Hindoeïsme en verdraagzaamheid

Het hindoeïsme is één van de meest tolerante godsdiensten op aarde. Dat belet heel wat hindoes niet om gewelddadig op te treden tegen andersgelovigen. Recent werden met name christenen het slachtoffer. Dit is niet toevallig.
‘Vrede de aarde, vrede het luchtruim, vrede de hemel, vrede de wateren, vrede de kruiden, vrede de bomen. Laten alle goden mij vrede brengen. Laat er vrede zijn in deze vredeswens. Laat mij met deze oproepen tot vrede alles tot rust brengen. Laat mij vredig maken wat hier verschrikkelijk is, wat hier wreed is, wat hier zondig is.’ Deze dichterlijke roep om vrede en om vrede te brengen, is afkomstig uit de eeuwenoude Atharva Veda, een heilige tekst voor het hindoeïsme. Er is een hele rist geloofsredenen voor hindoes om geweld en haat te verwerpen. De voornaamste is de overtuiging dat alle leven voortkomt uit en samenvloeit in één kracht. ‘Het doden van leven is altijd een vorm van zelfmoord’, zegt Ramana Maharishi. Moord, diefstal, haat en jaloezie worden beschouwd als even zovele aanslagen op het ene levensprincipe. Een andere reden om ‘geweldloos’ of ‘ahimsa’ te leven, is een beetje praktischer van aard: wie vandaag geweld pleegt of predikt tegen zijn vijanden, kan later herboren worden als één van die slachtoffers. Tweeduizend jaar geleden reeds verwoordde een hindoe-heilige dat inzicht als volgt: ‘Alle lijden keert zich tegen degene die het aanricht. Daarom zullen allen, die het lijden willen vermijden, zorgen dat zij zelf niemand leed berokkenen.’ Tiruvalluvars woorden klinken als een echo van de bijbelse aanmaning om de naaste te behandelen zoals we zelf behandeld willen worden.

Niets nieuws onder de zon

Van utopische geweldloosheid noch van overeenkomsten tussen christenen en hindoes was in India veel te merken de afgelopen tijd. In de plaats daarvan werden nonnen verkracht, priesters vermoord, kerken in brand gestoken, dorpen religieus gezuiverd, christelijke ziekenhuizen bedreigd, scholen aangevallen en bijbels verbrand. In totaal schat men het aantal aanslagen op christelijke doelwitten tijdens 1998 op minstens negentig. Een triest record voor het onafhankelijke India, dat altijd geprobeerd heeft religieuze en etnische minderheden minstens dezelfde kansen te geven als de hindoemeerderheid. En wie dacht met de brandstichtingen op Kerstmis het ergste gezien te hebben, werd helemaal geschokt door de moord op een Australisch missionaris en zijn twee zoontjes op 22 januari. Toch is geweld tussen verschillende etnische of religieuze gemeenschappen niet nieuw voor India. Alleen vonden tot voor kort vooral botsingen plaats tussen hindoes en moslims. De overheersing door islamitische mogolheersers in de zestiende eeuw en de afscheiding van Pakistan in 1947 lieten diepe sporen na in het collectieve geheugen van de Indiase bevolking. Deze historische frustraties vormen een reservoir van woede dat makkelijk gemobiliseerd kan worden door extreme groepen. Schrijnende armoede of uitsluiting, ongepaste verliefdheden, tegenvallende bedrijfsresultaten: er is altijd wel een manier te vinden om moslims er de schuld van te geven. De verschuiving van het sectaire geweld naar christelijke doelwitten wordt door hindoe-extremisten zelf verantwoord door ‘massale en gedwongen bekeringen’, met name onder de inheemse volkeren. Die bekeringen zouden deel uitmaken van een globale samenzwering van christenen om het hindoeïsme in India te vervangen door een westerse en christelijke cultuur.

Buiten de kringen van de regerende hindoepartij BJP en haar extraparlementaire bondgenoten wordt die verklaring echter weggehoond. Uitzonderlijk vindt er nog wel eens een collectieve bekering plaats, maar ook dan is er geen sprake van dwang.

De Italiaanse madonna

De kans dat het niet religieuze, maar politieke motieven zijn die achter de plotse uitbarsting van anti-christelijk geweld zitten, is erg groot. Zo is er de verkiezingsnederlaag die de BJP einde 1998 leed in drie belangrijke deelstaten. Die nederlaag werd toegeschreven aan het charisma van Sonia Gandhi, de katholieke en Italiaanse weduwe van Rajiv Gandhi die een nieuw elan geeft aan de Congress-Partij, de oude beleidspartij en grote concurrent van de BJP. De hindoe-extremisten hopen blijkbaar de heropstanding van de Congresspartij te voorkomen door in te spelen op een vaag religieus nationalisme dat leeft bij veel Indiërs. Sonia’s dreigende verovering van de macht wordt via haar christelijke geloof gekoppeld aan de internationale samenzweringsidee. ‘Welke Indiërs kregen recent een Nobelprijs?’, vroeg Ashok Singhal -hoofd van de radicale Wereldraad voor het Hindoeïsme, VHP. Zijn antwoord: ‘Amartya Sen en Moeder Teresa.’ Met andere woorden: uitgerekend twee christenen! Dat de officiële statistieken een procentuele daling tonen van het aantal christenen -van 2,53 procent in 1971 naar 2,43 procent in 1991- stoort de pleitbezorgers van ‘Eén natie, één cultuur, één volk’ niet. Dat was ook al te merken in het Dangs-district in Gujarat, waar de ergste gewelddaden plaatsvonden vorig jaar. Volgens officiële statistieken leven daar 7824 christenen -vijf procent van de bevolking- terwijl de hindoe-extremisten moord en brand schreeuwen over minstens 25.000 christenen. Overigens was het opvallend dat de decemberaanslagen allemaal plaatsvonden in deelstaten die geregeerd werden door BJP-meerderheden. Die overheden traden niet of nauwelijks op tegen de groepen die haat en geweld predikten tegen christenen en missionarissen. De Eerste Minister van Gujurat beweerde zelfs dat de verbrande kerken ‘geen kerken waren, maar hutten’.

De kastenfactor

Aartsbisschop Alan de Lastic van Delhi ziet nog een tweede belangrijk motief achter de golf van aanslagen. ‘Dat gedoe rond de bekeringen is niet meer dan een voorwendsel dat men gebruikt om het werk van christenen te stoppen of te hinderen. Doelwit zijn met name die priesters en zusters die hun hele leven inzetten om de structuren van de samenleving te verbeteren. We leven immers in zondige structuren zoals het kastensysteem en de feodale praktijken op het platteland waarbij de zwakkeren beroofd en geketend worden door de grondbezitters of door de heerschappij van financiële maffia’s en van geldschieters die door hun exorbitante interesten mensen voor de rest van hun leven tot schulden veroordelen.’ Baburao Gangde, een inheemse christen uit Gujarat, formuleert het zo: ‘Waar waren al die hindoe-leiders toen we zaten te rotten van de armoede?’ Ook heel wat niet-christelijke commentatoren denken dat hogere kasten verontrust worden door de impuls tot meer sociale gelijkheid die uitgaat van de christelijke missionarissen. Antoni Sagayam, een Indiaas priester en militant verdediger van de rechten van de kastenlozen of dalits, nuanceerde in een gesprek met Kerk en Leven in 1997 dit beeld van een ‘revolutionaire’ kerk: ‘Ook in mijn nieuwe parochie leven dalit en niet-dalit christenen niet op voet van gelijkheid… Het lijk van een dalit komt de kerk niet binnen, maar gaat meteen naar een aparte begraafplaats.’ Christenen en hindoes blijken dus toch enkele zaken gemeenschappelijk te hebben: mooie principes én veel moeite om ze in de dagelijkse praktijk vol te houden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur