzame ontwikkeling. Daardoor stijgt hun voedselveiligheid en worden ze minder afhankelijk van de milieubelastende internationale handel.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.