Hier spreekt men Nederlands

Taal is in België eerder een politiek strijdtoneel dan een kneedbaar communicatiemiddel. Iedereen koestert zijn eigen mythes rond taal, identiteit, integratie en respect, en dat levert veel meer op dan een tweedeling Vlaams-Franstalig. Maar in Vlaanderen spreekt men Nederlands –dachten wij.
Jan Blommaert en Piet Van Avermaet vinden dat ‘een zinledige uitspraak’. Zij argumenteren dat “het Nederlands” niet bestaat, maar dat er een veelheid aan taalvormen en taalgebruiken bestaan binnen elke taal. Een prof schrijft zaken die voor perfect Nederlandstalige pubers volstrekt onbegrijpelijk zijn –en sommige passages in dit boek bewijzen dat onweerlegbaar– terwijl wielertoeristen een Nederlands bezigen dat op de VRT ondertiteld zou worden.
Het is één van de vele argumenten die Blommaert en Van Avermaet uitwerken om op een heel andere manier over meertaligheid en taalbeheersing te spreken dan wat de Vlaamse overheid doet. Taal, onderwijs en de samenleving is in feite een lange diatribe tegen de beleidsbrief van minister Vandenbroucke uit 2006: De lat hoog voor talen in iedere school: goed voor de sterken, sterk voor de zwakken. Al wordt tussendoor ook hard, maar minder beargumenteerd, uitgehaald naar de taalvereisten in de sociale huisvesting.
De centrale stelling van Blommaert en Van Avermaet is dat de benadering van taal en de voorgestelde taalpedagogiek geen rekening houden met de cruciale factor die kansen bepaalt: de sociale positie van het kind. Bij herhaling noteren ze dat Nederlandse taalachterstand géén probleem is voor bijvoorbeeld kinderen van eurocraten. Die gaan gewoon naar een dure internationale school en maken zo van het feit dat ze geen Nederlands spreken een voordeel in plaats van een achterstand. ‘Meertaligheid in de ene taal is een voordeel en een bonus op de arbeidsmarkt, meertaligheid in de andere taal is een obstakel voor integratie.’ Het probleem is dat de auteurs het voorstellen alsof het aan de minister ligt dat de kennis van het Oezbeeks of het Arabisch minder waard is op de Belgische arbeidsmarkt dan het Frans of het Engels. Quod non.
Anderzijds is het pleidooi tegen een Europese uniformisering van taalcompetenties zeer terecht. Door alles in universeel meetbare en vergelijkbare tests te gieten, worden de zwakkere leerlingen nog kwetsbaarder gemaakt. En het geloof dat je dat goedmaakt met bijlessen kan alleen komen van mensen die nooit zulke bijlessen hebben moeten nemen. ‘Wanneer “gelijkheid” vertaald wordt als “uniformiteit”, dan zijn degenen die al te verschillend zijn de klos’, schrijven de auteurs in hun conclusies (blz. 113). Kortom: Blommaert en Van Avermaet hebben een boek afgeleverd waarmee je het niet eens moet zijn, maar dat wel een aantal zeer pertinente vragen stelt aan onze al te talige politiek.
Taal, onderwijs en de samenleving. De kloof tussen beleid en realiteit door Jan Blommaert en Piet Van Avermaet is uitgegeven door Epo. 117 blzn. ISBN 978 90 6445 485 1

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2540   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur