Hoe China, de VS en de EU passen in het crisisplaatje

Na de financiële crisis van 2008 was het de bedoeling dat de financiële instellingen hervormd werden. Drie jaar later lijkt er niet veel veranderd en stevenen we terug af op nieuwe problemen. MO* vroeg Mattias Vermeiren, die onderzoek doet naar de internationale financiële markten in de vakgroep Internationale Studies van de Universiteit Gent, waarom de grootmachten er niet in slagen orde op zaken te stellen.

  • MO* Mattias Vermeiren van de vakgroep Internationale Studies aan de Universiteit van Gent MO*

Toen de storm van de crisis ging liggen, werden voor heel de financiële sector hervormingen aangekondigd. Ondertussen kleuren de beurscijfers weer bloedrood. Is er onvoldoende ingegrepen?

Daar zijn verschillende verklaringen voor. Er zijn weinig staten die hun financiële instellingen strenger willen reguleren dan andere staten, want dan zouden ze aan competitiviteit moeten inboeten. Met andere woorden: om het mondiaal financieel systeem te kunnen reguleren is het noodzakelijk dat alle staten met belangrijke financiële sectoren meewerken. Daar wringt het schoentje: vooral de Verenigde Staten hebben belang bij de voortzetting van het huidige financiële systeem. Ook al waren net zij zwaar getroffen in 2008. Wat we zien is dat ze proberen terug te plooien op hun oud groeimodel.

Wat houdt dat precies in?

Het komt er op neer dat de Amerikaanse Centrale Bank zal proberen om de schulden- en leningsdynamieken terug op gang te brengen, zodat er opnieuw meer geconsumeerd wordt, dat financiële activa terug in waarde stijgen en dat er terug welvaartseffecten gecreëerd worden.

Is het op die manier dat de VS afhankelijk werden van Chinees kapitaal?

De VS hebben al jaren een tekort op hun handelsbalans, als gevolg van dat groeimodel. Zij konden dat financieren omdat nieuwe groeipolen, zoals China, hun reserves beleggen in dollars. Zonder die beleggingen van buitenlandse actoren, had een groeimodel als dat van de Amerikanen zich niet kunnen handhaven. In die zin is China dus mee verantwoordelijk voor wat er zich in de VS heeft afgespeeld.

China treft dus ook schuld voor de Amerikaanse crisis?

Vermits ze een onhoudbaar groeimodel hebben gefinancierd zijn de Chinezen misschien mee verantwoordelijk voor wat zich afspeelt in de Verenigde Staten, maar je moet ook kijken naar waar hun motivatie voor het opbouwen van die reserves vandaan komt. China argumenteert dat groeilanden op de internationale markten moeilijk in hun eigen munt kunnen lenen. Zo zijn ze automatisch geneigd zijn om dollars te gaan gebruiken. Na de financiële crisis in Oost-Azië op het einde van de jaren negentig hebben ze bovendien beseft dat ze zeer kwetsbaar zijn en dus ook reserves moeten opbouwen om zich te beschermen.

Wat is de voornaamste impact van die verstrengeling tussen het Amerikaans model op basis van schulden en de Chinezen met hun handelsonevenwicht ?

Het belangrijkste gevolg is dat het mee aan de basis ligt van de huidige financiële crisis. Als we deze crisis willen te boven komen, moeten we dus iets doen aan die verstrengeling en een aanpassing van zowel het Amerikaanse consumptiemodel als het Chinese exportgerichte groeimodel. Onenigheid over wie de kost van deze aanpassingen moet dragen is een bron van veel handelsconflicten vandaag. De Amerikanen willen dat de Chinezen hun munt opwaarderen, zodat zij met een lage dollar meer kunnen exporteren. De Chinezen vinden dan weer dat de Amerikanen hun munt hoog moeten houden, omdat China veel in dollar investeert.

Men zegt soms dat de Chinezen de Amerikaanse economie doen kelderen om zelf de fakkel over te nemen. Kan dat dan?

Nu is het in feite is het samen omhoog of samen kopje onder. Maar deze crisis kan wel een overgang naar een multipolaire economie betekenen. Als Europa en de Verenigde Staten slecht blijven presteren, zullen de Chinezen moeten afzien van westerse afzetmarkten en hun export geleid groeimodel omvormen naar één dat focust op binnenlandse consumptie. Pas wanneer die groei zich kan ontkoppelen van westerse macro-economische dynamieken, kunnen we beginnen spreken van een multipolaire wereldorde.

Voor 2008 was er al sprake van een ontkoppeling, maar met het toeslaan van de crisis lijken die plannen weer opgeborgen.

De exportcijfers van China zijn tijdens de crisis zeer sterk gedaald. De reden dat de Chinezen toch nog sterke groeicijfers hadden in 2009 zijn de stimuleringsmaatregelen van de Chinese regering: 585 miljard aan maatregelen. Maar als we kijken waar dat geld naartoe ging, zien we dat die maatregelen het onevenwicht in de Chinese economie hebben vergroot. Er is enorm veel geïnvesteerd in infrastructuur, wat de afhankelijkheid van westerse afzetmarkt nog heeft vergroot. In 2006 meldde China zelf dat hun groei te weinig gebaseerd is op private consumptie. Er werden toen maatregelen aangekondigd, maar daar is weinig van uitgevoerd.

Om de Chinese groei meer afhankelijk te maken van binnenlandse consumptie in plaats van export, zouden de Chinese lonen veel meer moeten stijgen dan hun economische groei en de productiviteit. Maar dat betekent een ingrijpende herverdeling van de Chinese bedrijfssector naar de Chinese werknemers, iets wat het huidige machtsysteem niet wil doorvoeren. Ook in China zijn er politieke obstakels die hervormingen tegenhouden.

Waar past Europa intussen in dit crisisplaatje tussen China en de VS ?

De Europese crisis is begonnen met de Europese bankencrisis. De Europese banken waren de belangrijkste consument van de toxische financiële producten van de Amerikaanse markten waren. Dat leidde ertoe dat de Europese banken hun geld wegtrokken uit andere banken, ook uit Zuid-Europa. De banken daar zaten vervolgens met een liquiditeitsprobleem, ze hadden geld nodig dat er niet was. Daardoor moesten de overheden inspringen, wat leidde tot grotere budgettaire tekorten. Daarop vroegen de markten zich af of die tekorten wel terugbetaald konden worden.

Wat is in Europa de politieke kant van het verhaal?

In Europa is het het probleem van de eurozone: het is een munt zonder staat. Landen kunnen wel schulden aangaan, maar ze hebben geen controle over hun munt. Hoe kunnen ze hun schulden dan terugbetalen? Om hun export te stimuleren, devalueren landen normaal gezien hun munt, maar die mogelijkheid is er niet voor de landen van de eurozone. Beleggers stellen zich dan vragen bij de mogelijkheden van die landen. In die zin is de euro een onafgewerkt verhaal, en is de huidige crisis ook een gevolg van dat probleem.

In Europa gaan er intussen veel stemmen op voor het zogenaamde Duits model: ingrijpen op de productiekost. Stevenen we af op een Unie die noch politiek of sociaal maar enkel economisch is?

We zien inderdaad dat het Duits model geëxporteerd wordt naar de rest van de eurozone. Het stimuleert export, houdt de lonen laag om zo via een toename in export economische groei te garanderen en verhogen. Maar dat model kan niet werken op lange termijn.

Als je dat toepast op de hele eurozone, dan hebben we regio’s nodig die de exportsurplus van de hele eurozone absorberen. In de groeilanden wordt het exportgeleid groeimodel nog niet in vraag gesteld, en in de Verenigde Staten wil Obama de dollar laag houden om de export te stimuleren. In die mondiale context is de huidige groeistrategie van de eurozone ronduit dwaas. Het zal nog wel een tijdje duren voordat de Europese beleidsvoerders dat beseffen. Wanneer de crisis nog erger wordt zullen ze misschien overstappen naar een fiscale unie en maatregelen treffen die de sociale druk verlichten.

In 2008 namen China, India en Brazilië met succes maatregelen tegen de crisis die indruisen tegen de neoliberale dogma’s: anticyclisch beleid en sociale ondersteuning. Waarom horen we daar niets meer van?

Bij ons is momenteel de “expansieve sanering” gangbaar, budgettaire sanering die tot economische groei zal leiden. Maar de kans dat die budgettaire besparingen de zaken zullen verbeteren is erg klein. Er bestaan niet eens bewijzen voor. Het is frappant dat een paper van het IMF over dat thema tot de conclusie kwam dat het terugdringen van overheidstekorten met één procent leidt tot een terugval van de economische groei met twee derde procent en een stijging van de werkloosheid met een derde procent. De saneringsfetisj zal Europa dus ook geen goed doen.

De kans is groot dat het ongenoegen door het falende beleid zich zal uitdrukken zoals in Groot-Brittannië nu. De angstige middenklasse tekent massaal een petitie om relschoppers te weren van sociale voorzieningen. Een repressief beleid tegen de onderklasse, iets wat de laatste vijftig jaar onbespreekbaar was.

Er is een maatschappelijk draagvlak nodig voor veranderingen. Nu zijn er nog veel mensen die net belangen hebben bij het huidige beleid. Wanneer de welvaart van mensen wordt aangetast zullen ze de zaken misschien ook anders gaan zien. Dan kunnen er fundamentele hervormingen komen.

Maar concreet moet de vraag van werknemers én werkgevers komen. Dat is in verleden ook zo geweest. Kijk bijvoorbeeld naar het systeem van Bretton Woods. Dat was financieel restrictief en ging in tegen de belangen van de financiële sector. Maar het kwam er door een belangencoalitie tussen de werkgeversorganisaties en het industrieel kapitaal. Belangrijke industriële bedrijven hadden belang bij de beteugeling van vrij kapitaalverkeer en regulering van de financiële sector. Het is belangrijk dat er vandaag opnieuw zo’n belangenorganisatie komt. Als het slecht blijft gaan zullen KMO’s en ondernemingen die zich op Europees vlak organiseren bereid zijn om in een progressief beleidsverhaal te stappen. Zo kunnen ze de politiek onder druk zetten, om een beleid te voeren dat minder mondiaal is en meer Europees.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift